The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Vertellen peilingen ons dat de aantrekkingskracht van het populisme afneemt?

resolve

Peilingen, hoe moeten we ze inschatten? Er wordt veel onzin over verkondigd. Het is onjuist dat peilingen er het afgelopen jaar behoorlijk naast zaten bij de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Dat zaten ze niet. Ze waren nauwkeurig, hoewel niet nauwkeurig genoeg. Peilingen gaan de fout in als ze pretenderen meer dan een stand van zaken van een bepaald moment te geven. Ze overschreeuwen zichzelf als ze zeggen een voorspelling van de verkiezingsuitslag te geven. Dat valt buiten de strekking waar peilingen toe in staat zijn. Sommige peilingbureau’s laten zich opjagen door de media. De druk zouden ze moeten weerstaan. Soms is het commerciële belang groter dan de onderbouwing. Daarnaast is het de journalistiek die uit de peilingen al snel de verkeerde conclusies trekt en ze groter maakt dan ze zijn. Omdat ze er dan zo naast zaten zeggen journalisten dan achteraf dat de cijfers niet klopten. Nee, de interpretatie van de peilingen klopte niet.

Politieke partijen kunnen niet zonder peilingen. Zowel openbare als geheime peilingen. Ze kunnen eruit afleiden hoe hun marketing werkt, en bijgesteld moet worden. Moeten ze zich sterk maken voor de EU of die juist aanvallen? Of beter het onderwerp helemaal maar negeren? Moeten ze pleiten voor de AOW bij 65 jaar of dat juist niet doen omdat de kiezers die ze willen aanspreken dat een onrealistisch standpunt vinden? Moeten partijen de populistische partijen die claimen namens het volk te spreken hard aanvallen of juist negeren?

Politico zegt in een bericht dat de Duitse rechts-populistische AfD wegzakt en in de peilingen sinds december 2015 met 8,5% niet zo laag heeft gestaan. De PVV verliest ook aan aanhang en vecht in de Peilingwijzer nu met zo’n 17% steun om de eerste plaats met de VVD. Daarmee haalt de PVV niet langer het minimum van 30 zetels dat het nodig had voor een riante uitgangspositie in de formatie. In de VS krijgen Republikeinse parlementariërs deze week in zogenaamde Town Hall ontmoetingen kritiek van hun kiezers omdat ze zich te welwillend tegenover president Trump zouden opstellen. En in Frankrijk maakt centrumkandidaat Emmanuel Macron een goede kans om in mei in de tweede ronde te winnen van de rechts-populistische Marine Le Pen.

Peilingen, ze geven een indruk van trends. Weg van religie of juist naar religie toe. Weg van populisme of juist naar populisme toe. Weg van politici die veel beloven of juist naar politici toe die veel beloven. Weg van politici die pleiten voor een sterke defensie of juist naar politici toe die het vredesdividend incasseren. Weg van politici die zich sterk maken voor de rechtsstaat en de democratie of juist weg van politici die het belang van de democratie en rechtsstaat relativeren om dat af te breken. Alles is op de politieke markt te koop.

Er zijn verschillen tussen westerse landen, want landen hebben hun kenmerken en specifieke partijpolitieke landschap. In een globaliserende wereld worden politieke  verschillen tussen landen kleiner. Tendenzen raken alle landen, maar niet in dezelfde mate. Nu lijkt onder invloed van een instabiele Trump die in vele geledingen van de Amerikaanse maatschappij tegenstand ondervindt de steun voor het Europese populisme af te nemen. Trump doet ook nog eens het tegenovergestelde van wat hij de kiezers voorspiegelde. Hij bestrijdt de grote banken en bedrijven niet, maar geeft ze een prominente plek in zijn kabinet. Dat is een teken dat kiezers in andere landen oppikken en als waarschuwing kunnen ervaren. Namelijk om niet te lichtzinnig te geloven wat populistische politici beloven. Trumps campagne en verkiezing gaf Europese populisten afgelopen half jaar wind in de zeilen, maar die wind lijkt nu uit een andere hoek te draaien. De hoek met een hunkering naar realisme en stabiliteit. Kiezers weten wat ze hebben, maar niet wat ze verliezen. Totdat de wind draait.

Foto: ‘Tijdens een hevige storm wierpen de golven het stoomschip “Kerkplein” op het strand bij IJmuiden, Nederland 1935.

Asscher valt Amsterdams stadsbestuur hard aan. Is de PvdA in paniek?

PvdA-lijsttrekker en vicepremier van het kabinet Rutte II Lodewijk Asscher haalt hard uit naar het stadsbestuur van Amsterdam. Dat heeft uiteraard te maken met de verkiezingscampagne. Politieke partijen profileren zich ten koste van elkaar. Is de PvdA in paniek zoals onder meer SP-wethouder Laurens Ivens volgens een bericht in Het Parool zegt? Ivens zegt de aanval op het Amsterdamse stadsbestuur ‘goedkoop’ en ‘een vicepremier onwaardig’ te vinden. In de peilingen vechten PvdA en SP om de zesde plek achter PVV, VVD, D66, CDA en GL.

Asschers argumenten zijn lastig te volgen. Hij zegt dat Amsterdam een pretpark is geworden voor mensen met een grote portemonnee. Maar hij was tot november 2012 een invloedrijk wethouder en zelfs waarnemend burgemeester. Dus als het waar is wat hij zegt, dan heeft Asscher dat zelf helpen voorbereiden. Een stad met een eeuwenlange geschiedenis wordt niet ineens in vier jaar een pretpark voor de rijken. Asscher zegt ‘eerlijk tegen de mensen te zijn’, maar of de mensen zijn onnavolgbare redeneringen kunnen volgen is zeer de vraag: ‘Ja, we hebben de afgelopen jaren compromissen moeten sluiten, we komen uit een ongelooflijk moeilijke tijd en ik ben eerlijk tegen deze mensen, als je denkt dat politiek perfect is en dat je zelf nooit fouten maakt prima, dan zul je iedere keer op een andere partij stemmen.’ De kritiek op de PvdA is niet dat het fouten heeft gemaakt, maar dat het de eigen kernwaarden bij het oud vuil heeft gezet in de samenwerking met de VVD.

BKKC in Tilburg krijgt geld uit budget ‘Incidentele kunstprojecten’ voor huur. SCT weet nu al dat het in 2017 minder belast wordt

bkkc

Tilburgers besteedt in een bericht aandacht aan de overhead van de in Tilburg gevestigde BKKC (brabants kenniscentrum kunst en cultuur). Het baseert zich daarbij op een collegebesluit van 14 februari 2017 van het Tilburgse college dat in de besluitenlijst van week 7 wordt genoemd. Het besluit dat mede in verband met de ondertekening van een huurcontract in december nu pas naar buiten komt heeft het college op 25 november 2016 genomen. Het blijkt dat de gemeente de BKKC een subsidie verleent van € 158.760 voor een tijdelijke locatie aan de Spoorlaan. Hoogst opvallend hieraan is dat de helft ervan, te weten € 79.380 uit het budget Incidentele kunstprojecten eenmalig ingezet wordt als dekking van de jaarlijkse subsidie aan de BKKC.

Het college motiveert dit doorsluizen van geld uit het budget Incidentele kunstprojecten naar de overhead van de BKKC door te beargumenteren dat het budget Incidentele kunstprojecten van totaal € 142.029 in 2017 niet belast zal worden met een subsidie aan de Stichting Cultuurfonds Tilburg (SCT) van € 100.000, maar van maximaal  € 50.000. De SCT claimt in 2017 minder geld. De SCT is ‘een samenwerkingsverband tussen een aantal enthousiaste ondernemingen, met de gemeente Tilburg als strategische partner.’ Het stimuleert ondernemerschap van makers en ondersteunt geslaagde crowdfundprojecten met een financïele bijdrage. Van het Comité van aanbeveling van de SCT maakt de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus deel uit.

Wat de reden is dat de STC een verminderd beroep van € 50.000 of mogelijk meer op het budget Incidentele kunstprojecten doet maakt het collegebesluit niet duidelijk. In de uitleg bij het besluit gaat het college eraan voorbij hoe het bestuur van de SCT al in november 2016 met zekerheid kon weten dat het beroep voor de 13 maanden tot januari 2018 door onder meer culturele ondernemers en geslaagde crowdfundprojecten op de SCT gegarandeerd € 50.000 of meer minder zou zijn. Het college verwijst in haar besluit naar het bestuur van de SCT voor dat verminderde beroep op de SCT dat leidt tot het doorsluizen van  € 79.380 uit het budget Incidentele kunstprojecten naar de BKKC. De gekozen constructie oogt kunstmatig en onzorgvuldig.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBKKC krijgt subsidie uit kunstbudget voor dekking huur’ op Tilburgers.

Sjoerd Potters, welke politicus staat voor de persoon achter de politicus?

Wie kent hem niet, Sjoerd Potters? Het VVD-kamerlid uit Waalwijk die al sinds 2012 in de Tweede Kamer zit. Het antwoord luidt dat vermoedelijk bijna niemand politicus Sjoerd Potters kent. Heeft hij zich de afgelopen vier jaar bewezen in de kamer? En met welk woordvoerderschap? We weten het niet en door het filmpje komen we het ook niet te weten. Sjoerd Potters is voor vrienden, kennissen, medewerkers en collega’s blijkbaar een toffe peer. Daar moeten we het mee doen. Over de politicus voor de persoon komen we niets te weten. Zo werkt promotie. Het suggereert iets te zeggen, maar zegt niets wat er toe doet. Het gaat bewust voorbij aan waar het werkelijk om gaat. Sjoerd Potters, een merknaam voor de politicus die verdwijnt achter de persoon.

Trump heeft gelijk dat media vijanden van het volk zijn. Maar anders dan hij bedoelt

Analist en journalist Carl Bernstein reageert voor CNN op de uitsprak van president Trump dat media vijanden van het volk zijn. Die uitspraak is Trump op veel kritiek komen te staan. Niet alleen van progressieven en journalisten, maar ook van leidende Republikeinen. Wilders hanteert dezelfde tactiek van demonisering van ‘de linkse media’. Hij meent dat de media hem en de PVV alleen maar willen beschadigen en hem zelf zouden haten. Zelfs bewust zouden liegen door zijn standpunten verkeerd weer te geven. Maar het omgekeerde is waar. Trump en Wilders liegen en die leugens worden in de media doorgeprikt. Meer is het niet. Dat kunnen Trump en Wilders die het moeten hebben van uitvergrotingen en focus op hun kernpunten niet gebruiken. Daarom geven ze de boodschapper van het nieuws de schuld van hun onvoldragen en onvolledige boodschap.

Anders dan ze bedoelen hebben Trump en Wilders gelijk dat media vijanden van het volk zijn. Want door de overmatige aandacht van de media met dank aan diezelfde media zijn ze op het schild gehesen. Zonder dat dit vergezeld ging van afgewogen journalistiek met voldoende kritische kanttekeningen en onderzoek naar de drijfveren, argumenten en de vraag hoe slogans omgezet zouden worden in maatregelen. Zonder de kritiekloze aandacht van de media zouden Trump en Wilders nooit zover gekomen zijn. Toen hun naam en positie eenmaal gevestigd was hadden Trump en Wilders de media niet meer nodig. Media waren eerst te lief en zijn achteraf kwaad op zichzelf dat ze monsters hebben helpen baren. Zelfs met de aandacht voor de weerlegging van de kritiek op de media blijven ze gebiologeerd ronddraaien in Trumps en Wilders’ retoriek.

Judy Dempsey over Nederlandse politici bij Oekraïne-referendum: ‘intellectuele luiheid en onverschilligheid’

ab

Nog vier weken tot de verkiezingen. De campagne is tot nu toe van een tenenkrommende overbodigheid. Alleen marketing en tactiek. Wie gaat met wie, wie gaat niet met wie, wie is ijdel, wie heeft lange tenen, wie biedt het beste koopkrachtplaatje, wie krijgt het beste rapportcijfer van het CPB op onderdeel A, B, C, D, E, F enz. . Dat gaat het over. Het niveau van dwergen die op elkaar schouders klimmen en dan het idee hebben ineens geen dwergen meer te zijn. Maar dwergen zijn ze en blijven ze. Zonder enig zicht op de toekomst.

Hoofdredacteur Judy Dempsey van Carnegie Strategic Europe doet tegen Arnout Brouwer pittige uitspraken in een interview met De Volkskrant. Over de EU, de relatie van de EU met president Trump, Europese veiligheid, kanselier Merkel, de liberale wereldorde en de behoefte aan sterk leiderschap om dat overeind te houden. Leiderschap dat volgens Dempsey op dit moment te onzichtbaar is en zich niet sterk genoeg maakt om op te komen voor de waarden waar het voor zegt te staan. Wat de vraag oproept of het nog wel ergens in gelooft.

Over de opstelling van Nederlandse politici bij het Oekraïne-referendum is Dempsey hard: ‘De Nederlandse politici hebben er een zootje van gemaakt. Ze namen zelfs niet de moeite om te proberen de bevolking te overtuigen! Het was intellectuele luiheid en onverschilligheid jegens de burgers. ‘Jullie weten niet waar jullie het over hebben.’ Er is een publiek dat geïnformeerd wil worden. En dat erbij betrokken wil worden.’

Nederlandse politici zijn lui en onverschillig. Maar vooral gemakzuchtig, middelmatig en ondermaats. Zonder het te beseffen gevangen in de waan van de dag onder hun kaasstolp rond het Binnenhof die wordt verward met de werkelijkheid. Met als gevolg dat nu een politicus zonder concreet programma aan de kop gaat in de peilingen. En malcontenten zich in het bestel naar voren kunnen dringen zonder iets zinnigs toe te voegen. Dat is het niveau van dwergen. De ene helft vlucht weg in het cijferfetisjisme van details zonder hoofdlijn. En de andere helft schetst een onafgewerkte, vrijblijvende lijn zonder details. Nergens komen hoofdlijn en detail samen in een programma dat urgentie toont. Nergens worden de antwoorden voor de toekomst voorbereid.

Het heeft geen zin om het hoofd in de schoot te leggen. Burgers van Nederland moeten het doen met de politieke partijen die nu voorradig zijn. Hoewel ze veel gemeenschappelijke kenmerken van vervreemding en wereldvreemdheid vertonen, verschillen partijen wel degelijk onderling. Behalve de tweedeling van partijen die of de hoofdlijn of de invulling ervan verwaarlozen. De kiezer wil geïnformeerd worden. De kiezer wil serieus genomen worden. Niet door marketing, maar door elementaire informatie die partijen niet zelf vooraf filteren.

De kiezer wil weten wat partijen willen met Nederland en de EU. Hoe ze dat concreet in maatregelen omzetten. De kiezer wil dat politici geloof hebben in Nederland en die overtuiging in de praktijk tonen. Ondubbelzinnig en welomschreven uitleggen hoe ze het Nederlands belang willen dienen. De dwergen moeten kloten tonen.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Arnout Brouwers met reactie, 20 februari 2017.

Amateurisme, faalangst en Trump plagen Wilders. Hoogste tijd voor de herwaardering van het politieke handwerk?

38e863a5126bee541a14fe0bbe9fa130

Drie stukken in NRC openen een nieuw front tegen Trump en de zogenaamde populisten, inclusief Geert Wilders. Tom-Jan Meeus omschrijft in zijn wekelijkse columnHaagse Invloeden‘ waar het om gaat: ‘Regeren is een vak. Behalve standpunten innemen vergt regeren juristerij, organisatietalent, personeelsbeleid, professionaliteit en afgewogenheid. Elk hoofd van een regering zal alleen controle en regie houden wanneer hij (m/v) vakkundige politici en medewerkers om zich heen verzamelt.’ Meeus verwijt Trump en Wilders amateurisme en roept de media op om te praten ‘óók over de taal van lijsttrekkers, alsmede hun vermogen standpunten om te zetten in maatregelen. Om iets te presteren, in plaats van alleen te praten.’ Een pleidooi voor de restauratie van het politieke handwerk. Vraag is alleen of dit enige indruk maakt op Wilders’ kiezers.

Bas Heijne meent in zijn column getiteld ‘Nuttige idioten’ dat de teruglopende score in de peilingen van de PVV een gevolg is van een tegenvallende Trump: ‘De chaos die Trump heeft geschapen, doet het beeld enigszins kantelen. Het lichtend voorbeeld zag er ineens uit als een vreselijke parodie.’ Trump voert continue campagne omdat hij niet anders kan. Zijn uitgangspunt van de perpetual campaign laat hem per definitie niet of volstrekt onvoldoende toekomen aan regeren. Heijne: ‘Maar Trump kan niet anders, hij is een politieke exponent van wat essayist Pankaj Mishra in The Age of Anger een „wereldwijde burgeroorlog” noemt, met als dominant narratief dat de samenleving ziek is, je tegenstander bij je om de hoek woont en de elite de poorten wijd open heeft gezet voor vijanden. Alles wat op het A4’tje van Wilders past.’

Maartje Somers zoekt John Dean op die klokkenluider was in de regering-Nixon en een rol in de Watergate-affaire speelde. In een artikel met de niets aan duidelijkheid overlaten titel ‘Trump is erger dan Nixon ooit was’ vraagt ze hem om Trump met Nixon te vergelijken. Dean: ‘Nixon was een ervaren politicus. Hij bezat historische en politieke kennis, je kon op niveau met hem praten. Trump weet niets. Hij is arrogant, en wil dus ook niet toegeven dat zijn kennis tekortschiet. Hij heeft geen belangstelling voor politiek, zelfs niet voor het ambt van president.’ Waar Nixon binnen de rechtsstaat bleef en uiteindelijk aftrad uit belang voor zijn land, laat Dean de twijfel open of Trump binnen de lijntjes van de wet blijft en dezelfde afweging zou maken.

De vraag naar de politieke kwaliteit van populisten als Trump en Wilders past in de steeds breder klinkende verzuchting dat populisten goede brekers zijn, maar slechte bouwers. Met de vervolgvraag wat ze op regeringsniveau toe kunnen voegen aan de democratie. Nu president Trump in de praktijk onderstreept als regeringsleider incompetent te zijn en er een chaos van te maken komt het belang van het politieke handwerk opnieuw in de aandacht. De les voor de media en de kiezers is dat ze verder moeten kijken dan het uitventen van standpunten. In de politiek gaat het om het omzetten van standpunten in beleidsmaatregelen.

Er is ook verschil tussen Trump en Wilders. De Amerikaanse president heeft zich verbonden aan de alt-right beweging die zich mede keert tegen het heersende conservatisme in de Republikeinse partij. Dat brengt hem op voet van oorlog met de partij die hij gekaapt heeft en waarvan hij de kernpunten niet deelt. Trump wordt door het partijkader getolereerd zolang hij de Republikeinse partij niet meer beschadigt, dan van pas komt en kansen biedt. Wilders opereert alleen, heeft nooit een organisatie opgebouwd en is wantrouwend naar partijgenoten. De PVV is niet voorbereid op het dragen van regeringsverantwoordelijkheid omdat Wilders zich daar nooit op heeft willen voorbereiden. Wilders kan niet aanhaken bij anderen en heeft zich geïsoleerd.

Trump haakt aan bij malcontenten die er een Marxistische verpauperingstheorie op nahouden die de revolutie onontkoombaar maakt. Wilders is stukken burgerlijker. Waar de einddoelen van Trump onhaalbaar zijn omdat ze in hun pure vorm de democratie inclusief de instituties vernietigen zijn de einddoelen van Wilders niet eens omschreven. Hij weet wat hij niet wil, maar niet wat hij wel wil. Geert Wilders navigeert de PVV aan de hand van marketing, projectie van een volkswil, het kernthema islam en richting en invloed van andere populisten naar een positie in het politieke spectrum die feitelijk een parkeerplek is. Wilders kan en wil niet regeren, Wilders wil zich met de PVV niet voorbereiden op het dragen van regeringsverantwoordelijkheid, Wilders kan en wil zijn einddoel voor Nederland niet omschrijven. Wilders’ standpunten moeten begrepen worden om die vlucht voor het nemen van verantwoordelijkheid te verhullen. Wilders draait eindeloos warm in zijn faalangst.

Foto: ‘The demolition of Pruitt-Igoe, St. Louis, 1972’.

Jack Ma legt uit wat er schort aan de besteding van opbrengsten van het globalisme. Tevens een antwoord aan de populisten

De Chinese multimiljonair Jack Ma van het concern Alibaba heeft er belang bij om Trumps kritiek op China te weerleggen. Of om te buigen. De vrees bestaat dat Trump protectionisme tot kern van zijn economisch beleid maakt. Dat is schadelijk voor de internationale handel. Ma presenteert zijn argumenten slim. Hij zegt dat niet zozeer outsourcing van de Amerikaanse maakindustrie naar China of Mexico tot een rampzalige economische situatie in het Middenwesten -en wat hij het Middenoosten noemt- van de VS  heeft geleid, maar de verkeerde aanwending van de winst uit die globalisering. Waar is dat geld gebleven? Dat ging naar recente oorlogen die 14.300.000.000.000 USD kostten. Dat geld had volgens Ma beter besteed kunnen worden aan de verbetering van de infrastructuur die verwaarloosd is. Zeg maar: een nieuwe New Deal. Daarnaast heeft Ma kritiek op de financiële sector van Wall Street die in zichzelf verkeert en opereert ten koste van de reële economie.

Heeft Ma gelijk? Hij heeft een punt dat de veiligheidsindustrie en Wall Street veel overheidsgeld naar zich toe trekken. Mede door hun invloed op de politiek. Politici worden met geld gekocht om de continue stroom overheidsgeld te garanderen. Dat gaat ten koste van andere sectoren. En van gewone mensen. President Obama past trouwens het verwijt dat hij dat mechanisme niet heeft omgebogen. De tragiek is dat Trump door zijn kabinetsbenoemingen en beleid als geen andere president een vertegenwoordiger van Wall Street en big money is. Hij beloofde het moeras droog te leggen, maar doet het omgekeerde. Hij pompt er extra water in.

Of Trump een aanleiding voor een oorlog met bijvoorbeeld Iran gaat creëren om de veiligheidsindustrie te bedienen valt af te wachten. Hij kan ook volstaan met hogere Defensiebestedingen alleen. Hoewel generaals die wapens dan ook graag in willen zetten, als het geweer aan de muur in een stuk van Tsjechov. Wapens moeten afgaan. In Europa gaan de Amerikaanse ministers Mattis en Tillerson de boer op om de Europeanen te bewegen meer geld uit te geven aan de NAVO. EU-lidstaten moeten de bekende 2%-norm halen. Uiteraard grotendeels te besteden aan Amerikaanse waar. Als Europeanen slim zijn, dan steken ze de 10 of 30 miljard euro extra bestedingen per jaar in hun eigen wapenindustrie. Maar dat rekent buiten de realiteit van de Dick Berlijns, Jack de Vriesen en andere neoconservatieven die door de Amerikaanse wapenindustrie zijn gekocht en lobbyen voor Amerikaanse wapenfabricanten. Dan is er nog de reële Russische dreiging in Oost-Europa die alle wapenfabricanten in de kaart speelt. En niet gewone mensen en hoeders van de democratie die voor een evenwichtige en duurzame verdeling van overheidsgeld pleiten. Gedesillusioneerd hebben ze het nakijken.