George Knight

Debat tussen links en rechts

Onlogisch dat kabinet geldige NEE-stem bij referendum opvolgt. Cijfermatig weegt uitspraak over associatie-overeenkomst 0,19%

with 2 comments

28a0db1ac59db8dc71ee08d56e16fd9271bdd0c4185ce3dba7721155b5c2fc60

Update 3 oktober 2016: Volgens de media slaagt Nederland er niet in om binnen de EU voldoende steun te vinden voor het aanpassen van het Oekraïne-verdrag. Nederland zou volgens een bericht van de NOS hebben ingezet op het toevoegen van een korte tekst aan het associatieverdrag. De strekking daarvan zou moeten zijn dat het verdrag puur over handel en samenwerking gaat en dat het niet betekent dat Oekraïne lid wordt van de EU. Maar in de onderhandelingen over de associatie-overeenkomst was dat al de positie die Nederland innam. Nederland weet dat het daarover geen twee keer invloed kan uitoefenen. Voor het referendum van 6 april 2016 schetste ik de kleine positie van Nederland die voor het vervolg totaal geen verschil zou uitmaken. Het gebrek aan steun is daarom geen verrassing en viel te voorzien. Om uiteenlopende redenen werd dit tijdens de campagne genegeerd. In de reacties op dat vinden van gebrek aan steun gebeurt dat nog steeds. 

Minister van Financiën Natalie Jaresko zegt in een interview met NRC dat Oekraïne ook bij een nee bij het Nederlandse referendum de associatie-overeenkomst gewoon doorzet: ‘De uitkomst van het referendum is symbolisch. Een nee-stem van Nederland zal de weg naar hervormingen van Oekraïne niet blokkeren. Wij hebben het verdrag getekend dus wij gaan er hoe dan ook mee door, ongeacht de uitslag. Dit is namelijk de énige weg voor Oekraïne. Daar bestaat in ons land breed draagvlak voor.’ Het valt niet te verwachten dat 28 ondertekenaars (27 EU-lidstaten en Oekraïne) hun goedkeuring afhankelijk willen maken van de uitkomst van de 28ste EU-lidstaat Nederland. Dat is onlogisch vanwege het kleine cijfermatige belang van het referendum.

Het is de vraag wat de uitslag op 6 april zal zijn. Volgens recente peilingen van Marktonderzoekbureau Direct Research in opdracht van D66 hangt het erom en zijn er ongeveer evenveel voor- als tegenstanders. Dat betekent bij een opkomst van bijvoorbeeld 45% en een uitslag van bijvoorbeeld 60% tegen dat ongeveer 27% van de stemgerechtigden zich tegen de associatie-overeenkomst uitspreekt. Daarbij past de kanttekening dat het referendum geen uitspraak vraagt over de handelsbetrekkingen die in volume zo’n 80% van het verdrag uitmaken, maar uitsluitend over de politieke en juridische component. Handelsbetrekkingen vallen wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie en daar heeft de Nederlandse kiezer geen invloed op.

Dit realistische voorbeeld toont aan hoe de verhoudingen liggen en wat het kwalitatieve belang is van de kwantitatieve uitkomst. Het relatieve belang van het Nederlandse referendum is klein: 1) De regeringen van 27 van de 28 EU-lidstaten hebben de associatie-overeenkomst geratificeerd; 2) Oekraïne heeft de overeenkomst geratificeerd; 3) Ongeveer 73% van de Nederlandse bevolking spreekt zich niet uit tegen de associatie-overeenkomst; 4) Het referendum vraagt een uitspraak over ongeveer 20% van de associatie-overeenkomst.

Het Nederlandse kabinet is wettelijk verplicht de uitkomst van het niet bindende referendum serieus mee te wegen, maar is niet verplicht een geldige uitkomst (opkomst meer dan 30%) te volgen. Het dient andere aspecten mee te wegen zoals handelsbelang, veiligheidspolitiek, buitenlandse en Europese betrekkingen.

Cijfermatig is het niet logisch dat het Nederlandse kabinet een geldige NEE-stem opvolgt omdat deze in EU-verband slechts een uitspraak doet over de associatie-overeenkomst die gewogen naar verwachting zo’n 0,19% bedraagt. Want reken maar na: a) het 1/28ste belang van een EU-lidstaat is 3,6%; b) de Nederlandse kiezer kan zich over 20% van de overeenkomst uitspreken, zodat het belang 0,72% wordt (3,6% gedeeld door 5); c) bij een ingeschatte uitslag van het Nederlandse referendum van 60% tegen bij een opkomst van 45% resteert het belang van een tegenstem die in Europees belang 0,19% bedraagt (27% van 0,72%).

Foto: ‘Aan boord van het pantserdekschip Hr.Ms. Gelderland (1900-1940) (semafoorseinen door een matroos).’ Collectie Beeldbank Defensie.

2 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Laat ik voorop stellen dat ik tegen het verdrag ben. Mijn mening is dat het land eerst moet bewijzen dat het klaar is voor een verdrag, vervolgens kunnen er kleine stapjes genomen naar samenwerking. Nu worden we een overeenkomst in gerommeld voor geo-politieke redenen.

    Natuurlijk is het representatie percentage miniem maar dat neemt niet weg dat ik het een goed zaak vind dat er een referendum komt, of er nu een voor of tegen stem uit komt. Het geeft een duidelijk signaal aan de nationale en Europese politiek om te rade te gaan of er wel draagkracht is onder de kiezers voor bepaalde besluitvorming. The Brussels bubble heeft nogal de neiging de oren te laten hangen naar de lobby van het grootbedrijf.

    Omdat de makers van het verdrag niet op een referendum gerekend hadden is de tekst in één document gedaan in plaats van het te splitsen in een politiek en een handels verdrag. Volgens mijn bronnen is het zo dat als Nederland geen handtekening zet onder het verdrag dat het hele document de prullenbak in kan.

    Mocht het kabinet de uitslag van het referendum negeren dan zal dit zeker gevolgen hebben voor toekomstige verkiezingen. Als bij een tegen stem het verdrag door gaat dan zal dit ook zeker gevolgen hebben voor het Britse referendum.

    MisterBas

    30 maart 2016 at 15:48

  2. @MisterBas
    Ook ik ben voor referenda. Voor meer directe democratie. Het gaat er mij in dit geval evenmin om of het JA- of het NEE-kamp wint. Want de uitkomst is vooral symbolisch. Daarbij komt dat het een geopolitieke betekenis heeft. Dat kan twee kanten uitwerken, naargelang welk kamp wint. Maar ook dat moeten we niet overschatten.

    Wat mij vanaf het begin bij dit referendum heeft verbaasd is dat het niet gaat over waar het over gaat. Het NEE-kamp van GeenPeil heeft er een Idols-competitie van proberen te maken. Een stem voor of tegen de EU. Maar daar vraagt het referendum geen uitspraak van de kiezer over. Het referendum gaat erover of men wel of niet instemt met de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. De framing van het NEE-kamp dat het om EU-lidmaatschap van Oekraïne zou gaan wordt nu de later begonnen JA-campagne op stoom is gekomen afgelopen maand minder gehoord. Terecht, want daar gaat het niet om. Er zijn overigens talloze mensen die voor een associatie met Oekraïne zijn en tegen lidmaatschap. Ik ben er daar een van.

    De associatie-overeenkomst is onder de vorige Europese Commissie onder Karel De Gucht doelgericht opgezet als een gemengd verdrag. Naast handelscomponenten bevat het ook politieke en juridische componenten. Delen van de associatie-overeenkomst worden per 1 januari 2016 voorlopig toegepast waar het bevoegdheden van de Europese Commissie bevat. Dat is de handelscomponent. Zie:
    http://www.minbuza.nl/ecer/nieuws/2015/10/kabinet-staat-achter-verdrag-eu-oekraine.html

    Wat er gebeurt met de associatie-overeenkomst als uiteindelijk -op de lange termijn- het Nederlandse kabinet geen handtekening onder de goedkeuringswet zet is onduidelijk. Want een verdrag kan wel onder voorbehoud en voorlopig toegepast worden, maar dat is geen blijvende juridische situatie. Maar van de andere kant kan die voorlopigheid lang opgerekt worden. In weerwil van wat u zegt gaat de overeenkomst zeker niet de prullenbak in als het Nederlandse kabinet haar stem aan de goedkeuringswet onthoudt. Dat valt zowel verdragsrechtelijk als politiek niet te verwachten.

    Wat dat laatste betreft schetst de brief van BuZa de politieke situatie die dan ontstaat: ‘Beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst van de kant van de EU vereist een besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen. De meeste lidstaten hechten aan voorlopige toepassing van onderdelen van het associatieakkoord. De vereiste unanimiteit voor opzegging van de voorlopige toepassing ontbreekt derhalve.’ Ofwel, EU-lidstaten die zich nauw met Oekraïne verbonden voelen, zoals Polen en de Baltische staten zullen nooit hun handtekening onder beëindiging van de voorlopige toepassing zetten.

    Uw observatie dat het kabinet ‘de uitslag van het referendum negeert’ als het geen nieuwe goedkeuringswet ondertekend is in strijd met de wettelijke verplichting van het kabinet. Het woord ‘negeert’ is ongelukkig gekozen. Het kabinet heeft de wettelijke plicht om de uitkomst van het referendum in ogenschouw te nemen, maar is niet verplicht om de uitkomst over te nemen. Dat is logisch, want het gaat immers om een niet bindend referendum. Als het referendum wel bindend zou zijn dan had u gelijk, nu niet.

    Ik denk niet dat de uitkomst van het Nederlandse referendum en de reactie daarop van het kabinet van invloed is op het Britse referendum over een Brexit. Het zal wellicht de hardliners in hun gelijk bevestigen, maar niet de middengroep treffen. Nog los van het feit of het Nederlandse kabinet op 27 juni wanneer de Britten hun referendum houden al een openbare reactie heeft gegeven over de vervolgstap. Bij beide referenda lijkt het erop dat de voor- en tegenstemmers in evenwicht zijn, maar dat de pro-EU kampen het in beide gevallen net winnen. Enfin, we wachten het af.

    George Knight

    30 maart 2016 at 16:49


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: