George Knight

Debat tussen links en rechts

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 2 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

Advertenties

2 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Het is simpel hoor: de wethouder vond de eerste geschrapte overweging te sterk preluderen op een eventueel vertrek van MOA en dat MOA gebaat is bij rust. Juist ook de relatie met de tweede (losstaande overweging) leek dit te suggereren. De doelstelling van de tweede overweging was niet om per direct een commerciele exploitant te vinden maar om de huidige huurder de gelegenheid te bieden een aantal suggesties uit het rapport nader uit te werken om tot een beter verdienmodel te komen. Dat gebeurt al, en daarmee was de overweging eigenlijk overbodig.
    Daarom heb ik de twee overwegingen geschrapt, waarmee hij acceptabel werd voor de wethouder.
    Hij is wel in stemming gebracht en aangenomen.
    Kern is, dat zolang MOA huurder is, deze partij het beste in staat is om de wens van de raad om het landhuis open te stellen en de verantwoordelijkheid van de gemeente om goed voor de collectie te zorgen goed uit te voeren. De richting van de Motie is dat de financiële middelen gemaximeerd zijn en bovendien gericht zijn op openstelling en beheer, en niet op de (culturele) activiteit die de huurder ontplooit. Daarmee blijft MOA buiten beeld voor structurele cultuursubsidie uit Utrecht (ze is immers in Bunnik gevestigd) maar is een huurder (voorlopig MOA) wel verzekerd van een structurele bijdrage voor de publieksopenstelling.
    Verder is het wel een beetje wensdenken inderdaad, maar nu de tent sluiten was ook geen serieuze optie. We hopen dus dat het MOA lukt om andere bronnen aan te boren nu de openstelling is verzekerd.

    Andre van Schie

    3 juli 2017 at 17:49

  2. @André van Schie
    Dank u voor uw toelichting. Voor degenen die dit niet weten, wethouder Kees Diepeveen is lid van GroenLinks.

    Ik wil niet in uw uitleg treden, maar toch een opmerking maken over een niet onbelangrijk aspect dat herhaaldelijk terugkomt. Dat is een principieel punt.

    Dat gaat over de opdracht van de raad aan het college zoals die volgt uit motie 56 uit 2012 om geen subsidie voor de exploitatie aan de huurder van landhuis Oud Amelisweerd te verstrekken. Het dictum van die motie draagt het college op ‘geen subsidie te verlenen om eventuele exploitatietekorten aan te vullen’. De motie noemt noch ‘structurele’ subsidie noch ‘cultuursubsidie’, maar heeft het kortweg over ‘subsidie’.

    Dat blokkeert ook het verstrekken van subsidie voor openstelling en beheer omdat dit rechtstreeks verband houdt met de exploitatie. Motie 56 blokkeert in wezen elke soort subsidie die niet bestemd was voor de toenmalige restauratie. Voor de juiste interpretatie kunt u wellicht de toenmalige indieners Xander van Asperen (D66) en Jesper Rijpma (VVD) raadplegen.
    https://ibabsonline.eu/LijstDetails.aspx?site=Utrecht&ListId=b7a0b884-f31f-4487-84d7-f304e826f58d&ReportId=ea859acf-265e-47be-a484-d89b0ef5718c&EntryId=648e40fb-b0ac-4b19-b528-2c3ec843be27&searchtext=

    Ik meen al uw overwegingen en toelichtingen te begrijpen op dit ene aspect na. Want naar mijn idee is de kern dat motie 111/2017 in strijd is met motie 056/2012 als er wordt uitgegaan van een voortgezette relatie van de gemeente Utrecht met de huidige exploitant/huurder Stichting Museum Oud Amelisweerd. Onloochenbaar vult de jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro van de gemeente Utrecht aan de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd het exploitatietekort van die stichting aan. Maar het college heeft de opdracht dat na te laten. Daar helpt geen sofisme aan.

    Uw uitleg dat motie 111 er in de praktijk voor zorgt dat er geen subsidie van de gemeente Utrecht naar de Stichting Museum Oud Amelisweerd gaat vind ik daarom ongelukkig en niet overtuigend. En constateer ik met spijt: bezijden de waarheid.

    George Knight

    3 juli 2017 at 18:41


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: