Fotograaf David LaChapelle komt terecht in het Groninger Museum

Update 31 mei 2019: Het is het raadsel van Nieuwsuur. Bijna nooit besteedt dit nieuwsprogramma aandacht aan hedendaagse kunstenaars. Maar vanavond zond het een reportage van liefst 6’ 19’’ uit over fotograaf David LaChapelle. Het draait om een opening in galerie Reflex en galeriehouder Alex Daniëls vertelt over de tentoonstelling. Waarom deze aandacht voor LaChapelle en galerie Reflex? Dat is het raadsel van Nieuwsuur. 

Directeur Andreas Blühm van het Groninger Museum vraagt zich na de vraag van Grandioos Groningen af hoe het komt dat het de eerste keer is dat  Amerikaanse fotograaf David LaChapelle exposeert in Nederland. In een reportage die overigens de man en niet zijn werk centraal zet. Volgens het cv blijkt dit trouwens alleen te kloppen als twee solo-expositie in de Amsterdamse Galerie Alex Daniels Reflex in 2006 en 2009 en een presentatie van deze galerie op de Kunstrai 2006 buiten beschouwing worden gelaten. LaChapelle wordt in Nederland door Reflex vertegenwoordigd. De vraag is van dezelfde orde als ‘noem je slechtste eigenschap’.

Daar geeft bijna niemand een eerlijk, direct antwoord op. Ligt het niet voor de hand, namelijk dat de barokke vormentaal en het surrealisme slecht passen bij de traditie van het Nederlandse modernisme dat nog steeds dominant is? Hoewel dit in de kunsten en de architectuur langzaam slijt. De vergelijking met de etnokitsch van fotograaf Jimmy Nelson die in Nederland evenmin doordringt tot de grote kunstmusea of een hyperrealistische schilder als Terry Rodgers doet LaChapelle wellicht tekort, maar geeft aan aan welke kant zijn fotografie te vinden is. Als LaChapelle de Magritte van de fotografie is, dan mag Blühm de directeur van dromenland zijn.

Hybride journalistiek bij DW Deutsch. Promotie van Hasenkamp

Zomaar een reportage van DW Deutsch, zo lijkt het. Over kunsttransport, een miljoenenbusiness door de hoge verzekeringswaarde van de te transporteren werken die aangejaagd wordt door de tentoonstellingsfabrieken die kunstmusea geworden zijn met hun blockbusters. Werken van Max Beckmann worden van Bremen naar Potsdam vervoerd door kunstexpediteur Hasenkamp. Kortmann Art Packers & Shippers is in Nederland deel van de Hasenkamp groep. Overigens is het opvallend dat kunsttransporteurs als Hitzia van Kralingen of Gerlach Art Packers (Crown Fine Art opslag) in tegenstelling tot Kortmann open zijn over de geboden free port faciliteiten. In Rotterdam probeert Museum Boijmans zich met het collectiegebouw in die markt te voegen.

De reportage van DW Deutsch is echter niet zomaar een reportage waarin een bedrijf toevallig wordt genoemd vanwege een journalistiek doel. Het is een vermenging van informatie en commercie, ofwel infomercial. Een bedrijf huurt een nieuwsmedium in om quasi toevallig en quasi objectief het eigen product te promoten. Het moet lijken alsof het een objectief verslag is, maar dat is het niet. Overigens schiet deze reportage de terloopsheid voorbij door de al te openlijke promotie voor Hasenkamp. Dat slaat de fase van sluikreclame over en doodt het gevoel van twijfel bij de kijker of het toch een reportage is met een primair journalistiek doel.

Deze reportage staat op het YouTube-kanaal van DW Deutsch ook nog eens tussen journalistieke reportages over serieuze politiek onderwerpen. De reportage over een kunsttransport door Hasenkamp valt zo te lezen als een teken aan de wand voor de onder druk staande serieuze journalistiek. Ook bij DW Deutsch zijn de feiten niet (meer) wat ze lijken te zijn. Hybride journalistiek draait de eigen geloofwaardigheid de nek om.

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.

Boris van der Ham over islamverlaters in ‘Nieuwe vrijdenkers’. Met het accent op de maatschappelijke bewustwording

Oud-politicus en voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham heeft met journalist Rachid Benhammou het boek ‘Nieuwe vrijdenkers’ geschreven. In een aankondiging zegt uitgeverij Prometheus bij wie het boek verschijnt waar het over gaat: ‘In Nieuwe vrijdenkers komen twaalf Nederlandse voormalige moslims aan het woord die zich hebben losgemaakt van de religie van hun ouders. Bij sommigen ging dat gemakkelijk, maar anderen kregen te maken met zeer heftige reacties van hun familie, waarbij enkelen zelfs werden verstoten. Een aantal van de geïnterviewden is nu openlijk atheïst, agnost, humanist of vrijdenker, maar velen van hen leiden een dubbelleven omdat de buitenwereld niets weet van hun afvalligheid.’

In Goedemorgen Nederland van WNL kiest Van der Ham een behoedzame uitleg als hij zegt dat het ‘soms onbekend is dat de islam verlaten zo’n groot probleem is’. Dat kan hij nauwelijks serieus menen. Want iedereen die ook maar enigszins op de hoogte is van wat speelt in de publieke opinie heeft zeker sinds de opgang van Wilders in 2004 kennis kunnen nemen van de problemen voor moslims om de islam te verlaten. Het is een taboe dat nauwelijks slijt door een gebrek aan bewustwording bij zowel islamverlaters als moslims.

Wat ontbreekt in het interview en de logische vervolgvraag aan Van der Ham geweest zou zijn is de vraag wat de rol van de overheid is. Van der Ham maakt het er overigens voor de interviewsters niet makkelijk op door niet de politieke kant, maar de menselijke kant van dit probleem voorop te zetten. Hij wil overduidelijk het probleem van de islamverlaters depolitiseren, met als gevolg dat de politieke kant ervan onbesproken blijft. Dat is jammer. Blijkbaar gaat volgens Van der Ham de maatschappelijke vóór de politieke bewustwording.

Daar valt best iets voor te zeggen. Zoals Van der Ham echter in het begin van het gesprek zegt is iedereen in Nederland vrij om te geloven, ‘maar ook om niet te geloven. Dat staat mooi op papier, maar in de praktijk is het soms ingewikkeld.’ Dat speelt nu en dient daarom nu aangepakt te worden omdat het belemmeren van de geloofsvrijheid in strijd met de grondrechten is. Dat heeft de wetmaker vastgelegd en moet de overheid met inzet van haar gezag voor elk individu garanderen. Dat houdt ook in het bieden van bescherming aan bedreigde islamverlaters. Daarnaast zou de overheid veel meer aan voorlichting kunnen doen door aan elke Nederlander uit te leggen wat godsdienstvrijheid is en het iedereen vrijstaat om te geloven of niet te geloven.

Aanmerking bij artikel ‘Syrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ van Belgische vredesbeweging

Bovengenoemd artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be trok mijn aandacht. Ik vond het warrig en onevenwichtig. In een reactie die ik op de FB-post van Vrede.be plaatste leg ik uit waarom ik dat vind. Er valt ook nog op een andere manier naar het artikel te kijken. Voor de overzichtelijkheid heb ik dat buiten genoemde reactie gelaten. In de gevestigde media krijgen radicaal-rechtse media veel aandacht. Terecht. Maar een gevolg daarvan is wel dat radicaal-linkse media wat onder de radar blijven en onderbelicht blijven. In feite is echter wat Vrede.be zegt niet anders dan wat wordt gezegd op rechts-nationalistische of rechts-populistische (sociale) media. In het publieke debat verdienen beide kanten van de medaille dezelfde mate van aandacht, kritiek en weerlegging van hun standpunten en zelfs weergave van de feiten. Mijn reactie:

Uiteraard heeft Syrië geen bommen, maar vrede nodig. Weinigen zullen het met dat standpunt oneens zijn. Het gaat er alleen om hoe die vrede afgedwongen kan worden. Ofwel, hoe kan de vrede de strijdende partijen opgelegd worden? Daar heeft vooralsnog niemand een afdoend antwoord op. Goede bedoelingen en verantwoording zijn onvoldoende om in Syrië iets te veranderen.

Syrië is een speel- en proeftuin van landen die er hun wapensystemen testen en hun geopolitieke doelen trachten te bereiken. Zo dient Syrië als middel voor de vluchtelingenstroom naar EU. Die stroom zaait verdeeldheid tussen EU-lidstaten. Dat verzwakt de EU en versterkt de belangen van staten die de EU willen verzwakken. Zo kan als politiek middel de kraan met vluchtelingen uit Syrië naar Europa gereguleerd worden. Degenen die de kraan bedienen hebben er belang bij dat de oorlog voortduurt.

Het vacuüm van de VS dat is ontstaan door het halfslachtige isolationisme van president Trump wordt opgevuld door de Russische Federatie. De VS is voor olie tegenwoordig zelfvoorzienend door de schalie-revolutie en heeft het Midden-Oosten niet meer nodig zoals vroeger. Dat heeft ook voor deze regio gevolgen. Het vroegere eigenbelang van de VS is omgeslagen in onverschilligheid. Vele landen zijn betrokken, Westerse landen en niet-Westerse landen, Arabische en niet-Arabische landen.

Het artikel is onnodig versluierend. Directe aanleiding ervoor is de aanval met kruisraketten op 14 april door de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op chemische installaties en opslagplaatsen van het Syrische leger. Het standpunt dat het een militaire operatie betreft is twijfelachtig. Door de relatieve kleinschaligheid en het uitblijven van een operationeel vervolg lijkt het eerder omschreven te kunnen worden als een politieke operatie met militaire middelen. De randvoorwaarde om geen menselijke slachtoffers te maken duidt erop dat het publicitaire karakter ervan voorop stond. De operatie was vooral symboolpolitiek, ofwel het tonen van spierballen in de publieke opinie. Daarvoor hadden de leiders van de drie westerse landen elk hun uiteenlopende redenen.

Het artikel wordt er verwarrend op als het verwijst naar een link van Airwars.org over het aantal slachtoffers van de Syrische oorlog, zonder het land te noemen dat volgens de grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ in 2018 de meeste slachtoffers heeft gemaakt: de Russische Federatie. Dat is op z.n minst onvolledig. Het artikel blijft het echter koppelen aan de actie van de drie westerse landen van 14 april die juist geen slachtoffers maakte. Het is onevenwichtig om een half verhaal met expliciete daders te noemen, maar het andere halve verhaal met andere daders ongenoemd te laten. Dan gaat journalistiek die zich onpartijdig opstelt over in het bewust sturen en misleiden van de beeldvorming.

Ja, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn niet echt begaan met het lot van de Syrische bevolking. Maar ja, dat geldt in dezelfde mate voor de Russische Federatie, Iran en een sjiitische beweging als Hezbollah. En zelfs voor het Syrische regeringsleger. Als een vredesbeweging pretendeert om een politieke en diplomatieke oplossing na te streven maakt het zich ongeloofwaardig door een onvolledige analyse te geven, een deel van de daders niet met naam te noemen en de slachtoffers verkeerd toe te wijzen.

Wat ontbreekt aan het artikel is evenwichtigheid. Als het Vrede.be echt om het bereiken van vrede in Syrië te doen is en niet om het vereffenen van een eigen politieke agenda, dan moet het niet schromen om het eigen vooroordeel ondergeschikt te maken aan een open blik op Syrië. Nu lijkt het er sterk op dat Vrede.be hetzelfde doet als wat de drie westerse landen op 14 april in Syrië deden: het gebruikt Syrië als middel voor het bereiken van een eigen politiek doel. Als het Vrede.be oprecht om het bereiken van vrede in Syrië te doen is, dan kan het partijpolitieke spelletjes beter achter zich laten.

Foto 1: Schermafbeelding van artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be, 16 april 2018.

Foto 2: Grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ op Airwars.org.

Is de Russische journalist Maxim Borodin om politieke redenen vermoord? Waarom horen we daar in het Westen zo weinig over?

Cenk Uygur besteedt aandacht aan de Russische onderzoeksjournalist Maxim Borodin die in Jekaterinburg om het leven kwam na een val van zijn balkon op 5 hoog. De autoriteiten beweren dat hij uitgegleden is, maar de omstandigheden wijzen erop dat hij vermoord is. Dit geval staat niet alleen. Tussen 1990 en 2015 zijn 346 Russische journalisten om het leven gekomen. Dat maakt dit land tot het gevaarlijkste voor journalisten om te werken. Ook Russische oligarchen en voormalige medewerkers van president Putin komen onder verdachte omstandigheden om het leven. Niet alleen in de Russische Federatie, maar ook in de VS of het Verenigd Koninkrijk. Het is opvallend dat tot nu toe Westerse regeringen er weinig werk van hebben gemaakt om dat op te helderen. Deze moorden geven perfect het ware karakter van het huidige bewind in de Russische Federatie aan. Dat betreft niet een open samenleving waar in een democratie de rechtsstaat is gegarandeerd, maar om het omgekeerde. Blijft de vraag waarom westerse, gevestigde media hier niet meer aandacht aan besteden.

Cobra Museum in Amstelveen in financiële problemen. Een budgettaire optelsom, of meer dan dat?

Update 23 juni 2018: In een merkwaardig persbericht spreekt het Cobra Museum zich zo aantoonbaar tegen dat het potsierlijk is. De tentoonstellingen eisen een zware tol van de organisatie en de financiële situatie is zo slecht dat er een oplossing wordt gekozen die een zware tol van de organisatie eist. Artistiek directeur Xander Karskens kan zich niet met die koers verenigen en stapt op. Stefan van Raay wordt algemeen directeur ad interim. Het lijkt er sterk op dat de lokale politiek vanwege de knip op de eigen portemonnee en het niet willen vinden van een duurzame, structurele oplossing het bestuur onder druk heeft gezet om de te kiezen voor het museum als tentoonstellingsmachine. In een vlucht vooruit. Waarom dat bij dit museum niet werkt kan iedereen weten. Met een sprong in het duister koopt het museumbestuur tijd. God zegen de greep. 

Aldus de wethouder Financiën namens de VVD Herbert Raat op zijn blog over de slechte financiele positie van het Cobra Museum in Amstelveen. Wat Raat zegt is dat de inkomsten voldoende zijn, maar de kosten te hoog. Zo blijkt uit de jaarrekening 2016 een tekort van 456.305 euro, ondanks een bijdrage van de gemeente Amstelveen van 1.136.000 euro en baten uit eigen fondsenwerving van 664.480 euro. In 2020 loopt de regeling af tussen de stichting die het museum beheert en de gemeente. Dan dreigt sluiting. Raat: ‘Wat gebeurt er nu als het financieel misgaat? Dan kunnen zij de huidige stichting ontbinden.’ en ‘Het Cobra museum staat op een geweldige plek en de gemeente heeft een hart voor cultuur. Dit betekent echter niet dat we ongelimiteerd geld storten.’ Door de betrokkenheid van de wethouder Financiën wordt de kwestie vooral als financieel probleem gepresenteerd. Vraag is of dit het juiste frame is dat een oplossing dichterbij brengt.

Kleine en middelgrote museum hebben het moeilijk. De museumsector is een dure sector. Oud-museumdirecteur Henk Slechte (Deventer Musea) wijst in een ingezonden brief van 14 april in NRC op een weeffout van een sector die in zijn optiek afgelopen decennia is ontspoord: ‘De weg naar de blockbuster was geplaveid met de verzelfstandiging van de musea, waardoor zij subsidies naar eigen inzicht konden besteden. Halbe Zijlstra deed er een schepje bovenop door op cultuur te bezuinigen; musea werden geacht een deel van de kosten te verdienen. Voor het aantrekken van conservatoren om de collectie te beheren en bestuderen was geen geld meer. Het geld dat er was ging naar leuke dingen die de mensen naar het museum moesten lokken. Naar kijkcijfers. Het museum moet weer worden wat het hoort te zijn: een instituut dat cultureel erfgoed verzamelt, beheert, bestudeert en laat zien, geen tentoonstellingsfabriek annex cultureel pretpark.’

Bij musea die nu in financiële problemen komen lijkt dat wat Slechte constateert niet eens het echte probleem. Want het valt niet in te zien hoe het naar achteren schuiven van ‘onzichtbare’ taken als verzamelen, beheren, documenteren en bestuderen tot een tekort leidt op de tentoonstellingsfabriek. Het tekort ontstaat op de tentoonstellingen door te hoge kosten en te hoge ambities. De valkuil bij middelgrote musea zoals het Cobra Museum is een overschatting van eigen kracht. Ze gaan een competitie aan met grote museum die winst maken en in grotere steden zijn gevestigd waar de bijdrage van de gemeente of rijksoverheid fundamenteel hoger is. Ze denken volgens dezelfde formule te kunnen werken om zo een graantje mee te pikken. Maar hun soortelijk gewicht is te klein voor publiciteit, marketing of de uitbouw van een groot netwerk en relatiebeheer.

Raat ziet de oplossing in een ‘nieuw elan van bestuur en directie’. Het is de vraag of dat de valkuil niet nog dieper maakt. Hij legt de oplossing buiten de gemeentegrenzen: ‘Hoe mooi zou het zijn om bijvoorbeeld een samenwerkingsverband te starten met Het Rijksmuseum of met andere musea en geweldige tentoonstellingen naar Amstelveen te halen.’ Hoe logisch en realistisch is dat? Wat hebben Het Rijksmuseum en het Cobra Museum gemeen? Niet veel, zo lijkt het. Raat verklaart zich tot aanhanger van de tentoonstellingsfabriek als hij inkomsten die dankzij tentoonstellingen worden binnengehaald als oplossing voor de financiële problemen van het Cobra Museum ziet. In werkelijkheid ligt het mee willen doen als tentoonstellingsfabriek aan de basis van de oorzaak voor de financiële problemen van het middelgrote Cobra Museum. Misschien kan maar beter met inhoudelijke expertise wethouder Kunst Maaike Veeningen (D66) het voortouw nemen in dit dossier.

Foto 1:  Schermafbeelding van blogpostZorgen over het Cobra Museum’ van Herbert Raat, 17 april 2018.

Foto 2: ‘De CoBrA-kunstenaars in 1948 voor het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Mw. E. Kokkoris-Syriër.’ Op: cobra-museum.nl.

Surinaamse beeldende kunstenaars voorgesteld in Suriname

Dit is een serieus bericht. Maar de afsluitende zinnen van het interview zouden bijna doen vermoeden dat het om satire gaat: ‘Nou, mijnheer Struikelblok, we hebben het meegenomen, het gaat dus om de expositie ‘Impuls’. En het is een uitwisseling van Surinaamse kunstenaars en Duitse beeldende kunstenaars. Suriname is nu aan zet om als gastheer op te treden. Later in het jaar gaan de Surinaamse beeldende kunstenaars richting Duitsland om ook daar Suriname op een waardige wijze uit te dragen.’ Leerzaam, commentaar overbodig.

Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 krijgt kritiek over opstelling inzake moord Daphne Caruana Galizia. Wat is de functie van kunst?

Directeur van de Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 heeft ongewild de vraag opgeroepen wat de betekenis ervan is. Dat naar aanleiding van zijn uitspraak ‘Het wordt nu superpolitiek en daar branden we onze vingers liever niet aan’. Het gaat om VVD-burgemeester Tjeerd van Bekkum die voor deze uitspraak veel kritiek krijgt.

In een open brief bracht PEN International op zondag de zaak van de vermoorde Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia en het vastgelopen onderzoek naar haar moord onder de aandacht. Vooral de evenknie van Van Bekkum was onderwerp van kritiek: ‘In particular, we are outraged by the comments of Jason Micallef, Chairman of the Valletta 2018 Foundation, and as such the Capital of Culture’s official representative in Malta. Since her assassination, Micallef has repeatedly and publically attacked and ridiculed Daphne Caruana Galizia on social media, ordered the removal of banners calling for justice for her death and called for her temporary memorial to be cleared. This is far from appropriate behaviour for an official designated to represent the European Capital of Culture, and in fact serves to further the interests of those trying to prevent an effective and impartial investigation into Caruana Galizia’s death.’ De Maltese hoofdstad Valletta is in 2018 samen met Leeuwarden Culturele Hoofdstad en beide steden organiseren gezamenlijke projecten.

Van Bekkum zei ook dat de moord op Daphne Caruana Galizia in Malta ‘oud nieuws’ was. Dat wordt ontkend door critici die menen dat het onderzoek in de doofpot wordt gestopt en het een lopende zaak is die juridisch nog afgehandeld moet worden. Gevoegd bij Van Bekkums opmerking dat de Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 de vinger niet aan deze kwestie wil branden roept dit niet alleen vragen op over de overtuiging van Van Bekkum. Dit gaat over de vraag of kunst midden in het leven staat en daar op reflecteert of niet. Als kunst een afgesloten domein is dat betrekkelijk los van de samenleving staat met betrokkenen in dat domein met gevijlde tanden die niet kunnen en willen bijten, dan is kunst geen kunst meer. Dan wordt kunst tot spektakel, evenement, marketing, bezoekcijfers en publiciteit. Getemd en ongevaarlijk als focus voor kunsttoeristen.

De negatieve publiciteit die Van Bekkum met zijn uitspraak oproept beschadigt Leeuwarden Culturele Hoofdstad zeer. Hem wachten twee keuzes. Of hij treedt af als directeur van Leeuwarden Culturele Hoofdstad of hij biedt z’n excuses aan, geeft toe dat zijn uitspraak fout was en onderneemt actie om het recht te zetten. Maar ontluisterend blijven hoe dan ook zijn gebrek aan moed en zijn verkeerd afgestelde politiek antenne die tot de uitspraak  leidden. En vooral zijn opvatting over kunst als projectmanagement. Daarin staat hij als politicus jammergenoeg allang niet meer alleen. In de optiek van politici mag kunst behagen en amuseren, maar niet gevaarlijk worden, confronteren of politieke betekenis hebben. Kunst als franje is de opvatting die Van Bekkum en zijn collega’s over kunst hebben. Van Bekkum is daar slechts een symbool van, geen oorzaak.

Foto 1: Tweet van Pen Nederland, 16 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelCulturele Hoofdstad waagt zich niet aan protest na moord Malta’ in de Leeuwarder Courant, 16 april 2018.

Foto 3: Tweet van ‏Matthew Caruana Galizia, 16 april 2018. 

Baudet ontkent in Tweede Kamer het volkenrecht. Paljas of gesprekspartner?

Internationaal recht bestaat niet!’, schreeuwde Thierry Baudet afgelopen week in de Tweede Kamer in het Syriëdebat. ‘Er bestaan geen internationale coalities … die zijn allemaal in jullie hoofd. Dat is niet echt. De orde in de wereld wordt gehandhaafd door legers, mét wapens!’ De pretentie die uit zijn woorden spreekt is dat hij alleen het begrijpt. Maar dat is nog maar de vraag. Het gedrag en de overtuiging van de politieke leider van Forum van Democratie wijzen op doldwaasheid en hysterie. Kortom, iemand die buiten zinnen is. Het is nogal wat voor een Nederlandse volksvertegenwoordiger en wetmaker om het volkenrecht te ontkennen.

Ik begin me steeds meer af te vragen of Thierry Baudet wel werkelijk bestaat en hij niet een spookbeeld is. Een efemere oprisping van de onderbuik. Neorealistische historici en politicologen als John Mearsheimer gaan voorbij aan recht en ethiek en sanctioneren in praktijk de landen met de grootste en brutaalste bek. Om een andere reden is overigens Baudets uitspraak ook onbegrijpelijk. Want als vriend (de vijand (Rusland) van mijn vijand (EU) is mijn vriend) van het Kremlin kan hij beseffen dat de krachtigste legers met de beste wapens niet in de Russische Federatie maar in het Westen te vinden zijn. Zelfs in zijn doldwaasheid zit geen systeem. 

Met dank aan Mihai Martoiu Ticu.