George Knight

Debat tussen links en rechts

Zoekresultaten

De Kleijn geeft aanbod Kreuk toe om The Schoolboys te kopen en Museum Gouda in bruikleen te geven. Waarom ging het niet door?

with 4 comments

Kunstverzamelaar Bert Kreuk doet in Art Flipper een boekje open over de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas in 2011 door toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn van MuseumgoudA. Kreuk vertelt dat hij het werk had willen kopen. Het gevolg was geweest dat het niet naar het buitenland verkocht had moeten worden. Nu is het voorgoed verdwenen uit het Openbaar Kunstbezit.

Dit blog besteedde aan die verkoop enkele commentaren die erop neerkwamen dat De Kleijn zich slecht had voorbereid, weinig kennis van zaken had, met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop naar buiten kwam en zijn museum onnodig in problemen bracht. Dumas onderschreef toentertijd mijn lezing. Nu besteedt Trouw in een artikel ter gelegenheid van het verschijnen van Kreuks Art Flipper aandacht aan de verkoop die opnieuw het merkwaardige en onverklaarbare handelen van directeur De Kleijn onderstreept.

Kreuk stelt dat hij via tussenpersoon Theo Schols -zijn oom- De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan museumgoudA. Eventueel zelfs langer. Maar de museumdirecteur ging er niet op in. Op 20 september 2011 antwoordde de Gouwse wethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van SP’er Van Alphen: ‘dat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. (Bron onvindbaar, zie hier toenmalige verwijzing ernaar). Op 24 september 2011 gaf ik hierop het volgende commentaar: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij. Zij blijft ook onduidelijk over de periode waarnaar ze verwijst. Da’s relevant omdat het duidelijkheid kan geven over het tijdstip waarop museumgoudA bindende afspraken met Christie’s maakte. Daarna kon museumgoudA immers niet meer ontvankelijk zijn voor aanbiedingen.’ Dat laatste aspect is de crux van de kwestie. Het is de vraag wie Bergmans onvolledig informeerde zodat zij op haar beurt de Gouwse raad verkeerd informeerde.

De feiten zijn dat in 2011 De Kleijn in de publiciteit ontkende dat dit aanbod van Kreuk er lag. Nu komt hij daar op terug en bevestigt aan Trouw dat er over deze verkoop in 2011 contact is geweest met Schols. De Kleijn geeft de volgende uitleg voor zijn weigering om The Schoolboys aan Kreuk te verkopen: ‘Ik hoorde dat hij bekendstond als iemand die kunst weer verkoopt, nadat het een tijdje in musea heeft gehangen. Ik dacht: stel je voor dat het schilderij na tien jaar twee keer zoveel waard is geworden en hij het dan uit het museum haalt om het weer te verkopen. Dan zou iedereen me een sufferd vinden.’ De Kleijn zegt nu dat hij bang was om een sufferd genoemd te worden en daarom het aanbod van Kreuk afsloeg. Maar het is de vraag of dit de echte verklaring voor zijn handelen is. Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen. Overigens was zijn weigering om een andere reden begrijpelijk omdat De Kleijn het in 1976 in opdracht van het Gouwse gemeentebestuur voor het museum vastgestelde verzamelgebied kunst van vrouwelijke kunstenaars onder het mom van bezuinigingen kort na 2011 definitief de deur uit deed.

De Kleijn zegt dat hij besloot om het schilderij toch te laten veilen en niet op Kreuks aanbod in te gaan, maar of dat de ultieme waarheid is valt dus af te wachten. De Kleijns verklaring in Trouw verklaart nog steeds niet alle losse eindjes. In een persbericht van 30 mei 2011 zei de Kleijn op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. (Bron onvindbaar, maar hier de toenmalige verwijzing ernaar). Er resteren vele vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 is verre van consistent en stelde hij steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum.

Wat Kreuk in Art Flipper nu naar buiten brengt lijkt in lijn met mijn commentaar uit oktober 2011: ‘De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.’

Foto: St Martin’s School for Boys Blazer Navy, zoals afgebeeld op The Schoolboys van Marlene Dumas.

Voor verder lezen:

30-05-11: MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

28-06-11: ‘The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op

21-06-11: Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

07-07-11: Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

02-09-11: Marlene Dumas valt museumgoudA aan vanwege verkoop The Schoolboys

06-09-11: MuseumgoudA heeft de museumsector beschadigd

09-09-11: Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

21-09-11: MuseumgoudA kiest voor politiek conservatisme

24-09-11: Zijlstra verwerpt uitverkoop kunst door Gouda en museumgoudA

25-10-11: MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

08-11-11: Koopt museumgoudA nog een molen van Weissenbruch?

28-11-11: NMV zet museumgoudA vanwege handelswijze niet uit vereniging

30-11-11: Wie controleerde bij museumgoudA de Raad van Toezicht?

22-12-11: Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

Advertenties

Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

with 5 comments

Pas als alle neuzen de verkeerde richting opstaan ontstaat een exploderende kernreactor, een overstroming of de verkoop van een waardevol schilderij uit het openbaar kunstbezit. Een ramp ontstaat nooit toevallig door een verkeerde actie, maar door een samenloop van omstandigheden. Het vastzittende ventiel, de openstaande sluisdeur of eigenzinnige burgemeesters kunnen echter wel hoofdoorzaak zijn. Het handelen van bestuurlijk en museaal Gouda toont aan waarom er een ramp wordt aangekondigd. Het was onvermijdelijk.

Op 30 mei 2011 zegt directeur van museumgoudA Gerard de Kleijn in een persbericht dat-ie The Schoolboys van Marlene Dumas bij Christie’s laat veilen. Hij beweert op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. De Kleijn motiveert dat door ontbrekende financiële middelen: ‘Met de opbrengst van de veiling financiert het museum de restauratie van eeuwenoude altaarstukken, inrichtingskosten van het museum tot stadsmuseum en algemeen collectiebeheer.’  Volgens de LAMO-richtlijnen mogen opbrengsten uit verkoop slechts beperkt worden besteed, zeker niet voor inrichtingskosten of collectiebeheer. De uit Zuid-Afrika afkomstige Marlene Dumas is een van de meest gezaghebbende en succesvolle Nederlandse kunstenaars.

De Kleijn is geen kunsthistoricus noch heeft enige praktische museale ervaring als-ie per oktober 2010 door de Raad van Toezicht (RvT) wordt benoemd. Hij is van huis uit onderwijssocioloog en vervulde allerlei ambtelijk-bestuurlijke functies. Onder meer als gemeentesecretaris van Amersfoort en directeur van Amersfoort-in-C, een koepel waaronder vier museale instellingen vallen. De Kleijn is sinds juli 2010 voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad. Daar werkt-ie nauw samen met PvdA-wethouder Carolien Gehrels.

Voorzitter Jan Laan van de RvT heeft evenmin museale ervaring en trekt in 2010 bij de benoemingsprocedure het initiatief naar zich toe. Museummedewerkers en andere leden van de RvT zoals erfgoedspecialist Charlotte van Rappard-Boon worden door Laan op afstand gezet. Laans sporen liggen eveneens in het ambtelijk-bestuurlijke vlak als wethouder van Rotterdam en burgemeester van Nieuwegein. Hij is een PvdA-politicus. Laan passeert andere kandidaten en komt bij Gerard de Kleijn uit.

MuseumgoudA is sinds 2006 verzelfstandigd. In haar programma OptimaForma boekt Gouda de verzelfstandiging als bezuiniging in. Iedere directeur die daar instapt wordt opgezadeld met een tekort op de exploitatie. Gouda blijft eigenaar van collectie en gebouwen en draagt het leeuwendeel in de exploitatie bij. Gouda kan druk uitoefenen wanneer het dat wenst. Een onafhankelijke opstelling, kennis van zaken en steun binnen de museumsector en politieke handigheid van de museumdirecteur bepalen het succes van die druk.

Burgemeester is de PvdA-politicus Wim Cornelis. Hij treedt in juli 2012 vervroegd terug omdat-ie in opspraak is gekomen over zijn 16 reizen naar zijn Ghanese vakantiewoning waarvoor-ie vaak de vlucht en soms de hotelkosten declareerde. Hij is vaak afwezig als er problemen met jongeren spelen en ook op die aanpak komt kritiek. De Goudse raad wijst een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van Cornelis af.

In Gouda spelen religie en de kerk een grote rol. Maar als vanouds is Gouda ook een stad van vrijdenkers, zoals Coornhert. MuseumgoudA ligt in de schaduw van de immense Sint-Jan. Sinds 1990 halen de drie christelijke partijen gemiddeld 9 van de 35 raadszetels. De PvdA is de grootste partij. Ooit was Gouda een belangrijke Hollandse stad, maar nu behoort het landelijk maar net tot de 50 belangrijkste steden.

Tegen de achtergrond van het verleden, het belang van religie, de gesloten bestuurlijke cultuur en een klein tekort moet de verkoop van The Schoolboys begrepen worden. Vrijzinnigheid die Ranti Tjan, de voorganger van De Kleijn het museum binnenbrengt wordt niet begrepen. Sommigen beweren dat het tot blinde haat van het stadhuis tegen hedendaagse kunst en Tjan leidt. Wat in de beleving van de bestuurders verergerd wordt doordat Tjan als eerste directeur van een verzelfstandigd museum een onafhankelijke koers kan voeren.

Dan komt 30 mei 2011 en kondigt Gerard de Kleijn de verkoop van het meest iconische werk uit de collectie hedendaagse kunst aan: The Schoolboys. Rekensommen maken duidelijk dat de verkoop niet dient om een faillissement te vermijden. Want dan koopt men geen werk van Weissenbruch voor 109.000 euro of besteedt het geld aan inrichtingskosten, restauratie of beheer. Bij een dreigend faillissement worden schuldeisers betaald. De verkoop is het gevolg van een verzoek uit het stadhuis. Ondanks de opdracht aan het museum om hedendaagse kunst te verzamelen. Da’s gemeentebeleid sinds 1976. Het college breekt bewust die traditie.

Foto: Collage ‘kantkleedje‘ uit de serie ‘Rendas’ van de Nederlands-Portugese Isabel Ferrand die in museumgoudA in 2008 een tentoonstelling had. Opgenomen in de collectie hedendaagse kunst van museumgoudA.

MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

with 4 comments

De Volkskrant bericht dat een particuliere verzamelaar 800.000 euro had geboden aan museumgoudA voor The Schoolboys van Marlene Dumas. Dan had het schilderij in Nederland kunnen blijven. Nu is het verkocht op een veiling bij Christie’s en naar een particulier in Azië verhuisd. Voortaan aan het zicht van het publiek onttrokken. Het was een publiek geheim dat een verzamelaar een marktconforme prijs had geboden. Uitgelekt nieuws hierover kan een reden zijn voor de felle afwijzing door de Nederlandse Museumvereniging (NMV).

Dat directeur Gerard de Kleijn van museumgoudA gedragsregels van de museum- en erfgoedsector bewust heeft overtreden werd hem in de dagen rond de veiling eind juni 2011 niet erg kwalijk genomen. Iedereen besefte dat het voortbestaan van museumgoudA op het spel stond. Op vragen over het Wereldmuseum van SP’er Van Dijk veroordeelde staatssecretaris Zijlstra trouwens het handelen van een gemeente die een museum dwingt de gedragsregels te overtreden. Da’s van toepassing op zowel Gouda als museumgoudA.

Toen echter bekend werd dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar had geweigerd smolt het begrip voor zijn handelen weg. Maar de lokale Goudse politiek en anderen die voor De Kleijn in de bres sprongen wisten dat niet en focusten nog op de opbrengst en het voortbestaan van het museum. Zodat een discussie met twee snelheden ontstond. Hoe dan ook, De Kleijn weigerde een aanbod dat het beste van twee werelden combineerde: een goede opbrengst en het behoud van openbaar kunstbezit.

De Kleijn geeft twee argumenten voor zijn weigering. De opbrengst zou met 800.000 euro niet groter zijn dan het garantiebedrag en de bruikleen zou slechts enkele jaren bedragen. Dat zijn oneigenlijke argumenten. Want in een persbericht van 30 mei 2011 schrijft museumgoudA: ‘Het museum heeft dit werk in 1988 aangekocht voor 16.000 gulden en rekent nu op een opbrengst van euro 800.000′. Evenmin valt in te zien hoe een Nederlandse verzamelaar die aanspreekbaar blijft voor bruiklenen slechter zou zijn dan de verkoop aan een Aziatische particuliere verzamelaar die met zijn nieuwe bezit volledig uit beeld verdwijnt.

Interessant is dat op 20 september 2011 de Goudse cultuurwethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van de SP’er van Alphen over de verkoop antwoorddedat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. Dat ontlokte me de toevoeging: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij’.

Het feit dat museumgoudA geen musea of particuliere verzamelaars kon vinden benadrukt dat het niet serieus naar kopers heeft gezocht. Ook Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse met hun netwerk aan belangstellende kopers waren door museumgoudA of een derde partij die voor het museum de boer op ging niet van de voorgenomen verkoop op de hoogte gesteld. Achteraf waren ze hier vol onbegrip over.

Er zijn nog veel vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 over de verkoop van The Schoolboys is verre van consistent en stelt-ie steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum. Op de NMV en staatssecretaris Zijlstra na spreekt geen enkele instantie De Kleijn kritisch aan. Maar deze kunnen hem bestuurlijk weer niet aanpakken.

De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.

Foto: St Martin&39s School for Boys Blazer Navy; prijs vanaf 90 pond bij John Lewis

Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

with 9 comments

Verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door museumgoudA is afgekeurd op een extra ledenvergadering op 7 september van de Nederlandse Museumvereniging (NMV). Voorzitter Hans Kamps steltDe leden zijn principieel van mening dat een museum nooit collectiestukken mag verkopen om haar financiële nood te lenigen. Zeker in deze tijd van bezuinigingen, waarin musea onder druk  staan, is het belangrijk dit principe te onderstrepen. 

Dit cultuurpolitieke argument speelt in heel Europa. In haar kamervragen aan staatssecretaris Zijlstra van OCW vraagt PvdA-woordvoerder Cultuur Jetta Klijnsma of de gemeenteraad Gouda besloten heeft tot verkoop van het werk van Dumas: Is de collectie van het betreffende museum eigendom van de gemeente Gouda? Zo ja, heeft de gemeenteraad besloten tot de verkoop van het werk van Dumas? De vraag impliceert dat de afweging nooit verder is gekomen dan het college waar de PvdA de grootste partij is in een gemeente met de PvdA-burgemeester Cornelis. Die zich naar verluidt afgelopen jaren actief beziggehouden heeft met museumgoudA. Hij kondigde overigens eind juni zijn vervroegde afscheid per medio 2012 aan.

De vragen van mw. Klijnsma lijken op zijn minst te wijzen op een accentverschil tussen landelijke en lokale cultuurpolitiek. De oppositiepartijen PvdA, GroenLinks, D66 en SP ageren op landelijk niveau tegen het korten van de cultuurbegroting zoals onlangs bleek op de manifestatie op het binnenplein van museum Boijmans. Maar op lokaal niveau volgen dezelfde partijen een andere koers. Zoals in Gouda waar museumgouda met 25% bovengemiddeld wordt gekort door een college met PvdA, de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks.

Indirect mengt staatssecretaris Zijlstra zich in de discussie met zijn beantwoording van de kamervragen van SP’er Jasper van Dijk over het Wereldmuseum. Directeur Stanley Bremer heeft geopperd zijn Afrika-collectie te verkopen om tot een Azië-museum te komen. Hij kreeg hierop volop kritiek. In een commentaar op de dreigende schorsing van museumgoudA heeft Bremer gesuggereerd de Nederlandse Museumvereniging (NMV) te verlaten omdat de voorwaarden van afstoting te streng zouden zijn.

Met name vraag 4 van Van Dijk over de beweegredenen van Bremer is relevant: Is dit plan in overeenstemming met de ethische code van de musea, de LAMO (Leidraad voor afstoten van Museale Objecten)? Zo ja, worden de objecten in eerste instantie voor (bijna) niets aan andere musea aangeboden en komt de opbrengst ten goede van de collectie? Zo nee, wat gaat u hiertegen ondernemen?

Zijlstra antwoordt hierop: De ethische ICOM-code en de LAMO zijn instrumenten van zelfregulering, waaraan musea als beheerders van collecties zich gebonden achten en die zij zelf onderhouden. Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. Ik doe dat als het gaat om de rijkscollectie waarvoor ik verantwoordelijk ben. De beoordeling van de vraag of een voorstel van het Wereldmuseum binnen deze codes past ligt bij de Gemeente Rotterdam. Er is contact met de Gemeente Rotterdam. Rotterdam geeft aan nog geen concrete voorstellen ter besluitvorming te hebben ontvangen. 

De volgende zinsnede is een bevestiging van de gedragscode: Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. Zijlstra wijst indirect gemeente Gouda terecht. Het had museumgoudA nooit in de positie moeten brengen waarin het tot het besluit kwam om een topwerk te verkopen. Hopelijk geeft dit antwoord van de staatssecretaris en de opstelling van de NMV tegen verkoop uit budgettaire redenen weifelende museumdirecteuren voortaan wat zelfvertrouwen en een steun in de rug. Tegenover de politiek die met dubbele tong spreekt.

Foto: Vaste opstelling Wereldmuseum, Rotterdam

Marlene Dumas valt museumgoudA aan vanwege verkoop The Schoolboys

with 8 comments

De zomervakantie is voorbij en het culturele seizoen is geopend. De bekendste en in het buitenland meest gewaardeerde Nederlands-Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas opent in De Volkskrant frontaal de aanval op museumdirecteur Gerard de Kleijn van museumgoudA. Dit naar aanleiding van zijn onderhandse verkoop via Christie’s van haar werk The Schoolboys in mei 2011 en de veiling op 28 juni. Het werk verdween naar het buitenland.

Dit blog heeft vanaf eind mei beredeneerd dat de verkoop onnodig was, onzorgvuldig werd uitgevoerd en het verkeerde signaal aan politiek, kunst- en museumwereld gaf. Tot vandaag was dit blog de enige mediabron die aan de verkoop afgelopen maanden kritisch aandacht besteedde. Op 30 mei met MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit, op 21 juni met Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan? op 28 juni met The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op en op 7 juli met Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

Gerard de Kleijn wordt door Dumas en haar galeriehouder Paul Andriesse een gebrek aan professionaliteit verweten. Ze begrijpen niet dat het werk buiten hun medeweten aan Christie’s werd aangeboden. Kunstenaar en galerist stellen dat The Schoolboys voor Nederland behouden had kunnen blijven als ze ingeschakeld waren bij het zoeken naar een koper. Want ze hebben goede contacten met verzamelaars. Kunsthandelaar en oud-museumdirecteur Wim van Krimpen werd weliswaar benaderd door De Kleijn om een koper te zoeken, maar zijn actie kan niet anders dan bescheiden en onvolledig worden beschouwd. Dumas en Andriesse werden door Van Krimpen niet benaderd.

Komende woensdag komt de Nederlandse Museumvereniging (NMV) bijeen in een extra ledenvergadering om zich te beraden over deze kwestie. De betrekkelijke buitenstaander De Kleijn heeft de ethische code van de museumwereld geschonden en door zijn verkoop de voorwaarden voor museumaankopen onder druk gezet en verslechterd. Eerdere pogingen om museumgoudA en directeur De Kleijn aan te spreken strandden op diens schouderophalen. Nu lijken de tegenkrachten beter georganiseerd om De Kleijn terecht te wijzen met de ultieme sanctie dat museumgoudA uit de NMV wordt gestoten.

Op een detail ben ik het overigens oneens met Paul Andriesse. Hij zegt De Kleijn kent niet de waarde van kunst, alleen de prijs. Het is een uiting van de nieuwe openlijke geestelijke armoede in Nederland. Ik ben het met Andriesse eens dat De Kleijn de waarde van kunst niet kent en een uiting is van de nieuwe openlijke geestelijke armoede. Maar ik bestrijd dat De Kleijn de prijs van kunst kent.

Er hebben naar mijn idee bij de verkoop en de vaststelling van het garantiebedrag te veel onvolkomenheden onder verantwoordelijkheid van De Kleijn plaatsgevonden. Zo bestaan er over de precieze samenstelling van het verkoopbedrag nog steeds onduidelijkheden. Iemand die de prijs van kunst kent handelt handiger. Er zat meer in. Da’s niet de hoofdzaak, maar wellicht kunnen de NMV of de controller van de gemeente Gouda via een onderzoek het feitenrelaas van de verkoop reconstrueren.

Foto: Shunji Hori in museumgoudA. Tentoonstelling Nederland 1. 2006. Tentoonstellingsproject in museumgoudA naar aanleiding van de vele bespiegelingen in diverse media omtrent de veranderende tijdsgeest in Nederland.

‘The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op

with 4 comments

The Schoolboys van Marlene Dumas is op 28 juni verkocht op de avondveiling van Christie’s voor €1.230.734. Ofwel £1.105.250. Het schilderij was tot voor kort een topstuk van museumgoudA. De opbrengst is meer dan de helft meer dan de  €800.000 waar volgens een persbericht van 30 mei het Goudse museum op zei te rekenen.

Vraag is of de meeropbrengst van €430.000 deels of volledig ten goede komt aan het museum of dat het werk van Dumas voor een vast garantiebedrag van €800.000 is verkocht. In dat geval krijgt museumgoudA niets van de meeropbrengst boven €800.000. Als dat het geval is dan er blijft er twijfel of de museumdirectie het handig heeft gespeeld. Da’s een vraag voor de raadsleden en de cultuurwethouder van Gouda.

De verkoop ontmoette veel weerstand in het museale veld omdat museumgoudA de gedragsregels voor het afstoten van openbaar kunstbezit niet volgde. Behalve een informele navraag bij een kunsthandelaar heeft museumgoudA nagelaten het werk volgens de formele weg bij andere musea aan te bieden. Naar verwachting verdwijnt dit topstuk van Marlene Dumas naar het buitenland.

UPDATE 1 juli: 
In een persbericht met de datering 30 juni zegt museumgoudA dat de hele opbrengst van €950.000 euro bestemd wordt aan:
– uitbreiding van de collectie Arntzenius met een Weissenbruch: ‘Molen bij Noorden’
– restauratie van 16e eeuwse altaarstukken
– onderhoud collectie Gouds plateel en gevelstenen
– verbouwing interne ruimtes tot (open) depot ten behoeve van collectiebehoud
– risicoreserve

Daarbij vallen drie aspecten op:

1. Volgens de voorwaarden van Christie’s is de buyers premium boven de £500,001 12%. Dan zou voor museumgoudA een opbrengst van €1.098.000 moeten resteren. Immers €1.230.734 -12%. Maar museumdirecteur Gerard de Kleijn heeft een opbrengst die  €148.000 kleiner is. Ofwel, museumgoudA vangt voor de verkoop geen €1.098.000, maar slechts €950.000. Hij laat een kleine €150.000 voor museumgoudA liggen.

Hoe dat bedrag tot stand komt is eerder uitgelegd in Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan? Is de opbrengst hoger dan het garantiebedrag, dan vraagt het veilinghuis in de meeste gevallen een commissie van 10 tot 50 procent -in de praktijk gewoonlijk 25 procent- van de meerprijs. Ofwel, museumgoudA heeft een garantiebedrag van €800.000 bedongen en van de meeropbrengst boven dat bedrag 50% ontvangen. Immers €800.000 + 50% (museumgoudA) = €950.000. En €950.000 + 50% (Christie’s of tussenhandelaar) = ongeveer €1.098.000. Da’s precies de verkoopprijs van €1.230.734 – de buyers premium van 12%.

2. Verder valt op dat de persberichten van 22 en 30 juni van museumgoudA met elkaar in tegenspraak zijn over de financiering van de Weissenbruch. Da’s op zijn minst opmerkelijk te noemen. Het eerste van 22 juni zegt Dankzij een particulier legaat heeft museumgoudA een schitterend schilderij van Jan Hendrik Weissenbruch uit ca. 1890 kunnen verwerven. Maar op 30 juni zegt museumgoudA dat de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas bestemd wordt voor de uitbreiding van de collectie Arntzenius met een Weissenbruch: ‘Molen bij Noorden’

MuseumgoudA kocht op 24 mei op een veiling van Impressionistische en Moderne kunst bij Christie’s Amsterdam voor €109.000 een werk van Jan Hendrik Weissenbruch. Herhaaldelijk zegt de directie dat het museum het water tot aan de lippen gestegen is. Hoe rijmt dat met de recente koop van een Weissenbruch die geen essentieel en onmisbaar onderdeel van de kerncollectie uitmaakt. Waarom is het aangeschaft in deze penibele tijden? Dit voedt de suggestie dat de aankoop van de Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam direct te maken heeft met de verkoop van de Dumas bij Christie’s London. Bijvoorbeeld over de hoogte van de commissie. Maar hoe is onbegrijpelijk omdat de commissie al gemaximeerd was op 50%. Hoger is niet gebruikelijk. Dit roept opnieuw de vraag op wat de voorwaarden van de verkoop van The Schoolboys waren en of museumgoudA de onderhandelingen met Christie’s voldoende professioneel heeft gevoerd en daaruit een optimaal resultaat gehaald heeft.

3.  MuseumgoudA houdt zich opnieuw niet aan de gedragsregels die de museumsector overeengekomen is. De verbouwing interne ruimtes tot (open) depot ten behoeve van collectiebehoud is in strijd met de gedragsregels die de Nederlandse Museumvereniging hanteert: Opbrengsten uit verkoop mogen uitsluitend worden besteed ter verbetering van de collectie door middel van aankoop, actieve conservering of restauratie. 

Foto: Georg Heraldcourtesy Contemporary Fine Arts, Berlin

Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

with 4 comments

Christie's auction house staff place bid

Update 5 september 2014: In College Tour was Marlene Dumas te gast bij Twan Huys. Directeur Gerard de Kleijn van Museum Gouda was in een filmclip te zien omdat hij ooit een schilderij van Dumas had laten veilen. Daarop kreeg hij van vele kanten kritiek. De Kleijns uitleg dat hij het geld nodig had en wel gedwongen was tot verkoop is te simpel. Hij vertelt niet het hele verhaal. Want hoe kan een vermeend armlastig museum tegelijk een schilderij van Weissenbruch voor 109.000 euro kopen? De Kleijn praat onzin. Dumas vertelde honderduit over haar werk en wilde blijkbaar niet te veel aandacht voor deze onaangename episode. Met een museumdirecteur die even helemaal de weg kwijt was en verzeild raakte in een wereld die hij niet kende. 

Op de avondveiling van 28 juni wordt The Schoolboys uit 1986/87 van Marlene Dumas geveild bij Christie’s in Londen. Fikse concurrentie ondervindt deze veiling van Sotheby’s dat een dag later de Duerckheim collectie veilt met topstukken van George Baselitz, Sigmar Polke, Gerhard Richter en Blinky Palermo.

The Schoolboys is ooit gekocht door museumgoudA. In een persbericht over de verwachte opbrengst zegt het museum dat het rekent op €800.000. Niet meer en niet minder. In de e-catalogue van de veiling verwacht Christie’s een opbrengst van €790.000 tot €1.100.000. Ofwel, het equivalent van £700.000 tot £1.000.000. Tegen de huidige dagkoers is dat 790.00 tot €1.129.600. Waarom noemt museumgoudA een vast bedrag van €800.000 en is Christie’s minder stellig?

In de e-catalogue ontbreekt bij het stukje over The Schoolboys de Special Notice van de digitale lotfinder over de verkoop en het directe financiële belang van Christie’s. Daar is bij The Schoolboys toegevoegd dat Christie’s of een derde partij een minimumprijs of voorschot aan de inbrenger kunnen garanderen.

Don Thompson zegt in Shock Art over prijsgarantie: Zo’n garantie verzekert hem ervan dat het veilinghuis een vooraf bepaald bedrag zal betalen, ook als het kunstwerk minder opbrengt dan verwacht. Is de opbrengst hoger dan het garantiebedrag, dan vraagt het veilinghuis in de meeste gevallen een commissie van 10 tot 50 procent -in de praktijk gewoonlijk 25 procent- van de meerprijs. 

De constructie via een derde partij zoals bijvoorbeeld Christies’s satelliet Haunch of Venison biedt een inbrenger zekerheid, maar laat een meeropbrengst boven de €800.000 volledig naar Christie’s verdwijnen. In zo’n geval is het ook niet museumgoudA dat het werk formeel op de veiling brengt, maar de derde partij. Da’s in lijn met de publiciteit van museumgoudA die de exacte voorwaarden van de veiling in het midden laat en in algemene termen stelt dat het werk onder de hamer gaat.

Desondanks staat in de pre-lot text over The Schoolboys: PROPERTY FROM MUSEUM GOUDA, THE NETHERLANDS, SOLD TO BENEFIT THE COLLECTION FUND. Maar dat heeft eerder met de herkomst, de provenance, te maken dan met de feitelijke voorwaarden voor het inbrengen van het werk. Een goede herkomst als museumgoudA drijft de verkoopprijs meer op dan een zakelijke derde partij.

Ondersteuning voor bovenstaande redenering is dat museumgoudA op 24 mei op een veiling van Impressionistische en Moderne kunst bij Christie’s Amsterdam voor €109.000 een werk van Jan Hendrik Weissenbruch kocht. MuseumgoudA dat steeds beweert financieel krap bij kas te zitten had dat zonder de garantie voor The Schoolboys van Christie lastiger kunnen realiseren. Kortom, alles wijst erop dat The Schoolboys al in mei 2011 voor een vast bedrag van €800.000 is verkocht aan Christie’s of een satelliet van Christie’s. En dat museumgoudA is bedeeld met een voorschot en al is gaan shoppen.

De omstandigheden waaronder The Schoolboys nu aan Christie’s wordt verkocht zijn belangrijk omdat het opnieuw de vraag oproept hoe zorgvuldig museumgoudA handelt. Voor de politieke dimensie is het van belang om te weten hoe een en ander met het Goudse college is afgestemd. Ofwel, hebben beide partijen het zakelijk slim gespeeld? Als verkoop uit noodzaak moet is de vraag gerechtvaardigd of museumdirecteur en wethouder cultuur er binnen hun macht alles aan hebben gedaan om een optimale opbrengst te realiseren.

Over inhoudelijke, procedurele, aankooptechnische en politieke aspecten is het nodige opgemerkt. Verkoop voegt een financieel-zakelijk aspect toe dat doet afvragen of binnen de gegeven omstandigheden de verkoop van The Schoolboys handig is aangepakt. Ik neem aan dat museumgoudA en het Goudse college na 28 juni openheid van zaken geven over de details van de opbrengst en de verdeling van het geld. Of als ze dat nalaten de Goudse raadsleden ernaar zullen vragen. Het voortraject roept in elk geval allerlei vragen op.

Er is nog een theoretische mogelijkheid dat de verkoop van The Schoolboys door museumgoudA door de ministerraad wordt geschorst. Vanwege de onwenselijkheid dat een topstuk uit Nederlands openbaar kunstbezit naar het buitenland verdwijnt en de Collectie Nederland verarmt. Maar gezien de ontbrekende eensgezindheid en relatieve chaos in het culturele veld en een staatssecretaris die zich weinig met cultuur identificeert lijkt dat onwaarschijnlijk.

Foto: Richard Prince’s Piney Woods Nurse, which was done in 2002 in ink-jet print and acrylic on canvas brought $6.08 million way above the estimate of $1.8 million to $2.2 million.

Controversiële verkoop van 19 werken uit collectie van het Berkshire Museum

with 22 comments

Update 8 april 2018: Na een maandenlange procedure heeft uiteindelijk een rechter afgelopen week het groene licht gegeven voor de verkoop om economische redenen van delen van de collectie op de commerciële markt. Het Berkshire Museum hoopt via een veiling bij Sotheby’s 55 miljoen dollar op te halen. The Association of Art Museum Directors (AAMD) reageert teleurgesteld in een verklaring omdat het in strijd is met de normen van de museumsector: ‘It does not resolve the violations of ethical and professional standards that will occur when the Museum’s plans are implemented.’ Een rechter heeft een afweging gemaakt en het korte termijn belang van dit museum boven dat van de museumsector geplaatst. Als het Berkshire Museum zoals het van plan is doorgaat met de veiling dan dreigt de AAMD met censuur en/of sancties. Zoals mogelijk uitsluiting uit het museumregister. In Nederland ontkwam in 2011 Museum Gouda op het nippertje aan dit lot toen het de ethische en professionele normen van de museumsector schond en het werk ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas om economische redenen bij Christie’s liet veilen. Zie hier over die kwestie. 

Het Berkshire Museum in het Amerikaanse Pittsfield, Massachusetts gaat het financieel niet voor de wind. In de afgelopen jaren heeft het 10 miljoen dollar verlies geleden, zo beweert een woordvoeder van het museum. Daarom zet de Raad van Toezicht het plan door om 19 kunstwerken uit de collectie te verkopen bij Sotheby’s op een veiling van Amerikaanse kunst op 13 november in New York. Waaronder twee schenkingen van werk van Norman Rockwell. Eén ervan, SHUFFLETON’S BARBERSHOP wordt op een waarde van 20 tot 30 miljoen dollar geschat. Ook presenteert het museum een nieuwe visie die wijst in de richting van interdisciplinariteit. Tegen dat laatste bestaat weinig protest, maar wel tegen de verkoop van stukken uit de collectie om economische redenen. Voor de deur van het museum geeft Elizabeth McGraw, de voorzitter van de Raad van Toezicht (Board of Trustees) uitleg. Ze is betuttelend en vanuit de hoogte, alsof de mensen het niet begrijpen en het nog een keer uitgelegd moet worden. Maar het lijkt vooral Elizabeth McGraw die het niet begrijpt.

In publicaties over deze controversiële verkoop blijkt dat de Raad van Toezicht in strijd met de ethische code handelt en zich niet kan beroepen op overmacht. Het wordt door media onvoldoende aangesproken op de ontoelaatbaarheid ervan. Volgens de ethische code van de AAM is een collectie er niet om het museum te behouden, maar is het museum er om de collectie te behouden: ‘The collections aren’t there to preserve the museum; the museum is there to preserve the collections. Therefore, good institutional (financial) stewardship and good stewardship of the collection are not mutually exclusive. Because a collection is held for the benefit of the public, it must not be treated as a disposable financial asset. It was not collected by, nor donated to, the museum with this intent. So, although objects in a museum’s collection may have a monetary value, once they become part of a museum’s collection, that value becomes secondary to their importance as a way to help us understand our world and ourselves.’ Elizabeth McGraw kijkt door een verkeerde bril naar de kwestie.

Foto: ‘WORKS OF ART SOLD TO BENEFIT THE BERKSHIRE MUSEUM. Norman Rockwell, SHUFFLETON’S BARBERSHOP. Estimate 20,000,000 — 30,000,000 USD.’ Aangeboden op veiling ‘American Art’ by Sotheby’s in New York City op 13 november 2017.

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Wereldmuseum maakt nieuwe start met AFRIKA 010. Geen doorstart zonder investering. Een terugblik

with 3 comments

13124483_1022919657836380_2648610787077600993_n

 

Update 7 september 2016: Eind goed, al goed met het Wereldmuseum, dankzij de inspanningen van velen onder wie kunstenaar Olphaert Den Otter die een persoonlijk portret in de NRC krijgt. Hij is trouwens eerder intermediair dan klokkenluider. Het Rotterdamse gemeentebestuur gaat in een collegebrief van 6 september voorbij aan het advies van de RRKC dat door velen als onwerkbaar werd beoordeeld en pleit ervoor ‘alle museale functies te herstellen’ en stelt daarvoor ‘een bedrag van jaarlijks 5 miljoen euro maximaal’ beschikbaar. Hier de verdeling van de cultuurbegroting over de verschillende instellingen. De gemeenteraad moet er nog mee instemmen. Zoals uit een brief van directeur van het NMVW Stijn Schoonderwoerd blijkt volgt het gemeentebestuur de musea ingefluisterde constructie (‘Het gekozen model kan het best omschreven worden als een bestuurlijk organisatorische integratie zonder over te gaan tot een juridische fusie’).

Gisteren opende de tentoonstelling AFRIKA 010 in het Rotterdamse Wereldmuseum. Met een aparte website die gisteren de lucht in ging en de inhoud van de catalogus vol faits divers bevat die door Veenman+ wordt uitgegeven. De opening die met 600 bezoekers goed bezocht werd was op te vatten als een botsing tussen het oude en het nieuwe regime. De ontvangst was warm en genereus zodat de verwaaide bezoekers die gewoontegetrouw de weg naar de Willemskade weten te vinden niet verrast werden. Het overvolle programma met een lengte van meer dan 2 uur was het enige schoonheidsfoutje van de dag. AFRIKA 010 is uit eigen collectie samengesteld door curator Paul Faber. In vele opzichten een tentoonstelling met een geschiedenis.

In september 2011 besteedde ik voor het eerst aandacht aan het Wereldmuseum in een commentaar over het afstoten van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda dat de museumwereld onaangenaam verraste. De echte reden waarom dit schilderij geveild moest worden is nog steeds niet door directeur Gerard de Kleijn geopenbaard, zodat we het moeten doen met een rammelende uitleg. Zie hier de kern van de kritiek op het beleid dat tot verkoop leidde. Antwoorden op kamervragen wezen op de smalle marges van musea die wilden ontzamelen. Afstoffen van beleid leidde tot herbevestiging van richtlijnen en floot museumdirecteuren terug die over de rand gingen. De paradox van het antwoord van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra op kamervragen van SP’er Jasper van Dijk over de collectie van het Wereldmuseum leek dat het haaks stond op de kaalslag in de kunst die het kabinet Rutte I van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV vanaf 2010 inzette.

Het was geen paradox, maar het doorschuiven van verantwoordelijkheid zonder voldoende financiering naar een bestuurlijk lager niveau zoals later ook de zorg overkwam. Zijlstra antwoordde in 2011: ‘Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. (..) De beoordeling van de vraag of een voorstel van het Wereldmuseum binnen deze codes past ligt bij de Gemeente Rotterdam.’  Dit leidde begin 2014 in Rotterdam tot opstellen van de Rotterdamse regels

In die vijandelijke omgeving van lokale musea, museumsector, kunstfondsen, kunstenaars, kunstliefhebbers en -verzamelaars, steun op lokaal niveau van D66 en linkse partijen en op landelijk niveau van een kabinet van VVD, CDA ‘dat op de centen paste’ onderschatte toenmalig directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer de oppositie en het monsterverbond tegen zijn plannen om delen van de collectie te verkopen om een reservefonds van tientallen miljoenen op te bouwen voor de exploitatie. Bremer staarde zich blind op z’n inner circle van Rotterdamse Leefbaar- en VVD-getrouwen die lak hadden aan regels. Zijn rol als Robin Hood aan de Maas om te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders bleek potsierlijk en ondeugdelijk.

Het Wereldmuseum is door de inspanning van velen die nooit in de openbaarheid traden voor de poorten van de hel weggesleept. In de openbaarheid waren het onder meer Boris van Berkum, Olphaert Den Otter, Sjors van Beek, raadslid Ruud van der Velden en ikzelf die de voorstanders trachtten te motiveren om in actie te komen. Die berichten motiveerden het personeel van het Wereldmuseum dat zich geschoffeerd voelde door Bremer. Ze klampten zich vast aan kritiek die op een omslag kon wijzen. Vooral voor de zomer van 2014 verliep dat moeizaam, maar daarna kreeg de actie wind in de zeilen. De burgerbeweging die kunstenaar Den Otter wist op te tuigen was een prachtig voorbeeld van activistische politiek door burgers. Het was ook een front en focus voor anderen om door te drukken en de cultuurbarbaren zoals die gesymboliseerd werden door museumdirecteuren als Gerard de Kleijn of Stanley Bremer terug te wijzen en op hun plek te zetten.

De geschiedschrijving van deze kwestie is nog niet rond zoals een artikel van Claudia Kammer in NRC ter gelegenheid van de opening van AFRIKA 010 verduidelijkt. Het had de misleidende titel ‘Spookverhalen bleken niet waar’ die over de collectie Sanders leek te gaan, terwijl dat nauwelijks uit de tekst bleek. Spookverhalen blijken wel degelijk waar, want dat alle stukken uit de gemeentelijke collectie er uiteindelijk nog zijn wil niet zeggen dat ze zonder het hierboven geschetste monsterverbond van opposanten tegen het ontzamelbeleid van directeur Bremer niet verkocht zouden zijn aan kunsthandelaren in Madrid, Brussel, Parijs of Londen.

13095739_1022919757836370_5920450050971882555_n

Hoe verder? Het Wereldmuseum is met AFRIKA 010 en interim-directeur Jan Willem Sieburgh de goede weg ingeslagen, maar de steun ervoor moet vastgehouden worden. In Nederland wordt kunst niet vanzelfsprekend gekoesterd. Dat moet elke keer weer bevochten worden. Ik omschreef een jaar geleden wat nodig is voor een levensvatbare doorstart: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Foto: Impressies van de opening van de tentoonstelling ‘AFRIKA 010‘ in het Wereldmuseum, 28 april 2016. Credits: Lydia van Oosten.