George Knight

Debat tussen links en rechts

Zoekresultaten

Fundamentele vragen over veiligheid bij het Wereldmuseum

with one comment

Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren in de Rotterdamse gemeenteraad heeft vandaag bovenstaande raadsvragenZorgen over onveilige situaties bij Wereldmuseum’ gesteld aan de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022). Los van deze vragen en zonder contact met Van der Velden heb ik deze week onderstaand commentaar geschreven. Vragen en commentaar wijzen dezelfde richting op. Er zijn talloze betrokkenen die zich zorgen maken over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, zich daar over verwonderen en willen dat de situatie bij het Wereldmuseum zich ten goede keert. Mijn commentaar:

Het is een publiek geheim dat de veiligheid en brandveiligheid van het Wereldmuseum niet op orde zijn. Juiste of geldige brandveiligheidsvergunningen voor het gebouw aan de Willemskade te Rotterdam ontbreken. Het Rotterdams gezag had in moeten grijpen na de heropening in juli 2019. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Die opening werd door het museum aangekondigd als ‘na de grote verbouwing’, maar dat is onjuist omdat de verbouwing nog steeds aan de gang is. Het is opmerkelijk waarom de toezichthoudende Brandweer voor een publiek toegankelijk gebouw dat verbouwd wordt, onvoldoende brandscheidingen bevat en de kans op brandoverslag bestaat een vergunning afgeeft. Dat lijkt dan ook niet te zijn gebeurd, maar hoe de Brandweer dan wel handhaaft is de vraag. Ook het electriciteitsnet geeft risico’s en kans op kortsluiting. Zo was er een week na de opening in juli 2019 een grote kortsluiting/stroomstoring en zijn er recent vaker stroomstoringen gesignaleerd waarbij het licht uitvalt of een lift niet werkt. Dat volgt noodzakelijk uit een grote verbouwing.

Voorschriften waar een museum zich aan moet zijn de richtlijnen uit 1994 bij punt 5. Het management van het Wereldmuseum lijkt in gebreke te zijn gebleven bij de inventarisatie en beoordeling van bedrijfsactiviteiten en risico’s zoals het Museumregister (dat de museumnorm beoordeelt) als checklist geeft (punt 4.4). Niet duidelijk is of er een calamiteitenplan is, er sinds juli 2019 brandveiligheidsoefeningen zijn gehouden en er voldoende geschoolde en getrainde BHV- (Brand Hulp Verlening) en CHV- (Collectie Hulp Verlening) medewerkers zijn en ingezet worden. Onduidelijk is trouwens of het Wereldmuseum dat sinds 27 februari 2002 als museum in het Museumregister geregistreerd staat wel een volwaardige museale vergunning heeft.

Het Wereldmuseum is sinds 2017 onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMvW) waar Stijn Schoonderwoerd algemeen directeur is. Klaarblijkelijk opereert de NMvW op de locatie Wereldmuseum niet of niet volledig volgens de normen die de museumsector via het Museumregister of de Museumvereniging stelt. Het is lastig om één oorzaak voor het ontbrekende professionalisme van het NMvW te geven. Het lijkt eerder een combinatie van factoren die elkaar versterken en te maken hebben met ontbrekend leiderschap van de NMvW-directie, slechte organisatie, een bedrijfscultuur die gehoorzaamheid afdwingt, een ontbrekend locatiehoofd/eindcoördinator voor het Wereldmuseum, een lastige voorgeschiedenis van het Wereldmuseum onder de weggestuurde directeur Stanley Bremer die roofbouw had gepleegd op gebouw en personeel, en de speciale en (financieel) kwetsbare positie van het Wereldmuseum binnen het NMvW als afzonderlijke stichting.

Hoe verder is de vraag. Door inzet van velen is in 2015 het Wereldmuseum gered uit handen van Bremer die de Afrika-collectie wilde verkopen en het museum het pad van vervlakking en populisme opstuurde waarbij hij kunst en kunstobjecten ondergeschikt maakte aan andere doelen zoals publieksbereik of commerciële levensvatbaarheid. Merkwaardig genoeg herhaalt zich deze recente horrorgeschiedenis in een andere vorm bij het NMvW. Want dat maakt ook de kunst ondergeschikt aan doelen zoals politieke correctheid of cultureel populisme. Bremer en Schoonderwoerd lijken meer gemeenschappelijk te hebben dan op het eerste oog blijkt. Ze hebben zich onder het mom het goede te doen laten kennen als tegenspelers van het Wereldmuseum.

Wat Rotterdam moet met de constructie van een onvriendschappelijk en onprofessioneel NMvW en het NMvW met een Wereldmuseum dat het blijft beschouwen als een ‘vreemd lichaam’ is de vraag. Het geknoei met de ontbrekende (brand)veiligheidsvergunningen is een symptoom van een slecht huwelijk. Want dit is niet zozeer amateurisme, maar onwil van het NMvW om het Wereldmuseum een volwaardige en autonome plek te gunnen. De Rotterdamse gemeenteraad moet nog maar eens nadenken wat het met het Wereldmuseum wil. Want de gemeente Rotterdam subsidieert het Wereldmuseum jaarlijks met 5 miljoen euro en heeft daarom een drukmiddel om de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum als harde eis te stellen aan het NMvW. Die signatuur is tot nu toe onzichtbaar. Dat komt bovenop de eis het NMvW te verplichten om het Wereldmuseum te laten opereren volgens de Museumnorm en de normale basisvoorwaarden van de museumsector.

Foto 1, 2 en 3: Schermafbeelding van raadsvragen van Ruud van der Velden (PvdD) in de gemeenteraad Rotterdam over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, 8 november 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van (inmiddels verwijderde) aankondiging ‘Museum gedeeltelijk geopend’ op site Wereldmuseum, gedateerd 1 juli 2019.

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

with 4 comments

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Samenwerking Wereldmuseum met NMvW biedt ook kansen

with one comment

Het zet eraan te komen, maar toen het nieuws gisteren naar buiten kwam het toch als een bittere pil. Het AD zegt in een bericht dat het Wereldmuseum in Rotterdam ‘ per 1 mei samengaat met het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMvW)’. Dat wordt in de publiciteit een fusie genoemd, maar het valt te bezien of dat niet een overname door het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden is. Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW wordt directeur van het Wereldmuseum. Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. De wetenschappelijke staf was door hem in de uitverkoop gedaan.

De tekenen zijn ongunstig dat een min of meer autonoom Wereldmuseum voor Rotterdam behouden blijft. Maar nog niets is verloren. Samenwerking was de voorwaarde voor een jaarlijkse subsidie van 5 miljoen euro van de gemeente Rotterdam die in november 2016 in een motie werd neergelegd. Dat geeft het museum recht van spreken. Maar de benarde uitgangspositie lijkt nu toch in het nadeel van het Wereldmuseum gewerkt te hebben. Het is ook ongewis of het Wereldmuseum het huidige gebouw aan de Willemskade kan behouden. In elke geval wordt het personeelsbestand dat onder Bremer was aangetast weer op peil gebracht.

Als werkend museum kan het Wereldmuseum zich bewijzen om die autonome positie die het vooralsnog niet heeft alsnog te veroveren. Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW. Wellicht kan het nog positief uitpakken als het Wereldmuseum de avontuurlijke krachten binnen het NMvW weet te versterken. Dan kan de huidige ‘samenwerking’ van het Wereldmuseum met het NMvW beschouwd worden als een nieuwe start die het NMvW minder populistisch en gemakzuchtig maakt, meer inhoud geeft en wegsleept voor de poorten van de etnokitsch die er op de loer ligt maar die door de managers zelf niet wordt herkend. Dan slaat het Wereldmuseum een dubbele slag.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina Wereldmuseum.

Wereldmuseum na succesvolle publieksactie gered met behoud van ‘Rotterdams karakter’. Wat zegt dat over het kunstklimaat?

leave a comment »

imageproxy-aspx

Gisteren nam de Rotterdamse gemeenteraad een motie aan van PvdD, SP, PvdA, NIDA, GroenLinks en D66 over het Wereldmuseum. Dat gebeurde binnen het kader van het Cultuurplan 2017-2020. Hiermee spreekt de raad zich uit voor een zelfstandige positie van het Wereldmuseum binnen de samenwerking met het Nationaal Museum voor Wereldculturen. Door toedoen van de vorige directeur Stanley Bremer was het museum door vercommercialisering in een negatieve spiraal terechtgekomen. Onder druk van raad en toenmalig wethouder Adriaan Visser (D66) trad Bremer in april 2015 terug. Met het aannemen van deze motie is de actie afgerond om het Wereldmuseum te redden als autonoom museum ‘met een Rotterdams karakter’. Als sluitstuk omarmt wethouder Pex Langenberg (D66) de motie. Zodat voor de komende vier jaar de financiering, het Rotterdams profiel, tentoonstellingsprogramma, beheer van de collectie en monitoring door de RRKC zijn gegarandeerd.

Sinds 2012 verschenen hier meer dan 30 stukken over het Wereldmuseum. Ze volgden de ontwikkelingen op de voet door onder meer de weergave van bronnen binnen het Wereldmuseum die zich op straffe van ontslag publiekelijk niet konden uiten. En gaven er commentaar op. Door de jaren heen verschoof het accent van de aandacht voor het ontzamelbeleid naar kritiek op de aanpak van Bremer en de afwachtende houding van de opeenvolgende Rotterdamse gemeentebesturen. Na enkele kleinere publieksacties (met onder andere Boris van Berkum) kreeg in de zomer van 2014 een grotere publieksactie smoel met kunstenaar Olphaert den Otter die zich grotendeels op Facebook afspeelde. In de politiek was het Ruud van der Velden (PvdD) die initiatief nam, maar ook anderen als Jos Verveen (D66), Sun van Dijk (SP), Co Engberts (PvdA) toonden zich betrokken.

Het waren echter betrokkenen uit museumsector, partijpolitiek en openbaar bestuur die achter de schermen het verschil maakten. Reden voor die krachtenbundeling kan niet los worden gezien van een verslechterend kunstklimaat. Teken daarvan was de bovenproportionele korting op de landelijke cultuurbegroting die door het afbraakbeleid van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) vanaf 2011 in gang werd gezet. Vooral Zijlstra’s minachting voor kunst en gepoch geen affiniteit met de kunstsector te hebben maakte velen die de kunst een warm hart toedroegen ziedend en machteloos. Het was patjepeeër Zijlstra tegenover een bovenlaag van kunstminnenden die zich aan de kant gezet voelden. Niet zozeer persoonlijk, maar eerder waar het de waarden betrof die ze belangrijk vonden. Het Wereldmuseum werd zo een streep in het zand die velen voor en achter de schermen konden trekken om de dikdoener Stanley Bremer en al die andere populisten die de kunst wilden uitverkopen een halt toe te roepen. Het cultuurbeleid is echter nog steeds niet gerepareerd zoals het voor Zijlstra was. Evenmin is het verder afgebroken. Het blijft halfslachtig hangen tussen hoop en vrees.

Een commentaar van december 2012 vatte die mentaliteit van de patjepeeërs en kunsthaters samen: ‘Het goede leven van wijnen, spijzen, gesprekken en ons soort mensen zet alle neuzen een kant op. Soms feestneuzen als er feest te vieren valt, soms wijsneuzen die het samen beter weten dan de professionals uit politiek of museumwereld. Weldenkende burgers zijn tevreden met zichzelf. En elkaar. Als individuen vinden ze elkaar in een groepsgevoel dat afkeer voor regelzucht uitstraalt. In het oprekken van de grenzen voelen ze zich weer de provo’s die ze nooit waren. Hun tweede jeugd neemt hen de kans niet af het alsnog te worden. In het schoppen tegen het establishment dat ze zelf vormen. Vanuit de luxe. Zo werkt kunst als glijmiddel.

Via emotie mobiliseert directeur Bremer steun voor zijn plan om de Afrikacollectie te verkopen. Zijn museum loopt uit de pas met de museumsector in het oprekken van de LAMO-richtlijn, en de gemeente Rotterdam doet hetzelfde door de deur voor de verkoop van topstukken open te zetten. Maar kritiek werkt niet, omdat dat daar aan dat gebouw aan de Maas alleen maar opgevat wordt als een bevestiging van het eigen gelijk.

Oprekken van grenzen is in lijn met de handel in Afrikaanse etnografica die is geconcentreerd in Brussel en Parijs. Deze handel met grote winstmarges vertoont de trekken van de Roomse kerk en de maffia. Uiterlijk vertoon, ex-communicatie, strenge hiërarchie, witwassen van valse objecten en omerta zijn de kenmerken. Verkoop van de Afrikacollectie speelt zich af in dit schemergebied waar handelaren zich opdringen omdat ze winst ruiken. Liefst via onderhandse verkoop. Raadgevers en clandestiene handelaren wisselen elkaar af. De directeur die kennis mist vaart blind op anderen. Hij zet de Afrikacollectie in de etalage om als een Robin Hood aan de Maas te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders.’

Dat het Wereldmuseum voor de poorten van de hel uit de handen van de praatjesmakers en de kunsthaters is gered heeft grote symbolische waarde. Maar het feit dat het kon slagen door de inzet van enkelen is ook wrang. Dit soort publieksacties komt immers door toevalligheden tot stand. Niet voor elke bedreigde culturele instelling die het waard is om gered te worden wordt zo’n actie op touw gezet. Als deze succesvolle actie een incident is, dan houdt dat nog lang geen structurele verbetering van het kunstklimaat in. De golf van rechts-populisme die delen van de politiek en bevolking overrompelt maakt somber. Overschatting ervan lijkt echter nog de grootste bedreiging van het democratisch proces. Vooral media en partijpolitiek moeten niet meegaan in projecties en angstdenken, maar gewoon de traditionele waarden beschermen. Daar is kunst er één van. De les van het Wereldmuseum is daarom uiteindelijk positief. Samenwerking van politici en burgers met een beroep op deskundigen en met mobilisatie van sociale en gevestigde media kan het verschil maken. QED.

Foto: BaHuana-Beeld uit de collectie van het Wereldmuseum, Beneden Congo.

Ruud van der Velden (PvdD) stelt vragen over RRKC-voorzitter Jacob van der Goot inzake advies Wereldmuseum

leave a comment »

CloNC2oWQAMuRjX.jpg-large

Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren heeft gisterenmiddag in een raadscommissie Cultuur van de Rotterdamse raad de knuppel in het hoenderhok gegooid. Het gaat om een advies van de RRKC over het Wereldmuseum dat alom als onverstandig en onwerkbaar wordt beoordeeld. Ook ik liet me er op 1 juni in een commentaar negatief over uit. De RRKC adviseerde om voor de periode 2017-2020 450.000 euro toe te kennen terwijl er liefst 5.710.000 euro was gevraagd. Dat betekent het einde van het Wereldmuseum. Ook Sun van Dijk (SP) was kritisch: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. Ik schreef:

Het Wereldmuseum wordt in het advies van de Rotterdams Raad voor Kunst en Cultuur met terugwerkende kracht gestraft voor het wanbeleid van de vorige directeur Stanley Bremer die in april 2015 moest vertrekken als bestuurder. Hij bracht het museum financieel, organisatorisch en publicitair aan de rand van de afgrond. De raad zegt in een motivatie dat ‘de juiste randvoorwaarden‘ om de collectie zichtbaar te maken ‘op dit moment’ ontbreken. Maar de raad bezondigt zich aan een cirkelredenering door het museum vervolgens niet de kans te geven zich te bewijzen: ‘De organisatie is te ver ontmanteld, zowel inhoudelijk als financieel.’

Ruud van der Velden stelde in het overleg van de commissie Cultuur vragen bij de rol van RRKC-voorzitter Jacob van der Goot. Van der Velden wijst op diens dubbelrol. Van der Goot was tijdens het directoraat van directeur Stanley Bremer lid van de Raad van Toezich van het Wereldmuseum en kende toen onder meer bonussen aan Bremer toe. Schrijnend en bestuurlijk merkwaardig is dat de ontmanteling van het museale gedeelte van het Wereldmuseum dat met medeweten van Van der Goot door Bremer kon worden gerealiseerd nu via een omweg via de RRKC wordt voortgezet. Van der Goot zou niet die ruimte moeten kunnen nemen.

Ik reageerde op de FB-pagina van Olphaert den Otter die dit signaleerde: ‘Hoe kan het toch dat die weeffout in de RRKC maar niet hersteld wordt? Die weeffout bestaat eruit dat de RRKC keer op keer het eigen mandaat overschrijdt en op de stoel van de politiek gaat zitten. En zelfs met medeweten van het gemeentebestuur aan overleggen mag deelnemen waar het bestuurlijk niets te zoeken heeft. De RRKC moet gewoon adviseren en niet meer dan dat. De politiek moet dat advies wegen. We zagen het bij het advies uit april 2015 over het Collectiegebouw en we zien het nu opnieuw bij het Wereldmuseum. De vorige voorzitter Melanie Post van Ophem en secretaris en spin in het web Inez Boogaarts zijn afgetreden, maar de weeffout blijft bestaan.

De fundamentele vraag is wat nou exact tot die weeffout leidt. Waarom menen Boogaarts of nu Van Der Goot politiek te kunnen handelen? Is de omschrijving van de opdracht aan de RRKC onduidelijk of geeft het gemeentebestuur de RRKC ten koste van de raadsleden meer ruimte dan het volgens het mandaat toekomt?

Tijd voor een fundamenteel debat over de rol van de RRKC en haar plaats binnen de gemeentelijke organisatie. Want zo kan het niet langer. Wat Ruud van der Velden zegt over de dubbele pet van Van der Goot is tekenend. Deze bestuursvoorzitter zit mentaal nog vastgeklonken aan het oude bewind van Bremer en neemt dat in zijn opereren mee. Zo iemand als Van der Goot had nooit benoemd mogen worden. Wie heeft hem in hemelsnaam geselecteerd? Kortom, de RRKC moet op de schop. En liefst snel. Vraag is of Culturele Zaken niet te besmet is om nog objectief naar de RRKC te kunnen kijken.’ Initiatief is aan de gemeenteraad.

Zie hier een brief van het Directeurenoverleg van de Rotterdamse culturele instellingen met kanttekeningen bij de visie van de RRKC op algemene thema’s.

Foto: Schermafbeelding van artikelZorgen om het Wereldmuseum’ van Yvonne Keunen voor AD.

Rotterdamse Kunstraad negatief in advies over Wereldmuseum. Het zou ‘te ver ontmanteld zijn’

with 4 comments

wr

Het Wereldmuseum wordt in het advies van de Rotterdams Raad voor Kunst en Cultuur met terugwerkende kracht gestraft voor het wanbeleid van de vorige directeur Stanley Bremer die in april 2015 moest vertrekken als bestuurder. Hij bracht het museum financieel, organisatorisch en publicitair aan de rand van de afgrond. De raad zegt in een motivatie dat ‘de juiste randvoorwaarden‘ om de collectie zichtbaar te maken ‘op dit moment’ ontbreken. Maar de raad bezondigt zich aan een cirkelredenering door het museum vervolgens niet de kans te geven zich te bewijzen: ‘De organisatie is te ver ontmanteld, zowel inhoudelijk als financieel.’

Dit advies is tegenstrijdig. Maar wat erger is, het klinkt onwaarachtig en vals. Enerzijds erkent de raad van hoever het Wereldmuseum afgelopen jaar moest komen om op vele aspecten orde op zaken te stellen. Maar van de andere kant heeft de raad geen geduld en vertrouwen om het museum echt tijd te geven een nieuwe start te maken. Het geeft toe dat het Wereldmuseum aan de verbetering van ‘de randvoorwaarden’ werkt, maar oordeelt tegelijkertijd dat ze niet gerealiseerd kunnen worden. Dit is onrechtvaardig voor de nieuwe wind die er waait en wordt gesymboliseerd door de aanstelling in mei 2015 van interim-directeur Jan Willem Sieburgh en onlangs van conservator Alexandra van Dongen. En de opening van de tentoonstelling Afrika010.

De aap uit de mouw is trouwens dat het budget dat de raad ter beschikking heeft te laag is om alle aanvragen te honoreren. Dat is niets uitzonderlijks bij dit soort adviezen die zijn op te vatten als een balanceeract van schipperen, afwegen en bekokstoven. De gevestigde culturele instellingen hebben hierbij een sterke positie opgebouwd en zijn niet zomaar te passeren. De raad beseft dat, gaat die strijd niet aan en kiest daarom voor de gemakkelijkste weg. Namelijk het opheffen van een instelling die toch al onder vuur ligt omdat het tijdens een vorig bewind is afgebroken. De raad voltooit met haar advies het afbraakwerk van de vorige directeur.

De raad laat het Wereldmuseum als een baksteen vallen: ‘De RRKC adviseert daarom geen Cultuurplansubsidie toe te kennen aan het Wereldmuseum voor instandhouding van het museum in de huidige vorm.’ De 450.000 euro die wordt toegekend dienen voor ‘onderzoek (..) naar mogelijke toekomstscenario’s’ en ‘voor het behoud en beheer van de collectie’. Een sterfhuisconstructie dus. De raad ziet geen perspectief in ‘een eigenstandig museum in het huidige pand’ en adviseert dat het Wereldmuseum ophoudt te bestaan als ‘eigenstandige organisatie’. De raad ziet twee opties: ‘samenwerking/fusie met het Nationaal Museum van Wereldculturen of samenwerking/fusie met het Rotterdam Museum en het Maritiem Museum’.

De vraag die dit advies over het Wereldmuseum van de RRKC oproept is hoe bruikbaar en integer het is. Opnieuw gaat deze adviserende raad hiermee op de stoel van de politiek zitten, zoals in april 2015 onder een vorig bestuur ook bij het Collectiegebouw gebeurde. Het besluit wat Rotterdam wil met het Wereldmuseum behoort uitsluitend in de gemeenteraad genomen te worden. Maar dan zonder dat het debat hierover vooraf belast wordt door een advies dat voorstelt een instelling niet meer eigenstandig te laten voortbestaan en suggereert dat het pand waarin het gevestigd is afgestoten moet worden. Dit is een slechte dag voor het Wereldmuseum, maar vooral ook voor de Rotterdamse politiek die de verantwoordelijkheid over de toekomst ervan niet zomaar kan afschuiven. Zo moet politiek waarop inwoners trots kunnen zijn niet willen werken.

Foto: Schermafbeelding van deel Cultuurplanadvies 2017-2020 (p. 405-409) over het ‘Wereldmuseum Rotterdam’ van de RRKC.

Wereldmuseum maakt nieuwe start met AFRIKA 010. Geen doorstart zonder investering. Een terugblik

with 3 comments

13124483_1022919657836380_2648610787077600993_n

 

Update 7 september 2016: Eind goed, al goed met het Wereldmuseum, dankzij de inspanningen van velen onder wie kunstenaar Olphaert Den Otter die een persoonlijk portret in de NRC krijgt. Hij is trouwens eerder intermediair dan klokkenluider. Het Rotterdamse gemeentebestuur gaat in een collegebrief van 6 september voorbij aan het advies van de RRKC dat door velen als onwerkbaar werd beoordeeld en pleit ervoor ‘alle museale functies te herstellen’ en stelt daarvoor ‘een bedrag van jaarlijks 5 miljoen euro maximaal’ beschikbaar. Hier de verdeling van de cultuurbegroting over de verschillende instellingen. De gemeenteraad moet er nog mee instemmen. Zoals uit een brief van directeur van het NMVW Stijn Schoonderwoerd blijkt volgt het gemeentebestuur de musea ingefluisterde constructie (‘Het gekozen model kan het best omschreven worden als een bestuurlijk organisatorische integratie zonder over te gaan tot een juridische fusie’).

Gisteren opende de tentoonstelling AFRIKA 010 in het Rotterdamse Wereldmuseum. Met een aparte website die gisteren de lucht in ging en de inhoud van de catalogus vol faits divers bevat die door Veenman+ wordt uitgegeven. De opening die met 600 bezoekers goed bezocht werd was op te vatten als een botsing tussen het oude en het nieuwe regime. De ontvangst was warm en genereus zodat de verwaaide bezoekers die gewoontegetrouw de weg naar de Willemskade weten te vinden niet verrast werden. Het overvolle programma met een lengte van meer dan 2 uur was het enige schoonheidsfoutje van de dag. AFRIKA 010 is uit eigen collectie samengesteld door curator Paul Faber. In vele opzichten een tentoonstelling met een geschiedenis.

In september 2011 besteedde ik voor het eerst aandacht aan het Wereldmuseum in een commentaar over het afstoten van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda dat de museumwereld onaangenaam verraste. De echte reden waarom dit schilderij geveild moest worden is nog steeds niet door directeur Gerard de Kleijn geopenbaard, zodat we het moeten doen met een rammelende uitleg. Zie hier de kern van de kritiek op het beleid dat tot verkoop leidde. Antwoorden op kamervragen wezen op de smalle marges van musea die wilden ontzamelen. Afstoffen van beleid leidde tot herbevestiging van richtlijnen en floot museumdirecteuren terug die over de rand gingen. De paradox van het antwoord van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra op kamervragen van SP’er Jasper van Dijk over de collectie van het Wereldmuseum leek dat het haaks stond op de kaalslag in de kunst die het kabinet Rutte I van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV vanaf 2010 inzette.

Het was geen paradox, maar het doorschuiven van verantwoordelijkheid zonder voldoende financiering naar een bestuurlijk lager niveau zoals later ook de zorg overkwam. Zijlstra antwoordde in 2011: ‘Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. (..) De beoordeling van de vraag of een voorstel van het Wereldmuseum binnen deze codes past ligt bij de Gemeente Rotterdam.’  Dit leidde begin 2014 in Rotterdam tot opstellen van de Rotterdamse regels

In die vijandelijke omgeving van lokale musea, museumsector, kunstfondsen, kunstenaars, kunstliefhebbers en -verzamelaars, steun op lokaal niveau van D66 en linkse partijen en op landelijk niveau van een kabinet van VVD, CDA ‘dat op de centen paste’ onderschatte toenmalig directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer de oppositie en het monsterverbond tegen zijn plannen om delen van de collectie te verkopen om een reservefonds van tientallen miljoenen op te bouwen voor de exploitatie. Bremer staarde zich blind op z’n inner circle van Rotterdamse Leefbaar- en VVD-getrouwen die lak hadden aan regels. Zijn rol als Robin Hood aan de Maas om te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders bleek potsierlijk en ondeugdelijk.

Het Wereldmuseum is door de inspanning van velen die nooit in de openbaarheid traden voor de poorten van de hel weggesleept. In de openbaarheid waren het onder meer Boris van Berkum, Olphaert Den Otter, Sjors van Beek, raadslid Ruud van der Velden en ikzelf die de voorstanders trachtten te motiveren om in actie te komen. Die berichten motiveerden het personeel van het Wereldmuseum dat zich geschoffeerd voelde door Bremer. Ze klampten zich vast aan kritiek die op een omslag kon wijzen. Vooral voor de zomer van 2014 verliep dat moeizaam, maar daarna kreeg de actie wind in de zeilen. De burgerbeweging die kunstenaar Den Otter wist op te tuigen was een prachtig voorbeeld van activistische politiek door burgers. Het was ook een front en focus voor anderen om door te drukken en de cultuurbarbaren zoals die gesymboliseerd werden door museumdirecteuren als Gerard de Kleijn of Stanley Bremer terug te wijzen en op hun plek te zetten.

De geschiedschrijving van deze kwestie is nog niet rond zoals een artikel van Claudia Kammer in NRC ter gelegenheid van de opening van AFRIKA 010 verduidelijkt. Het had de misleidende titel ‘Spookverhalen bleken niet waar’ die over de collectie Sanders leek te gaan, terwijl dat nauwelijks uit de tekst bleek. Spookverhalen blijken wel degelijk waar, want dat alle stukken uit de gemeentelijke collectie er uiteindelijk nog zijn wil niet zeggen dat ze zonder het hierboven geschetste monsterverbond van opposanten tegen het ontzamelbeleid van directeur Bremer niet verkocht zouden zijn aan kunsthandelaren in Madrid, Brussel, Parijs of Londen.

13095739_1022919757836370_5920450050971882555_n

Hoe verder? Het Wereldmuseum is met AFRIKA 010 en interim-directeur Jan Willem Sieburgh de goede weg ingeslagen, maar de steun ervoor moet vastgehouden worden. In Nederland wordt kunst niet vanzelfsprekend gekoesterd. Dat moet elke keer weer bevochten worden. Ik omschreef een jaar geleden wat nodig is voor een levensvatbare doorstart: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Foto: Impressies van de opening van de tentoonstelling ‘AFRIKA 010‘ in het Wereldmuseum, 28 april 2016. Credits: Lydia van Oosten.

Wereldmuseum: tekenen van een koerswijziging gevraagd

with 2 comments

wm

Is het ethisch om tegen een op de grond liggend slachtoffer te schoppen? Dat ligt eraan. Als dat schoppen bedoeld is om te verwonden dan is dat ontoelaatbaar. Maar als het bedoeld is om het slachtoffer te wekken en naar een veilige plek te helpen dan is het toelaatbaar. Het Wereldmuseum is door diepe dalen gegaan en lijkt juist tijdig tot stand gekomen voor een nog diepere afgrond. Maar in programmering, publiciteit op de eigen website en FB-pagina valt weinig te merken van een nieuwe koers. Het gaat nog steeds vooral over het ontvangen van zakenrelaties, het restaurant met de Michelin ster en een ‘Wereld Diner’ van 250 euro. Toch is er sinds 24 april een nieuwe Raad van Toezicht en is Willem Sieburgh sinds 16 mei de tijdelijk directeur.

Koerswijzigingen gaan langzaam. Zeker als het een uitgeklede organisatie als het Wereldmuseum betreft dat de bedrijfsvoering en verslaglegging niet op orde heeft en veel achterstallig onderhoud kent. Dat moet opnieuw opgebouwd worden. Daarnaast zijn de meest capabele medewerkers de afgelopen jaren de laan uitgestuurd. Maar het valt toch te hopen dat de tijdelijk directeur inziet dat ondanks deze problemen nu een gebaar naar de buitenwereld nodig is. Om aan te geven dat het Wereldmuseum breekt met het oude bewind dat zich afficheert met diners van 250 euro per couvert en openstaat voor veranderingen in de echte wereld.

Foto: Schermafbeelding aankondiging ‘PROEF DE 7 WERELDWONDEREN’ van reisbureau The Divine Odyssey in het Wereldmuseum.

Twee kwesties in de kunst: PEN Nederland en Wereldmuseum. Slow Art?

with one comment

SFA04_SFA006004779_X

Twee kwesties in de kunsten: de benoeming van oud-reclameman en oud-zakelijk leider van het Rijksmuseum Jan Willem Sieburgh tot directeur ad interim van het Wereldmuseum Rotterdam en het niet aftreden van het bestuur van de schrijversvereniging van PEN Nederland naar aanleiding van de kwestie Kurt Westergaard. Zowel Sieburgh als PEN-voorzitter Manon Uphoff lijken een goed netwerk te hebben en daar hun positie aan te danken te hebben. Het is de Fast Art van marketing, netwerk en communicatie tegenover de Slow Art van inhoud en argumenten. Wat geeft de doorslag in een benoeming of het behoud van een positie?

Een netwerk van relaties verdedigt voor en achter de schermen posities. Zo gaat het in de cultuursector waarvan het een publiek geheim is dat het bestuurlijk niveau ervan niet hoog is. Verdediging van belangen gebeurt met inzet van krakkemikkige middelen. Zo werd de inhoudelijke kritiek door dichter Elly de Waard op de lafheid en dubbelhartigheid van het PEN-bestuur niet zakelijk beantwoord, maar gelijkgeschakeld met hatelijke reacties op sociale media en ‘het monster van de publieke opinie’. Dat raakt aan karaktermoord en het uit de weg gaan van debat. Met als bijzonderheid dat het populisme waarmee De Waard werd bejegend beantwoord werd met het verwijt van … populisme. Een schrijver als Tommy Wieringa liet zich ertoe verleiden om zonder besef van argumenten voor zijn schrijversvrienden in de bres te springen. Hij besefte blijkbaar onvoldoende wat hij hiermee zichzelf aandeed door zijn geloofwaardigheid voor vriendschap in te zetten.

De overeenkomst van Sieburgh met de oud-directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer is treffend: de reclamewereld. Hopelijk is Sieburgh het rendements- en managementdenken voorbij, hoewel zijn reputatie bij het Tropenmuseum wel anders zegt. Oppervlakkigheid ligt op de loer met de focus op marketing en communicatie. Maar precies dat is de verwachting die Sieburgh kan weerspreken omdat hij weet dat de museumwereld hem op dat profiel in de gaten houdt. Maar hij moet 14 jaar wanbeleid rechttrekken, waarschijnlijk een monumentaal gebouw afstoten en een fusie voorbereiden. Want de gemeente Rotterdam geeft natuurlijk geen fluit om kunst als het extra geld kost. Kortom, in de kunsten gaat het niet om de kunst of de kunstenaars, dat leren deze twee kwesties. In de kunsten gaat het om posities, relaties en doen alsof.

Foto: Walter Blum, Feestdiners, 1950-1960.

Wereldmuseum moet snel doorstart maken om steun te verzilveren

with one comment

Het Wereldmuseum krijgt een nieuwe directeur omdat de oude gisteren de laan is uitgestuurd door de Raad van Toezicht. Onder druk van de publieke opinie, de museumsector en de Rotterdamse politiek. Maar hoe nu verder? Zoals wethouder Adriaan Visser (D66) terecht opmerkt zit de problematiek van het Wereldmuseum op verschillende fronten. Problemen worden niet zomaar opgelost door een directeur te benoemen. Vraag is op welke voorwaarden kandidaten de stap willen zetten en welke zekerheden ze eisen. Vooral over het budget.

Zo hangt alles met alles samen: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Kansen voor een succesvolle doorstart van het Wereldmuseum zijn gunstig. Velen hebben zich voor en achter de schermen vooral de laatste vier jaar ingezet om het Wereldmuseum weer op het rechte pad te brengen. Dat engagement kwam zowel voort uit betrokkenheid, zelfs liefde, met het museum en de collectie, als uit eigen zorgen voor de precedentwerking (oprekken ontzamel-richtlijn, wegvallen van schenkingen, imagoschade voor de museumsector en verminderde subsidies door terugtredende overheid). De als een wildeman tekeer gegane directeur Stanley Bremer was de ideale boeman en bliksemafleider op wie zich alle kritiek kon richten. Terwijl zijn handelen het instituut Wereldmuseum geen schade deed maar juist steeds meer steun opleverde.

Het is aan de nieuwe directeur en de Raad van Toezicht om politiek, bedrijfsleven, publiek, kunstfondsen en collega-musea als de bliksem aan het Wereldmuseum te binden voordat dit positieve gevoel weer wegebt.