George Knight

Debat tussen links en rechts

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

with one comment

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Advertenties

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. Kunst kan listig een politiek doel te gaan uitbaten!

    Hedendaagse beeldende kunst, het hing volop aan de muur in mijn babykamer. Ik ben er mee opgegroeid. In die eerste jaren waren de kunstenaars samen met de bevrijde wereld op zoek naar vrijheid. Persoonlijke vrijheid was al bereikt, de oorlog was beëindigd en de wederopbouw schiep zoveel werkgelegenheid dat we die nauwelijks konden bemannen. Technische ontwikkelingen maakten rappe sprongen. De scheppende kunst kreeg in Nederland meer dan genoeg ruimte met behulp van subsidiegeld, werkruimtes en kunstpodia. Kunstenaars als Pollock, de Kooning, Rothko, Appel en Corneille maakten in die tijd hun start in de kunstwereld. Wie het in Nederland maakte werd naar New York en Londen gelokt. Naar welke plek ze ook vertrokken, de boodschap bleef dezelfde: Neem fysieke vrijheid niet voor lief. Zij brachten ons op het idee van ‘vrijheid in het hoofd’. Dát leverde ons een grote hoeveelheid gesubsidieerde beeldende kunst waar we naar konden kijken en veel glazen slechte wijn bij dronken. ‘s Lands economische vooruitgang stelde de dubbel modale kostwinners in staat hoge prijzen te betalen. De inkomsten stegen gestaag in banen waaruit de massaproductie het begrip economische welvaart deed ontstaan. En langzaam werden we slaaf van onze eigen zelfgenoegzaamheid. Maar aan alles komt een eind. Ook aan het ongebreideld consumeren wat ons tot rovers maakt van de wereld waarin we leven.

    ‘Hoofden kunstopleidingen zijn in de war, ze weten niet meer wat te doen.’ stond in januari 2016 in BKINFO. De autonome kunstopleidingen zijn de weg kwijt De Nederlander koopt het minste kunst van alle Europeanen. Er wordt alleen nog bulkproductie gemaakt en het wegkijken ven beeldende kunst neemt zorgelijke vormen aan.
    Daarentegen kent het souperen van de aarde en alles wat ons ‘te leen’ is gegeven geen grenzen. We kopen liever rommel, we hebben lak aan de schoonheid van de wereld en het leven. Jarenlang lieten we ons zand in de ogen strooien door kunstopleidingsconrectoren en wetenschappers die verkleed als curator, conservator en museumdirecteur kunst op waarde inschatten. Zij schreven de routeplanning voor hoogstaande weekenduitjes; die leiden naar het kerkhof van de kunst, de musea. Het Rijk ging erin mee en besloot, onder leiding van Halbe Zijlstra, dat musea bemoeigoederen zijn. Sindsdien is iedereen gelukkig met de museumjaarkaart Kijken, kijken en niet kopen is toch echt wat de Nederlander het hoogste goed vindt.
    Het bijzondere van hedendaagse beeldende kunst is dat het zich voortbeweegt in trends. Het zijn titels in de tijd die leiden aan publieke slijtage. Elke trendbreuk wordt gevolgd door een, van hogerhand en hoog geprezen nieuwe trend. Maar kunst laat zich niet verleiden met louter mooie praatjes. Het niet in kunst geschoolde publiek ziet kunst als entertainment, als verpozing, als vlucht uit de werkelijkheid. En dat verdraagt geen snelle volgordelijkheid in trends. En daarin zit nu net de problematiek. Hedendaagse beeldende kunst krijgt de tijd en de mogelijkheid niet meer om te verleiden. Geldstromen werden afgedamd. Culturele bruggen zijn opgehaald.
    Het publiek is toe aan een kunststroming. Een stroming met een toegankelijk podium. Een podium waar kunstenaars publiek benaderen met voorstellen van vernieuwingen, nieuwe ontwerpen om te leven, alternatieve visies om te genieten van de wereld. De kunstenaar die zich engageert en denkpatronen levert voor het redden van de wereld. Het schaamteloos misbruik maken van de schatten van de aarde is een wandaad. Het is een wereldwijd probleem wat niet op het netvlies zit van populisten en nationalisten. Een stroming in de kunsten die zich richt op thema’s over ‘het in stand houden van de wereld’ zal vele volgelingen op zijn pad krijgen. Het is de zwijgende meerderheid die ontwikkelingen in zorg voor schoner water, schonere lucht, schoner transport, schonere industrieën op de voet volgt. En er geld en tijd in steekt. Die de aarde koestert als was het hun kind. Dat is kunst in zijn zuiverste vorm. Het koppelt de winst beoogde investeringen in hedendaagse kunst los van het zoeken naar een balans in leven/werken/genieten van de wereld. Het bepaalt het einde van de elite die zich eigenaar van de statuur van ‘stand en verstand van kunst van waarde’ toe-eigent. Het publiek is de grote groep van investeerders in de aarde en die daarmee bijdragen aan het overleven in een wereld waarin mensen teruggeven aan de aarde wat zij ervan leenden.
    Wie die lijn volgt komt in een nieuwe kunstlijn waar populisten en nationalisten niks te zoeken hebben.

    Dimp Nelemans
    Promotor en hedendaagse beeldende kunst
    En, onderzoeker van ‘hoe moet het nu verder met de beeldende kunst(enaar)?!

    Dimp

    11 januari 2017 at 14:01


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: