Brief van Rutte aan alle Nederlanders is vals, potsierlijk en staat een oplossing van de problemen die hij constateert in de weg

Premier Mark Rutte heeft weer een brief aan alle Nederlanders geschreven. De brief is hier te lezen op de site van de VVD en verschijnt ook als advertentie in het AD. Eerder deed hij dat in januari 2017 toen hij constateerde dat het lijkt alsof niemand normaal doet. Het is een voorbeeld van het gezegde dat de aanval de beste verdediging is. Het verwijt aan de ander leidt af van de eigen hufterigheid. Ik constateerde toen dat de normaliteit volgens Rutte wel erg selectief is: ‘Hij laat in zijn brief andere overtredingen van normaal gedrag ongenoemd. Zoals de graaicultuur bij topbestuurders van banken en bedrijven die hun eigenbelang voor het algemeen belang stellen. Of de opbouw van de controlestaat en de afbraak van de verzorgingsstaat door de overheid. Of de gigantische belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen die wordt getolereerd door de middenpartijen. Of de dominante greep van de partijpolitiek op functies in het openbaar bestuur die als eigen bezit worden beschouwd.’ De brief uit 2017 was de opmaat naar de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017, deze brief is dat naar de provinciale verkiezingen van 20 maart 2019.

Wat is normaal volgens Rutte en de VVD? De VVD is volgens onderzoeksjournalist Bart de Koning de partij waar 26 mensen met een strafblad rondlopen. De Koning publiceerde in 2017 het boekVriendjespolitiek. Fraude en corruptie in Nederland’. Recent won hij de Anti Fraude Award 2018 op het jaarlijkse Fraude Film Festival. In een interview met Eva Prins in FNV Magazine (2018-4) zegt De Koning over de VVD: ‘Ze roepen het hardst om ‘law and order’, om keihard aanpakken, handhaven, streng straffen. En ten eerste komt daar in de praktijk bar weinig van terecht en ten tweede zijn VVD-ers zelf kampioen fraude’. En: ‘Binnen de VVD lopen 26 mensen met een strafblad rond, veel meer dan bij welke partij ook, maar dat maakt geen enkel verschil in de peilingen.’ Het gaat de VVD-ers dus niet om de feiten, maar om de beeldvorming. Beide brieven van Rutte zijn er een voorbeeld van om de beeldvorming te beïnvloeden. Ze proberen in een profylactische actie de kritiek op de VVD te neutraliseren en af te leiden door de kritiek te verbreden of op anderen te richten.

Rutte noemt geen man en paard. Welke groep voelt zich volgens hem niet verantwoordelijk om er iets moois van te maken? Hij laat het vaag, hoewel de volgende alinea een aanwijzing geeft: ‘Ik heb ze vergeleken met de schreeuwende voetbalvaders langs de zijlijn. In de politiek zie ik ze ook voorbij komen. Mensen die bij de microfoon dingen kunnen roepen omdat ze weten dat er toch nooit een meerderheid voor zal zijn.’ Dit sluit uit dat Rutte doelt op frauderende VVD-ers die lid zijn van de machtigste politieke partij die deel uitmaakt van coalitiekabinetten die de meerderheid vormen. Het is tegenstrijdig wat Rutte zegt, want VVD-ers hebben een meerderheid achter zich en zitten in het centrum van de politieke macht, terwijl de schreeuwers langs de zijlijn buiten of binnen het parlement precies dat zijn. Ze nemen niet deel aan het spel en maken geen deel uit van de macht. Dat is exact het probleem van die schreeuwers, ze voelen zich onmachtig en schreeuwen hun onmacht uit. Maar het is geschreeuw en weinig wol. Waarom focust Rutte dan toch op deze onmachtigen die niet in de bestuurdersstoel zitten en volstrekt niet bij machte zijn om veranderingen door te voeren ?

Het had Rutte gesierd als hij zoals hij eerder deed concreet was geworden. In 2015 hekelde hij de ‘grote dikke-ik-mentaliteit’ en zei toen onder meer volgens een verslag van de NOS: ‘Ik erger me kapot aan bankiers die zeggen dat ze in het buitenland zo veel geld kunnen verdienen. Dan denk ik: ga dan naar Londen, toedeledokie!’ Bankiers als Ralph Hamers van het frauderende ING die aan een jaarsalaris van 2 miljoen euro geen genoeg had, zijn dus volgens Rutte ook schreeuwers. Maar deze bankiers of bestuurders van multinationals staan niet langs de zijlijn. Ze maken integendeel deel uit van het spel en sturen de politiek, zoals de episode van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders verduidelijkte dat een een-tweetje was tussen Rutte en de topman van Unilever. Rutte maakte zich daarmee ook tot een individu die geen verantwoordelijkheid nam om er met elkaar iets moois van te maken. Als premier staat hij niet langs de zijlijn.

Premier Rutte richt zijn pijlen de verkeerde kant op. Het zijn immers niet de schreeuwers langs de zijlijn, maar de machtigen die in economie of politiek de macht uitmaken die hun verantwoordelijkheid niet nemen en zich onmaatschappelijk gedragen. Door hun ‘grote dikke-ik-mentaliteit’ harken ze geld en invloed naar zich toe als rechtse Rupsjes Nooitgenoeg. Het geschreeuw van de onmachtigen langs de zijlijn bestaat, maar is niet de hoofdzaak en van weinig invloed. Het is teveel gevraagd van een partijpoliticus als Rutte om over zijn eigen schaduw heen te springen. Het is teveel gevraagd dat hij kritisch zou zijn op de 26 VVD-ers met een strafblad of op de bestuurders van ondernemingen die uitblinken in zelfoverschatting, zelfverrijking en asociaal gedrag. Of zoals Rutte het zelf formuleert: ‘Mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en altijd eerst denken aan hun eigenbelang’. Het is de hoogste tijd dat Rutte een brief schrijft waarin hij eerlijk is naar zichzelf en naar alle Nederlanders. Bovenstaande brief als onderdeel van de politieke marketing van de VVD niet alleen vals en potsierlijk, maar wat erger is, het gaat de aanpak van het probleem dat Rutte signaleert bewust uit de weg. Dát is kwalijk.

Foto’s: Schermafbeelding van (deel van) ‘Brief van Mark Rutte aan alle Nederlanders’ op site VVD.

Oekraïense Orthodoxe Kerk is definitief los van Moskou en verenigd in eenheidsraad

De Oekraïens Orthodoxe Kerk (Moskou Patriarchaat) ressorteert niet langer onder de Russische Orthodoxe Kerk, maar heeft zich daarvan recent losgemaakt. Eeuwenlang werd deze Oekraïense Kerk gecontroleerd door het Russische Patriarchaat. Russische kerkleiders accepteren de breuk niet en hebben uit protest de banden verbroken met het overkoepelend Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel dat in 2018 de Oekraïense onafhankelijkheid heeft erkend. Op 15 december 2018 hebben drie stromingen van Oekraïense Orthodoxe kerken zich verenigd in een eenheidsraad. Tot primaat is de kandidaat van de kerk met de meeste gelovigen, de Oekraïens Orthodoxe Kerk (Kiev Patriarchaat) gekozen: Epiphanius I, met de titel Metropoliet van Kiev.

Aanleiding voor de breuk is de verwijdering tussen Oekraïne en de Russische Federatie als gevolg van de in 2014 door het Kremlin begonnen en nog steeds voortwoekerende oorlog tussen deze twee landen. In februari 2014 bezetten de Russen de Oekraïense Krim. Volgens de Oekraïense president Petro Porosjenko gaat de onafhankelijkheid van Oekraïne hand in hand met de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk.

Deze ontwikkelingen en de reacties erop tonen aan dat religieuze instellingen zoals kerken een politieke machtscomponent hebben die de innerlijke werking van een geloof te boven én te buiten gaat. Tevens laat dit zien dat het binnen- en buitenlandse programma van Russificering van president Putin niet werkt omdat de ‘Russische Wereld’ krimpt, zoals Paul Goble in een commentaar op een rijtje zet. Niet in Oekraïne, Armenië of Finland, maar evenmin in Tatarstan waar evenals in andere republieken die deel uitmaken van de Russische Federatie een verlangen naar autonomie en de-Russificering bestaat (zoals Dagestan, Tsjetsjenië, Circassië, Tuva, Karelië). Dat heeft te maken met het afnemend economisch, politiek en cultureel belang van de Russische Federatie dat immens divers is. De Oekraïense kerkscheuring en binnenlandse unificatie is een krachtig teken van de afnemende Russische macht, maar zeker niet de enige actuele ontwikkeling ervan.

Bij een commentaar van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Waarom is er geen Vereniging tegen de Claims van Godsdiensten?

Laat het duidelijk zijn, ik ben een aanhanger van het secularisme en daarom per definitie niet tegen godsdienst. Een voorstander ervan ben ik overigens evenmin. Secularisme is een politieke filosofie die zegt dat religies en levensovertuigingen volgens de wet in gelijke mate door de overheid gegarandeerd zijn en verdedigd moeten worden. Kortom, vrijheid, blijheid. Iedereen is vrij om een geloof, overtuiging, gemoedsstemming, zienswijze of standpunt te kiezen en is ook vrij om daar weer afstand van te nemen.

Daarmee is niet gezegd dat godsdienst geen kwakzalverij is. Als vanouds is dat het ‘strikt genomen het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde’, zoals Wikipedia uitlegt. Volgens een uitspraak uit 2007 komt iemand een kwakzalver noemen overeen met iemand een bedrieger noemen. ‘Zeggen dat de vermeende voordelen van een geneeskundige behandeling ongegrond zijn, betekent dat er geen onweerlegbaar bewijs van werking is. Dit betekent gewoonlijk dat de behandeling niet wetenschappelijk werd getest, dat het wetenschappelijk bewijs voor de werking bijzonder zwak is, of dat de behandeling herhaaldelijk de wetenschappelijke toets niet heeft doorstaan‘, aldus de omschrijving in Het woordenboek van de Skepticus.

Dat opent een zienswijze die een direct verband legt tussen kwakzalverij en godsdienst. Want evenmin als de claims van de kwakzalverij kunnen religieuze en spirituele overtuigingen die godsdiensten claimen getoetst worden. Zoals bij testen de claims van de kwakzalverij niet bewaarheid kunnen worden, kunnen de claims van godsdiensten dat evenmin. Het is dat de term kwakzalverij aan geneeskunde is voorbehouden, maar anders zou godsdienst kwakzalverij kunnen worden genoemd. Via een omweg kunnen stafleden van godsdienst bedriegers worden genoemd. Dit alles betekent nog niet dat zij zwendelaars zijn, maar wel dat ze een geloof promoten waarvan het geclaimde voordeel of de werking ongegrond is. Met dat uitgangspunt valt het commentaar uit 2011 van bestuurslid Henk Timmerman van de Vereniging tegen de Kwakzalverij te lezen.

In 2011 had Henk Timmerman zoals hij zelf aangeeft een christelijke overtuiging. Hij was toen voorzitter van de Raad van Kerken in Oegstgeest. Hij meent dat ‘christenen zich tegen elke vorm van bedriegerij en oplichterij moeten verzetten’. Timmerman gaat voorbij aan religieuze en spirituele claims, en de werking van godsdienst. Want het valt niet te rijmen dat christenen die lid zijn van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich tegen het bedrog in de geneeskunde verzetten, maar niet tegen het bedrog in de godsdienst. Zijn commentaar is tegenstrijdig en komt voort uit het hanteren van een dubbele standaard. Want het patroon is dat testen de claims van godsdiensten keer op keer weerleggen. Een godsdienst die claimt het bovennatuurlijke te ondersteunen wordt door geen enkele wetenschappelijke studie hierin gevolgd.

Het lijkt er sterk op dat Timmerman aan wishful thinking doet en redeneert vanuit een blinde vlek. Hij is kritisch op bedrog in de geneeskunde, maar sluit zijn ogen voor bedrog in de godsdienst. Zo combineert hij een wetenschappelijke geest met fantasie. Dit roept de vraag op of hij dan lid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij kan zijn als hij het bedrog in de godsdienst goedpraat of via een omweg sanctioneert door godsdienst boven kritiek te stellen. Zijn instinct waarmee hij zo kritisch is op het bedrog in de geneeskunde praat het bedrog van zijn eigen christendom goed. Hij redeneert in dit commentaar uit 2011 dubbelhartig door de geneeskunde langs de lat van de wetenschap en de wetenschappelijke methode te leggen, maar de godsdienst langs de lat van de fantasie en het wensdenken. Dat is onbetrouwbaar en onecht omdat de claims van de godsdienst volgens dezelfde wetenschappelijke methode als de kwakzalverij getoetst kunnen worden.

Het is gezien de afbakening van de kwakzalverij, die zich immers richt op de geneeskunde, begrijpelijk dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich niet waagt aan de vraag of godsdienst bedrog is. Om deze reden had Timmerman er in het commentaar verstandiger aan gedaan om godsdienst niet uit de wind te houden of goed te praten door te suggereren dat er een tegenstelling met kwakzalverij is. Zo smokkelt hij legitimiteit voor godsdienst binnen. Hij had er verstandig aan gedaan om dit commentaar niet te schrijven omdat hij de claims en de werking van godsdienst wetenschappelijk niet kan ondersteunen door ze te toetsen, zoals hij evenmin de claims van kwakzalvers kan ondersteunen. Het is aanbevelenswaardig als er een Vereniging tegen de Claims van Godsdiensten opgericht zou worden die even kritisch naar godsdienst kijkt als de Vereniging tegen de Kwakzalverij naar geneeskunde kijkt. Dan kunnen valse claims van godsdiensten weerlegd worden.

Foto’s: Schermafbeeldingen van commentaarLidmaatschap Vereniging tegen de Kwakzalverij en religie’ van Henk Timmerman op Vereniging tegen de Kwakzalverij, 14 januari 2011.

Britse politiek is vaag. May wil niet dat haar dat gezegd wordt

Britse media blijven de relatie van hun land met de EU vanuit een houding van miskenning fout voorstellen en de beeldbepalende Britse politici hebben het nog steeds niet begrepen. De Britten treden vrijwillig uit de EU en moeten daarmee voldoen aan de voorwaarden voor uittreding van de EU. Er ligt een bindend juridisch akkoord waar politieke leiders van de EU-lidstaten en van de EU bij herhaling over hebben gezegd dat het definitief is. Maar de Brexiteers leven in de illusie dat dat akkoord opengebroken kan worden en proberen hiermee premier May onder druk te zetten. Het is tegenstrijdig, want de Brexiteers willen het niet-bindende, consultatieve referendum over de Brexit niet openbreken, maar een juridisch bindend akkoord over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU wel. Dat is wereldvreemde en onrealistische politiek. Is premier May ‘nebulous’ (vaag, wolkig) in haar contact met de EU? In een defensieve reflex spreekt ze de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker op zijn verwijt aan haar adres aan. Ze zou haar pijlen beter op de hardliners binnen haar partij richten die haar dwingen om vaag te zijn. For it’s a long, long while from May to December.

Foto: Schermafbeelding van tweet (met video en ondertiteling van het gesprek tussen May en Juncker in Brussel) van Channel 5 News met eigen reactie, 14 december 2018.

Gedachten bij video ‘Painting # 3 (Il Deserto Rosso)’ van Baettig. Elk kunstwerk mag vervormd of gewist worden. Maar is dat zinvol?

Vooral het werk van Ruth Baettig valt op. Het toont een sleutelscène van de film “Il Deserto Rosso” van Michelangelo Antonioni. Met langzame schilderstreken wordt dit zichtbaar gemaakt. Het gaat over de vragen van herinneren en vergeten, van verliezen en van het vinden van jezelf. Een werk dat beweegt tussen performance, film en schilderkunst en dat zich onderscheidt van de anders overwegend modern-conservatieve werken van de jaarlijkse tentoonstelling 2018’, aldus de toelichting bij deze video op het YouTube-kanaal van het Zwitserse arttv Kulturtipp. De tentoonstelling waar dit werk van Ruth Baettig deel van uitmaakt en waar reclame voor wordt gemaakt is de ‘Jahresausstellung Zentralschweizer Kunstschaffen XL’ in het Kunstmuseum Luzern. Dit ter ere van het Kunstgeschellschaft Luzern, een kunstgenootschap dat 200 jaar bestaat.

Het gaat om de video ‘Painting # 3 (Il Deserto Rosso)’ van Ruth Baettig en de beschrijving ervan. Het fragment komt uit de film Il Deserto Rosso (1964) van Michelangelo Antonioni waarover de Antonioni-biograaf Sam Rohdie zegt dat deze film ‘misschien’ gevoegd moet worden bij de befaamde trilogie van begin jaren ’60 (L’avventura, L’eclise, La notte). Over deze invloedrijke films zeiden critici dat ze op zoek naar mening waren, of het gebrek eraan kritiseerden. Maar wat Ruth Baettig er meer dan 50 jaar van maakt is het omgekeerde. Antonioni wekte in zijn middenperiode vervreemding bij de beschouwers, maar ook in zijn vertelling door zijn films met hun personages niet vast te pinnen op vaste betekenissen. Baettig maakt expliciet wat Antonioni impliciet liet. Baettig probeert de vraag naar betekenis in te vullen op zoek naar haar antwoord over betekenis.

De toelichting bij het kunstwerk roept pretentie op, zoals de oorspronkelijke film leegte opriep. De wens om te duiden en bewerken wordt zo de vijand van duiding. Wat Baettig doet mag. Elk kunstwerk mag digitaal bijgeknipt, vervormd of gewist worden. Baettig staat op de schouder van de reus Antonioni en voegt er haar mening en hedendaagse kunstjargon aan toe. Maar waar Antonioni bovenal verwees naar de samenleving uit de eerste helft van de jaren ’60 (vdve), vestigt Baettig de aandacht op zichzelf door de ingreep. Want daaraan kan geen enkele kunstenaar ontkomen die aan de slag gaat met een iconisch werk uit de kunstgeschiedenis.

Hoofdrolspeelster Monica Vitti kijkt ons inhoudsloos en stom aan, verloren in een Zwitserse kunstvideo uit 2018. ‘Painting # 3 (Il Deserto Rosso)’ heet geen modern-conservatief werk te zijn, maar zich daarvan te onderscheiden. Maar deze video is juist wel ‘modern-conservatief’ omdat het een icoon uit de moderne filmgeschiedenis kannibaliseert en wil behouden door het van ruis te voorzien die het miste. De film van Antonioni kan die ingreep wel aan, het is de vraag of dat in dezelfde mate geldt voor de video van Baettig.

Aanslag kerstmarkt Straatsburg. Hoe kunnen we op een kleine man reageren die het gevolg van zijn actie niet kan overzien?

Aan de ene kant een grote kerstmarkt vol lichtjes en winkelende mensen in een welvarende Europese stad en aan de andere kant een moordenaar met een crimineel verleden met een voor velen onuitspreekbare naam (Chérif Chekatt) die onder het roepen van ‘Allah Akbar’ drie mensen doodt en nu door de Franse anti-terroristische politiemacht wordt achtervolgd omdat hij ontkomen is. Dat verliest de Marokkaanse Chekatt met dubbele cijfers in de beeldvorming. Wat gaat nog meer verloren behalve het leven van drie individuen en het toch al zo onder spanning staande beeld van een religie van vrede in wier naam mensen worden gedood? Maatschappelijke cohesie, bezinning? Of op een ander vlak multiculturalisme, nationale identiteit en een wereldreligie? Chekatt is een crimineel in de marge. Een non-valeur die de aandacht die hij oproept niet waard is. Eveneens geldt dat voor de tegenpartij die deze kleine man groter maakt dan hij is. Maar hoe kunnen we op zijn daad reageren door niet te reageren? Chekatt gijzelt ons met zijn wandaad. Tegelijk helpt hij de Franse macht om volgens oude patronen te reageren, de situatie te stabiliseren en de gele hesjes te doen vergeten. Chekatt is de provocateur die vooral de Franse staat dient door het slechte te doen. Namelijk door zich aan te melden als ideale bliksemafleider. Hij is een dubbele sukkel die het omgekeerde bereikt van wat hij beoogt.

Foto: Franse politieman op straat na de aanslag op de kerstmarkt in Straatsburg. Credits: Le Monde, 12 december 2018.

Kunst als halffabrikaat voor persoonlijke ontwikkeling: de ‘Art Based Learning’-methodiek

Roumayne Schepers heeft een bedrijf Leren Van Kunst. Ze neemt individuen of groepen mee naar het museum. In een artikel in De Telegraaf licht Schepers haar bedrijf en de achtergrond van haar bedrijf en haarzelf toe. Enkele citaten: ‘Door langere tijd naar hetzelfde kunstwerk te kijken, stimuleer je je associërend en verbeeldend vermogen en zo ontstaan nieuwe ideeën en inzichten’, ‘Het doel is om inzichten te krijgen en de creativiteit te stimuleren. Vaak weten mensen theoretisch het antwoord op hun vraag wel, maar voelen ze het nog niet.’ en ‘Als je het verhaal achter het werk kent, dan kan dat belemmerend werken. Ken je het niet, kom je eerder bij je eigen creativiteit.’ Wat dat betekent ‘eerder bij je creativiteit komen’ legt Schepers niet uit.

Schepers heeft geen kunstachtergrond of is opgeleid in een kunstvak of heeft zich gespecialiseerd in kunsteducatie. Ze zegt na haar studie farmacie twaalf jaar op de kwaliteitsafdeling van een grote apotheker gewerkt te hebben. Daar miste ze creativiteit, zo zegt ze. Toen ze een deeltijdstudie aan de fotoacademie volgde had ze naar eigen zeggen in het derde jaar ‘een creatieve blokkade’. Ze kreeg toen het advies van een docent om zich ‘te laten inspireren in een museum’. Daar hoorde ze van de Art Based Learning-methodiek die ze nu toepast in haar bedrijf. Dat is een methode die door Jeroen Lutters is ontwikkeld. Hij is lector kunst- en cultuureducatie bij ArtEZ en is gepromoveerd bij literatuurwetenschapper en narratologe Mieke Bal. De focalisatietheorie die Bal mede heeft ontwikkeld en een onderscheid aanbrengt tussen verteller en focalisator, ofwel de verwoorder van de visie, lijkt als model ten grondlag te liggen aan de Art Based Learning-methodiek.

De methodiek krijgt positieve kritieken en lijkt zonder nadelen te zijn. De vraag is of dat goed doordacht is of dat het debat erover nog moet beginnen. Hier legt Astrid Rass de vier stappen van Art Based Learning uit. NRC-columniste Clarice Gargard die in Museum Voorlinden deelnam aan een Art Based Learning-sessie van Schepers bedrijf Leren Van Kunst maakt in de titel van haar column duidelijk waar het bij deze methode om gaat: ‘Hoe kunst kan helpen om onszelf te verstaan.’ Dat lijkt tevens het grootste bezwaar van de methodiek, namelijk dat het kunst op een gerichte wijze inzet voor de eigen persoonlijke ontwikkeling waarbij kunst als kunst buiten beeld raakt. Rass omschrijft dat zo: ‘onderwijs ook als middel voor het vormgeven van de eigen identiteit.’ Al lang wordt aan kunst deze functie toegedicht. Zo wordt vaak beweerd dat het lezen en doorgronden van romans de empathie van de lezer kan helpen ontwikkelen. Maar dat is wat anders dan kunst tot onderdeel maken van een methode die dient om de persoonlijke ontwikkeling of de vormgeving van de eigen identiteit te dienen. Dan wordt kunst tot een halffabrikaat waarbij het niet om de kunst draait, maar waar kunst met verlies van haar functies dienstbaar en ondergeschikt aan een ander doel wordt gemaakt. Hoe zinvol de methodiek van Art Based Learning ook is. Daarnaast wordt kunst in een extra commercieel frame gedrongen. Een sessie van 2 uur persoonlijke begeleiding bij Leren Van Kunst kost 180 euro per persoon.

Foto: Schermafbeelding van deel van site Leren Van Kunst, het bedrijf van Roumayne Schepers dat de Art Based Learning-methodiek van Jeroen Lutters in musea toepast.

Trump oogt kwetsbaar en wordt nog beschermd door zijn functie. Maar dat kan veranderen en hoeft geen blijvende garantie te zijn

President Trump die het van zijn imago van bravoure en onkwetsbaarheid moet hebben is door recente juridische uitspraken kwetsbaar geworden. Zijn presidentschap dat nu halverwege de termijn van vier jaar is zakt in elkaar. Het ontrafelt, zoals Amerikanen zeggen. Het is gesleten en zal de komende twee jaar verder slijten. Mede door een Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden dat dagvaardingen zal sturen naar Trump en zijn naast kring van (ex)-medewerkers en familieleden. Ook steeds meer Republikeinen nemen afstand van deze besmette en onhandelbare president. Vraag is of de president in een juridische procedure aangeklaagd of in een politieke procedure afgezet kan worden. Dat laatste wordt verhinderd door een ongeschreven regel, niet door de wet. Zo resteert uiteindelijk een Catch-22 situatie over Trumps positie waar het Hooggerechtshof zich over kan buigen. Als blijkt dat de president door de overtreding van de wet zijn functie heeft veroverd en hij er feitelijk geen recht op heeft, wat weegt dan het zwaarst: de functie van de zittende president of de wetsovertreding? Hoe dan ook is de verwachting dat Trump na zijn presidentschap juridisch aangeklaagd wordt door de rechtbank van het Southern District van de staat New York. Want hij is een crimineel die misdaden heeft begaan en nu alleen nog door zijn functie wordt beschermd. Ook dat versterkt het beeld dat de president aangeschoten wild is. Zijn bravoure is bombastisch en werkt steeds minder naargelang zijn positie schrijnender wordt. De race naar de bodem is ingezet. Het einde is in zicht.

Het is een cliché, maar de crisis van de westerse democratie biedt kansen. Hoe dan ook via herschikking van de politieke macht

Tegenstanders van de westerse alliantie beleven gouden tijden. In Frankrijk zorgen de protesten van de Gele hesjes voor instabiliteit en ondermijning van de positie van president Macron. Het Kremlin zou de protesten actief voeden via (sociale) media, aldus het Duitse t-online. De conservatieve commentator en anti-Trumpiaan Max Boot weet zeker dat het Kremlin deze protesten voedt. In het Verenigd Koninkrijk koerst premier May af op een nederlaag in het Lagerhuis in een stemming op 11 december over de Brexit. Wat de uitkomst ook is, de instabiliteit is immens in Westminster. De Britten zijn vooral met zichzelf bezig. Het is zelfs niet uitgesloten dat de radicaal-linkse, anti-Navo en anti-EU leider van Labour Jeremy Corbyn in 2019 May’s opvolger wordt. In de VS zijn er de onderzoeken naar de geheime samenwerking of zelfs samenzwering van president Trump en de rechtszaken tegen oud-medewerkers van hem (Manafort, Flynn, Cohen) door speciale aanklager Robert Mueller, lokale aanklagers (Southern District of New York) en grand jury’s. Trumps positie is kwetsbaar en een afzettingsprocedure in het Huis van Afgevaardigden komt naderbij omdat hij van misdaden wordt beschuldigd en daarop of juridisch of politiek geantwoord moet worden. Een patstelling en een constitutionele crisis dreigt waarbij Trump van geen wijken wil weten, maar hij evenmin nog krachtig en gecoördineerd kan handelen.

Of het aan het meesterschap van kanselier Angela Merkel te danken is dat Duitsland tot nu toe de dans ontspringt van de maatschappelijke onrust en het opdringen van linkse en rechtse populisten is de vraag. Duitsland is een tamelijk decentraal geleid land waar de regio’s veel autonomie hebben. Maar waar in het Verenigd Koninkrijk dezelfde autonomie van Schotland, Wales of Noord-Ierland zich tegen de centrale macht keert, lijkt dat in Duitsland (nog) niet het geval. Daarnaast gaat het in Duitsland economisch goed en is de welvaart evenwichtiger verdeeld dan in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of de VS waar meer echte armoede onder de bevolking heerst. Nederland gaat het als Duitse ‘buitenprovincie’ vergelijkbaar goed als Duitsland.

Dat buitenlandse agitatoren kunnen inbreken in westerse samenlevingen is een teken aan de wand. Het middel daartoe is propaganda van buitenlandse media die in het Westen sociale media als Facebook en Twitter gebruiken om hun desinformatie te verspreiden. Nog steeds zijn deze Amerikaanse techbedrijven niet bereid om hun journalistieke verantwoordelijkheid te nemen en vol in te zetten op het blokkeren van nepnieuws. Maar het is de voedingsbodem voor de desinformatie die het verschil maakt, niet het middel daartoe.

Het wordt al jaren als waarschuwing én voorspelling van de daken geschreeuwd dat het een wonder is waarom de bevolkingen van westerse landen zo apathisch blijven onder de verslechtering van hun positie. Sinds de jaren ’80 zijn de voorzieningen van de verzorgingsstaat afgebouwd, is de gelijkheid én het aandeel van de vergoeding voor arbeid in de samenleving afgenomen, en hebben grensoverschrijdende financiële instellingen en multinationals succesvol de macht gegrepen door de politiek op te kopen en zich door belastingontwijking en afspraken over belastingbetaling te verrijken en zich door die vinger in de pap boven de orde te plaatsen.

Wat in Frankrijk gebeurt hoeft geen verloren crisis te zijn als die tot iets goeds leidt. Met een nieuw Deltaplan en herschikking van de politieke macht. Het kan landen wakker schudden dat ze zich moeten versterken tegen de binnen- en buitenlandse vijanden die erop uit zijn om de EU te ondermijnen. Maar streven naar autonomie, zelfbewustzijn en in het eigen algemeen belang handelen zijn niet altijd de randvoorwaarden van de EU. Dat maakt de afhankelijkheid van Russisch gas (Gazprom) via de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II duidelijk die in tegenspraak is met het Third Energy Package van de EU. Deze tegenstrijdigheid is giftig omdat het bedrijven die de Europese politiek hebben gekaapt zijn die het energiebeleid bepalen. Dat is in een echte democratie onaanvaardbaar. Het is ook de vraag of de EU niet al door zowel binnenlandse verdeeldheid en dissidenten (Hongarije, Polen, Italië) of afhankelijkheid van multinationals en banken te ver is afgegleden om nog te redden in haar huidige vorm. Hoe dan ook kan het besef van urgentie dat westerse landen zelfstandig en hard moeten vechten voor het behoud van de eigen democratie krachten mobiliseren die nu nog slapen.

Foto 1: ‘Les investigations portent sur les conditions dans lesquelles certains comptes ont été créés ainsi que sur l’activité suspecte de sites. LP/Yann Foreix’ (‘De onderzoeken betreffen de voorwaarden waaronder bepaalde accounts zijn aangemaakt en de verdachte activiteit van sites’). Artikel ‘Gilets jaunes : enquête sur une possible ingérence étrangère’ (‘Gele hesjes: onderzoek naar mogelijke buitenlandse inmenging’) in Le Parisien, 8 december 2018. 

Foto 2: ‘Gilets jaunes’ met Russische vlag van de DNR op de Parijse Champs-Élysées in Fdesouche, 8 december 2018.

 

Domme hooggeleerdheid van Beatrice de Graaf in NRC-column

Hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht Beatrice de Graaf vind ik de domste hooggeleerde van een vakgebied waar ik enig zicht op heb. Als ze het over actuele politiek heeft ben ik het over het algemeen niet alleen inhoudelijk met haar oneens, maar begrijp ik evenmin de stappen die ze in haar betogen zet. Of dat nou in haar NRC-column is of in een openbare lezing. Vooral als ze het heeft over de Russische Federatie, Duitsland of hedendaags terrorisme word ik een beetje hopeloos van Beatrice de Graaf.

Neem de NRC-columnEer, worst en kaviaar’ met de volgende uitspraak over Merkel en Putin: ‘Experts en diplomaten zullen dan onderstrepen hoe zeer hun onwillige, maar vasthoudende overleg in de jaren van de Krim-oorlog heeft bijgedragen aan conflictbeheersing en doorgaande economische uitwisseling. Waarom is dat nu voor tijdgenoten dan nog zo slecht zichtbaar?’ De Graafs claim is dat ze ziet wat experts niet zien. Dat getuigt niet van valse bescheidenheid. Is die claim terecht of een slag in de lucht? Met betrekking tot Merkel kan nog begrepen worden dat ze door de vele tegenstrijdige belangen (Duitse economische positie en lobby, Duitse relatie met Kremlin, Translatlantische relatie) die ze vertegenwoordigt net als Frankrijk (Minsk-overleg) tot overleg met Putin gedwongen is. Maar diens ‘vasthoudendheid’ lijkt een totaal andere reden te hebben.

Deze uitspraak roept ook de vraag op wat de grenzen aan de geschiedschrijving zijn. Hoever kan die aan de hand van het verleden naar de toekomst opgerekt worden zonder te vervallen in koffiedik kijken en fabuleren? Onder de stilzwijgende verwijzing naar haar functie en vakgebied die netjes onderaan de column genoemd worden gedraagt De Graaf zich als de waarzegster van de actuele politiek. Maar dat laatste heeft per definitie niets met geschiedschrijving te maken omdat het de verre toekomst meent te kunnen interpreteren.

Het antwoord op de vraag waarom de in de ogen van De Graaf relatieve vrede van de nu al sinds 2014 durende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie zo slecht zichtbaar zou zijn, geeft ze zelf: ‘Omdat wij door de spiegel van onze eigen westerse, Nederlandse of Europese identiteit kijken. In die reflectie van individuele vrijheid en waardering voor inspraak en overleg kan het rauwe en provocerende gedrag van de Russische machthebbers, generaals en spionnenchefs heel barbaars ogen.’ Is hier behalve een hoog Alice in Spiegelland-gehalte van de wereld achter de spiegel sprake van een Stockholm-syndroom waarin De Graaf zich niet alleen vereenzelvigt met het rauwe gedrag van de Russische machthebbers, maar dat ook goedpraat?

Suggereert De Graaf dat universele waarden zoals individuele vrijheid en meningsuiting wel voor inwoners van westerse staten gelden, maar niet voor de inwoners van autoritaire landen als de Russische Federatie? Het gedrag van Russische machthebbers tegenover binnen- en buitenlandse opponenten ‘oogt’ niet alleen barbaars, maar ‘is‘ dat volgens de universele waarden, wat burgerrechten en de internationale rechtsorde, wat internationale normen betreft. Elders op sociale media gaf ik vandaag de volgende reactie:

Doorgaans begrijp ik De Graaf niet als ze het over Europese veiligheidspolitiek heeft. Ook deze keer niet in haar column ‘Eer, worst en kaviaar’. De blinde vlek van De Graaf blijft dat ze staatsterrorisme niet benoemt of zelfs signaleert en dat haar neo-realistische geschiedopvatting de rechtsorde ondergeschikt maakt aan de machtsverhouding tussen staten. Het merkwaardige is dat De Graaf in haar column correct de feiten aandraagt, maar er vervolgens zelf de enig logische conclusie niet uit weet te trekken. Want ja, de Russische president heeft sinds 2000 zijn land niet weten te moderniseren en hervormen, maar nee, De Graaf stelt hem daar niet direct voor verantwoordelijk.

De echte Russische eer zou zijn als het Kremlin zou stoppen het land en de inwoners te behandelen als een wingewest voor eigen profijt en er een eer in zou leggen om het land en de bewoners vooruit te helpen. De Graaf relativeert en stelt tegenover de roofstaat van Putin, de eventuele chaos en het machtsvacuüm na Putin. Dat is goed mogelijk, maar het kan ook anders. De toekomst van de Russische Federatie na Putin kan ook lopen via hervorming, modernisering, de opbouw van rechtsstaat en democratie.

Zo helpt ze er onbewust aan mee de verkeerde agenda te agenderen. Feit dat De Graaf blijft hangen in de extrapolatie van Putin met meer (of erger) van hetzelfde geeft de geslotenheid van haar denken aan. Als NRC-abonnee kan ik haar column goed missen en vraag ik me telkens af om welke reden de hoofdredactie haar nou eigenlijk in de arm neemt. Om aan te tonen in hoeverre De Graaf er deze keer weer naast zit?

Foto: Schermafbeelding van deel columnEer, worst en kaviaar’ van Beatrice de Graaf in NRC, 7 december 2018.