Hoe gepast is realisatie door het bestuur van christelijke werken in de openbare ruimte? DENK stelt vragen aan Utrechts college

Utrechtse raadsleden willen Utrechtse meesters een gezicht geven. Bovenstaande motie 51 van 29 juni 2017 die werd ingediend door GroenLinks, CDA en Student&Starter verzocht het college mogelijkheden te onderzoeken ‘voor het permanent onder de aandacht brengen van enkele oude Utrechtse meesters in de binnenstad’. In een commentaar van 3 september 2018 had ik daar kritiek op. Ik schreef: ‘Laten de Utrechtse meesters niet ondergeschikt gemaakt worden aan de stadspromotie en de marketing van Utrecht. Een Utrechtse meester past per definitie niet in dat frame. Het surplus van een culturele icoon is niet te vangen. Dat moet daarom niet geprobeerd worden. Ook als de poging goedbedoeld en welgemeend is. Het wringt.’

Ook DENK dat in de raad met 2 zetels vertegenwoordigd is heeft twijfels over het idee om de Utrechtse meesters in de openbare ruimte te promoten met het oog op cultuureducatie en publieksbereik. Het lijkt er trouwens op dat gaandeweg de werking van de openbare ruimte is verruimd van de binnenstad uit motie 51 naar andere delen van de stad. Uit het antwoord op bovenstaande schriftelijke vragen van 18 oktober 2018 van DENK (‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) bleek al dat een partij die vragen stelt over het vanzelfsprekende dat niet zo vanzelfsprekend is een heel eind kan komen. Want het college stelt in haar antwoord weliswaar dat de Utrechtse meesters ‘Utrechtse iconen voor álle bewoners van Utrecht zijn’, maar het is nog maar helemaal de vraag of dat zo is, hoe dat aangetoond kan worden, of dat zo door alle inwoners ervaren wordt en het etnisch, cultureel en kunsthistorisch wel klopt. Het lijkt er sterk op dat het college met het volgen van motie 51 (2017) met ogen open het mijnenveld van de identiteitspolitiek in is gelopen.

Op 22 november heeft DENK opnieuw schriftelijke vragen gesteld (‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) die inzoomen op de openbare ruimte van Kanaleneiland en Overvecht. DENK merkt op over het antwoord van het college op de vragen van 18 oktober: ‘Hierin werd duidelijk dat het Centraal Museum en Utrecht Marketing enkele monumentale wandschilderingen willen realiseren in de wijken Kanaleneiland en Overvecht, bij wijze van publiciteit voor de aanstaande overzichtstentoonstelling van Caravaggisten in het Centraal Museum.’ Op 16 december 2018 opent de tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum. DENK stelt vragen ‘over de aard van deze werken, en de informatie erover naar de Raad en de buurtbewoners’ en vraagt zich in het bijzonder af hoe gepast het is dat ‘instellingen ( ..) monumentale werken met religieuze thematiek realiseren in de openbare ruimte’. De schilderijen van de Caravaggisten staan bij uitstek bekend om ‘de Christelijke, bijbelse thematiek’ zo stellen deze vragen met kunsthistorische invalshoek. DENK meent dat het gemeentebestuur hierover ‘duidelijk’ de raad moet informeren ‘aangezien het gaat om religieuze uitingen in de openbare ruimte die buiten het domein staan van religieuze instellingen en gebouwen’.

Deze vragen stellen op een demonstratieve wijze dat deze religieuze uitingen niet neutraal of onpartijdig zijn in een stad als Utrecht waar de grote meerderheid van de inwoners vrijdenker of niet-christen is. Het tonen van wandschilderingen met christelijke, bijbelse thematiek in Overvecht en Kanaleneiland mag dan marketing zijn voor een lokale tentoonstelling en verkocht worden als promotie voor de kunst en cultuur van Utrecht, maar valt tevens op te vatten als religieuze propaganda voor het christendom in de openbare ruimte. Dat is ongewenst. De principiële vraag die DENK stelt is volgens welk grondrecht het gemeentebestuur dit meent te kunnen doen of waarom het een uitzondering op dit grondrecht meent te kunnen maken. Deze vragen gaan over heel wat meer dan marketing en stadspromotie alleen. Ze gaan er ook over van wie de stad is en hoe gewenst en neutraal de realisatie van ‘culturele’ werken met religieuze thematiek in de openbare ruimte is.

Foto 1: Schermafbeelding van motie 51 (2017) ‘Geef Utrechtse meesters een gezicht’ van Reinhild Freytag (Student & Starter), Steven de Vries (GroenLinks) en Marloes Metaal-Froon (CDA) in gemeenteraad Utrecht, 29 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragen (met antwoord) 140 (2018) ‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van College  B&W aan Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 18 oktober 2018.

Foto 3: Caravaggio, De graflegging van Christus (‘Deposizione’), 1602-04. Collectie: Pinacoteca Vaticana, werk wordt getoond op tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum (16 december 2018 – 24 maart 2019).

Foto 4: Schermafbeelding van schriftelijke vragen 160 (2018) ‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 22 november 2018.

Wat bezielt de VVD om zich te keren tegen kunst? Bij een petitie die vraagt om Körmelings draaiend huis in Tilburg te verwijderen

Voorzitter Emmy Duinkerke van de afdeling Hart van Brabant van de JOVD is petitionaris van deze petitie van 20 november. De JOVD is een jongerenafdeling gelieerd aan de VVD. De petitie verzoekt vanwege financiële redenen om te stoppen met het kunstproject Het Draaiend Huis op de Hasselrotonde in Tilburg. Duinkerke schrijft de petitie namens de JOVD. Ze noemt de naam van de kunstenaar niet, maar dat is de in Eindhoven wonende kunstenaar/ architect John Körmeling. Hij werkt veel in de publieke ruimte, landelijke bekendheid kreeg Körmeling toen hij het Nederlandse paviljoen Happy Street voor de Expo 2010 in Shanghai ontwierp.

Duinkerke reageert waarschijnlijk op een bericht van 16 november 2018 van Omroep Brabant dat meldt dat het kunstwerk kapot is en de reparatie ervan 45.000 euro kost. Zij wijdt op haar persoonlijke FB-pagina een posting aan hetzelfde onderwerp: ‘De JOVD Hart van Brabant is een petitie gestart om het Draaiend Huis Tilburg uit te krijgen. Dit kunstproject heeft al ontzettend veel geld gekost en gaat nog meer geld kosten, waar wij als Tilburgers voor mogen opdraaien’. Aan het kostenaspect ontleent ze haar enige argument.

Het is opvallend dat de VVD en de adspirant-VVD’ers van de JOVD zich profileren door tegen hedendaagse kunst te schoppen. Afgelopen week was er nog het pleidooi van VVD-kamerlid en cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen die ‘cultuur’ tegen ‘volkscultuur’ afweegt en meende dat de steun voor kunst afgebouwd moet worden ten gunste van volkscultuur. In het debat over de cultuurbegroting kreeg hij veel kritiek. Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie noemt Aartsens idee ‘ontzettend polariserend’. Een misverstand is dat in 2010 tijdens het staatssecretariaat van Halbe Zijlstra als verantwoordelijke bewindsman voor kunst niet de VVD maar de PVV de kwade genius zou zijn achter de afbraak van de kunstsector. De PVV had die macht niet en profileerde zich uitsluitend op het dossier immigratie, islam en integratie. Ik schreef in 2012 in een commentaar: ‘De VVD is de oorzaak voor de kaalslag op cultuur en heeft dat de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door VVD-staatssecretaris Zijlstra.’

De lijn Halbe Zijlstra – Thierry Aartsen – Emmy Duinkerke is geen toeval, maar bewust beleid binnen de VVD. De partij profileert zich met het schoppen tegen kunst en het terugdringen van overheidssubsidie voor kunst. Wat de partij denkt te bereiken door zich als vijand van kunst te profileren is de vraag. Want zowel in positieve als negatieve zin leeft kunst in Nederland nauwelijks bij het electoraat. Het risico bestaat dat gematigde liberalen om deze reden de VVD de rug toekeren. Vooral vanwege de volksmennerij die ermee samengaat. Op de rechtse flank van de politiek bestaat haat tegen kunst omdat het als een linkse hobby wordt beschouwd.

Uiteraard mogen politici zich tegen kunst keren als ze dat volgens hun overtuiging vinden. Maar dat de grootste partij van Nederland over de rug van de kunst denkt te kunnen scoren baart zorgen. Het gaat ook niet om backbenchers als Aartsen of Duinkerke die in de rat race van de politiek kunst aangrijpen om gehoord te worden. Zo werkt politiek nu eenmaal. Het gaat om een mentaliteit bij de VVD die handelt in oude reflexen.

De VVD in de jaren ’50 en ’60 was een elitaire partij van de gegoede burgerij. Zo noteert Jan Hanlo die Oote oote oote boe schreef in 1952 over een VVD’er: In dezelfde maand haalt het vers de Eerste Kamer waar Mr. W.C. Wendelaar (VVD) zich erover opwindt. Met name ergert hij zich aan het feit dat het vers gepubliceerd werd in een door het rijk gesubsidieerd tijdschrift. De pendule is na ruim 60 jaar terug bij de minachting door de VVD voor kunst. Pleidooien voor het schrappen van overheidssubsidie voor kunst zetten een doorgaande streep onder een VVD die vrijgestelden bedient en geld omploegt richting bedrijfsleven en banken.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieStilstaand Huis Tilburg uit’ van Emmy Duinkerke, voorzitter van de JOVD Hart van Brabant, 20 november 2018.

Foto 2: John Körmeling, ‘Hasselt Traffic Circle’, Tilburg 2008. ‘Freestanding row house rotating on roundabout’.

Racisme? Advertenties Dolce & Gabbana vallen slecht in China

De beschuldiging van racisme is het nieuwe normaal. Dat leidt soms tot onzinnige aantijgingen. Racisme moet aangepakt worden, maar wat als het geen racisme is en eerder een wat sterk aangezette stereotypering die de overgevoeligheid prikkelt en cultuurverschillen benadrukt? Verstoort dat dan juist de aanpak niet en werkt zo’n aantijging niet averechts in de bestrijding van racisme? Neem de reeks advertentie van het Italiaanse modemerk Dolce & Gabbana waarin een Chinese vrouw op haar manier geniet van gerechten uit de Italiaanse keuken. De advertenties op sociale media dienen ter promotie van een show in Shanghai, vandaag 21 november 2018. De show is afgelast door de Chinese autoriteiten. Wie profiteert er nou van deze marketing?

Belgische theatermakers verklaren dat actie met vervalste Picasso geen publiciteitsstunt is. Maar hun dramaturgische uitleg rammelt

Update 13 januari 2020: Ik had in onderstaand commentaar van november 2018 geen goed woord over voor de Belgische theatermakers Bert Baele en Yves Degryse. Ik vond hun intenties verkeerd, hun dramaturgische uitleg ondermaats en hun handelen onethisch. Nu is er een interview in NRC met de Roemeens-Nederlandse schrijfster Mira Feticu die ze vanwege marketing van hun voorstelling voor de gek hielden. Ze stuurden haar naar Roemenië om haar er een vervalste Picasso op te laten graven. Wat er met Fiticu gebeurde die in goed vertrouwen handelde maakt het er alleen nog maar erger op. Zij verloor haar baan en haar huis door deze twee Belgische theatermakers. Ze wilden niet inhoudelijk reageren op het interview in NRC. Een kanttekening, als Fiticu zegt dat ze Nederlandse humor af en toe flauw vindt. Daar gaat het hier niet om, de flauwe humor was in dit geval Belgisch. Hopelijk zijn Bert Baele en Yves Degryse inmiddels tot het inzicht gekomen dat ze zo niet met mensen om kunnen gaan. Ze zouden zich rot moeten schamen voor hun onverantwoord gedrag. 

Hoe waarachtig is bovenstaande verklaring van het Belgische theatercollectief BERLIN over de vervalste Picasso? Bert Baele en Yves Degryse ontkennen dat het om een publiciteitsstunt gaat, maar hoe geloofwaardig is dat als ze door hun actie intussen volop publiciteit hebben gekregen voor hun voorstelling ‘True Copy’ over kunstvervalser Geert Jan Jansen? Een bericht van RTV Rijnmond komt tot een tegengestelde conclusie en kopt: ‘Belgische theatermakers: ‘Vondst gestolen Kunsthal-Picasso is publiciteitsstunt’. Vooral schrijfster Mira Feticu voelt zich benadeeld. Ze werd in de actie betrokken door een brief van BERLIN die haar op het spoor zette van Picasso’s Tête d’Arlequin die in Roemenië verborgen zou zijn. Het werk werd in 2012 uit de Rotterdamse Kunsthal gestolen. Feticu is woedend en niet te spreken over de actie van de theatermakers.

Dit soort nepnieuws in de kunsten vanwege publicitaire overwegingen begint een patroon te worden. In mei 2018 zocht Museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom de publiciteit met een in scène gezette vondst van een oud boek. Het museum had dat boek zelf verstopt om het zogenaamd bij renovatiewerkzaamheden te vinden. Mede omdat de cultuurwethouder in het complot zat kwam er veel kritiek op. De wethouder gaf achteraf zijn schuld toe door te zeggen dat hij een verkeerde keuze had gemaakt door eraan mee te werken.

In de VS is president Trump verworden tot een volwaardige pathologische leugenaar die zakelijke kritiek op zijn functioneren via een omkering van waarden probeert te weerleggen door de boodschapper van de kritiek te betichten van nepnieuws. Het is een ernstig maatschappelijk probleem. De journalistiek staat van vele kanten onder druk. Media moeten om economische redenen bezuinigen en journalisten ontslaan zodat het inboet aan kwaliteit. Links- en rechts-radicale groepen betwisten de onafhankelijkheid van gevestigde media. Sociale media verdringen door hun dynamiek delen van oude media door het creëren van deelwerkelijkheden met deelwaarheden. Het idee van de waarheid die voor allen geldt wordt bewust en onbewust ondermijnd.

Nu voegt zich in dat koor dat aan de stoelpoten van de oude media en het idee van de waarheid zaagt het Belgische theatercollectief BERLIN dat in de verklaring ontkent de publiciteit te hebben gezocht of zich te hebben bediend van nepnieuws omdat de ‘actie voor ons een onderdeel van de voorstelling’ is. Dat is een onechte uitleg omdat het hiermee de eigen verantwoordelijkheid afschuift. Want dat zou betekenen dat  een voorstelling, tentoonstelling of uitzending per definitie elke leugen of onwaarheid rechtvaardigt. Maar dat is niet zo. Ook niet als de thematiek van vervalsing, leugen of waarheid het onderwerp van een voorstelling is.

De verklaring bevat raadselachtige zinswendingen die vragen oproepen over de zorgvuldigheid en de oprechtheid van de makers. Zoals ‘In True Copy laat BERLIN verschillende werelden en realiteiten op het podium samenvloeien’. Wat dat mag betekenen en wat het met de publiciteitsactie van de vervalste Picasso in Roemenië te maken heeft is niet op voorhand duidelijk. In het theater gaat het immers maar om één werkelijkheid, namelijk de theaterwerkelijkheid die in zichzelf gesloten is en bronmateriaal kan ontlenen aan vele werelden en werkelijkheden. Maar die werkelijkheid op het podium staat niet in direct contact met de werkelijkheid buiten het podium in Roemenië. Een andere raadselachtige zinswending is dat in de voorstelling ‘non-fictie vaak naadloos overvloeit in fictie’. Opnieuw valt lastig na te gaan wat de theatermakers hiermee bedoelen, maar opnieuw bezondigen ze zich aan lui of onzorgvuldig denken. Zeggen ze wat anders dan ze bedoelen en bedoelen ze wat anders dan ze zeggen? Want de voorstelling is fictie die als bronmateriaal delen uit de werkelijkheid, te weten non-fictie gebruikt. Dat loopt niet naadloos in elkaar over, maar valt op elk moment en op elk niveau te onderscheiden. Zelfs in de identificatie van de toeschouwer met ‘de vervalser’.

Dat beide theatermakers de kunsthandel kritisch benaderen is verdienstelijk en een geschikt onderwerp voor een theaterstuk, maar ze overspelen hun hand als ze dat koppelen aan de actie met de vervalste Picasso die ze geen publiciteitsstunt willen noemen. Hoe dan ook hebben ze de actie opgezet met het oog op de voorstelling. De verhaallijn van de vervalste Picasso kan binnen de voorstelling weliswaar een onderwerp zijn, maar kan nooit samenvloeien met de werkelijkheid buiten de voorstelling waardoor fictie en non-fictie in elkaar overvloeien. Dat is per definitie onmogelijk. Daarom is de verklaring fantasie. Baele en Degryse hadden zich beter rekenschap moeten geven van de wereld buiten de theaterwerkelijkheid voordat ze deze actie planden en uitvoerden. Het kan dat de belangstelling voor hun voorstelling toeneemt, maar de journalistiek en waarheid zijn het kind van de rekening. Ze schaden het algemeen belang. Zo bereiken de theatermakers het omgekeerde van wat ze zeggen te beogen, namelijk het koesteren van ‘de waarde van waarheid’.

Foto: Schermafbeelding van verklaringMEER OVER TRUE COPY’S ‘TÊTE D’ARLEQUIN’ van BERLIN.

Verenigd Koninkrijk heeft een politieke klasse nodig die geestelijk gezond is. Dat ontbreekt en leidt tot Brexit, chaos en verval

Hoe erg is het om jezelf voor de gek te houden? Maakt het verschil of dat individueel of collectief gebeurt? Wanneer gaat eigenwaan over in zelfbedrog of abnormaal gedrag? Wie de politieke berichten uit het Verenigd Koninkrijk volgt kan niet anders dan concluderen dat een groot deel van het volk en de politieke klasse mentaal uit de rails loopt. Dat wordt gelegitimeerd door te suggereren dat de ander abnormaal is. In dit geval de EU. In 2016 besloot een kleine meerderheid van het Britse volk daaruit te stappen. Wat is in de kern het probleem van de Britten? Want dat het om een lastig op te lossen probleem gaat is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden. Het is de pikorde van land en politiek die steekt. Binnen die vastgeroeste machtsstructuur denkt niemand echt na. De waan van de dag heeft de overhand gekregen en is niet meer te bezweren. Het valt te hopen voor de landen van de EU dat het verknipte Verenigd Koninkrijk dat geen stabiel zelfbeeld heeft zo soepel mogelijk de EU verlaat. Want in de huidige situatie is er geen repareren aan. Noch van Labour of Tories valt iets realistisch te verwachten. De Britten zijn goed in het maken van drama en in het oppoetsen van een roemrijk verleden en de eigen prestaties. Bij de Brexit zijn met hulp van buitenlandse actoren (Trump, Putin) die karakteristieken in hun tegendeel verkeerd. Mijn reactie bij het artikel ‘Labour and Brexit: a ‘sensible’ deal’ van Mary Kaldor op Open Democracy. Mijn advies is dat de politieke klasse collectief in psychotherapie gaat.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van artikel en reactie bij artikel ‘Labour and Brexit: a ‘sensible’ deal?’ van Mary Kaldor in Open Democracy, 19 november 2018.

Gedeputeerde Rijsberman denkt groot: een museum in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum in Almere

Het is een wetmatigheid van het Nederlandse openbaar bestuur dat in veel gevallen cultuurwethouders of gedeputeerden D66’ers zijn. Dat betekent grootse plannen en ambities, maar nog geen zeggenschap over het budget. Als dat door andere partijen wordt beheerd, dan komen de plannen nog verder in de lucht te hangen.

Gedeputeerde Michiel Rijsberman (D66) meent dat Almere een museum voor hedendaagse kunst moet krijgen dat wat status betreft past in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum. Het idee is dat Almere ruimte heeft en zich daarom dient te specialiseren in grote kunstwerken. Een gedachte van het niveau Mickey Mouse. Toe maar, de vijand van goed is beter, en een museum dat past bij de schaal van Almere of Flevoland is niet goed genoeg. Wie herinnert zich Museum De Paviljoens in Almere dat op 1 september 2013 de deuren moest sluiten omdat de overheidssubsidie van de gemeente Almere stopte na negatief advies van de Raad voor Cultuur? Terwijl het tot de top van de Nederlandse kunstmusea gerekend werd. Precies waar het toen aan ontbrak gaat Rijsbergen nu verder: steun van het Rijk. Hij kent zijn klassieken en klutst toerisme, stadsontwikkeling en kunst door elkaar zoals het een modale D66’er in het openbaar bestuur betaamt.

Kan Nederland zich de lichtheid van minister Blok veroorloven of is dat opzet om particuliere belangen makkelijk door te drukken?

Bij Buitenhof 18/11/2018

Minister Stef Blok zegt over Poetin :-
“…je kunt in de Oekraïne een burgeroorlog ontketenen…”

Het blijkt merkwaardig waarom politici een oorlog tussen landen een burgeroorlog noemen en een oorlog die geen oorlog is een oorlog. In de Nederlanden werd in 1940 een burgeroorlog ontketend. Zoiets? Bizar is dat minister Ank Bijleveld naar aanleiding van de Russische OPCW-hack zei dat Nederland ‘in cyberoorlog’ met de Russische Federatie is wat ze achteraf liet corrigeren omdat het ‘niet letterlijk bedoeld’ was. Is Bijleveld zelf wel letterlijk bedoeld? Kortom, de ene bewindsman noemt een oorlog in Oekraïne tussen landen een burgeroorlog en de andere bewindsvrouw noemt een oorlog tussen landen die geen oorlog is een oorlog.

Wat leert ons de opsomming van bokken die bewindslieden in de buitenland-driehoek van Rutte III schieten? Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is de gunstige uitzondering. Ze mocht als D66’er om partijpolitieke redenen VVD’er en buitenlandminister Halbe Zijlstra niet opvolgen toen hij moest aftreden vanwege zijn Datsja-fantasie over president Putin. Dat leert ons dat deze ministers behoefte hebben aan bijscholing (door bijvoorbeeld deskundigen van Instituut Clingendael) omdat ze de (historische) kennis en het inzicht missen om de wereld die ze voor hun ogen zien correct te kunnen evalueren om daar vervolgens geloofwaardig en autonoom naar te handelen. Ze doen hun best, maar schieten toch tekort.

Ideaal zou het zijn als de ministersposten op Defensie en Buitenlandse Zaken bezet zouden worden door experts die hun sporen intellectueel en in het veld op dat gebied verdiend hadden. Nu zit Nederland omdat de poppetjes in de formatie moesten kloppen opgescheept met een onbenul als minister Bijleveld die elke keer weer toont dat ze geen idee heeft waarover ze praat en een goedwillende invaller als minister Blok die z’n best doet, maar toch tekortschiet. Bijleveld en Blok vertegenwoordigen het aantoonbare falen van de partijpolitiek.

Nederland krioelt van de deskundigen op allerlei gebieden op universiteiten, sectorinstituten en ook op lokaal niveau en daarom is het opvallend en niet in lijn met de stand van het land dat de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie niet op hun functie berekend zijn. In elk geval geven ze elke keer weer aan dat ze het beleidsterrein waarvoor ze ingehuurd zijn niet voldoende beheersen. Dat is beschamend. Des te meer als vereist wordt dat ze snel moeten schakelen en dat vanwege hun gebrek aan kennis en inzicht niet kunnen. Een minister die gezag mist en duidelijk optreedt als filiaalhouder kan in binnen- en buitenland niet krachtig functioneren. Zo’n minister bouwt geen invloed op en is per definitie een speelbal in de handen van anderen.

Neem het dossier Nord Stream II waarover de Tweede Kamer onder leiding van D66 en GroenLinks zich grote zorgen maakt. In strijd met het beleid van de EU over diversificatie en onafhankelijkheid van energie en onder protest van landen als Polen en de Baltische staten wordt dit geopolitieke project door de leidende politici in West-Europa ten onrechte als een economisch project voorgesteld. Het sterke vermoeden is dat economische grootmachten als Shell, Engie, OMV, Uniper en Wintershall de regeringen van de landen waarin ze gevestigd zijn (Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland) gijzelen en in de tang hebben genomen. De lijnen tussen de VVD en Shell zijn angstvallig kort. Welke initiatieven neemt Blok in antwoord op kritiek van de Tweede Kamer dat Nederland door de aanleg van Nord Stream II te afhankelijk wordt van Russisch gas? Zijn reactie is: afwachten. Kan Europa zich zo’n lakse houding veroorloven en beseft Blok wel de ernst van de situatie?

Nord Stream II loopt het risico klem te komen zitten tussen de dreiging van Amerikaanse sancties dat het project vleugellam maakt en de huidige inactiviteit en het selectief wegkijken van de regeringsleiders in West-Europa. Een voortvarende en creatieve minister zou gezien het Nederlands belang (Gasunie, Shell, gasrotonde, energie onafhankelijkheid) die twee proberen te verbinden door steun in de EU te mobiliseren, de Russen in te tomen en de Amerikanen te paaien. Maar minister Blok wacht af. Op instructies van Shell? Zo wordt duidelijk dat slecht functionerende minsters zonder de benodigde startkwalificaties als Bijleveld en Blok die niet op hun taak berekend zijn en geen gezag opbouwen wel degelijk een negatieve invloed hebben op de economie en politiek van Nederland. Het kwalijke is dat het zo makkelijk anders kan als partijpolitieke overwegingen niet leidend zouden zijn. In de partijpolitiek staat het algemeen belang niet altijd boven het particulier belang.

Foto 1: Still uit uitzending van Buitenhof met minister Stef Blok, 18 november 2018.

Foto 2: Aanleg van Nord Stream II, Moscow Times, 13 november 2018. Credits: Jörg Carstensen / DPA / TASS.

Katholiek Nieuwsblad schermt met geheime memo: Buitenlandse Zaken is ‘seculier vooringenomen’ en ‘religieus ongeletterd’

Het Katholiek Nieuwsblad is ondubbelzinnig in de kop van het artikelMinisterie Buitenlandse Zaken ‘religieus ongeletterd’’. De onuitgesproken claim is dat het zelf wel belezen is over het onderwerp in kwestie, namelijk de kennis van religieuze tradities. Dat wekt verwachtingen, maar de geëiste aandacht loopt vast in een zwart wereldbeeld vol illusies en insinuaties. Wat volgt is een losse flodder die geen doel treft. Dat valt nauwelijks nog zorgvuldige journalistiek te noemen. Wat het wel is wordt evenmin duidelijk. Het meest lijkt het nog op stemmingmakerij en gekrenktheid over de afgenomen machtspositie van de christen-democratie dat ruim 30 jaar terug nog kon zeggen ‘we rule this country’. Dat was ooit maar nooit meer. Dit artikel valt te lezen als rouwverwerking over dit verlies. Mijn reactie op de FB-pagina van het Katholiek Nieuwsblad bij dit onderwerp:

Het is een vreemd artikel dat verschillende richtingen opwijst. Het claimt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken ‘een seculiere vooringenomenheid’ en ‘een gebrek aan religieuze geletterdheid’ heeft. Tegelijk worden de claims afgezwakt als gezegd wordt dat het risico ‘zeker aanwezig’ is dat het risico bestaat. Dat geeft allerlei slagen om de arm. Het helpt evenmin dat deze aantijgingen uit een geheime interne memo afkomstig zijn. Zo valt niet te controleren of de claims kloppen en vanuit welk perspectief en door wie ze worden gedaan. Waar ligt de grens tussen religieuze marketing en spijkerhard nieuws?

Maar laten we aannemen dat beide claims kloppen. Het vermeende gebrek aan religieuze geletterdheid of kennis van religie en religieuze organisaties is het meest ernstig. Want diplomaten moeten de wereld, hun partners en opponenten kennen om ermee om te kunnen gaan en op te kunnen reageren. Ook pro-actief. Maar waaruit dit religieus analfabetisme blijkt is vooralsnog niet duidelijk.

De andere claim dat Nederland ‘één van de meest seculiere samenlevingen in de wereld’ en daarom vooringenomen zou zijn is een malle beschuldiging uit het ongerede. Feit is dat in Nederland een meerderheid van de bevolking zich niet rekent tot een religieuze groepering en zegt zich niet door het geloof te laten inspireren. Het is goed mogelijk dat dat voor het personeel op het ministerie van Buitenlandse Zaken in gelijke mate geldt als voor de Nederlandse bevolking als geheel.

Onduidelijk blijft wat de opzet van dit artikel is. Het is nogal een ernstige aantijging om te zeggen dat het ministerie religieus ongeletterd is. Notabene precies in de periode dat de nieuwe ambassadeur bij de Heilige Stoel Caroline Weijers haar geloofsbrieven als ambassadeur heeft aangeboden. Waar ligt de grens tussen religieuze marketing en spijkerhard nieuws? Het artikel in het Katholiek Nieuwsblad maakt het niet duidelijk in een vermenging van suggestie, claims, nostalgie en verbolgenheid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMinisterie Buitenlandse Zaken ‘religieus ongeletterd’ van KN Redactie in Katholiek Nieuwsblad, 14 november 2018.

VVD vervolgt bij monde van cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen kruistocht tegen kunst met overbodig pleidooi voor volkscultuur

Nederland heeft iemand als president Trump die opjut en liegt niet nodig, want Nederland heeft kamerlid Thierry Aartsen van de VVD. Hij ziet de kunst van het Opera, Museum en Theater als cultuur. Weet hij veel als cultuurwoordvoerder van de VVD. Aartsen creëert een tegenstelling tussen de kunst van het Concertgebouw en de volkscultuur van het bloemencorso. Meer voorbeelden geeft hij niet. Hij kletst uit zijn nek omdat er nu helemaal niet te weinig aandacht en waardering voor volkscultuur is. Hij zuigt dat uit zijn duim om in het gevlei te komen in een regio als Noord-Brabant met het oog op de provinciale verkiezingen van 20 maart 2019. In de concurrentie met het CDA. Thierry Aartsen gedraagt zich als leeghoofd en behager van het volk in de traditie van de VVD. Bij deze in naam liberale partij neemt de volksmennerij tegen kunst grootse vormen aan. Aartsen dekt het populisme in de politiek met zijn marketing prima af. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector en laat daar bij monde van Thierry Aartsen geen enkele twijfel over bestaan.

Foto: Schermafbeelding van opiniepanel van deel van ‘De Stemming van 18 november 2018’ met de vraag ‘Maandag wordt er in de Tweede Kamer gesproken over de Cultuurbegroting. In een interview heeft een VVD-kamerlid aangegeven dat er meer subsidie zou moeten overgeheveld worden naar Volkscultuur, zoals bloemencorso’s, gilden, schutterijen en fanfares. Wat vindt Nederland over de verschillende aspecten van dit onderwerp?

Waarom ik niet bij voorbaat voor of tegen het homohuwelijk ben: ‘Kan ik dit mezelf uitleggen’. Pluriformiteit werkt tegen polarisatie

Het homohuwelijk heb ik altijd komiek gevonden. Grappig, heet dat in hedendaagse termen. Zelf ben ik hetero en niet getrouwd, wel heb ik een notarieel samenlevingscontract gesloten met een vrouw om de zakelijk kant van onze relatie veilig te stellen in verband met overlijden en/of een erfenis. Ik heb nooit de behoefte gehad om te trouwen en de relatie met een huwelijk te bezegelen. Maar daarmee is niet gezegd dat ik een ander een huwelijk ontzeg. Ik ben niet tegen het homohuwelijk, maar ben er evenmin voor. Ik ben niet van mening dat iemand die niet voor het homohuwelijk is per definitie niet voor een gelijke positie van homoseksuelen is. Als dat het geval is, dan ben ik voor het homohuwelijk. Want de afwijzing ervan mag in mijn ogen niet gebruikt worden om de gelijkwaardigheid van homoseksuelen ter discussie te stellen. Dat staat buiten kijf.

Ik moest hieraan denken door twee actualiteiten van afgelopen week. Dat was een interview in NRC van Bas Heijne met de Franse sociologe Nathalie Heinich waarin Heijne opmerkt: ‘In een wat sofistisch betoog had ze gesteld dat je op basis van seksuele voorkeur niet automatisch de openstelling van het huwelijk ‘voor iedereen’ kon afdwingen.’ De pas met een man getrouwde Heijne is het niet met haar eens. Ik ben het met Heijne eens dat Heinichs betoog over deze ‘delicate kwestie’ dat zij onder meer verwoordt in een artikel uit 2013 in Le Monde vergezocht en mooipraterij is. Maar ik ben eveneens van mening dat iemand tegen het homohuwelijk kan zijn zonder per se homofoob te zijn of tegen de ongelijkheid van homoseksuelen.

De andere actualiteit was het besluit van de synode van de Protestante Kerk (PKN) om ‘op papier het onderscheid te handhaven tussen het kerkelijk huwelijk van homo’s en hetero’s’ zoals Trouw het in een artikel van 16 november 2018 samenvat. De PKN beschrijft het besluit in een persbericht. In Nederland gaat het burgerlijk huwelijk hoe dan ook aan het kerkelijk huwelijk vooraf. Trouw laat teleurgestelde gelovigen aan het woord die het niet eens zijn met het besluit en twijfelen of ze de kerk moeten verlaten. Overigens maakt dat niet veel uit te maken omdat gemeenten hun eigen beleid mogen voeren. Synodelid Peter Goudkamp is kritisch: ‘We hebben de deur gesloten gehouden voor een bepaalde groep mensen. We zijn bij elkaar gebleven met mensen die anderen buiten de deur houden. Als een homoseksueel wil trouwen in een bondsgemeente, of er ouderling wil worden of dominee, dan krijgt die nul op het rekest. Ik vind dat onbegrijpelijk.’

Wat maakt dit alles duidelijk? Welnu, naar mijn idee dat er variatie in het denken kan zijn. Iemand kan tegen het homohuwelijk -of het huwelijk in algemene zin- zijn zonder homofoob te zijn en homoseksuelen een gelijke positie te ontzeggen. Het is verfrissend dat mensen niet volgens patronen of pakketten meningen denken, maar zich per onderwerp een eigen mening vormen. Anders vormen zich meningen door polarisatie en staat het conservatieve monolitische blok tegenover het progressieve monolithische blok. Geborgen en gevangen in eenvormigheid van blokken waarin iedereen individueel denkt te zijn door op alle onderwerpen hetzelfde te denken als bentgenoten. Verschillen geven ruimte. Pluriformiteit en diversiteit binnen partijen of bewegingen is politiek en maatschappelijk stabieler dan pluriformiteit tussen partijen of bewegingen.

Wie geld heeft hoeft niet te pronken met uiterlijke verschijningsvormen. Wie kennis en inzicht heeft hoeft niet te pronken met wetenswaardigheden. Wie een stabiele relatie heeft hoeft die voor de wet niet om te zetten in een officieel huwelijk. Het omgekeerde is allemaal best toegestaan, maar niet noodzakelijk. Ofwel, het een of het ander is niet vanzelfsprekend. Vanuit een progressieve gedachtenwereld kan men niet voor het homohuwelijk zijn of twijfels hebben over de vanzelfsprekende goedkeuring voor euthanasie of abortus. Nogmaals, zonder dat men er evenmin faliekant tegen is. Het is de modieusiteit en de verplichting die medestanders opleggen om volgens patronen te denken die benauwt. Een individu onttrekt zich aan die druk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSynode handhaaft onderscheid homo’s: ‘Ik kan dit mijn dochter niet uitleggen’’ van Maaike van Houten in Trouw, 16 november 2018.