George Knight

Debat tussen links en rechts

Zoekresultaten

Ondraaglijke lichtheid van Thierry Baudet over het partijkartel

with one comment

 

De aanname van Thierry Baudet dat er een partijkartel is dat het met en onder elkaar wel regelt klopt niet met de actuele gang van zaken. Als er werkelijk zo’n kartel bestond, dan hadden de politieke partijen elkaar al lang gevonden in de informatiebesprekingen. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd omdat de partijen te veel van elkaar verschillen. Ze hebben blijkbaar allen iets anders voor ogen. In de publiciteit vallen ze elkaar af.

Dus het is van tweeën een. Of er is een partijkartel -of een Eenpartijstaat zoals J.W. Oerlemans dat in 1990 verwoordde- dat het politieke systeem van Nederland kenmerkt en onder meer de samenwerking tussen de grootste politieke partijen omvat dat werkelijke democratische controle op het bestuur onmogelijk maakt. Of er is geen partijkartel. Het gebrek aan voortgang en de irritaties tussen partijen lijken op het laatste te wijzen. Het toont het omgekeerde aan van wat Baudet beweert. Hoewel het kan dat hij zijn argumenten onvoldoende doordacht heeft en presenteert en er wel degelijk een partijkartel bestaat, maar hij dat niet weet aan te tonen.

Partijen weten elkaar op dit moment niet te vinden en werken voor en achter de schermen niet samen. Hoewel er unknown unknowns kunnen zijn waar ook Baudet geen weet van heeft. Hij kan ze hoe dan ook niet in zijn betoog insluiten. Zijn impressies overtuigen niet. Partijen missen dat overstijgende, gemeenschappelijke belang dat Baudet hun toedeelt. Ze rijden elkaar in de wielen en proberen hun partijbelang te dienen.

Partijkartel? Wie weet bestaat dat door informele samenwerking tussen de grotere politieke partijen. Mogelijk met andere betrokkenen zoals het Koninklijk Huis en het bedrijfsleven. Onderzoek dat, breng het naar buiten en klaag het aan. Maar dan moet het uitgebreid, specifiek en overtuigend benoemd worden. Dat doet Baudet niet. Hij kiest met de haperende informatie het verkeerde voorbeeld om het bestaan van een partijkartel hard te maken. Dat geeft te denken over zijn politiek vernuft en tactisch inzicht in de praktische politiek.

Dat is jammer doordat  Baudet hiermee dit belangwekkende aspect van het partijkartel of de Eenpartijstaat voor partijpolitieke doeleinden inzet en het geen bredere werking weet te geven. Hij besmet het onderwerp als onderzoeksobject er zelfs mee. De paradox is dat deze partijpolitieke manoeuvres Baudet via een omweg tot lid van de gevestigde politiek maken waarvan hij zegt geen deel te zijn en het zelfs te bestrijden. Baudets optreden en grof geschut geeft ons eerder minder dan meer zicht op het bestaan van een partijkartel.

Advertenties

Wat te doen als het referendum kloof tussen politiek en burger vergroot?

with one comment

3a36037r

In 2005 ging ik stemmen, op 6 april ga ik ook naar het stem-lokaal, maar inmiddels weet ik niet meer of ik wel voorstander ben van referenda. In plaats van bij te dragen aan het overbruggen van de kloof tussen burgers en politici lijken ze die kloof juist te accentueren: het referendum als middel om te laten zien hoe diep het volk de politiek wantrouwt. Ik vrees dat een gloedvol betoog van een politicus voor een ja tegen het associatieverdrag daar geen verandering in kan brengen. Dat is argument versus emotie. Het verdiept het wantrouwen.’ Aldus Aukje van Roessel in een artikel voor De Groene dat grenzen van de democratie verkent.

Uiteindelijk probleem van een referendum is de introductie van oneigenlijke argumenten. Zo gaat het de initiatiefnemers van GeenPeil zoals ze zelf meermalen hebben aangegeven helemaal niet om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne, maar om de EU die ze een halt toe willen roepen. Partijen die in 2015 in de Tweede Kamer tegen de associatie stemden waren PVV, SP, GrBvK en Partij voor de Dieren. Deze rechts- en links-radicalen die in de Nederlandse politiek vertegenwoordigd zijn hebben hun eigen redenen om zich door een tegenstem tegen de associatie te positioneren. In politiek zijn alle middelen toegestaan, maar als dat leidt tot oneigenlijke argumenten dan verstoort dat zowel het politieke proces als het instrument referendum.

Net als Van Roessel zet ik vraagtekens bij de opstelling van Meer Democratie van Nescio Dubbelboer dat ooit zei te gaan voor de vernieuwing van het politieke bestel. Als voorstander van het referendum schaarde het zich achter het initiatief van Geen Peil voor een Oekraïne-referendum. Ik vond dat een inschattingsfout. Dit verweet ik Meer Democratie in een open brief van 18 augustus 2015: ‘In Meer Democratie  meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Meer Democratie trapte in de valkuil van het populisme, de roep om directe democratie en de vermomming van anti-politiek als politiek, zonder de gevolgen daarvan te overzien en de voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Zoals Van Roessel formuleert over Dubbelboer: ‘Toen de Volkskrant hem vroeg of de initiatiefnemers van GeenPeil met hun referendum over het associatieverdrag met Oekraïne de democratie redden, zoals zijzelf beweren, zei hij de kreet weliswaar wat pathetisch te vinden, maar deze wel te onderschrijven. Referenda zetten aan tot gesprek, creëren volgens hem draagvlak. (..) Het is die achterliggende houding, schijt aan de politiek, die zorgen baart. En die komen boven op de zorgen over de gevolgen van een nee voor de invloed van de Russische president Poetin, op Oekraïne, de EU en het Midden-Oosten.

Hoe kan de kloof tussen de politiek en de burger dan wel overbrugd worden? Voorwaarde is om partijen en groeperingen die niet uitgaan van het algemeen belang en buiten de kaders van het parlement treden niet teveel macht te geven. De wetgeving en het politieke proces moeten zo ingericht worden dat dit onmogelijk is. Het is daarom merkwaardig dat de initiatiefnemers van de Referendumwet in de wetgeving niet hebben weten te voorkomen dat een referendum op oneigenlijke gronden gebruikt wordt, zoals nu bij het Oekraïne-referendum gebeurt door het initiatief van GeenPeil. De wetgevers zijn vergeten een noodrem in te bouwen.

De oplossing ligt niet in de richting van een herwaardering van de partijpolitiek, maar in een afwaardering ervan. De uitweg is de machtsdeling met de burger en het terugdringen van de macht van de politieke partijen die als nadeel hebben dat ze hun continuïteit dienen. Burgers zijn divers in verscheidenheid, hoogopgeleid en deskundig en staan wanneer ze serieus worden genomen niet haaks op het algemeen belang. Schoppen door GeenPeil tegen de politiek is hoe dan ook een schijnoplossing die de politiek ondermijnt en niet opwaardeert.

Foto: ‘Arizona. Grand Canyon, photographer suspended on climber’s rope’, 1908.

Open brief aan Meer Democratie. Waarom associëren jullie je met GeenStijl?

with 8 comments

Meer

Beste Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer,

Jullie mail treft me onaangenaam door strekking en argumentatie. Ik vind dat Meer Democratie zich voor de verkeerde zaak leent door aandacht te vestigen op een initiatief van onder meer weblog GeenStijl dat in een toelichting de oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie reduceert tot een burgeroorlog en daar redenen voor ziet om het referendum te houden. Dat gaat samen met een negatieve houding jegens de EU.

GeenStijl -100% dochter van Telegraaf Media Groep- zegt over drie EU-associatiepartners Moldavië, Georgië en Oekraïne: ‘Als die landen verder uit Poetins invloedssfeer getrokken worden, krijgt de Europese Unie een open zenuw én open grenzen met oorlogsgebied.GeenStijl suggereert dat 1) Oekraïne behoort tot de invloedssfeer van de Russische Federatie; 2) Oekraïne in de Russische invloedssfeer moet blijven en 3) het vanuit Europees perspectief gewenst is dat Oekraïne tot de Russische invloedssfeer behoort. GeenStijl gooit internationale verdragen zoals de Helsinki Final Act 1975 over soevereiniteit het raam uit en levert landen over aan het land met de grootste wapens en de minste mensenrechten. Er valt trouwens heel wat af te dingen op de observatie dat Oekraïne en beide andere landen tot de Russische invloedssfeer behoren.

In Meer Democratie meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Jullie toevoeging ‘Meer Democratie heeft geen mening voor of tegen het verdrag met Oekraïne. Wij verwelkomen echter in principe elk referendum over elk onderwerp en stellen u graag van lopende referenduminitiatieven op de hoogte’ vind ik onwaarachtig. Jullie zijn geroutineerd genoeg om te weten dat geen enkele associatie neutraal is en zonder gevolgen blijft. Betekent dat ook dat ik voortaan over elke referendum dat ergens in de samenleving opborrelt een mailtje van Meer Democratie kan verwachten? En als dat niet zo is, wat maakte deze keer dan wel het verschil om me op dit referendum opmerkzaam te maken?

Jullie zullen onderhand wel begrepen hebben dat ik ontstemd ben en vind dat jullie een inschattingsfout hebben gemaakt door me deze mailing te sturen. Ik twijfel nu of ik definitief een streep door mijn steun aan Meer Democratie moet zetten, maar hoop dat jullie je fout inzien en met een uitleg komen dat dit eenmalig was en niet had moeten gebeuren. Die kans op inzicht geef ik jullie voordat ik me definitief afmeld.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief ‘Vandaag begint 2e fase handtekeningeninzameling referendum EU-Oekraïne’, 18 augustus 2015. Zie hier voor website van Meer Democratie.

Petitie van ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen

with 3 comments

40_236998_stop-partijpolitieke-benoemingen-hier

Politieke partijen gijzelen het openbaar bestuur en ontlenen daar hun macht aan. Ze claimen publieke functies en menen daar zelfs recht op te hebben. Slechts 2,75% van de Nederlanders is lid van een politieke partij zodat het niet alleen een onrechtvaardig systeem is dat 97,25% buitensluit, maar ook een onverstandig systeem omdat het talenten van buiten de politiek negeert. Voor de BV Nederland dat economisch, politiek en mentaal stagneert is het een gemiste kans dat een potentieel van betrokken, en goed opgeleide en geïnformeerde burgers uitgesloten is van het openbaar bestuur. Juist omdat ze een frisse blik kunnen bieden.

demo

De beweging Meer Democratie dat min of meer een doorstart is van het ook naar democratische vernieuwing strevende Agora Europa startte op 27 mei het burgerinitiatief Stop Partijpolitieke Benoemingen met als doel om publieke functies voor iedereen open te stellen, niet alleen voor leden van politieke partijen. Tekenen hier.

In mei 2013 verwees dit blog naar politicoloog Nico Baakman naar wie Meer Democratie ook verwijst: ‘Ter onderbouwing verwijst Baakman naar artikel 1 van de Grondwet. Discriminatie wegens politiek gezindheid is niet toegestaan. In artikel 5,4 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling wordt dit uitgewerkt. Een direct onderscheid vanwege politiek gezindheid wordt verboden, maar tegelijk geldt de volgende uitzondering: ‘Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen.

wet

Ik vervolgde: ‘Ofwel, de wetgever vindt het redelijk dat er bijkomende eisen van politieke gezindheid voor de vervuling van functies in het openbaar bestuur worden gesteld. Omdat uitsluitend leden van een kartel van politieke partijen dit onder elkaar toetsten worden buitenstaanders voor publieke functies wettelijk en praktisch buiten de deur gehouden. Feit dat de omschrijving ‘in redelijkheid‘ niet is gedefinieerd, maakt het er nog extra partijdig op.’ Baakman zag het in 2010 somber in: ‘Als je om politieke criteria uit een functie in het openbaar bestuur geweerd bent, heb je juridisch geen poot om op te staan. Wil je serieus iets aan politieke benoemingen doen, dan zal dit wetsartikel op de schop moeten.Meer Democratie pakt Baakmans idee nu op.

Partijpolitieke benoemingen zijn nauwelijks uit te roeien omdat politieke partijen hun macht niet vrijwillig opgeven, de benoemingen in de wet verankerd zijn en niemand de wetgever (dus: de politieke partijen) kan dwingen een deel van hun macht op te geven. Tegen deze gelegitimeerde onrechtvaardigheid liepen velen binnen en buiten politieke partijen al te weer. Zo laakte J.W. Oerlemans in zijn befaamde artikel ‘Eenpartijstaat Nederland‘ uit 1990 de stand van de democratie, maar veranderde er in 25 jaar niets fundamenteels.

Twijfelachtig is of de petitie de schil van de macht ver genoeg afpelt. Macht draait niet om benoemingen in publieke functies en politieke partijen. Deze zijn instrumenten van de macht en worden door anderen aangestuurd. Ik schreef in 2010: ‘De macht achter de macht stuurt het systeem feilloos. Het is tot perfectie gevoerd, leidt af van de macht en focust op incidenten. Het meerpartijenstelsel kent geen ideologische strijd, de bevolking herkent zich niet in de politiek en de politicus wordt door het systeem ingekapseld. Burgers worden gevoed zich zorgen te maken over symptomen en zo de structuur te vergeten. De montage is onzichtbaar en de vicieuze cirkel immens.’ Toch kan het geen kwaad de petitie te tekenen om een begin te maken met machtsdeling die burgers een kans geeft. Maar naar verwachting levert het niet meer op dan gekrabbel in de marge. Bewustwording over het functioneren van het politieke bestel is mooi meegenomen.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van Meer Democratie / Stop partijpolitieke benoemingen: achtergrondinformatie, 29 mei 2015.

Foto 3: Schermafbeelding van Algemene wet gelijke behandeling, artikel 5.4.

Wedzinga bekritiseert de stand van de democratische rechtsstaat

with one comment

Wicher Wedzinga heeft het niet zo op het establishment en de pretenties over de zogenaamde democratische rechtsstaat en de rechtspraak zonder rechtsongelijkheid en met onpartijdige rechters. Wedzinga chargeert en trekt de claims in het absurde, maar geeft wel te denken. Want de stand van de democratische rechtsstaat is relatief. Onderzoeken wereldwijd over de rechtsstaat, persvrijheid en algemeen welzijn wijzen steevast uit dat Nederland goed scoort in vergelijking met landen waar het slechter is gesteld. Dat beeld klopt waarschijnlijk wel. Dit betekent niet dat Nederland ideaal is en hier geen onrecht, manipulatie of corruptie bestaat. Wedzinga suggereert dat Nederland er vooral goed in slaagt om het onrecht te verhullen en zich tolerant te tonen.

Politieke partijen functioneren als een gesloten en in zichzelf gekeerd circuit. De ruimte die de bewindslieden Opstelten en Teeven op Veiligheid en Justitie voor hun onbarmhartig beleid krijgen is hiervoor symbolisch. J.W. Oerlemans sprak in 1990 over de zelfvoldane parlementaire democratie in het artikel Eén-partijstaat NederlandTekenend voor de stand van zaken van het politiek-filosofische debat is dat het artikel -evenals de brochure Gastarbeid en Kapitaal (1983) van Anton Constandse– zo goed als onvindbaar is op internet en geen deel uitmaakt van het politieke debat. Nederlandse partijpolitiek en media poetsen de fundamenteel kritische denkers weg. Zoals ook Wedzinga in de marge opereert. Zie hier mijn kritiek en oplossingen van anderen.

Over politieke en economische ongelijkheid en de redding van de democratie uit handen van de elite

with 8 comments

Cenk Uygur varieert op het thema dat in de politiek de stem van de gemiddelde burger niet meer doorklinkt. Partijpolitiek is failliet. In de VS is in 1978 een ontwikkeling in gang gezet die bedrijven en belangengroepen zoveel invloed op de politiek heeft gegeven dat er sprake is van een oligarchie. Dat wil zeggen dat de macht in handen is van een kleine elite uit het bedrijfsleven, maatschappij, politiek en veiligheidsindustrie.

De analyse spoort met de (maatschappij)kritiek van de Franse econoom Thomas Piketty die is gespecialiseerd in economische ongelijkheid. In de VS nu ook een succes in de Engelse vertaling ‘Capital in the Twenty-First Century‘. Hij stelt een progressief belastingstelsel voor in combinatie met een ‘rijkenbelasting‘ die kan oplopen tot 2% om de economische ongelijkheid te nivelleren. Aanname is dat door de afname van de economische ongelijkheid de stem van de gemiddelde burger weer in de politiek gaat klinken.

De Amerikaanse politiek is door de macht van het grote geld zo ontspoord dat gezorgd moet worden dat dit in Nederland niet zover komt. Daar wordt aan gewerkt. Vorige maand ging de Commissie van toezicht financiën politieke partijen van start, met Liesbeth Spies (voorzitter), Ewout Irrgang en Ed Anker. Maar het aan regels binden van partijfinanciering is niet voldoende om een scheefgegroeid politiek bestel vlot te trekken. De dominantie en geslotenheid van het systeem van partijpolitiek en de vermenging met het openbaar bestuur zou ook onderwerp van onderzoek moeten zijn. Bijvoorbeeld door nieuwe technische vormen van burgerparticipatie als E-democracy sneller te ontwikkelen en er in een proefproject mee te experimenteren.

J.W. Oerlemans sprak in 1990 profetisch van de Eén-partijstaat Nederland. Ik verwoordde dat in april 2011: ‘De macht achter de macht stuurt het systeem feilloos. Het is tot perfectie gevoerd, leidt af van de macht en focust op incidenten. Het meerpartijenstelsel kent geen ideologische strijd, de bevolking herkent zich niet in de politiek en de politicus wordt door het systeem ingekapseld. Burgers worden gevoed zich zorgen te maken over symptomen en zo de structuur te vergeten. De montage is onzichtbaar en de vicieuze cirkel immens.

Daarom is het ter discussie stellen van de politieke en economische ongelijkheid zinvol. Het is de beste strategie om een begin te maken met het dichten van de kloof tussen arm en rijk, oligarchie en stemlozen.

De afstand van de burger tot de politiek moet niet te groot en kan niet te klein zijn. Samenleving en politiek vallen per definitie niet samen omdat er altijd een niveau bestaat waarop door onderhandeling en overtuiging afwegingen worden gemaakt. Dat vraagt om delegatie en representatie. In de context van de kritiek van Cenk Uygur, Thomas Piketty of de Italaaanse grillist Paolo Becchi kan het begrip ‘populisme‘ begrepen worden. Dat wordt vaak als spookbeeld ‘opgeroepen om die oligarchie van economische belangen van grootbedrijven en banken te beschermen.’ Als populisme tot doel heeft om de politieke en economische ongelijkheid terug te dringen, dan kan het op z’n minst tijdelijk eraan meewerken om die elite te ontmaskeren en te ontmantelen.

oppertoon10

Foto: Frederick Opper, ‘Now, Willie, you and Teddy can have a nice game of peek-a-boo. Papa likes to see little boys enjoy themselves.’ Over de Amerikaanse presidentskandidaten Theodore Rooesevelt en Willie McKinley en de Trusts, 1901.

Piratenpartij als proefproject: het belang van de continue dialoog

with 5 comments

vasquez-laptop

Overal klinkt de kritiek dat politieke partijen geen antwoorden hebben op urgente vragen. Maar de politiek is het domein van politieke partijen. Ze maken er de macht uit en verdelen onder elkaar de functies in het openbaar bestuur. J.W. Oerlemans sprak van de eenpartijstaat en het MPP-begrip waarin Monarchie en Politieke Partijen samenwerken. Spelregels dicteren dat belangen via politieke partijen worden behartigd. Wie zich buiten dat systeem opstelt heeft niets te vertellen. Maar wie meedoet gaat aan bijziendheid leiden.

Hebben nieuwe partijen de oplossing? De Piratenpartij presenteerde voor de verkiezingen van september 2012 e-democratie als middel dat de burger bij de politiek kon betrekken met als opzet dat een politieke partij niet in zichzelf gekeerd wordt. De begrippen Liquid Feedback en interactieve democratie zongen rond. Maar hoe ze voor de alledaagse praktijk te ontwikkelen? Hoewel het aan mijn eigen afzijdigheid kan liggen is me als lid van de Piratenpartij sinds een jaar nog nooit mijn stem gevraagd voor de besluitvorming.

Juan Carlos De Martin ziet in La Stampa de e-democratie als de helft van de oplossing. De Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo pleit voor de overstap van de representatieve democratie naar directe vertegenwoordiging door middel van internet. Het klinkt veelbelovend dat de leden door online te antwoorden een besluit over voorstel A of B nemen. Maar hoe wordt een technisch middel tot politiek? De Martin ziet eerder aanvulling dan uitsluiting van de twee systemen als oplossing. Ik stipte hetzelfde aan. Hoewel De Martin focust op Italië is het ook van belang voor Nederland om de burger meer macht te geven in het politieke systeem ten koste van de politieke partijen. Want ze gaan uit van hun eigen voortbestaan en de banenmachine voor de eigen leden.

Italiaanse partijen monopoliseren het openbare leven zonder een hoog ledental. Zonder de politiek af te schrijven zijn de Italianen ontevreden met hun functioneren. En door de globalisering is sinds de jaren ’70 de ongelijkheid toegenomen en de besluitvorming gefragmenteerd en geoutsourcet. Volgens De Martin hebben de burgers daarom het gevoel in een ondoorzichtige democratie te leven. Die ook nog eens zwak is.

Juist in de tijd dat de democratie verzwakte kregen steeds meer mensen computers tot hun beschikking. Ze gebruiken internet om informatie te vinden, hun mening te geven, onderling te communiceren en zich te verenigen. Zoals de Vijfsterrenbeweging of de Piratenpartijen leren. Opgestapelde kennis bij burgers is groter dan die in de ambtenarij of politiek. Maar door de politiek wordt dat genegeerd. De politieke partijen sluiten zich in hun eigen werkelijkheid af voor deze nieuwe ontwikkelingen. Overheden blokkeren instrumenten voor directe democratische participatie. Zelfs een proefproject voor e-democratie is in Nederland nooit opgestart.

De Martin ziet de kunst van de politiek als essentieel voor de democratie. Deugden als aanpassingsvermogen,  behoedzaamheid, verzoening en compromis blijven een voorwaarde om politiek te bedrijven. Hoe kan de e-democratie die een heel land omspant deze deugden integreren? Ander kritiekpunt voor een eenzijdige focus op e-democratie is dat vooral de zwakkere groepen ondervertegenwoordigd zijn op internet. En democratie eist nu eenmaal overleg en afwegingen. Juist om tot een integrale aanpak met samenhang te komen.

clt1 foto grande--330x185--330x185

De Martin geeft een oplossingsrichting die te vaag is om werkbaar te zijn. Hij blijft hangen in zijn suggesties voor de toekomst om de representatieve democratie om te vormen tot een democratie met meer participatie. Voor Nederland lijkt daar in de gevestigde politiek weinig kans op. Vernieuwing van het kiesstelsel wordt door de gevestigde politieke partijen geblokkeerd. In de Nederlandse politiek klinken geluiden zoals die van Anton Zijderveld dat de kloof met de burger eerder te klein dan te groot is omdat ‘de geestelijke elites in de verschillende sferen van onze maatschappij van eminent belang zijn‘. Zonder dat het hardop wordt erkend bepaalt dit regentesk denken nog steeds het gedachtengoed van de Nederlandse gevestigde politieke partijen.

Het klinkt weinig hemelbestormend, maar een evolutie die e-democratie integreert in de representatieve democratie is de oplossing om uit de huidige politieke crisis te komen. Een nieuwe partij als de Piratenpartij kan de uitdaging aannemen om de burger de politiek in te trekken en het belang van de politieke partijen te verminderen. Maar wel met inachtneming van het besef dat e-democratie geen wondermiddel is en het politiek handwerk van compromis, continuïteit en aanpassingsvermogen noodzakelijke voorwaarden zijn.

Foto 1: Vasquez in La Stampa.

Foto 2: Illustratie bij artikel van Juan Carlos De Martin in La Stampa.

Winst Beppe Grillo is hoopvol signaal voor nieuwe partijpolitiek

with 9 comments

umano

De uitslag van de Italiaanse verkiezingen is een schok voor de gevestigde politiek. Ook buiten Italië. Oude partijen zijn afgestraft. Vooral voormalig premier Mario Monti die samen met twee centrum-rechtse partijen in de kamer maar net de grens van 10% haalde. Voor zijn bezuinigingsbeleid kreeg Monti schouderklopjes van Europese leiders. Hoewel het woord hervormingen op zijn lippen gebrand leek, kreeg-ie weinig voor elkaar. Waar de oude garde onder hervormingen het terugdringen van overheidsuitgaven en uitkeringen verstaat, zien nieuwkomers als Grillo het uitmesten van de politiek als de belangrijkste hervorming. Hij is niet anti-politiek, maar eigent zich een ander idee van politiek toe. Dat maakt z’n beweging zelfbewust, sterk en ongrijpbaar.

Winnaar met 25% is de vijfsterren beweging van komiek en blogger Beppe Grillo. In de senaat deed-ie het minder goed, omdat daar de minimumleeftijd om te stemmen 25 jaar is. Onder jongeren heeft Grillo veel steun. Evenals maverick Ron Paul die bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen veel jongeren aan zich wist te binden. Partijvorming die zich afzet tegen de oude manier van politiek bedrijven komt overal op stoom. Op 18 februari schreef ik over Julian Assange die een Australische WikiLeaks Party oprichtte: ‘Slimme initiatieven zoals de Italiaanse vijfsterren beweging van Beppe Grillo, de Duitse Piratenpartij en de IJslandse Best Party bieden in z’n ogen een alternatief. Voor Nederland komt de Piratenpartij het dichtst in de buurt.’ 

De opmerking over de Nederlandse Piratenpartij was trouwens m’n eigen toevoeging. Assange had de Duitse Piraten al genoemd. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen van een kritische burger die geïnteresseerd is in politiek, maar bij de oude politieke partijen toch geen onderdak kan vinden. In arren moede werd ik vorig jaar lid van de Nederlandse Piratenpartij. Uit een combinatie van woede, verontwaardiging, teleurstelling, protest en verbeeldingskracht tegen de partijpolitiek. Maar hoe de politiek met anti-politiek te bestrijden? Of liever gezegd: met een ander idee hoe politiek werkt dat strijdig is met hoe de politiek op dit moment functioneert.

Grillo verwijst naar internet en het begrip Liquid Feedback. Voorstel over onderwerp A? Leden bepalen het partijstandpunt door online te antwoorden. Dat klinkt veelbelovend, maar een technisch middel is nog geen Liquid Democracy. Zoals de 3D-printer echter de productie van industrieproducten decentraliseert, zo zal het principe van Liquid Feedback de bestaande partijpolitiek decentraliseren. Da’s de toekomst. Alleen, in de overgang tussen oud en nieuw botsen twee wereldbeelden. Zelfverrijking, vriendjespolitiek en geclaimde functies zijn nog verbonden met de Italiaanse of Nederlandse politiek. Essentieel is dat de partijen van de toekomst puur blijven om straks de politiek over te nemen. Over 20 jaar? Best. De jeugd heeft de toekomst.

NaschriftJ.W. Oerlemans sprak in 1990 over de zelfvoldane parlementaire democratie in het artikel Eén-partijstaat Nederland. Tekenend voor de stand van zaken van het politiek-filosofische debat is dat het artikel -evenals de brochure Gastarbeid en Kapitaal (1983) van Anton Constandse– zo goed als onvindbaar is op internet. Of verkeerd geannexeerd wordt. Nederlandse partijpolitiek en media poetsen kritische denkers weg.

Foto: Beppe Grillo, 2013.

Waarom de politiek als één-partijstaat teleurstelt

leave a comment »

De burgemeester van Amsterdam presenteert een boek van Jaap Schalekamp. Een toelichting zegt: ‘Waarom de politiek teleurstelt’ is een boek dat antwoord geeft op actuele vragen, maar dat daarbij uitgaat van patronen en structuren die het signaleert in de Nederlandse politiek van de laatste vijftig jaar. Zelfs een oud probleem als de woningnood en een nieuw probleem als de eurocrisis vinden hier een logische verklaring. 

Het gaat dus over politiek, maar niet over partijpolitiek. ‘Waarom de politiek teleurstelt’ biedt wat de titel zegt, niet meer, niet minder. (..) Het gaat dan niet over links of rechts, maar over mechanismen die daarbij een rol spelen. En ook over de vraag hoe deze kunnen worden doorbroken. Dat dit mogelijk is en hoe, wordt helder aangegeven. Deze benadering is nieuw, gebaseerd op feiten en cijfers, kritisch maar toch constructief. Het boek wil daarmee een concrete bijdrage leveren aan het stimuleren en opwaarderen van de politiek.

Omdat de oplossing voor de politiek alleen via de partijpolitiek bereikt kan worden, zal er echter nooit iets veranderen. J.W. Oerlemans schreef al in 1990 dat Nederland feitelijk opereert als een Eén-partijstaatPolitiek moet veranderen om hetzelfde te blijven. Als postmoderne hedonist schreef ik in 2010: Links faalt en rechts faalt. De hele politieke klasse faalt. De politiek blijft steken in politiek correct denken van links, opportunisme van rechts en weinig geloof in eigen kunnen van de hervormingsgezinde, vrijzinnige politiek in het centrum. De postmoderne hedonist heeft het nakijken. Zijn ongenoegen vormt een niet te laven bron om uit te putten. Het levert Jaap Schalekamp een boek op, en mij veel stof voor een blog. We zijn gezegend met onze politiek.

Versplinterd Syrië laat de toeschouwer verdeeld achter

with 4 comments

‘Het Syrische volk zal ook deze turbulente tijden overwinnen. Syrië is in haar jonge geschiedenis eerder en meermaals door moeilijke en uitdagende periodes gegaan en is er altijd sterker uitgekomen. Een van de steunpilaren van dit succes was steeds de solidariteit tussen het Syrische volk. De criminelen die nu een spoor van vernieling achterlaten zullen op het gepaste tijdstip door het Syrische volk ter verantwoording worden geroepen voor hun misdaden.’  Aldus de conclusie van een analyse uit 2011 van Kris Janssen uit Antwerpen.

Janssen stuurt zijn ‘Een analyse van de gebeurtenissen in Syrië‘ naar de onafhankelijkheid claimende ‘Mediawerkgroep Syrië‘. In oktober 2011 besteedde ik aandacht aan deze Mediawerkgroep die nieuwsbron is op de site van de Syrian Friendship AssociationEen document door WikiLeaks geopenbaard -de ‘Syria Files‘- geeft aan dat Janssen een Engelse vertaling van zijn analyse op 11 december 2011 naar de Syrische minister van Informatie, Adnan Hassan Mahmoud stuurt. Janssen zegt uit te kijken naar toekomstige samenwerking.

De conclusie van Janssen is achterhaald. Kenmerk van de Syrische oorlog is dat er geen winnaars zijn, maar alleen verliezers. Syrië komt niet sterker uit het huidige conflict, maar raakt versplinterd en verzwakt. Criminelen zitten overal. Dat zijn de jihadisten die de fotograaf Jeroen Oerlemans ontvoerden die uiteindelijk werd bevrijd door strijders van het Vrije Syrische Leger. Het eerste noemt de Mediawerkgroep Syrië, het laatste niet. Dat zijn de troepen van Assad die steden bombarderen. Da’s het Vrije Syrische Leger dat ook burgerslachtoffers maakt. Wie gaat al die groepen ter verantwoording roepen? Als ze het al overleven.

In Syrië bestaat geen waarheid of makkelijke oplossing. Wat media ook beweren in hun ongetwijfeld gemeend streven om verslag te doen van een situatie met zicht op eenheid, innerlijke kracht en onderscheid tussen goed en kwaad. Dat ontbreekt echter. Het moet eerst erger worden voordat het beter wordt. De toeschouwer kan zich niet identificeren met een strijd zonder perspectief en hoop. Door die versplintering kunnen media en mediawerkgroepen zich bewijzen door dat ontbreken van focus als focus te nemen. Anders werkt niet.

Foto: Syrië voert “oorlog tegen de media”, 2011