George Knight

Debat tussen links en rechts

Het museum en de dood

with 8 comments

Het museum is de plek van de dood. Een begrafenismuseum is het ultieme museum omdat vorm en inhoud er samenvallen. Dood straalt ons lichtzinnig tegemoet. Door licht, kleur en beweging overwinnen we de dood en voelen ons vitaal. Gesterkt als overlevende passeren we de plek. Dat contrast geeft het museum levenskracht.

Theodor Adorno schrijft in Valéry Proust MuseumHet Duitse woord ‘museale’ heeft nare ondertonen. Het beschrijft voorwerpen tot wie de toeschouwer niet langer  een vitale relatie heeft en die een stervingsproces ondergaan. Ze danken hun behoud meer aan de historische context dan aan de behoeften van het heden. Museum en mausoleum hebben meer gemeen dan een fonetische overeenkomst. Musea zijn de familiegraven van kunstwerken.

Kunst, cultuur en onderwijs zijn weggelegd voor inkomensgroepen vanaf de middenklasse. Dat zou niet zo moeten zijn. Hoewel de spreiding van kennis en macht sinds de democratisering in de jaren ’70 iets in gang heeft gezet. Maar er bestaat nog steeds een kloof tussen degenen die wel en niets kunnen met kunst. Het heeft naast inkomen te maken met onderwijs en de omgeving waarin men opgroeit. En met de dood. Hoger opgeleiden leven langer. Verklaart dat de verborgen fascinatie voor het museum van deze overlevers?

Een en ander roept de vraag op wat de functie van kunst is. Als het bedoeld is als luxeartikel voor de middenklasse en hoger, dan heeft de kunst zijn ware gezicht verloren. Maar als kunst kan helpen om automatismen te doorgronden en te ontregelen, om vragen te zetten bij ingesleten vanzelfsprekendheden, kortom, om ons anders naar de wereld te helpen kijken, dan vervult kunst een zinvolle maatschappelijke rol.

In het achterhoofd van velen sluimert de kritiek op musea als ivoren torens of doodse tempels van de macht, zonder dat die kritiek aan kracht wint en over een drempel komt. Ook deze kritiek is weer afhankelijk van modes en machtsverhoudingen. Of de kunsthistorische of museologische visie op wat een museum moet zijn.

Een museum is meer dan tentoonstellen. Conservering van de collectie is een hoofdtaak en de ontsluiting ervan via bestandcatalogi is geen opvallend aspect, maar vraagt veel menskracht en energie. Conserveren is balsemen van lijken. Conserveren is door openbaarmaking het verbergen in de anonimiteit. Conserveren is de gestolde status quo. Conserveren staat haaks op het overbruggen van de kloof tussen arm en rijk.

Architect Henrik Jan Haarink beschrijft nieuwe functies: In ieder nieuw museum worden onmiddellijk een cafetaria, een congreszaal, een restaurant of een ander extra programma geïntegreerd. Om musea voor een breed publiek interessant te maken en een manier te vinden voor musea om het hoofd boven water te houden is het gewenst steeds meer verschillende functies bij de hoofdfunctie museum onder te brengen.

Haarinks woorden geven aan op welk snijvlak van belangen, doelgroepen, visies en functies musea tot stand komen. Het museum is zowel kruising als vermenging in een gefragmenteerde wereld. Ontworsteld en ontstolen aan de dood. Da’s de paradox. De redding van musea is om niet langer museum te zijn.

Foto: Pergamonmuseum, Berlijn, eigen foto

8 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Dat in musea de dood lijkt te huizen, merk je vooral aan de mores die men in deze instituten handhaaft. Die mores is gelijk aan die van kerken en begraafplaatsen. Het heeft als kern dat je in alles dient te beseffen dat het een ‘heilige’ omgeving is. Cultuurvoorwerpen hebben we op dezelfde wijze een plek gegeven als de goden. We bouwen er bijzondere huizen voor en de bewoning of bezetting door een god of kunstvoorwerpen vergt dezelfde devotie van bezoekers als kerken en kathedralen.

    Musea zijn evenals kerken door de bovenlaag van de maatschappij verzonnen om de behoefte te vormen (het gedrag te disciplinren zo je wil) om aan wat hen overstijgt zich te onderwerpen qua wezen. In beide omgevingen gedragen ze zich alsof hun aanwezigheid niets mag verstoren, want dan is het weg wat je aangrijpt, wat je als aanwezigheid innerlijk diep kan raken, kan optillen enz. Dat dat aantal devote en op het opgaan in schoonheidsbeleving gerichtte mensen vermindert en een veel groter en op vermaak gericht publiek pas binnenstapt als het museum alles biedt dat erbuiten te vinden is, dat is geheel conform de consumptiemaatschappij.

    Alles is voor hen voedsel om onmiddelijk de behoeften te bevredigen en voor de beleving van smaak e.d. weigert men stil te staan enz. Men wil opgaan in vluchtige belevingen, in kicks, men consumeert om erbij te horen, men vereert bij voorkeur vluchtig wat hen overstijgt en dat zijn op zichzelf al eendagsvliegen (zoals pop-, tv-, film-, voetbal- en andere sterren).

    Helaas voor de musea, zowel educatief als consumptief kiest de massa liever voor waar er lawaai kan worden gemaakt en directe bevrediging voor hun behoeften gevonden kan worden dan voor het oude of moderne goed dat om ontdekking, verdieping en devotie vraagt.

    artafterallart

    21 november 2011 at 07:56

  2. @artafterallart
    Mooi commentaar. Musea moeten terug naar de kern. Al zetelt-dat in de dood. De verfunning door museumnachten en evenementen gaat voorbij aan de waarde van musea. Ze moeten zichzelf serieus nemen, ze hebben genoeg te bieden. Vermaatschappelijking is nodig, maar de uitdaging is om daarin niet modieus of gepolitiseerd (Tropenmuseum) te worden. Het is een smal pad, maar goed begaanbaar bij ambitie en zelfvertrouwen.

    George Knight

    21 november 2011 at 09:55

  3. Dank je, George. En ik voeg aan jouw reactie graag toe dat ze die dood moeten laten schijnen. Daartoe de bezoekers de gelegenheid geven of toe te prikkelen. Bijvoorbeeld door wat het hen doet wat ze zien prijs te geven. Zo zouden ze bij ieder voorwerp die reacties kunnen weergeven op een schermpje. Waardoor het publiek elkaar educatie geeft.

    Ik stel me daarvan voor dat enthousiaste kijkers in een cabine laten opnemen wat het bij hen opgeroepen heeft. Dat geldt ook voor suppoosten, kunstcritici, condervatoren enz. Die toevoegingen zijn culturele uitingen op zich en laten zien of horen hoe een dood voorwerp in de geesten kan wederopstaan.

    Het fraaiste voorbeeld daarvan is voor mij een gefilmde reactie van een Russische suppoost op de Terugkeer van de Verloren Zoon van Rembrandt. Hij had het uiterlijk van een hardrockliefhebber, was soldaat geweest in Tsjetsjenië en voelde zich belast door de vuile oorlog aldaar. Hij keek intens naar het schilderijtje en zei: wat ik hier zie is een zee van vergeving. Prachtig, hoe een schilderij uit de 17e eeuw actueel blijkt voor degenen die zich schuldig voelt dan wel schaamt voor zijn land, zijn meegaan in die vuile oorlog, en het schilderstuk voor hem een levende terugkeer is in de armen van een mens die kan vergeven. Alsof de vader, zo geschilderd als Rwembrandt kan, opeens een universele vader wordt en je ogen het kanaal worden waarlangs je zijn armen om jou heen voelt slaan.

    Zo kan vermaatschappelijking van de musea en de kunst ook verstaan: dat het bij mensen maatschappelijk werk verricht, een maatschappelijk effect heeft en dat die mensen de wereld ermee in een ander daglicht kunnen ervaren; toch?! Dan zou de verbreding van het publiek en ander parameters van wat men politiek onder die vermaatschappelijking verstaat, mooi meegenomen zijn, maar niet een doel op zich.

    artafterallart

    21 november 2011 at 11:40

  4. […] doe een poging: ‘De redding van musea is om niet langer museum te zijn. Musea worden gedwongen om steeds meer functies buiten de hoofdfuncties (tentoonstellen, […]

  5. […] eens niet de Tuinman of het Meisje en de Dood, maar het Museum en de Dood. De Belgische kunstenaar Leo Copers construeert het verval in z’n werken. Afgelopen zomer […]

  6. […] is niet echt baas in eigen huis. Het instituut museum is door zijn opdracht per definitie een plek van de dood. Kunstenaars doen meewarig, totdat ze enthousiast een aanbod accepteren voor een presentatie. Het […]

  7. Dankzij de titel verheugde ik me op de ontdekking van een museum gericht op funeria. Wat een teleurstelling om een uiteenzetting over de dood van het museum te lezen die slaat als een tang op een varken. Vandaag geef ik in Seattle een lezing over schrijven met de ogen van een kunstenaar. Wanneer je je ogen in je zak houdt mis je wat leeft in het museum van vandaag.

  8. @Judith
    Jammer dat uw verwachtingen niet ingelost worden. Daar sta ik buiten. Ik herinner me nog levendig de tentoonstelling ‘Dood en Begraven’ van Derk Snoep in het Centraal Museum over het onderwerp dat u zoekt. Met voor het museum een zwarte koets met paarden.

    Ik ben het oneens met u dat de ene invalshoek minder legitiem dan de ander is. Of zelfs minachting verdient. Ze bestaan naast elkaar. Denken kan een aanvulling op kijken zijn. Maar inderdaad, goed kijken is de voorwaarde.

    Over de inschatting van de dynamiek van de Nederlandse museumsector verschillen we klaarblijkelijk volledig van mening. Ik zie uw observatie hierover ook niet in lijn met de kritiek op musea uit politieke en museale hoek. Het kan zijn dat de situatie in Seattle anders is. Rooskleuriger, als het ware.

    George Knight

    13 februari 2013 at 19:01


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: