Banksy overgeschilderd

Wereldberoemd graffitikunstenaar zonder openbare identiteit Banksy uit Bristol haalt opnieuw het nieuws. In zijn geboortestad is de muurschildering De gorilla met het roze masker overgeschilderd. Het werd 10 jaar geleden aangebracht op een sociëteit in Fishpond Road. Tijdens de renovatie tot Cultureel Centrum voor Moslims verdween de muurschildering onder de witte verf.

Eigenaar Saeed Ahmed dacht dat het waardeloos was en schilderde het daarom over. Door een onbeholpen werknemer volgens de Daily Mail. Hij heeft nu hulp ingeroepen om het te laten herstellen. Volgens Richard Pelter, directeur en hoofdconservator van the International Fine Art Conservation Studios kan het gerepareerd worden. Maar da’s een nauwkeurig werk dat duizenden ponden kost.

Omdat de gorilla op de muur vergezeld ging van andere graffiti is het misverstand begrijpelijk. Merkwaardig is wel dat Saeed Ahmed zegt Banksy niet te kennen. Maar het is mogelijk. Het geeft een cultuurverschil aan. Een beeldenstorm in een glas water dat voor sommigen halfvol en voor anderen halfleeg is.


Foto 1: Gorilla in a Pink Mask, Bristol door Banksy

Foto 2: Overgeschilderde Gorilla in a Pink Mask en witte muur

Johanna en George over religie en islam 3

Deel 3 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Je hebt gelijk dat een reactie hier niet te lang kan zijn en dat het soms kiezen is voor kort door de bocht. Je kunt niet bezig blijven de grenzen van je claim te blijven verantwoorden. Tegelijk kennen we deze tekortkoming en houden we er al rekening mee. Dat maakt een blog soms ook zo sprankelend.

Ik doelde niet op een bepaalde religie, ik ben trouwens geen vriend van ook maar een religie. Hoewel ik het praktische verbod op apostasie binnen de islam een probleem vind waardoor deze religie in strijd komt met onze rechtsstaat. Ik zie weinig positieve beweging om dat vanuit de hoofdstromen van de islam te veranderen. Ik besef dat allerlei vormen van onrecht en geweld ook in de naam van niet-religie zoals het Chinese of Russische communisme of het Duitse nazisme voortkwamen. Wat in China zelfs tot vandaag nog doorloopt. Maar is dat wat heden de hele wereld bezighoudt?

Relativeren is goed, maar benoemen is beter. Het verschil tussen atheïsme/ agnosticisme en religie is dat religie aan concrete machtsvorming doet en meer is dan een filosofie. Religie biedt mensen concreet onderdak en houdt ze vast in een ideologie. Dat verband is bij atheïsme en dergelijke losser en minder groepsgericht. Religie is verticaal en horizontaal gericht.

Ik sprak over het commensalisme van religie en pseudo-religie. Daarmee bedoel ik dat pseudo-religie profiteert van religie en religie dat laat gebeuren en niet de moeite neemt voldoende afstand te nemen van de pseudo-religie. Dit laatste was de focus van mijn kritiek op religie. Wellicht wordt het onderscheid in conflictgebieden via doelen, belangen en mensen bemoeilijkt door de overloop tussen religie en pseudo-religie. Ik zou het interessant vinden hoe jij over dit aspect denkt. Bezoedelt deze passiviteit of het gebrek aan afstand nemen tot pseudo-religie de religie niet onnodig? Vernietigt het wellicht in bepaalde gevallen de religie die in verkeerde handen is gevallen? Wat resteert dan?

Dat mensen die zich religieus laten inspireren in meerderheid niet gewelddadig zijn is natuurlijk zo, maar het lijkt me niets te bewijzen. Het gaat er denk ik opnieuw om hoe de religie afstand neemt van de pseudo-religie die in haar naam geweld gebruikt.

Ik denk dus dat we er niets aan hebben om het geweld dat in naam van religie gepleegd wordt niet te benoemen. Want als we het er over eens zijn dat het ongewenst is, dan dient het aangepakt te worden. Ik ben het met je eens dat het er niet om gaat om een cultuuroorlog tussen Oost en West uit te vechten. Da’s politieke filosofie. Het gaat om het isoleren van de wanhopigen, de kanslozen, de gefrustreerden als ze hun kansen al gemist hebben.

Dat kan alleen als de religie zichzelf grenzen stelt en de eigen religie niet laat gebruiken voor verkeerde doeleinden. Want in passiviteit wordt religie medeplichtig door anderen een dekmantel te verschaffen. Dan verliest in mijn ogen betreffende religie haar geloofwaardigheid en diepere waarde.

Johanna: Er zitten in je reactie een aantal vooronderstellingen die ik niet deel.

Allereerst is daar de impliciete vooronderstelling dat gegeven alle aandacht het debat over die ene religie gerechtvaardigd is op de wijze zoals het wordt gevoerd. Ik deel dat niet. Ik zie dat onze waarneming bevooroordeeld en selectief is, deels gevoed door een toenemend aantal met name digitale media die selectief berichten. Voorbeelden te over: aanslagen gepleegd in het westen door christenen of niet-religieuzen krijgen geen publiciteit of er wordt niet de koppeling met het geloof gemaakt. In de week nadat majoor Hasan door het lint ging, ging bijvoorbeeld ook ene autochtone Amerikaan Joshua Hunter op een legerbasis door het lint. Ik moet het eerste bericht in de Nederlandse media daar nog over lezen. Het is een manier van redeneren die meer en meer opgeld doet. We schrijven er over, daardoor krijgt het meer aandacht, aandacht leidt tot stemming en stemming wordt vervolgens gebruikt als rechtvaardiging. Ik maak daar ernstig bezwaar tegen.

De tweede vooronderstelling is dat de islamitische wereld passief is als het gaat om tegengeluiden tegen terrorisme. Een vooronderstelling die wederom wordt gevoed door selectieve berichtgeving. Er ligt inmiddels een flinke berg fatwa’s tegen terrorisme, er liggen convenanten in de islamitische en de Arabische wereld, moslims laten wel degelijk tegengeluiden horen. Maar geen van die zaken haalt onze kranten. Ik deel dus niet je mening dat religie zich onvoldoende uitspreekt over pseudo-religie. Wat wij delen met ‘religie’ is de zorg waarom die ‘pseudo-religie’ mensen aantrekt, en precies dat was het onderwerp van dit blog.

Ik lees ook ‘Relativeren is goed, maar benoemen is beter’. Dat suggereert geheel ten onrechte, maar wellicht bedoel je dat niet, dat ik zou relativeren. Ik relativeer het gebruik van geweld niet, sterker nog mijn belangrijkste drijfveer is de enorme gevolgen die geweld heeft voor degenen die er het slachtoffer van worden. Benoemen is niet altijd beter, en zeker niet als we met zijn allen net gaan doen alsof de islamitische wereld een monopolie op geweld heeft, want dat is geheel bezijden de waarheid.

Dat mensen die zich religieus laten inspireren in meerderheid niet gewelddadig zijn, bewijst natuurlijk wel degelijk wat. Het bewijst dat de interpretaties van die religie die wij er hier op nahouden, niet overeenkomen met de overtuigingen van het overgrote merendeel van degenen die zich tot de aanhangers van die religie rekenen. Het bewijst verder dat extremistische interpretaties de uitzondering zijn, en niet de regel.

Desondanks zijn we in het westen van mening dat alle moslims potentieel gewelddadig zijn en wij het zoals gebruikelijk bij het rechte eind hebben. Dat jij – en met jou veel anderen – vinden dat dat niks bewijst, zegt voor mij vooral dat wij die mensen dus niet serieus nemen, dat we kennelijk onderliggende drijfveren hebben om mensen op deze manier in de hoek te zetten.

En dat in de hoek zetten levert niet bepaald een positieve bijdrage. Als je de extremen wilt bestrijden is het zinvol om de mainstream als bondgenoot te hebben in plaats van die mainstream van je te vervreemden door ze standpunten toe te schrijven die ze niet heeft.

= Het gaat om het isoleren van de wanhopigen, de kanslozen, de gefrustreerden als ze hun kansen al gemist hebben.=
Voor mij gaat het daar niet om. Het gaat om het werken aan een wereld waarin wanhopigen weer durven te hopen, kanslozen kansen krijgen en pakken, gefrustreerden weer open en constructief naar de toekomst durven kijken. Om onderwijs dus, om werk, om armoedebestrijding, om corruptiebestrijding, om eerlijk delen, om niet uitbuiten maar gelijk optrekken, etc. etc.

= Dat kan alleen als de religie zichzelf grenzen stelt en de eigen religie niet laat gebruiken voor verkeerde doeleinden. Want in passiviteit wordt religie medeplichtig door anderen een dekmantel te verschaffen. Dan verliest in mijn ogen betreffende religie haar geloofwaardigheid en diepere waarde. =
Het is niet religie die zich laat gebruiken. Het zijn mensen die religie misbruiken. Een wezenlijk verschil. In het eerste geval spreek je die religie aan, in het tweede de mensen die misbruik maken. Dat tweede sluit heel wat beter aan bij onze principes van individuele verantwoordelijkheid.

Ik herken de door jou beschreven passiviteit niet, en ik zie ook niet dat een religie mensen een dekmantel verschaft. Ik zie een religie die zich keer op keer uitspreekt tegen die verkeerde doeleinden en verklaart dat dat in strijd is met de uitgangspunten van die religie. Het wordt tijd dat we daar eens naar gaan luisteren.

Foto: Borobudur met Nederlandse vlag door Isidore van Kinsbergen, circa 1873

Johanna en George over religie en islam 2

Deel 2 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Je gaat voorbij aan wat ik zeg. Onderzoek leert zeker dat leidende vrijheidsstrijders of terroristen -kwestie van perspectief- doorgaans hoogopgeleid zijn. Zoals Lenin, Castro en Che Guevara. Het vraagt nu eenmaal een zekere intellectuele ontwikkeling om zich een mening te vormen, onafhankelijk te gaan denken, anderen te overtuigen en tegen een stroom in te gaan.

Waarbij het weer kenmerkend is dat een groot deel van de terroristen technisch hoogopgeleid is en weliswaar in een academische omgeving verkeerde, maar toch vaak aan de universiteit in een Westers land buitenstaander bleef en uiteindelijk politiek-filosofisch toch makkelijk beinvloedbaar bleek en per groep opereerde. De ideale voedingsbodem: hoogopgeleid zonder een degelijk ontwikkeld autonoom bewustzijn.

Met de sleutel in goed onderwijs bedoel ik dan ook ook niet voor niets goed onderwijs. Daar verstaat ieder weer wat anders onder. Is dat vooral memoriseren, accommoderen of -wat ik stelde- het vormen van jonge mensen tot een autonoom denkend individu? Onder dat laatste valt tevens het aankweken van weerbaarheid, zelfwerkzaamheid, verantwoordelijk en gematigdheid.

Het is dus zeker zo dat sommigen zonder onderwijs nooit terrorist worden en anderen met onderwijs wel. De eersten missen de lef en de mogelijkheid, de laatsten bezitten de goede voedingsbodem in de -technische of specialistische- kennis om als hoogopgeleide ziellozen gerecruteerd te worden. Als lege hulzen die gevuld worden met religieuze retoriek en dogmatiek.

Het is tussen een gelovige en een niet-gelovige een heilloze weg om de grens aan de claim van religie te bepalen. Daarom oordeelde ik niet. De eerste zegt bij een uitwas in de naam van een religie al snel dat religie wordt misbruikt. Wat in sommige gevallen zeker zo is. De laatste vat dat ruimer op en ziet in de passiviteit van religie om niet actief te ageren tegen de claim die door anderen tot misbruik van de religie leidt een breed en diffuus scala van cooperatie. Zeg een conglomeraat van religie en pseudo-religie als een vorm van commensalisme.

Ik vermoed dat de waarheid in het midden ligt. Religie -met name de islam- zou actiever kunnen optreden om uitwassen die in haar naam worden gedaan actief te bestrijden, maar is niet altijd iets verwijtbaar als er in haar naam een enormiteit gebeurt. Laten we proberen daar eerlijk over te zijn en te onderscheiden. Waar valt de islam haar terughoudenheid of passiviteit jegens geweld dat in haar naam plaatsvindt wel en waar niet te verwijten?

Mij gaat het ook om het willen doorgronden waarom het ene individu wel en het andere niet actief wordt als gebruiker van geweld. Maar het lijkt me te reductief om elke verklaring in de vrije wil van het individu te leggen en voorbij te gaan aan structuren die miljoenen raakt en hun leven ingrijpend beinvloedt.

Johanna: Dank voor je uitgebreide reactie. Ik heb het gevoel dat we deels langs elkaar heen praten. Ook ik kijk niet alleen naar individuele factoren. Ik zie, met jou, dat onderwijs een rol kan spelen. Evenals armoede, de structuren waarin je leeft, gebrek aan werk, gebrek aan perspectief. Ik zie echter ook dat velen, ik zou zeggen de meesten, die met diezelfde factoren te maken hebben, niet overgaan tot geweld (als algemenere term). Wat we dus delen is dat het een combinatie is van individuele en groepsfactoren. De visie die jij verwoordt over onderwijs deel ik volledig.

Als we dan toch spreken over religie, want indirect komt het wel degelijk aan de orde, dan vind ik het op mijn beurt nogal reductionistisch om – zoals nogal eens gebeurt, en ik zeg niet dat jij dat ook doet – dan feitelijk te spreken over slechts één religie. Religie zien als bron van alle kwaad doet de waarheid in mijn ogen geweld aan. Om een aantal redenen.

De eerste is dat het gebruik van geweld onder alle religies voorkomt en evenzeer onder niet religieuzen, atheïsten, agnosten etc. Ik schreef daar al eens een blog over hoe het zit met terrorisme in het westen. Ik ben nu een essaybundel van Arundhathi Roy aan het lezen waar dit een thema is, maar dan specifieke voor India en wat opvalt is de enorme samenloop van factoren.

Ten tweede is het nogal reductionistisch om te spreken over ‘de religie‘ waar in werkelijkheid de meeste religies een veelvoud aan stromingen kennen die soms hemelsbreed van elkaar verschillen.

En ten derde zijn de meeste religieuzen, de meeste mensen in het algemeen, ongeacht hun opleidingsniveau, niet gewelddadig, terwijl ze wellicht wel hetzelfde gedachtegoed delen.

De laatste en wellicht belangrijkste zij het meer pragmatische reden: als we iets aan geweld willen doen, dan helpt het niet om het allemaal in de schoenen van religie te schuiven. Het geweld verdwijnt er niet door, veeleer wordt het sterker.

Waarmee ik dan tegelijk op een nieuwe factor kom: mensen die zich vernederd voelen, in de hoek gezet, die vervreemd zijn en dan vervolgens de verkeerde mensen tegenkomen, mensen die zich ogenschijnlijk wel hun lot aantrekken. Dat kun je die verkeerde mensen kwalijk nemen, en terecht. Maar wellicht moeten we ons vaker de vraag stellen die Jaka zichzelf ook stelt. Want juist die factoren, in combinatie met corruptie en schrijnende armoede, is een uitstekende voedingsbodem voor extremisme.

Foto: Onderwijs in Bolivia

Johanna en George over religie en islam 1

In de zomerprogrammering wordt in afleveringen een discussie over religie en islam, over voor- en nadelen van integratie ongewijzigd herplaatst. Het verscheen eerder in oktober 2010 op het VK-Blog. Wanneer de actualiteit dat vraagt wordt de reeks onderbroken voor actuele stukken. Reageren graag, maar reacties die te ver afdwalen worden verwijderd. 

Met Johanna Nouri discussieerde ik in 2010 op haar blog Levantijnse berichten; de wereld anders belicht over religie en islam. Overigens geen tegenstelling. Het was onze nieuwsgierigheid die telkens weer nieuwe aspecten aanboorde. Het werd een spannende discussie tussen twee verschillende wereldbeelden. In 13 afleveringen wordt het herplaatst waarna een 14de slotdeel volgt. 

Tekst Johanna: Het is de vraag die ik ook wel eens gesteld heb, en die ten onrechte wordt verward met steun. Het is ook een van de vragen die Jaka Karyana al een jaar bezig houdt. ‘Wat bracht hem hier toe?’ ‘Wat als ik er geweest was?’

Op 17 juli 2009 liep een jongen van 18 jaar de lobby binnen van het JW Marriot hotel in de Indonesische hoofdstad Jakarta en blies zichzelf op. Naast Dani vonden vijf mensen de dood, velen raakten gewond. De Indonesische politie stelde al snel vast dat de dader Dani Dwi Permana was, een jongere zonder strafblad, die geen geschiedenis van geweld had.

De vraag wat Dani dreef om zo’n daad te verrichten, hield de oudere broer van Dani, Jaka Karyana, bezig. Een jaar na de aanslag ging hij op zoek naar antwoorden. De filmmakers Lynn Lee en James Leong volgden Jaka op zijn emotionele zoektocht om uit te vinden hoe zijn broer getransformeerd was in een suicide bomber. Meer informatie over hun beweegredenen is te lezen op Al Jazeera, dat de documentaire uitzond.

George: Het is een open deur, maar de sleutel ligt in goed onderwijs. Mensen moet geleerd worden na te denken, te worden tot autonoom denkende individuen en voor zichzelf op te komen. En dan nog ligt misleiding op de loer.

Het zijn doorgaans gesloten stelsels die pretenderen alle antwoorden op te kunnen lossen die kwetsbare burgers aanspreken en hun autonomie onthouden. Dit vormt een risico voor ontplooiing en ontwikkeling.

Als dat in een land gebeurt met gebrekkige culturele, economische, educatieve, wetenschappelijke en sociale ontwikkeling, dan wordt dat wat een tegenkracht zou kunnen vormen juist het excuus voor het gesloten stelsel.

Ik onthoud me van een uitspraak over de waarde van religie of levensovertuiging. Ze zijn er in allerlei soorten en smaken. Ze vallen door de mand als ze burgers gevangen houden en ondergeschikt maken aan hun machtsuitoefening en doel.

De remedie? Voor het ontwikkelde Nederland lijkt het een eitje. Onderwijs, maatschappijleer en voorlichting. Dat ook hier religies hun taboes op leerlingen overdragen zodat openheid praktisch onmogelijk wordt maakt pessimistisch.

Johanna: Goed onderwijs, en welllicht veel meer nog: geen armoede en uitzichtloosheid, iets te verliezen hebben. Desalniettemin zijn er ook in het westen mensen die terroristische aanslagen plegen, en vaak betreft dat mensen die juist wel hoog opgeleid zijn. Goed onderwijs is dus belangrijk, maar niet voldoende kennelijk.

Omgekeerd worden de meeste mensen die geen goed onderwijs genoten hebben geen terrorist. Het lijkt er op dat onderwijs dus kennelijk niet van doorslaggevende betekenis is. Ik zie in deze documentaire bijvoorbeeld twee broers, waarvan ik aanneem dat hun omstandigheden vergelijkbaar zijn. De ene wordt terrorist, de andere niet.

Je eindigt met een verwijzing naar religie. Maar ook religie is niet verklarend. De meeste terroristen in het westen zijn helemaal niet geïnspireerd door religie. Toch plegen zij aanslagen. Religie de schuld geven lijkt me dan ook wel erg kort door de bocht.

Ik ben dan ook meer geïnteresseerd in hoe het werkt op individueel niveau. En wellicht dat religie of onderwijs dan een rol spelen, maar wellicht veel meer nog diepingrijpende gebeurtenissen in het leven van die persoon.

Foto: La mezquita de Córdoba, Spanje, 1996

Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

De aanhef is veelbelovend en bevat de meest gekruide uitspraak van het hele stuk. Namelijk dat de verkoop van The Schoolboys door directeur Gerard de Kleijn geen voorbeeld van goed cultureel ondernemerschap is. Het blijkt een citaat van conservator moderne kunst Hans Vogels te zijn. Personeelsleden die zich uitspreken zijn kwetsbaar en daarom zitten er nadelen aan ze sprekend op te voeren. Hun positie geeft de grenzen van hun woorden aan. Journaliste Lucette ter Borg lijkt daar ongewild in mee te zijn gezogen.

In de NRC doet Ter Borg een poging tot analyse hoe het gaat met museumgoudA. Ze komt in een sfeervol stuk een heel eind, maar blijft steken in de journalistieke code van hoor en wederhoor. Dat enerzijds-anderzijds laat de journalist wegkomen zonder een positie in te nemen. Het stuk van Ter Borg zegt uiteindelijk meer over het falen van de gevestigde journalistiek dan over museumgoudA.

Er valt op verschillende manieren antwoord te geven op zo’n gemiste kans. Door de gaten in het betoog aan te vullen, de tegenstrijdigheden naar voren te halen of aan te tonen dat het een verkeerd kader kiest voor de thematiek. Laat ik proberen het alle drie te doen. Omdat het te veel om op te noemen is stip ik alleen de hoofdlijnen aan.

Een gat dat Ter Borg laat vallen zijn de bijzonderheden over de koop en verkoop van een Weissenbruch en de Dumas bij Christie’s. Ze laat ongenoemd dat museumgoudA op 24 mei 2011 bij Christie’s Amsterdam een Weissenbruch voor €109.000 kocht. In persberichten zegt directeur De Kleijn respectievelijk op 22 juni dat dit werk uit een legaat en op 30 juni dat het uit de opbrengst van de Dumas wordt betaald. Waarom verwerkt Ter Borg dit niet in haar stuk? Waarom verklaart ze niet hoe een museum dat naar eigen zeggen het water tot de lippen gestegen is dit werk kan financieren?

Een ander gat dat Ter Borg laat vallen is het verzamelbeleid tot nu toe. Ze voert bedrijfsvriend Alain de Werd op die terecht zegt dat de gemeente Gouda een zwalkend beleid voert dat verkeerd uitpakt voor de cultuur. Maar vervolgens voegt ze een citaat van hem toe dat dat de vorige directeur zonder duidelijke identiteit prachtige hedendaagse kunst verzamelde. Nog los van de vraag hoeveel kunsthistorisch inzicht de directeur van de plaatselijke Praxis heeft slaat De Werd de plank mis. Want museumgoudA kreeg in 1976 de expliciete opdracht van de gemeente om hedendaagse kunst te verzamelen. Waarom voegt Ter Borg dit niet toe?

Op dit blog heb ik een discussie gevoerd met het Goudse SGP-raadslid Arjan Versteeg die neerkwam op het beantwoorden van de schuldvraag naar het structurele tekort van museumgoudA. Dat in schattingen uiteenloopt van 7 ton tot €1,2 miljoen. Versteeg schoof  de zwartepiet naar de vorige directeur Tjan met zijn uitspraak dat De Kleijn bezig is problemen uit het verleden door zijn voorgangers veroorzaakt op te lossen. Los van de bestuurlijke kiesheid is dat onzin omdat Tjan pas na de verzelfstandiging aan boord stapte. De verzelfstandiging werd door de gemeente binnen het beleidsprogramma OptimaForma als expliciete bezuinigingsmaatregel gebruikt.

Ter Borg stipt dit aan, maar voegt een merkwaardige zinsnede toe ‘al ontkent De Kleijns voorganger Ranti Tjan dat‘. Wat zou het belang van Tjan kunnen zijn om te ontkennen dat de verzelfstandiging in 2006 door de gemeente Gouda en interimdirecteur Peter Berns onzorgvuldig en te hard is doorgevoerd? De logica ontgaat me. Of het moet zijn dat allerlei oneigenlijke bedragen bij het tekort worden opgeteld. Na 2006 liepen museumgoudA en directeur Tjan juist tegen de krappe kaders aan. Daardoor is museumgoudA in een financiële fuik terechtgekomen.

Kortom, lokale politici en bestuurders die zelf te krap hebben begroot proberen 5 jaar later een bezuinigingsmaatregel met terugwerkende kracht te verhalen op een teruggetreden directeur die niet meer kan antwoorden. Bestuurlijk is het onzorgvuldig en politiek kortzichtig. En als Ter Borg er onvoldoende journalistieke scherpte en onderzoek aan toevoegt wordt het een onbegrijpelijke brei van misverstanden. De lezer schiet met zo’n sfeerimpressie weinig op in het vinden van de echte verklaring.

Dat museumgoudA door de Nederlandse Museumvereniging is teruggefloten heeft Ter Borg eerder uitgebreid in de NRC besproken. Hier wordt het terloops aangestipt. Ze eindigt haar stuk met de opmerking die niet in emotie-tv zou misstaan. Namelijk dat De Kleijn niet wakker ligt van de kritiek dat-ie de collectie verkwanselt, maar wel omdat-ie mensen moet ontslaan. Wat moeten we met zo’n opmerking van De Kleijn die niet te toetsen valt, zich onttrekt aan de feiten en het debat ontloopt? Wat wil Ter Borg hiermee zeggen?

Waarom focust Ter Borg niet op de rol van burgemeester Cornelis, de Raad van Toezicht, het gemeentelijk apparaat, OptimaForma, de apothekersbranche plus het NFM en de specifieke rol voor De Kleijn om te saneren en zijn ontbrekende initiatieven om uit de bestuurlijk-ambtelijke sfeer te komen? Waarom gaat ze mee in de aanname dat museumgoudA zich de afgelopen jaren van de stad afgekeerd zou hebben? Is gratis toegang nu het tovermiddel of waren dat toen de samenwerkingsverbanden met andere culturele en maatschappelijke instellingen?

Lucette ter Borg is halverwege blijven steken in haar analyse. Dat vraagt om nader onderzoek en een tweede kans. Voor haar, de NRC-lezer en museumgoudA.

Foto: Openingsperformance Touching Noise 20 Juni t/m 21 Juli 2008 in museumgoudA

Amsterdams Kattenburg in 1911

Zie de mannen vallen. Niet in de Tour de France of de Ronde van Kattenburg. Nee, op de kop af 100 jaar geleden in de in de tweede helft van de jaren zestig gesloopte wijk Kattenburg. Op 6 juli 1911 gebeurde het. Het was broeierig in Amsterdam, meer dan 30 graden.

Ons Amsterdam online zegt: In de nacht van 5 op 6 juli 1911, rond twaalf uur, openden de soldaten na een opstootje het vuur. Het was het begin van de ‘Bloednacht van Kattenburg’, die tot vijf uur ’s morgens voortduurde. Tientallen raakten gewond, waaronder vier ernstig.

Op 13 juni was de internationale zeeliedenstaking uitgeroepen. Vooral op Kattenburg, van oudsher een buurt met veel havenarbeiders, was de actiebereidheid groot. Maar de werkgevers dachten er niet aan om voor de druk te zwichten en zij lieten Duitse en Chinese zeelieden aanvoeren om het werk van de stakers over te nemen. Een slag in het gezicht van de stakers, die probeerden te voorkomen dat werkwilligen aan het werk gingen. Militaire patrouilles werden ingezet om degenen die wilden gaan werken naar de haven te begeleiden.

Door het staatsbezoek van de Franse president Fallières aan Amsterdam werden nog eens extra troepen ingezet. En opeens klonken er geweerschoten. Het escaleerde en de buurt werd afgegrendeld. Soldaten drongen de huizen binnen op zoek naar wapens en schutters. Er vielen aan beide zijden gewonden, maar aan de kant van de Kattenburgers de meeste. De Bloednacht van Kattenburg was geboren.

Uiteindelijk werd het rustiger. Het harde optreden van de soldaten had de kloof tussen burger en gezag verscherpt. Bootwerkers en zeelieden staakten wat weken later hun acties met weinig resultaat. Zo’n uit de hand gelopen actie lijkt in 2011 ondenkbaar. Maar dat was het misschien in 1911 ook.


Foto 1: Valpartij in de Ronde van Kattenburg, 2 april 1950, c Ben van Meerendonk

Foto 2: De toegang tot Kattenburg met ’s Lands Magazijn, het huidige Scheepvaartmuseum

Maleisië praat over God en Allah en Allah en God

In het soennitische Maleisië werden in 2008 door de overheid van de christelijke JIll Ireland 8 CD’s in beslag genomen die het woord Allah bevatten. Ze had ze in Indonesië gekocht en wil ze terug. Getiteld “Cara Hidup Dalam Kerajaan Allah”, “Cara Menggunakan Kunci Kerajaan Allah”, “Ibadah Yang Benar Dalam Kerajaan Allah” en “Hidup Benar Dalam Kerajaan Allah”. Google vertaalt de laatste met “Ware Leven in God’s koninkrijk”.

In a brief van 7 juli 2008 lichtte Binnenlandse Zaken de stap toe die werd uitgeoefend onder Sectie 9(1) van de Drukpers en Publicaties Wet. De CD’s zouden een bedreiging voor de nationale veiligheid zijn en ook de richtlijnen van de Malaysian Islamic Development Department (Jakim) geschonden hebben omdat er verboden woorden op werden gebruikt.

The Catholic Herald liet het er niet bij zitten. Wat bijna resulteerde in een verbod voor het Engelstalige katholieke nieuwsblad omdat het in haar kolommen God vertaalde met Allah. Ook Jill Ireland liet het er niet bij zitten en begon een rechtszaak. Op 12 juli 2011 beslist het Hooggerechtshof of ze een oud-minister mag horen. Jills advocaat, Annou Xavier, zegt de reden te willen achterhalen waarom de regering het bevel gaf dat de 8 CD’s een bedreiging voor de nationale veiligheid waren en de Jakim-richtlijnen zouden schenden.

Het verbod heeft bij buitenstaanders publicitair slecht uitgepakt voor  de islam omdat het verbod om het woord Allah in een niet-islamitische context te gebruiken een beeld van intolerantie  oproept. De voorzitter van de conservatief-islamitische  NGO Jamaah Islah Malaysia Zaid Kamaruddin geeft toe dat een wet om het woord Allah te beperken niet gebaseerd is op islamitische overtuigingen. Maar hij wil zich niet vervreemden van andere islamistische groepen door de katholieke Herald te verdedigen. Die polarisatie tekent Maleisië.

Foto: Demonstratie van moslims tegen het recht voor christenen om het woord Allah te gebruiken.

Debat Julian Assange en Slavoj Žižek

Debat in Londen op 2 juli 2011 tussen WikiLeaks oprichter Julian Assange en de Sloveense filosoof Slavoj Žižek met Amy Goodman als moderator. Interessante analyse van Žižek over de stand van onze democratie en het belang van de waarheid (16′-24′). Tegen Assange met een sneer naar de gevestigde media: You’re not just violating the rules, you’re changing the very rules how we were allowed to violate the rules.

Dossier-Demmink als doofpot?

Het kwam afgelopen week klein in de media, maar het is groot nieuws. In de affaire Chipshol moet de hoogste ambtenaar van Justitie en Veiligheid, secretaris-generaal Joris Demmink eind september verschijnen voor het Amsterdamse Hof om ondervraagd te worden. Het gaat over corruptie en klassejustitie maar Demmink wordt al langere tijd in verband gebracht met een pedofielennetwerk. Het is de vraag of er een verband is met een recent opgerold internationaal netwerk dat vertakkingen in Nederland kent. Het onderzoek is nog in volle gang.

De beeldvorming over de rechtspraak is er het afgelopen jaar niet beter op geworden. Raadsheer Tom Schalken klaagt in het openbaar over zijn behandeling en de president van het Amsterdamse gerechtshof Leendert Verheij klaagt op zijn beurt over Schalken. Van de in de Hoge Raad benoemde Ybo Buruma wordt gezegd dat-ie politiek gekleurd is en een verlengde van het OM in het CEAS-dossier. De voormalige rechters Hans Westenberg en Pieter Kalbfleisch zijn door de achterdeur verdwenen.

Media hebben lang gezwegen, maar lijken in 2011 eindelijk wakker geschud. Hoewel de bodem van het onderzoek nog lang niet in zicht is. De politiek blijft buiten schot. Media zijn echter nog lang niet wakker over secretaris-generaal van Justitie Joris Demmink. Hij wordt al jaren beschuldigd van pedofilie, obstructie van de rechtsgang, chantage en klassejustitie. Zijn zaak haalt de gevestigde media niet.

Als buitenstaander kan ik onvoldoende inschatten hoe gegrond alle aantijgingen zijn. Complottheorieën schrikken af en komen over als voorbarig. Maar dat er niks speelt achter de coulissen van de rechtspraak geloof ik evenmin. Daarom is het gewenst dat de geruchten ontzenuwd werden. De journalistieke code houdt in dat beschuldigingen aannemelijk moeten worden gemaakt. Juist dat laatste ontbreekt.

Als een bewijs niet rond gemaakt kan worden, dan kan het beter achterwege blijven. Een gezegde verkondigt dat de waarheid niet verborgen kan blijven. Misschien even door enkele mensen, maar niet voor lange tijd door velen. Daarom krijgen degenen die met beschuldigingen komen steeds meer de schijn tegen. Hoe langer de zaak loopt, en hoe minder een echte doorbraak uitblijft.

Maar van de andere kant zijn gevestigde media nooit diep in het dossier Demmink gedoken. Nooit werd er doorgezet. Omdat ze niets vonden of omdat ze een grens niet mochten overschrijden? Het is jammer dat de vraag wordt opgeroepen waarom er tot nu toe nog geen diepgaand onderzoek op gang is gekomen. En is advocate Adèle van der Plas niet geloofwaardig als ze voor haar Turkse cliënt Hüseyin Baybaşin opkomt?

Het lijkt erop dat politieke dekking een onderzoek blokkeert. Het is een raadsel waarom de gevestigde media zich niet in de zaak Demmink verdiepen. Het zou kunnen dat het commercieel belang van een onderzoek klein is. Wellicht moet in deze richting gedacht worden bij het stellen van de vraag over hun afzijdigheid. Het belang is groot, want het gaat niet om pedofilie alleen, maar om de werking van de rechtsstaat.

Ik begrijp niet dat zo weinig maatschappelijke krachten zich teweer stellen. Tegen die aantasting van de rechtsstaat. Als de feiten zo duidelijk liggen als de aanklagers uit de marge van de media als Jan Poot en Micha Kat beweren, dan is dat een ernstige zaak die velen zou moeten verontrusten. Dat gebeurt niet. Toch kan het dat er rook zonder vuur is, hoewel er veel mis is in de Nederlandse rechtspraak.

Hoe kan het dat de zorgen over de aantasting van de rechtsstaat in een ontwikkeld land als Nederland beperkt blijven tot een kleine groep verontrusten? Waarom sijpelt het niet door naar de hoofdstroom? Welk mechanisme werkt hier? Dan zie ik voor de discussie graag af van een verwijzing naar een complot. Dat klinkt te veel als politieke thriller. Joris Demmink wordt eind 2012 65 jaar. Hoogste tijd voor een onderzoek.

Anti-intellectueel Nederland

Een uitspraak van theatermaker George van Houts in De Volkskrant van 30 juni zette me aan het denken: Het is voor mij groter dan alleen dit incident: er ontstaat een stemming in Nederland waarin alles wat intellectueel is, verdacht wordt gemaakt.

Aanleiding was het volgens velen buitensporige politiegeweld jegens deelnemers aan de vreedzame demonstratie tegen de bezuinigingen op cultuur. Omdat ze op een plek in de Haagse binnenstad waren waar ze niet mochten zijn grepen agenten in. Keihard volgens getuigenissen. Verslag uit de eerste hand heeft me overtuigd dat de politie disproportioneel is opgetreden.

Een en ander doet verlangen naar de demonstraties van de late jaren ’60 en vroege jaren ’70.  Toen was er vreedzame coëxistentie tussen demonstranten en veiligheidsmacht. Het lijkt erop dat de politie van nu de vaardigheid en het geduld verloren heeft om een vreedzame demonstratie van zo’n 500 deelnemers goed te beheersen. Daar is de expertise blijkbaar al eerder wegbezuinigd. Nu komt de cultuursector aan de beurt.

De Italiaanse film La Meglio Gioventù (The Best of Youth) biedt een eerste sleutel voor een verklaring. Daarin kiest een van de twee broers voor een loopbaan bij de politie en wordt de ander psychiater. Terwijl ze dezelfde achtergrond hebben. Waarom? Matteo wil regels, die vindt-ie bij de politie.

De Parijse studentenopstand biedt een tweede sleutel. Agenten uit sociaal lagere klassen verdedigden het establishment waarvan ze niets te verwachten hadden, terwijl de studenten de gevestigde macht omver probeerden te werpen waarmee hun familie als vanouds verbonden was.

Hoogopgeleide demonstranten tegen de bezuinigingen op cultuur kwamen in Den Haag tegenover politieagenten te staan die in een andere wereld verkeren. Verschil met 1968 is dat het stilzwijgende verband en de sociale band tussen demonstranten en de macht die de agenten aanstuurt minder eenvormig is.

Klopt de observatie dat er in Nederland een anti-intellectuele stemming heerst? En hoe intellectueel zijn Nederlandse kunstenaars en theatermakers eigenlijk? Dat laatste is een kwestie van de juiste betekenis. Maar ik denk dat Van Houts gelijk heeft als we de betekenis van wat intellectueel is wat oprekken.

Da’s echter niet specifiek voor de laatste jaren, intellectuelen hebben in Nederland nooit veel status gehad. Da’s de derde sleutel. Beslissend is dat de sociale dekking van de generatie van de ouders voor die van de kinderen weg is. Dat maakt dat het geweld harder aankomt. Maar onder het asfalt ligt nog steeds het strand.

Foto: Boulevard Raspail, Paris [May 13, 1968]; © Galerie Beaubourg