Buurtsupers in krimpregio’s hebben de toekomst van het verleden

Krimp is niet zomaar een kwestie die makkelijk te overzien valt en de krimpcoach het antwoord op heeft. Hij meent dat het voor inwoners van kleine dorpen belangrijk is om elkaar te ontmoeten, maar dat dat niet per se in de buurtsuper hoeft te zijn. Dat lijkt op de aan Marie-Antoinette toegeschreven onbedoelde kwinkslag ‘Als ze geen brood hebben, dan eten ze toch cake!’. De zwarte humor in Drenthe wordt door de geschiedenis gekleurd. Ook burgers in krimpgebieden hebben een meervoudige identiteit. Ze willen voorzieningen houden en zien liever geen sociale functies uit hun dorp verdwijnen, maar ze denken ook aan hun portemonnee. De buurtsuper in het Drentse Gasselte gaat dicht, terwijl die in Gasselternijveen weer open gaat. Groeikrimp.

In navolging van Trump. EU kan muur met de Russische Federatie bouwen. Project dat samenbindt, activeert, motiveert en afbakent

herbert_list_ukraine_24

Zomaar een gedachte-experiment. President Donald Trump wil een muur bouwen langs de Mexicaanse grens. Om de instroom van Latijns-Amerikaanse migranten te stoppen. Hij mag dat doen. Wat let de EU dan om ook zo’n muur te bouwen langs haar oostgrens? Zodat in elk geval de Baltische landen, Polen, Slowakije en Roemenië gescheiden worden van de Russische Federatie. In 1991 werd het IJzeren Gordijn dat westelijker liep neergelaten. Nu redenen terugkomen die ooit leidden tot de opbouw kan het opnieuw opgetrokken worden.

Oekraïne dat geen lid is van de EU, maar wel een geratificeerde associatie-overeenkomst heeft met 27 van de 28 EU-lidstaten kan uitgenodigd worden om achter de muur plaats te nemen. Oekraïne heeft uit vrees voor een militaire invasie al een begin gemaakt met het bouwen van zo’n muur. Omdat de centrale regering in Kiev niet de hele grens onder controle heeft doemt hier gelijk al het eerste probleem op. Wordt de grens oost of west van de Donbas gelegd waar een door de Russen gecontroleerde ‘rebellen’-regering het voor het zeggen heeft? Implementatie van de Minsk II-akkoorden (.9) geeft Oekraïne controle over de hele grens van het conflictgebied. Maar dat wordt getraineerd door de Russen die voor ‘hun’ Donbas politieke autonomie eisen.

Zo is een patstelling ontstaan in de implementatie van Minsk II. Het Kremlin heeft er belang bij dat er onrust in Oekraïne blijft bestaan zodat dit land verzwakt blijft en formeel niet aan de voorwaarden voldoet om tot de NATO toe te treden. Maar Trump geeft aan dat gepalaver en overleg niet de snelste weg naar de oplossing zijn. Hij vraagt niet aan Mexico wat het van de Amerikaanse muur vindt. Zo hoeft de EU evenmin aan Wit-Rusland of de Russische Federatie te vragen wat ze van de Europese muur vinden. De planning ervan alleen al door Europese samenwerking dringt de Russen in het defensief. En de Donbas? Dat wordt het sluitstuk van een muur die symbolisch, militair en politiek buurlanden buitensluit die toch al tegen Europa schoppen.

Foto: Herbert List, Zware verwoesting in Oekraïne, 1943.

Aantijging dat Snowden Russische spion is wacht nog steeds op publieke onderbouwing. Charlie Savage antwoordt Jay Epstein

es

Sargasso verwijst in een bericht naar een bespreking door Charlie Savage in The New York Review of Books van ‘How America Lost Its Secrets: Edward Snowden, the Man and the Theft’ van Jay Epstein. Savage is kritisch op Epstein die stelt dat Snowden een Russische spion is. Hoewel Epstein toegeeft dat Snowden kan zijn begonnen als klokkenluider om te eindigen als spion. De wrok en verbittering die in sommige geledingen van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten bestaat over de onthullingen van Snowden in The Guardian en andere media in 2013 kan niet onderschat worden. Epsteins boek is er de weerslag van. Mijn commentaar:

Het blijft vooral speculatie of Edward Snowden een Russische spion is. Harde bewijzen ontbreken, maar ook ondersteunend bewijs. Van de andere kant valt evenmin te bewijzen dat Snowden geen Russische spion is. Maar zolang er geen harde bewijzen zijn is het onterecht om Snowden een Russische spion te noemen.

Dat hij in Moskou is gestrand is valt vooral ex-president Obama en zijn toenmalige Justitieminister Eric Holder te verwijten die Snowdens paspoort introkken op diens vlucht naar Latijns-Amerika. Juist op het moment dat hij in Moskou moest overstappen. Zij leverden hem over aan de Russen. Wat je noemt een uitermate domme manier van handelen. Wat is de logica dat ze hem kwijt wilden in het land dat Snowden het meest onbereikbaar maakte en het best beschermde? ik wacht nog op een verklaring hiervoor.

Tekenend voor de makkelijke manier van argumenteren van de Snowden-bashers is de gezaghebbende informatie-analist John Schindler die op z’n site ‘The XX Committee’ de erkenning door de hoge spion Franz Klintsevich als bewijs geeft.

Schindler verwijst ook steeds naar het hoofd van de Duitse BND Gerhard Schindler als bewijs dat Snowden een spion is die gerund zou worden door het Kremlin. Maar Gerhard Schindler komt helemaal niet met hard bewijs. Hij noemt Snowden een verrader. Dat is een mening of observatie, geen bewijsvoering.

Snowden kan als een ethische spion gezien worden die met zijn onthullingen naar buiten kwam om de geheime massaspionage van burgers door de NSA te openbaren. Dat hebben de westerse informatiediensten Snowden nooit vergeven. Ze doen er alles aan om hem via de media in diskrediet te brengen. Snowden heeft meermalen aangegeven dat hij tegen zijn zin in de Russische Federatie verblijft. Hij wil zich voor een Amerikaanse rechtbank verantwoorden als hem een openbaar en eerlijk proces wordt toegezegd. Niet een enkele reis naar de kerker onder verwijzing van de Espionage Act 1916 zonder recht op weerspraak. Maar de regering-Obama wilde hier niet aan.

Zo weten we nog steeds niet 100% zeker of Snowden een held of een verrader is. De te simpele bewijsvoering van de Snowden-bashers doet vermoeden dat ze met hun goed georganiseerde netwerk na 3,5 jaar nog steeds niet bewezen hebben dat Snowden een Russische spion is. Terwijl inlichtingen hun expertise is. Dat laat voorlopig de optie open dat Snowden waarschijnlijk geen Russische spion is.

Foto: Schermafbeelding van deel van boekbespreking door Charlie Savage van Jay Epstein. ”How America Lost Its Secrets: Edward Snowden, the Man and the Theft’ in The New York Review of Books, 9 februari 2017.

College Amersfoort stoot atelierruimte af ondanks toezegging niet te bezuinigen op cultuursector. Kunstenaars protesteren

sa

De Stad Amersfoort zet in een bericht op een rijtje hoe beeldende kunstenaars Amersfoort verlaten. Reden is het gebrek aan atelierruimte. Het college van D66, VVD, ChristenUnie en PvdA stoot atelierruimte af en brengt die op de markt waardoor kunstenaars op straat komen te staan. Meer dan 35 kunstenaars zouden op zoek zijn naar atelierruimte. Coalitieakkoord ‘2014-2018 – Samen maken we de stad’ zegt over de cultuursector: ‘De culturele sector in Amersfoort heeft de laatste jaren budget moeten inleveren. De coalitie legt geen nieuwe bezuinigingen op aan de cultuursector.’ Het lijkt er echter sterk op dat het afstoten van atelierruimte door het college een verkapte bezuiniging op de cultuursector is en het college in strijd met de eigen voornemens handelt. Want bezuinigingen buiten de cultuurbegroting om die via het gemeentelijk vastgoedbedrijf  lopen zijn wel degelijk op te vatten als nieuwe bezuinigingen die het college oplegt aan de cultuursector.

Illustratief voor het wispelturige Amersfoortse cultuurbeleid is het lot van de Elleboogkerk die in de verkoop staat voor 1.495.000 euro. Tot een brand in 2007 was er het Armandomuseum gevestigd. De brochure zegt: ‘De cascorestauratie is deels gebaseerd op plannen voor de herhuisvesting van het Armandomuseum die uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden.’ Te elfder ure blokkeerde het college om economische redenen de herhuisvesting. In 2010 noemde de toenmalige directeur van de cultuurkoepel Amersfoort-in-C het eenzijdig opzeggen van een prestatieovereenkomst door het college ‘onbehoorlijk bestuur. Het gevolg was dat het Armandomuseum ondanks beloften dat het museale huisvesting in Amersfoort geboden moest worden de stad werd uitgejaagd naar Bunnik. Het vestigde zich in landhuis Oud Amelisweerd waar het onder een andere naam geen toekomst kon opbouwen. De gemeente Utrecht is nu bezig met een verkennend onderzoek voor het vinden van een nieuwe exploitant. En de Elleboogkerk staat 7 jaar later nog steeds in de verkoop.

Kunst is het slachtoffer. Wat opvalt is dat het college en de agerende kunstenaars kunst niet meer centraal stellen. Bijverschijnselen nemen het over. Het college is verblind door cijfers vanwege miljoenentekorten -die door slecht beleid op de projectontwikkeling zijn ontstaan- en kunstenaars bijten zich vast in hun protest. Zodat boekhouden, schuiven met begrotingsposten, procedures, verbijstering, ongenoegen en profilering komen te staan voor waar het om begonnen was: de kunst. Kunstenaar Ron Jager timmert met z’n Uncle Rons Hyperbolic Roadshow lekker aan de weg, maar of daarbij de kunst centraal wordt gesteld of die net als bij het college ook instrumenteel geworden is valt af te wachten. Maar het grootste verwijt treft achtereenvolgende colleges van Amersfoort die grillig, wisselvallig en op sommige momenten zelfs op onbehoorlijke wijze invulling hebben gegeven aan het cultuurbeleid. Met een kwalijke uitstraling tot buiten de gemeentegrenzen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKunstenaars verlaten Amersfoort’ in De Stad Amersfoort, 25 januari 2o17.

Nieuwsuur gaat mee in retoriek van Kremlin. Kan dat niet beter?

rf

Wat is er erger, nepniews, progandanda of slechte journalistiek? Neem de posting van Nieuwsuur met de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’. Dit is een citaat van de buitenlandadviseur van Putin Sergey Alexandrovich Karaganov die Nieuwsuur om onverklaarbare redenen in een toelichting presenteert als ‘Andrei Karaganov’.

Door plaatsing van de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’ werkt Nieuwsuur mee aan het creëren van het beeld dat het Kremlin graag presenteert. Namelijk dat het sterk en voor niemand bang is. Dat kan ook anders benaderd worden. De Russische Federatie is een reus op lemen voeten die sociaal en economisch zwak is.

In een interview met Karaganov noteert de journalist van Nieuwsuur zonder tegenspraak of zelfs maar enige kanttekening dat Oekraïne een bufferstaat van de Russische Federatie is waar de Russische Federatie recht op heeft. Onder meer door de offers die in de Tweede Wereldoorlog zouden zijn gebracht door de Sovjet-Unie.

Nieuwsuur laat onweersproken dat dit exact omgekeerd is omdat er naar verhouding meer Oekraïeners dan etnische Russen in de strijd tegen het Derde Rijk zijn gestorven. En volgens de Helsinki Akkoorden die in 1975 door de Sovjet-Unie zijn ondertekend heeft Oekraïne recht op zelfbeschikking. Kan het niveau van het Rusland-bureau van Nieuwsuur nou niet eens opgeschaald worden? Dit gebrek aan journalistieke scherpte is om wanhopig van te worden. De Russische Federatie verdient het om kritisch en op niveau gevolgd te worden.

Foto: Schermafbeelding van FB-postingRusland is sterker dan ooit’ van Nieuwsuur met eigen reactie, 24 januari 2017.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Pijnpunten van de journalistiek met Jeff Jarvis en Breitbart

De conservatieve nieuwssite Breitbart plant uitbreiding naar Europa. Volgens een bericht in Media Matters gaat het om het opzetten van een Franse, Duitse en Italiaanse website. In die landen vinden binnen afzienbare termijn verkiezingen plaats. Breitbart lijkt ondersteunend te worden aan de strategie van de Europese rechts-populistische partijen in de verschillende landen om de gevestigde macht in politiek en media uit te dagen.

Jeff Jarvis bevestigt in en met zijn analyse de machteloosheid van de traditionele journalistiek. Het moet investeren in gemeenschappen, zo suggereert hij. Maar dat is een proces van jaren en lijkt geen antwoord op de snelle expansie van Breitbart en andere sociale media. Waarbij overigens gevestigde media ook verrechtsen en in bezit van grote ondernemingen zijn gekomen. Het probleem is dus de verrechtsing van alle media.

Jarvis’ antwoord snijdt geen hout omdat het controle van politieke en economische macht buiten beschouwing laat. Hij beschrijft de journalistiek van de toekomst als een consumentenbond voor ongeruste burgers. U vraagt, wij draaien. Dat is een nederlagenstrategie. Jarvis heeft geen antwoord op de economische, sociale en politieke veranderingen die de journalistiek treffen. Dat antwoord heeft niemand. Dat maakt somber.

Een begin van een antwoord zou gelegen kunnen zijn in samenwerking. Nieuwsmedia moeten buiten de eigen kring treden. In de aanloop naar verkiezingen zouden ze hun verschillende platformen kunnen koppelen en burgers bij voorkeur vanaf regionaal niveau benaderen. Niet met tegenpropaganda, maar met onmiddellijke weerlegging van het nepnieuws van de pseudo-journalistiek door het geven van informatie. Alleen dan kan pseudo-journalistiek passend en snel geneutraliseerd worden. Maar gevestigde media zitten gevangen in hun eigen economische logica. Dat lijkt op dit moment het grootste probleem van de journalistiek. Niet Breitbart.

De hufterigheid van de VVD. Brief van Mark Rutte aan alle Nederlanders

vvd

Het is volop campagne. Nog 51 dagen tot de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart 2017. De VVD plaatst vandaag in alle landelijke kranten een advertentie die de vorm van een brief van premier Mark Rutte heeft. De brief kan op twee manieren gelezen worden. Namelijk wat er wel en wat er niet in staat.

Rutte stelt de vraag in wat voor Nederland we willen leven. Hij accentueert dat door in te gaan op normen en waarden. Op hufterigheid, op gewenst en normaal gedrag. De botheid van de Nederlanders is een terugkerend onderwerp. De Engelse ambassadeur Sir William Temple wees er in de 17de eeuw al op in zijn geschriften over de Verenigde Nederlanden. Rutte actualiseert het door een verhaal van iemand die om geloofsredenen vrouwen een hand weigert te geven. Hij ziet de botheid als een mentaliteitskwestie. Maar dat valt te bezien. Het kan evengoed een gevolg van een tekortschietend onderwijssysteem of de opvoeding van kinderen zijn.

Hoe dan ook is de spreekwoordelijke Nederlandse botheid of hufterigheid niet iets van recente datum dat voor partijpolitieke doeleinden ingezet kan worden. Hoewel het mogelijk is dat de mate van hufterigheid in de laatste jaren is toegenomen. Het komt dus niet uit de lucht vallen, maar bouwt voort op iets dat buitenlanders al eeuwen bij Nederlanders opmerken. Vaak verzachten ze hun kritiek door dat te omhullen met opmerkingen over de calvinistische aard, het ontbreken van een hofcultuur, de directheid, openheid en eerlijkheid van Nederlanders. Maar de botheid is de kern van de kritiek.

Rutte heeft het over maatschappelijke mores. Hij laat in zijn brief andere overtredingen van normaal gedrag ongenoemd. Zoals de graaicultuur bij topbestuurders van banken en bedrijven die hun eigenbelang voor het algemeen belang stellen. Of de opbouw van de controlestaat en de afbraak van de verzorgingsstaat door de overheid. Of de gigantische belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen die wordt getolereerd door de middenpartijen. Of de dominante greep van de partijpolitiek op functies in het openbaar bestuur die als eigen bezit worden beschouwd.

Wat is in een divers land als Nederland normaal en wie bepaalt er wat normaal is? Slecht gecamoufleerde selectiviteit is de tekortkoming van deze brief van Mark die blijkbaar in een campagnestrategie van de VVD past om de politiek apolitiek te maken door er een slap humanistisch sausje overheen te gieten. Met de opzet om de eigen politici uit de wind te houden, de eigen aanhang te verbreden en dit positief af te laten stralen op Rutte. Dit is echter een strategie die zichtbaar niet werkt in een samenleving die door en door gepolitiseerd is. En andere partijen volop de gelegenheid geeft om gaten te schieten in de dubbelzinnigheid van de VVD.

Wat erger is, de brief heeft niet echt de intentie om de hufterigheid terug te dringen. De VVD spant de hufterigheid voor het eigen politieke karretje en zet het in als politiek instrument. Zo cynisch is het. De partij spant de hufterigheid op de avond van 15 maart weer uit. Als de stemmen binnen zijn. Zonder dat enige VVD-minister nu of straks met uitgewerkte voorstellen zal komen om de hufterigheid in Nederland werkelijk terug te dringen. Zo hufterig is het.

Foto: Deel van schermafbeelding van brief (‘De brief van Mark’) van premier Mark Rutte (VVD) die op 23 januari 2017 in de landelijke kranten als advertentie verscheen.

Women’s March wordt pas succes met een massaal politiek vervolg

Het is onvoldoende om met elkaar te protesteren en daar een moreel gelijk aan te ontlenen. Dat is potsierlijk. Protest krijgt pas inhoud als het niet eenmalig maar blijvend is en in een doelgerichte politiek gegoten wordt. Velen hebben het gelijk aan hun kant als ze beweren dat de Amerikaanse president Donald Trump een dwaas en een egotripper is die zonder ervaring in het openbaar bestuur slecht is voorbereid op zijn nieuwe functie. Protest is nodig als startpunt voor politiek activisme. Maar als protest dreigt te ontaarden in het claimen van eigen gelijk dat niet verder nadenkt over het vervolg, dan heeft het weinig politieke invloed.

Het belang van de Women’s March ligt niet in de oppositie tegen Trump die zich zoals bekend niets gelegen laat liggen aan feiten en argumenten, maar in die tegen Hillary Clinton. Met haar medestanders trekt ze nog steeds aan de touwtjes binnen de Democratische partij (DNC). Dat maakt de progressieven ziedend die onder verwijzing naar de populariteit en peilingen tijdens de campagne van 2016 denken dat hun kandidaat Sanders Trump makkelijk had verslagen. Zodat de VS de schande van Trumps presidentschap bespaard was gebleven.

Activist Van Jones prikt door de protesten tegen Trump heen. De essentie van zijn woorden is dat de oppositie georganiseerd, niet neerbuigend en geloofwaardig moet zijn. Jones steunt de progressieve richting binnen de DNC die wordt vertegenwoordigd door de senatoren Bernie Sanders en Elizabeth Warren, en afgevaardigde en kandidaat-partijvoorzitter Keith Ellison. Jones probeert om strategische redenen de verschillen te overbruggen en vooral de kloof binnen de DNC te dichten. Als er een patstelling ontstaat tussen Clintoneske partijbonzen -die hun macht niet willen delen- en de Sandersiaanse massa, dan kan Trump geen echte pijn worden gedaan.

Uit een artikel in Politico blijkt dat het merendeel van de demonstranten aanhangers van Sanders was. Dat ligt in de lijn van de campagne van 2016 toen ze in grote getale partijbijeenkomsten van Sanders bezochten. Door een combinatie van manipulatie door de partijorganisatie, de tegenstand van de pro-Clinton media, maar ook gewoonweg een tekort aan steun legden ze het af tegen Clinton en het partijestablishment. Hoewel ze het meeste enthousiasme opbrengen en bereid zijn om met velen de straat op te gaan om te protesteren zijn ze gemarginaliseerd binnen de DNC. Niet dat ze noodzakelijkerwijs een minderheid binnen de partij vormen, maar establishment-Democraten die op hun beurt in de klem zitten van big money en daar een tegenprestatie voor moeten leveren zijn niet alleen niet bereid, maar ook niet bij machte hun macht af te staan. Waardoor het perspectief op revitalisatie van de DNC, progressieve standpunten en scherpe uitdaging van Trump afneemt.

De les voor Nederland is niet anders dan wat Van Jones beoogt. Overbruggen en doordenken. De gevestigde orde in de progressieve partijen heeft geen toekomst omdat het geen beweging weet op te wekken. In de beeldvorming valt het beeld niet weg te poetsen dat het partijkader vooral het eigenbelang dient. Het grijpen naar het verleden van de jaren ’70 -zoals PvdA-leider Lodewijk Asscher doet– maakt het extra pijnlijk. Het sluiten met elkaar van ‘progressieve pacten’ op deelterreinen zoals de arbeidsmarkt is onvoldoende. Als dat het beste is wat progressieve partijen in huis hebben, dan valt hun wereldvreemdheid en machteloosheid niet beter te illusteren. Slechts GroenLinks kan hopen op een beweging die de traditionele partijgrenzen te buiten gaat. Dan moet het verzoenen, de sociaal-economische paragrafen tot kern van het programma maken en keihard stelling nemen tegen rechts-populistische tendenzen in samenleving en politiek. En in de marketing zeker niet verwijzen naar de mooie woorden en het vrijblijvende vormspel van ex-president Barack Obama.

Asscher presenteert progressief pact voor meer vaste banen. SP en GL haken aan. Electoraal verstandig?

ass

Er tekent zich een progressief pact aan ‘voor meer vaste banen’ tussen de PvdA, SP en GroenLinks. PvdA-leider Lodewijk Asscher zoekt er in het AD de publiciteit mee. Vroeger presenteerden deze partijen zich doorgaans als ‘links’, nu als ‘progresssief’. Dat wil zeggen dat ze niet de sociaal-economische, maar de politiek-culturele focus als het meest belangrijk willen presenteren. Het betreft een pact over een onderdeel van de arbeidsmarkt. Het is geen omvattend pact en kan daarom worden opgevat als ‘bij gebrek aan beter’.

Hoe zo’n losse samenwerking uitpakt op de kiezer is de vraag. Het hangt er mede vanaf hoe serieus het pact is en hoe centraal de drie partijen het in hun marketing zetten. Maar denkbaar is dat kiezers die twijfelen om op één van de drie partijen te stemmen afhaken vanwege animositeit jegens een van de twee andere partijen. Zoals een potentiële stemmer op GroenLinks die niks te maken wil hebben met de SP vanwege haar Europa-politiek die haaks staat op die van GroenLinks. Of een potentiële stemmer op de SP die niets te maken wil hebben met de ‘rechtse’ PvdA die een pilaar onder de gevestigde orde is.  De lachende derde zouden wel eens de partijen kunnen zijn die programmatisch aan deze drie partijen grenzen, zoals D66.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Asscher wil links verbond voor meer vaste banen’ in het AD, 21 januari 2017.