Andres Serrano claimt van Trump een kunstwerk te hebben gemaakt

Wat moeten we denken van de show ’The Game: All Things Trump’ van Andres Serrano in New York? Deze kunstenaar schuwt grote woorden niet. Toe maar, Marcel Duchamp, alles is kunst. Dus ook de stropdassen en petjes van Trump. Daaruit volgt dat een presentatie een tentoonstelling is en de presentatieplek een museum. Of is daar toch meer voor nodig dan Serrano meent? Stapeling van objecten maakt nog geen tentoonstelling. Laten we het er maar op houden dat het een show is. Een installatie over beroemdheid. Over Donald Trump én Serrano of over Serrano met Trump als weggooiproduct. Wat we ermee moeten is de echt interessante vraag.

Foto: ‘The Game: All Things Trump. Photograph: Courtesy of a/political and ArtX. Photo by John Mireles’.

Verslaggeving Nederlandse media over Mueller-rapport stemt tot nadenken over middelen en gestelde eisen aan correspondenten

Nederlandse media hebben het moeilijk in hun kleinschaligheid. Wereldwijd moeten correspondenten verslag doen van kwesties waar ze onvoldoende kennis van hebben, maar hun hoofdredactie verwacht toch een verslag. Hoewel ze zich snel in kunnen lezen is dat oneerlijk en zou zoiets niet van deze journalisten geëist moeten worden. De hoofdredactie zou deze correspondenten óf van voldoende middelen moeten voorzien óf minder van hen moeten verlangen. Een hoofdredactie kan in alle redelijkheid niet verlangen dat een correspondent zich naast alle andere lopende zaken tot in de details verdiept in een specialistische kwestie die raakt aan juridische en constitutionele finesses, en complexe aspecten van geopolitiek, nationale veiligheid, contraspionage en partijpolitiek en ook nog eens tot een evenwichtige en kwalitatief hoogstaande duiding komt. Dat is vragen om ongelukken zoals bovenstaande video van RTL Nieuws aantoont.  Het gaat om het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller dat in mei 2017 begon en nog niet volledig is afgerond.

In de VS media zijn het specialisten die hierover op televisie, op blogs en in kranten het debat vormgeven: juridische hoogleraren, oud-aanklagers, oud-medewerkers van de inlichtingendiensten, politici die lid zijn van commissies op het onderzoeksgebied dat Mueller onderzocht en vakjournalisten die zich uitsluitend hiermee bezighouden. In debatten met elkaar zetten ze de puntjes op de i. Het springende punt is niet zozeer dat de Nederlandse media niet kunnen tippen aan dat niveau en zich noodgedwongen grotendeels baseren op deze opiniemakers, maar van de weeromstuit net doen alsof ze ook kundig zijn. Ze spelen Amerikaantje. Maar dat blijft vorm en buitenkant. Hoe dat kan ontsporen bleek toen de Nederlandse journalisten in de dagen na 24 maart de VS media napraatten en de fout ingingen toen de VS media die ze volgden ook de fout ingingen. Mijn reactie bij de video:

De commentator mist de essentie van de conclusies van de door minister Barr geredigeerde versie van het Mueller-rapport als hij zegt dat de conclusie ‘no collusion’ is, en die conclusie ook terecht is. Zijn weergave van de feiten en de duiding ervan kloppen niet.

Zijn conclusie is om zes redenen onjuist:

1) het team van de speciale aanklager heeft het niet over ‘collusion’ omdat dit geen juridische term is, maar over ‘conspiracy’. Dus samenzwering. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ kan men niet afleiden dat er geen sprake van ‘collusion’ is. Voorbeeld, als iemand van een zwaar misdrijf wordt vrijgepleit betekent dat niet dat die persoon van een lichter misdrijf wordt vrijgepleit. Iemand die geen moordenaar is kan toch een inbreker zijn. Barr en Trump schreeuwen van de daken dat Mueller zegt ’no collusion’, maar zowel letterlijk als volgens de strekking van het rapport zegt Mueller dat geenszins.

2) de twee componenten, te weten ‘conspiracy’/‘collusion’ en ‘obstruction’ hangen hecht samen. In het Mueller-onderzoek volgt het een uit het ander. Concreet, de obstructie door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over de ‘conspiracy’ niet tot conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen worden. Ofwel, Trump heeft het onderzoek in hoge mate gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen.

3) naast het onderzoek door de speciale aanklager naar het criminele gedrag van Trump en zijn medewerkers bevat het onderzoek ook een ‘counterintelligence’ component die vanwege de gevoelige aard ervan geheim is, door de FBI wordt uitgevoerd en niet publiekelijk wordt gepubliceerd. Deze component gaat met name om de vermeende samenzwering van Team Trump met het Kremlin. Gezien de aard van dit ‘conterintelligence’ onderzoek dat nog gaande is en inzoomt op de relatie van Team Trump met het Kremlin zijn daar naar verwachting de meest verregaande conclusies over ‘conspiracy’ te verwachten.

4) uit de vele aanklachten door Mueller van de afgelopen 22 maanden van Russen, maar ook Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort is nauwgezet af te leiden dat er een hoge mate van samenwerking en verstandhouding was tussen leden van Team Trump en vertegenwoordigers van de Russische overheid.

5) het Mueller-rapport mag op dit moment veel publiciteit trekken, maar is niet het enige onderzoek dat tegen Trump loopt. Er lopen nog tientallen andere onderzoeken naar allerlei aspecten van de criminele handel en wandel van Trump en zijn bedrijven. Met name het onderzoek door de procureur van het Southern District of New York (SDNY) waar Trumps zakenimperium is gevestigd wordt voor Trump als gevaarlijker beschouwd dan het Mueller-onderzoek. Het SDNY benadert de Trump organisatie met zogenaamde RICO-wetgeving die in het verleden ook werd ingezet tegen maffia-organisaties die uiteindelijk ontmanteld werden. Dat lot wacht Trumps organisatie ook. Het onderzoek spitst zich toe op de samenwerking van Trump sinds de jaren ’80 met de Russische maffia en witwaspraktijken, bankfraude en belastingontduiking door de Trump Organisatie bij de verkoop van vastgoed. Die samenwerking met Russische en andersoortige vertegenwoordigers uit de invloedssfeer van de vroegere Sovjet-Unie is een duidelijk geval van ‘collusion’. Feitelijk valt het buiten het Mueller-onderzoek, maar gezien de beperkingen in zijn opdracht heeft Mueller onderdelen van het onderzoek ondergebracht bij lokale procureurs.

6) de opdracht aan Mueller voor zijn onderzoek was beperkt en betrof de criminele en andersoortige relaties van Trump met de Russische overheid. Daarnaast was Mueller in zijn mandaat niet autonoom, maar afhankelijk omdat hij resorteerde onder het ministerie van Justitie en verantwoording af moest leggen aan de top van dat ministerie. Zoals hij in zijn rapport aangeeft hing zijn positie aan een dun draadje. Dat was gedurende lange tijd onderminister Rod Rosenstein en sinds enkele maanden minister William Barr. Beide Republikeinen, zoals Robert Mueller en vele andere hoofdrolspelers in dit onderzoek ook Republikeinen zijn. De strekking van Muellers onderzoek was dus relatief beperkt evenals zijn zelfstandigheid om het onderzoek uit te voeren. Daarnaast is de wetgeving met name waar het de onaantastbare positie van een zittende president betreft, waarmee Mueller en zijn team te maken hadden, zo streng en was de taakopvatting van Mueller zo hoog en vol redelijkheid dat hij de lat heel hoog heeft gelegd om te concluderen dat er geen sprake van ‘conspiracy’ was. Maar het feit dat Mueller om diverse redenen niet besloot om Trump aan te klagen voor ‘conspiracy’, wil nog lang niet zeggen dat hij geen aanwijzingen voor ‘conspiracy’ heeft gevonden. Laat staan dat Trump zou zijn vrijgepleit van het ruimere begrip ‘collusion’.

In debat met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong: zijn column is niet het eind van het verhaal

Met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong had ik afgelopen weken een uitgebreide uitwisseling per e-mail over de berichtgeving in NRC over het Mueller-rapport dat uiteindelijk in een geredigeerde versie van minister William Barr afgelopen donderdag 18 april verscheen. Over wat NRC ervan maakte was ik niet enthousiast. Dat schreef ik in een commentaar van 30 maart met onder meer de volgende passage: ‘Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog.’ De Jong heeft zijn interpretatie van onze discussie in zijn column gezet.

Het was een pittige conclusie waar De Jong niet in meegaat. Een Ombudsman heeft een dubbele positie en neemt daarom een tweeslachtige  houding aan. De Ombudsman wil reflecteren en laten resoneren wat er in de samenleving (inclusief bij kritische lezers) leeft, maar heeft tevens rekening te houden met het toelichten en verdedigen van het redactioneel beleid. Een Ombudsman kan wat dat laatste betreft niet te ver voor de troepen uitlopen omdat dat de steun in eigen kring ondermijnt en het opereren bemoeilijkt. Een Ombudsman moet dus schipperen. Naar mijn idee is De Jongs column er een voorbeeld van hoe dat in de praktijk uitpakt. De kritische lezer krijgt ruimhartig de credits om te scoren, maar de mooiste voorzetten en invallen worden grotendeels aan de eigen redactie toegerekend. Dat is blijkbaar het hoogst haalbare op de evenwichtsbalk die zo’n column van een Ombudsman is. Zo beredeneerd kan ik me vinden in de accenten die De Jong legt.

In een commentaar van 1 april 2019 schreef ik onder meer het volgende: ‘De Amerikaanse mainstream media doorzagen de partijpolitieke manipulatie en spin van het Mueller-rapport door Barr naar mijn idee onvoldoende. Ze stonken erin. In navolging daarvan gingen de meeste Nederlandse media collectief de fout in. Ze namen de berichtgeving van de gezaghebbende Amerikaanse media vertraagd over en volgden de hectiek en de nerveuze nieuwscyclus vanaf de publicatiedatum van de Barr-samenvatting op 24 maart tot enkele dagen daarna toen het verstand weer langzaam terugkwam in de redactiekamers.’ De reflectie achteraf dient als rechtvaardiging voor wat er in de dagen na 24 maart misging. Dat is zelfbescherming om het eigen ‘merk’ te beschermen. Het siert NRC dat het nu wel alert is en de valkuilen probeert te vermijden. Media als het NOS Journaal zijn nog lang niet zover in hun reflectie, laat staan zelfreflectie. Dit verhaal is nog lang niet af.

Waarom de media handelden zoals ze handelden blijft het raadsel. Ze waren gewaarschuwd dat Barr niet te vertrouwen was. In mijn commentaar van 1 april probeer ik dat te begrijpen ‘Mogelijk speelt daarbij een psychologisch effect bij Amerikaanse media die afgelopen twee jaar gegeseld werden en zich gegijzeld voelden door de aandacht voor de samenzwering van Trump met de Russische maffia, Russische oligarchen en vertegenwoordigers van de Russische overheid. Dit staat los van politieke overwegingen. Ook als zo’n feit onmiskenbaar is vastgesteld is een spanningsboog van twee jaar lang. Journalisten willen hun eigen agenda vaststellen en niet in een frame stappen dat hun opgelegd wordt. Breken met de consensus kan dan als bevrijding voelen. Of als bevestiging van eigen onafhankelijkheid.’ In de uitwisseling met De Jong verwees ik naar een commentaar van Joshua Holland over de media die een ‘vooroordeel in de richting van normaliteit’ hebben. Dat levert problemen op in de verslaggeving over Donald Trump die zich aan die normaliteit onttrekt.

Maar de verslaggeving over hem blijft redelijk normaal en volgens de gangbare journalistiek code. Holland is kritisch op deze goedgelovige, politieke journalisten: ‘Ze willen geloven dat terwijl de president een kinderlijke narcist is die veel van zijn tijd doorbrengt met het trollen van mensen op Twitter, vrolijk democratische normen platwalst, regelmatig onze instellingen aanvalt en herhaaldelijk de rechtsgang in het volle zicht heeft belemmerd, de politieke wereld anders is zoals zij altijd geweten hebben, en uiteindelijk de storm zal doorstaan. Het is een subtiel vooroordeel dat leidt tot veel goedgelovige verslaggeving over Trumps ‘spin’ en een aarzeling om duidelijke beschrijvende taal te gebruiken bij het rapporteren over dit Witte Huis.’

Tekst van Sjoerd de Jongs column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’:
Tientallen contacten tussen Trumps medewerkers en Russen, de hoop dat hij zou profiteren van illegale hacks bij de Democraten, herhaalde pogingen om speciaal aanklager Robert Mueller te dwarsbomen, en de verzuchting van de president dat hij fucked was met diens aanstelling.

Nu er eindelijk vlees op de botten zit, wordt duidelijk hoe rakelings Trump langs de afgrond is gescheerd – wél vele dubieuze contacten, geen bewijs voor criminele samenspanning – en vooral, dat het dossier nog lang niet dicht is; Mueller spreekt zich niet uit over belemmering van de rechtsgang, al stijgt de reuk daarvan penetrant op uit zijn rapport. Die bal ligt nu bij het Congres en het is geen golfballetje.

NRC-correspondent Bas Blokker concludeerde dan ook terecht dat ,,Trump voorlopig nog niet is verlost van onderzoek naar zijn handelwijze’’ en dat ,,zelfs de oerverdenking van samenzwering met Rusland niet helemaal (lijkt) te zijn weggenomen’’.

Maar wacht even. Toen Trumps minister van Justitie Barr drie weken geleden zijn samenvatting van het Mueller-rapport publiceerde (geen bewijs voor samenzwering, geen oordeel over belemmering van de rechtsgang) schreef de krant dat de ,,donkere wolk’’ die bijna twee jaar boven Trumps presidentschap had gehangen ,,in één zinnetje was verdampt’’ en dat het verwijt van collusion van de agenda was verdwenen. Kop boven het bericht over Barrs samenvatting: Mueller: geen bewijs voor ‘collusion’.

Goed, de krant moest toen afgaan op vier velletjes van Barr, met één (half)  citaat over de verdenking van samenzwering.

Dat nieuws van Barr, een brisante anticlimax na twee jaar hoogspanning over een naderende high noon tussen Trump en Mueller, beheerste overal de internationale berichtgeving. The New York Times en talloze andere kranten hadden vergelijkbare koppen en stukken. De Volkskrant sprak van een ,,enorme overwinning´´ van Trump. Schurend begon ook het handenwringen in de Amerikaanse media. ´Russiagate´ was een collectieve flater van de media die te vergelijken was met de hysterie over massavernietigingswapens van Saddam, brieste een blogger op de linkerflank.

Maar niet heus. Nu weten we beter hoe de vork in de steel steekt. Dit rapport, dat door Barr gedienstig was teruggebracht tot een verklaring van goed gedrag, had, schrijft The Guardian, elke andere president de  kop gekost. Overigens bevestigt het rapport ook allerlei berichten die Trump afdeed als nepnieuws.

Eén Nederlandse blogger met wie ik de afgelopen weken correspondeerde over de berichtgeving kan nu dan ook zijn gelijk halen.

Want blogger George Knight (een nom de plume) trok na Barrs samenvatting eind april aan de bel op zijn blog en in een brief aan mij. De hele journalistiek was in zijn ogen kritiekloos afgegaan op die snippers van Barr. Maar, aldus Knight, we wisten nog helemaal niet wat er in dat rapport stond, alleen wat deze door Trump benoemde man erover had gezegd.  Hij vond dat ook NRC dat onvoldoende duidelijk had gemaakt. Die eerste kop had moeten luiden: Barr: geen bewijs voor ´collusion’. Barr, niet Mueller.

Hij had, schreef hij mij, ,,van NRC meer afstand verwacht en een slag om de arm in eindredactie, verslaggeving en analyse.’’  Overigens vond hij die wel in het Commentaar, dat vaststelde: ,,Bij de beoordeling van het onderzoek past terughoudendheid’’, want ,,Barr stuurde een zeer korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten naar het Congres’’ en ,,voorlopig is dat de enige informatie om de uitkomsten van het onderzoek te wegen’’.

Knight en ik wisselden in twee weken elf e-mails uit, en het lijkt me nuttig wat punten uit die correspondentie te delen,  omdat het gaat over de vraag wat een krant op welk moment kan weten, en welk accent die moet geven.

Ik schreef hem dat ik zijn kritiek dat NRC onvoldoende duidelijk had gemaakt dat dit geen conclusies waren van Mueller maar van Barr, schromelijk overdreven vond. Blokker noteerde in dat eerste bericht onder meer: ‘..Barr citeert het rapport in zijn brief..’ [..]  ‘In Muellers rapport staat volgens Barr..’ [..] ‘..de conclusie van Barr..’[..] en ‘..Barr verwijst naar..’

Dat sloot ook niet uit, schreef ik Knight, ,,dat  in het volledige rapport, mogelijk gesteld in formeel afgewogen taal die haar gelijke hooguit vindt in het rapport van de Commissie van Drie (1976) méér te vinden is.’’

Dat was nog zacht uitgedrukt.

Over die kop, waarmee de krant opende: inderdaad, onvoldoende bewijs voor een zaak is nog niet géén bewijs, zoals Knight stipuleerde (en zoals nu het geval blijkt). Maar daarmee is die kop nog niet fout. Mueller onderzocht de zaak immers als aanklager, en dan zijn er twee smaken: wel of geen aanklacht. Dat uit het onderzoek geen aanklacht tegen Trump was gekomen wegens samenzwering – je krijgt uit het rapport de indruk: daar was zijn campagne ook veel te amateuristisch voor – was dus terecht groot nieuws.

Maar Knight heeft op een ander punt, dat van de duiding, gelijk: de krant had nadrukkelijker een slag om de arm moeten houden in de analyse. De conclusie dat de zaak door dat éénregelige citaat van Mueller was ,,verdampt’’ en van de politieke agenda zou verdwijnen, was voorbarig; een effect van de anticlimax na opgeschroefde verwachtingen.

Het stof van Muellers rapport én dat van de andere onderzoeken is nog niet neergedaald – dat blijkt ook wel uit de berichtgeving van Blokker gisteren, inclusief: een kritisch profiel van Barr.

Wat bewijst wat George Knight maar wilde zeggen: argwaan blijft geboden, zeker in een tijd die is gemarineerd in propaganda, spin en contraspin.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’ van NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong, 20-21 april 2019 in NRC.

Mueller-rapport is voor de geschiedenis en past nog niet goed in de actualiteit

Gisteren verscheen de door minister van Justitie William Barr geredigeerde versie van het Mueller-rapport. Vele passages zijn afgelakt, maar minder dan werd gevreesd. Nog niet alle feiten zijn goed verteerd door de politiek en de media. Het is een typisch product van Robert Mueller zoals we dat de afgelopen jaren hebben leren kennen uit de aanklachten tegen Russen en medewerkers uit het Team Trump: gedetailleerd tot in de voetnoten, logisch en duidelijk gestructureerd zodat het idiotproof is, en hard, maar rechtvaardig van toon.

Toch worstelen vele media nog met de materie. Zo wordt onvoldoende begrepen hoe de twee componenten, te weten collusion (geheime verstandhouding) en obstruction (belemmering van de rechtsgang) samenhangen. NOS Journaal en Nieuwsuur sloegen gisterenavond 18 april opnieuw de plank mis. Vooral de correspondent van Nieuwsuur gaf er in haar duiding blijk van de materie niet onder de knie te hebben. Dat maakt somber over de Nederlandse journalistiek. In het Mueller-onderzoek volgt namelijk het een uit het ander. Overigens praat Mueller in zijn rapport over ‘conspiracy’ (samenzwering) en vertalen Barr en Trump dat naar ‘collusion’. Mueller pleit Trump niet vrij van ‘collusion’, maar kan ‘conspiracy’ niet bewijzen. Mede door de obstructie.

Belemmering van de rechtsgang door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over conspiracy niet tot de conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump ruimer, gedetailleerder en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen zijn. Maar ook dat ‘vernietigender’ weten we niet zeker omdat Mueller er zijn tanden niet in kon zetten. Dat is het geniepige en schrandere van Trumps obstructie. Trumps improvisatievermogen, hardheid en mediawijsheid worden toch nog onderschat. Hij verslijt ministers, stafchefs, communicatiedirecteuren en persoonlijke advocaten bij de vleet en laat niemand een bedreigende machtspositie innemen. Op zijn onbeduidende en ondeskundige dochter Ivanka en schoonzoon Jared Kushner na over wie niemand weet wat ze nou precies doen in het Witte Huis.

Trump verteert de macht, in de meervoudige betekenis: vernietigen, verbruiken en verkwisten. Hij kan dat vrijelijk doen. De Republikeinen hebben de meerderheid in de Senaat waar de buitenlandse politiek wordt vormgegeven en laten Trump niet vallen. Zijn afzetting (impeachment) is op dit moment politiek onhaalbaar. Van de andere kant dwingen de overvloedige bewijzen van obstructie het Congres om Trump af te zetten.

Het wordt al sinds 2016 gezegd, in de strijd tussen Democraten en Republikeinen is de Russische president Vladimir Putin de lachende derde. Trouwens een strijd waar Putin en andere actoren namens de Russische Federatie door inmenging tot op de dag van vandaag een rol in spelen. Die inmenging door het Kremlin was de aanleiding voor het onderzoek van speciale aanklager Mueller. Trump wil die Russische rol niet erkennen, laat staan aanpakken om herhaling in bijvoorbeeld 2020 te voorkomen omdat het in zijn ogen de legitimiteit van zijn overwinning uit 2016 ter discussie zou stellen. Dat past niet bij zijn zelfbeeld van eigen grootsheid.

Met Trump is het Witte Huis geen goed georganiseerde machinekamer van een wereldmacht, maar een haperend, chaotisch eenmansbedrijf van een slecht voorbereide, narcistische, onevenwichtige en geïsoleerde president. De vertrekkende Franse ambassadeur in de VS Gérard Araud maakt in een interview met The Guardian de vergelijking tussen het Witte Huis en Lodewijk XIV: ‘Het is net [proberen] om het hof van Lodewijk XIV te analyseren. Je hebt een oude koning, een beetje grillig, onvoorspelbaar, niet geïnformeerd, maar hij wil degene zijn die beslist.’ Trump staat als een Zonnekoning die wil stralen geïsoleerd in het Witte Huis en de VS zijn door z’n toedoen geïsoleerd geraakt in de wereld. Vervreemd van hun traditionele westerse bondgenoten.

Dat heeft de Westerse alliantie, inclusief de VS verzwakt. Ondanks het feit dat de relatie tussen de VS en de Russische Federatie slecht is en Trump in de praktijk niet eens heel anders handelt dan president Obama is het verschil dat door Trump nu ook de relatie van de VS met de Europese bondgenoten, of met NAVO en EU is verslechterd. Dat is Putins winst, hoewel de paradox is dat NAVO en EU zich sinds vorig jaar door Trumps capriolen en onberekenbaar gedrag schrap zetten en beter dan voorheen beseffen dat ze het zonder de VS moeten doen. Ook na het tijdperk Trump omdat de wending van de VS richting Azië onomkeerbaar is. De NAVO is overigens ook tot zinnen gekomen door de illegale bezetting van de Krim in 2014 door de Russen.

De chaos die Trump teweegbrengt is deels het brouwsel van Putin, deels het product van de door de macht van het grote geld en radicalisering verstoorde en niet optimaal functionerende partijpolitiek van de VS en deels het voortbrengsel van de narcistische persoon Donald Trump die de verkeerde man op de verkeerde plek is. Het belang van het Mueller-rapport zoals blijkt uit de door Barr geredigeerde versie is dat het al de geopolitieke, juridische, psychologische en gedragsmatige verbanden archiveert voor ons en de geschiedenis.

Spanning stijgt als Barr-versie van Mueller-rapport op punt van verschijnen staat. Pro-Trump ‘spin’ beproeft de media

Drie weken geleden gaf minister van Justitie William Barr in een brief zijn samenvatting van het Mueller-rapport. Als neerslag van een bijna tweejarig onderzoek. Vele media hadden niet gelijk door dat Barr hiermee partijpolitiek bedreef en het zijn opzet was om president Trump zomin mogelijk schade te laten leiden door het denkelijk schadelijke Mueller-rapport. Ze trapten bijna collectief in dat opzetje, en willen achteraf slechts halfhartig toegeven dat ze gebrekkig verslag hebben gedaan van de Barr-samenvatting. Vandaag wordt Barrs versie van het Mueller-rapport gepubliceerd. Omdat niemand het rapport gelezen heeft is het gissen wat het wordt. Vermoedelijk zijn de gevoelige passages afgelakt door Barr. Opnieuw: om Trump te beschermen.

Voor verschijning vanmiddag om 17.00 of 18.00 uur Nederlandse tijd geeft Barr een ‘persconferentie’ over de publicatie om 15.30 uur Nederlandse tijd. Trump volgt wellicht daarna met een ‘persconferentie’, maar dat is op dit moment nog onzeker. Barr geeft geen echte persconferentie, maar een publiciteitsshow omdat het rapport pas achteraf verschijnt en media er Barr niet naar kunnen vragen. Het is ’spin’ om de nieuwscyclus naar de hand te zetten. Komend weekend is het Pasen en aanstaande week is het Congres met reces. Dat betekent dat Barr en Trump als ze het handig spelen een voorsprong van 10 dagen hebben om het nieuws naar hun hand te zetten en te domineren. De Democratische voorzitter van het Huis Nancy Pelosi is in Europa. Democratische afgevaardigden zijn afgereisd naar hun thuisbasis. Washington DC ligt zo goed als stil.

Voorzitter Jerrold Nadler van de Huiscommissie voor Justitie probeert tegen beter weten Barrs publicitaire ‘spin’ ten gunste van Trump te beantwoorden. Hij slaagt daar vooralsnog onvoldoende in als hij zegt dat hij komende dagen de tijd zal nemen om zorgvuldig Barrs versie van het Mueller-rapport te lezen. Het tekent de machteloosheid en het zoeken naar het gepaste antwoord van de Democraten die in Barr niet een onpartijdige minister van Justitie tegenover zich hebben die de rechtsstaat en het landsbelang vooropzet, maar een eenzijdige partijpoliticus die het ministerie van Justitie als een maffia consigliere voor Trump heeft gekaapt.

Het gebazel en de desinformatie van Baudet op publieke omroep roept de vraag op of journalisten op hun taak zijn voorbereid

Als ik televisiepresentator Rick Nieman zie sputteren en zenuwachtig zie lachen, dan moet ik denken aan vroeger. Is die vergelijking eerlijk? Aan het oude VN met intellectuelen als Martin van Amerongen en Joop van Tijn of aan journalisten als Harry van Wijnen, Laurens ten Cate, W.L. Brugsma en Anton Constandse die niet bang waren voor de politici zoals de huidige journalistieke lichtgewichten, maar voor wie de politici juist bang waren. Of dat ligt aan het gebrek aan academische vorming van de huidige generatie journalisten is de vraag. De politiek is ook veranderd door de macht van de voorlichters en de dwang van de mediamarkt.

Feit is dat intellectueel gevormde journalisten die nog steeds bestaan nu als part-timers worden weggestopt in columns, terwijl ze vroeger continu de hoofdredactionele commentaren, verslaggeving of interviews voor hun rekening namen. De televisie lijkt het afvalputje van de journalistiek te zijn geworden zoals dit voorbeeld aantoont. Het is recycling van oude meningen, niet interessant om er nieuwe ideeën op te doen. Of het moet de boutade van onze pseudo-intellectueel zijn die ruim baan krijgt om zijn nepnieuws te verspreiden en meent dat het fascisme links is. De publieke omroep komt uit de kast als verspreider van desinformatie.

Kan Villamedia of een opleiding journalistiek aan dit aspect van de tekortschietende intellectuele verdieping van journalisten niet eens een symposium wijden? Journalistiek als HBO-opleiding is prima voor de dunne sportjournalistiek of de berichtgeving over BN’ers, maar schiet schromelijk tekort als het over kunst, filosofie, politiek of wetenschap gaat en er intellectuele vorming, journalistiek vakmanschap én moed worden gevraagd.

Beschouwingen over onze beschaving naar aanleiding van de brand in de Notre-Dame laten ons naar onszelf kijken. Voor even

De brand in de Parijse Notre-Dame heeft heel wat krachten gemobiliseerd. De spin kwam van alle kanten om het eigenbelang te dienen. Van de Franse president Emmanuel Macron, de katholieke kerk of radicaal-rechtse krachten zoals onderstaande activistische journalist van De Telegraaf die in een tweet de brand een symbool noemde ‘voor onze vermoeide beschaving’. Ik zie daarin het schoppen door alt-right en ultrarechts tegen de westerse beschaving (Baudet: ‘journalisten, cultuurmakers en academici ondermijnen onze cultuur’) die averechts werkt. Het verzwakt die beschaving. De brand in de Notre-Dame drukt ons met de neus op het feit wat de oorsprong, kracht en kern van de westerse beschaving is. Ook voor niet-christenen van belang. Het laat zien wie de vijanden ervan zijn: de nationaal-populisten en rechts-radicalen die zeggen de beschaving te willen redden, maar die in werkelijkheid afbreken. Dus laten we het spiegelen en Duk en de andere rechtse inwoners van Dukstad vragen waarom ze zo graag grossieren in ondergangsfantasieën en zand in de motor van de westerse beschaving willen strooien om op de puinhopen ervan in een vage toekomst hun raszuiver paradijs op te bouwen. Of is Duk tot inkeer gekomen en beseft hij eindelijk wat hij bezig is kapot te maken?

Het is opmerkelijk dat de brand van een iconische kathedraal de afgelopen dagen tot zulke beschouwingen over ‘de‘ of ‘onze‘ beschaving leidde. Dat komt nog zelden voor. Niet toevallig werd er uitgebreid verslag over gedaan in de Amerikaanse en Britse pers waar het sterke besef bestaat dat de lokale politiek de weg kwijt is.

Dat alleen al was een blijk van hunkering naar het vinden van gemeenschappelijke waarden met West-Europa. Hier moest blijkbaar een punt gemaakt worden, namelijk dat ‘we’ in de westerse democratieën (VS, Canada, EU-lidstaten en overige West-Europese landen, Australië, Nieuw-Zeeland) onvoldoende beseffen wat we in handen hebben en we ons af laten leiden door krachten die de beschaving bedreigen. Van buitenaf en van binnenuit. Hoewel ieder daar weer een eigen, specifiek vijandbeeld voor uit de kast haalt. Maar voor even werd de bedreiging als universeel gezien en was de overpeinzing erover mythisch. Totdat het onderscheidend werd wat of wie dat dan wel was en het debat weer afdaalde tot platte politisering of belangenbehartiging. Waaraan we graag ontsnappen omdat dat zo vervelend, voorspelbaar, vermoeiend, geestdodend en contraproductief is.

De boodschap die uit de berichtgeving kan worden gelezen is er een van ontevredenheid en gemiste kansen. Maar het bevat ook het verlangen om terug te keren naar iets wat was. Zo zit er er voor iedereen wel wat bij.

Foto 1: Paul Klemann, ‘De oceaan ontspring onder de ‘Notre Dame’’, Tekening met kleurpotlood en gouache verf, 2002. (Eigen collectie).

Foto 2: Tweet van Wierd Duk van 15 april 2019 (via posting op FB-account van Mihai Martoiu Ticu).

Gedachten bij verslag van tentoonstelling ‘Inline’ in galerie Knokke

Soms komt de verwachting uit. Dat is het geval bij de kunst die in het verslag van de tentoonstelling ‘Inline’ in de galerie Art Center HOres MOdus 8 op de Zeedijk in Knokke is te zien. Met werk van Alea Pinar Du Pre en Marianne Turck. Galerist is Niña Van den Bosch. De video is geen journalistiek verslag maar een promotie van de galerie. Knokke kende ik goed door de zondagse bezoekjes vanuit het nabijgelegen Zeeuws-Vlaanderen. Het was jarenlang mijn Zandvoort of Egmond. De kunst in de Knokse galeries behaagt, doet geen pijn en past goed in het interieur. Voor zoiets is in Nederland nauwelijks een markt. Niet streng genoeg. Te zuidelijk.

De beschrijving van de kunst van de Oostenrijks-Turks Alea Pina Du Pre vat dat samen: ‘Haar schilderijen nodigen uit om verder te kijken dan het doek en daarmee nieuwe manieren te vinden om te vertellen wat we beleven. Elk schilderij heeft zijn eigen verhaal, gemaakt  om de kijker te stimuleren na te denken over de gelaagde realiteit, om het zichtbare en onzichtbare, de werkelijkheid en de perceptie te doorgronden.’ Dit is onzin die op het eerste gezicht heel wat lijkt, maar bij nader inzien vaagheid en slecht geschreven flauwekul is. Hier wordt indruk gemaakt en ontzag ingeboezemd met kunst die dat niet verdient, maar wel verkoopt.

Keuze voor republiek wordt in Spanje politiek bepaald. Nederland kent geen debat erover, maar neemt steun voor monarchie wel af

Demonstranten in Madrid tegen de Spaanse monarchie is een typisch onderwerp voor het door het Kremlin gecontroleerde Sputnik Deutschland. Het geeft een beeld van verdeeldheid in een Europees land. Ter gelegenheid van de 88ste verjaardag van de proclamatie van de Tweede Spaanse Republiek op 14 april 1931 eisten demonstranten het einde van de monarchie en de vestiging van een Derde Republiek. De logica tussen het een en het ander is niet op voorhand duidelijk. De Spaanse monarchie werd in 1947 officieel hersteld.

De toon van de demonstratie staat in schril contrast met de situatie in Nederland. Uit een Ipsos-enquête onder 500 deelnemers die in opdracht van de NOS werd uitgevoerd bleek met name onder jongeren (18-34 jaar) de steun voor de Nederlandse monarchie ‘fors afgenomen’. Die bedraagt nu 55%. De steun voor de monarchie onder allen is met 68% iets hoger. Daartegenover is de steun voor een republiek met een gekozen president met 15% laag. Volgens de onderzoekers komt dat mede door onwetendheid over een presidentieel systeem: ‘Niet iedereen weet wat dit systeem inhoudt. Ze hebben een sterke associatie met de Verenigde Staten. Dat willen ze niet. Mensen beseffen niet dat er ook een systeem mogelijk is met een gekozen president met ceremoniële taken zoals in Duitsland’. Dat tekort aan bewustwording valt de Republikeinse facties en genootschappen aan te rekenen die de bevolking slecht voorlichten. Een andere reden die de NOS ongenoemd laat is dat geen enkele Nederlandse politieke partij zich ondubbelzinnig voor de republiek uitspreekt.

Vergeleken met de heetgebakerdheid, politisering en beladen geschiedenis in Spanje voelt het gebrek aan opwinding in Nederland over de keuze tussen monarchie en republiek weldadig aan. Het onderwerp lijkt de Nederlandse bevolking niet te interesseren. Hoewel Nederland een grote en indrukwekkende Republikeinse traditie heeft leeft het niet. Dat is een luxe positie, maar ook een positie waarin niet echt gekozen wordt. De kritiek van de jongeren op de monarchie heeft volgens de interpretatie van de onderzoeksresultaten door de NOS met de kosten ervan te maken. De Nederlandse monarchie zou naar verhouding de duurste van Europa zijn. Ter vergelijking: De ceremoniële Zwitserse president kost een half miljoen euro per jaar en had in 2018 een besparing van 345 miljoen euro op de kosten van de Nederlandse monarchie opgeleverd. Verder komt het bezwaar van de jongeren erop neer dat de monarchie ‘oubollig’ en ‘ouderwets’ is. Ze hebben ook kritiek op de erfopvolging. Een ondervraagde voor de NOS: ‘Als iets generatie op generatie wordt overgedragen, zegt dat niets over iemands bekwaamheid. Ik heb dan liever een republiek, waarbij het volk iemand mag kiezen.

Indiase moslimleiders spreken zich uit voor het secularisme. Moslimleiders uit Pakistan en Bangladesh wijzen het af. Logisch?

Het is typisch, maar verklaarbaar dat moslims in Bangladesh en Pakistan het secularisme afwijzen en zelfs verketteren, en het in India omhelzen. Het is duidelijk waar dat verschil uit voortkomt. In India zijn moslims een minderheidsgroep die onder vuur ligt door de aanhoudende aanvallen van hindoe-radicalen onder de bezielende leiding van premier Modi. Met parlementsverkiezingen in zicht is dat vuurtje alleen nog maar extra aangewakkerd. In Bangladesh en Pakistan zijn het juist de moslims die minderheidsgroepen als atheïsten en christenen aanvallen. Generaal Ziaur Rahman liet in de grondwet van Bangladesh het woord “secularisme” vervangen door “vertrouwen in God”. Daarom spreken Indiase moslimleiders zich uit (Zie video) voor het secularisme dat de moslims bescherming biedt. Zo simpel kan religie zijn: een kwestie van macht. Complicatie is dat secularisme, en de relatie tussen religie en staat in de Indiase grondwet niet eenduidig is geformuleerd.

Deze situatie waarin religieuze meerderheden de minderheid koeioneren en zelfs vervolgen is een pleidooi voor het secularisme. Secularisme is een politieke filosofie die onder de bescherming van de rechtsstaat en met de garantie van de nationale overheid een gelijke plaats geeft aan alle religies en levensovertuigingen. Secularisme is niet anti-religie of pro-atheïsme, maar neutraal. Secularisme beschermt minderheidsreligies tegen een meerderheidsreligie. Het optimaliseert zo de vrijheid voor alle religies en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van still uit YouTube-videoCurrent Issues; Vote For Those Who Can Protect Constitution Secularism; Salim Engineer’ op You Tube-kanaal van Jamaat-e-Islami Hind.