Op weg naar nieuw realisme

We zijn de afgelopen 25 jaar door een fase gegaan waarin de heersende moraal werd dat men in bepaalde gevallen tolerant voor intolerantie moest zijn. Laten we achteraf maar zeggen dat dit een ongelukkige keuze was die wat krom werd beredeneerd vanuit het recente verleden en op zijn best dat het de emancipatie van minderheden met vertraging heeft gediend.

Maar laten we nu onder dit verkeerd soort tolerantie een streep zetten. Overgaan tot bouwen en leven. We zijn allen gelijk, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Laten we de vanzelfsprekendheid van het nieuwe realisme koesteren. Ook in onze woorden.

Open grenzen voor allen en praktische gelijkheid van de ander is een benadering die we ons graag zouden toestaan, maar onhaalbaar is. Achterliggende vragen zijn ‘van wie is Nederland?‘, ‘welke toekomt willen we voor ons land?‘ en ‘hoe kunnen we de wereld dienen?‘.

Wat ons onzeker maakt is het resultaat van een psychologisch proces van projectie, sublimatie en verdringing in een veranderende wereld. We verliezen de authenticiteit van een eigen stem. Mensen willen liever grootmoedig en ruimdenkend bevonden worden en de ander hartelijk welkom heten, dan kanttekeningen te plaatsen die uitgaan van realisme en haalbaarheid.

Dat laatste is immers een keuze tussen kwaden. Dat alleen al demotiveert mensen. Maar als die grootmoedigheid en ruimdenkendheid de werkelijkheid ontkennen, dan wordt het een vlucht. Dan wordt er een maatschappelijk zandkasteel gebouwd.

Naast alle bezwaren die we hebben tegen de betutteling, de inperking van de burgerrechten en de toenemende overheidsmacht, het versimpelde denken van twee kanten over de islam en het reveil van religie ontmoedigt het gebrek aan urgentie van de politiek. Er is geen enkele partij die bovenstaande vragen binnen een coherent programma beantwoordt.

Geen grote gedachten of het ontwijkende begrip visie dat vaak tot nog meer ellende leidt, maar kleine stappen, compassie in redelijkheid, machtsdeling en burgerrechten, het vestigen van werkelijke pluriformiteit zonder extra bescherming voor religie, het terugdringen van het belang van de economie als maat voor alle dingen onder verdere modernisering van Nederland.

Niet onder het perspectief van kosmopolitisme of nationalisme, maar vanuit het idee van dynamische identiteit. Niet de wereld of een ver verleden van Nederland is de referentie, maar de dynamiek en potentie van Nederland anno 2011 in zakelijkheid.

In Nederland wordt elke ander gegarandeerd door de rechtsstaat. Niemand hoeft ervoor te vrezen niet te mogen bestaan. Gelijkheid van de ander is uitgangspunt. Ieder die dat ontkent schiet zijn doel voorbij in zelfverloochening. Nieuw realisme maakt dat hanteerbaar. Het is echter nog niet gerealiseerd. 

Foto: Ridderzaal, Den Haag, 1890-1900

Kritiek op kinderkelen hoort niet

Enkele jaren woonde ik in een ruim huurhuis. Aan een speelplein. Ik heb het graag ingewisseld voor een kleiner, maar rustiger appartement. Ik ben opgegroeid aan een drukke haven en woonde later aan een spoorlijn, dus was wel iets gewend. Maar kindergegil is van een andere orde en went nooit. Het plein was overigens niet gepland toen ik er kwam wonen.

Nu woon ik opnieuw in de buurt van een Utrechts speelplein, iets verder weg dan de vorige keer. Mij verbaast het gegil van sommige kinderen. Spelen moet kunnen en ook volwassenen kunnen hard tekeer gaan. Maar het lijkt alsof er een categorie kinderen is die per definitie gilt ook als daar in het spel geen directe aanleiding voor is. Bij wijze van spreken ook als het samen met mama een avondgebedje zegt.

Het beeld bestaat dat kinderen in Frankrijk, Duitsland of België zich anders weten te gedragen. In restaurants luisteren ze en zijn ze doorgaans redelijk rustig. Niet in Nederland, waar kinderen elke leiding lijken te missen van ouders die zelf elke leiding missen. Hun gedrag is niet om aan te horen. Alles moet kunnen, lijkt het motto. De gevolgen van een mislukte opvoeding  mogen we meebeleven.

Zoals vroeger standsverschillen werden afgemeten aan kleding, woordkeuze of materiële welstand, valt dat nu af te lezen aan tafelmanieren, omgangsvormen en wellevendheid van kinderen. En dan gaat het er eerder om wat ouders doorgeven aan de eigen kinderen, dan om inkomen of uiterlijke rijkdom. Deze laatste aspecten hebben er niets mee te maken. Het is een taboe om het zo scherp te zeggen.

Vanaf 1 januari 2010 is geluidshinder van kinderen door de overheid officieel buiten de orde geplaatst. Kinderkeeltjes zijn vrijgesteld van geluidsnormen. Da’s niet beargumenteerd. Het spoort evenmin met de Europese campagne Stop that Noise. Zoals een rookverbod horeca-medewerkers beschermt zou een grens aan geluidsoverlast voor peuterleiders en onderwijzers kunnen gelden. Die keuze wordt niet gemaakt.

Geluidshinder speelt ook in centra van grote steden, die verfunnen door evenementen, luidruchtige horeca en festivals. Argument bij klachten is dan dat men er dan maar niet had moeten gaan wonen. Alsof het vinden van woonruimte in Nederland zo makkelijk is. En bewust voorbijgaand aan het feit dat bewoners er vaak eerder waren dan de nieuwe terrasjes of activiteiten.

Commercieel belang van kinderdagverblijf of horeca-onderneming wordt gelegitimeerd met een beroep op het algemeen belang. Da’s oneigenlijk. Het algemeen belang is ook het belang van een betrokken individu. Dat kan worden geschaad door kinderdagverblijf of horeca-onderneming. Commercieel belang moet afgezet worden tegen individueel belang. Algemeen belang kan door niemand worden geclaimd.

De maatregel die sinds 2010 voor kinderspeelplaatsen en schoolpleinen geldt gaat daaraan voorbij. Een bestuurlijke afweging is de nek omgedraaid. Grenzen oprekken en gedogen leidt tot grensvervaging en gaat voorbij aan correcte toepassing. In een semi-politieke sfeer zonder focus wordt beroep onmogelijk gemaakt. Het algemeen belang wordt een farce.

Overheden willen robuust overkomen. Ook als daartoe regels aan de laars gelapt moeten worden. Politiek en commercie lopen zelfs in elkaar over. Een maatschappijcriticus zegt: In de moderne staat worden al die instellingen én de overheid steeds meer één pot nat. Wie er iets van zegt is een zeurpiet. De nieuwe klasse snatert familiair verder. Overheden vergeten waarvoor ze bedoeld waren.

Foto: Kindergarten of the Air, kinderen luisterend naar de radio, 1940-1950

Openbaar onderwijs verdient meer steun

Het openbaar onderwijs is verwaarloosd en moet opnieuw opgetuigd worden. Het kan opvoeden in het recht. De financiering van het bijzonder onderwijs is de crux. Dat moet gestopt. Artikel 23 kan blijven bestaan waar het de vrijheid van onderwijs betreft. Het geld dat vrijkomt door te stoppen met de financiering van bijzonder onderwijs kan doorgesluisd worden naar het openbaar onderwijs. Dat zal door extra middelen een kwaliteitsslag kunnen maken. Openbaar onderwijs wordt zo aantrekkelijker.

Tegenstanders van het einde aan de financiering van bijzondere scholen beweren dat daarmee scholen overgeleverd worden aan extremisten uit Iran, Vaticaanstad of Barneveld. Het zij zo. Dat zijn de vrije krachten in een open maatschappij. Oprichting van bijzondere scholen is een recht en wordt niet beëindigd. Wel de bekostiging ervan door de overheden.

Er kan onderwijskundig vervolgens gekozen worden voor diversificatie binnen het openbaar onderwijs. Dat hangt af van de verschillen tussen stad en platteland, van de opleiding van de ouders in de schoolomgeving en van de religieuze en levensbeschouwelijke inspiratie van de ouders.

Kinderen dienen weerbaar te zijn.

Dat kan door ze op neutrale wijze kennis te laten maken met religies en levensbeschouwingen. Kinderen zijn geen bezit van ouders. De overheid heeft de plicht om kinderen via het onderwijs zo breed mogeliijk op de maatschappij voor te bereiden. Tegenstanders van openbaar onderwijs willen hun kinderen eeuwig op een eiland houden. Voor hen komt het geschikte moment nooit om over te gaan op openbaar onderwijs.

Een basisoriëntatie religie en levensovertuiging in het openbaar onderwijs dient om kinderen in contact met diversiteit te brengen en overzicht te bieden. Met als doel om ze weerbaar te maken voor eenzijdige indoctrinatie. Door de salafistische moslim, de gereformeerde christen, de vrijzinnnige nihilist of de horizontale communist.

Religieuze of levensbeschouwelijke oriëntatie op openbare scholen dient het doel van weerbaarheid en informatie. Lessen die door externe vertegenwoordigers zelf gegeven worden zijn ongewenst omdat ze de doelstelling van de brede oriëntatie doorkruisen. Het kan alleen door onafhankelijke derden gegeven te worden omdat fundamentele kritiek in de lessen moet kunnen doorklinken.

Bijzonder onderwijs kan het beste indirect beconcurreerd worden door te zorgen dat het openbaar onderwijs door een meerderheid van de bevolking als beter wordt gezien. Dan neemt het belang van het bijzonder onderwijs op termijn vanzelf af. Dat vraagt om een inspanning van de overheid die nu ontbreekt.

Het bijzonder onderwijs in Nederland is grotendeels van christelijke signatuur. Deze positie wordt gecompliceerd door de opkomst van islamitisch onderwijs. Dat werd jarenlang met fluwelen handschoenen benaderd. Het was de eerste verdedigingslinie van het christelijk onderwijs. Maar de discussie is ouder dan de vestiging in de moderne tijd van moslims in Nederland. Het is historisch onterecht om alles ter herleiden tot het belang van het islamitisch onderwijs.

Omleiden van geldstromen van bijzondere naar openbare scholen gaat verder dan godsdienstonderwijs alleen. Het gaat om herfinanciering van het onderwijs. Bijzonder onderwijs past in een pluriforme samenleving, maar biedt onvoldoende basis. Het past bij een vorige fase van Nederlandse verzuiling. Toenemende fragmentering en diversiteit van Nederland vragen om een antwoord dat gebaseerd is op streven naar eenheid. Daarin kan openbaar onderwijs optimaal voorzien.

Foto: Zondagsschool in een christelijke kerk in China, 1895-1935

WikiLeaks pakt ‘the Guardian’ over Bulgarije

WikiLeaks-voorman Julian Assange ligt al enkele maanden onder vuur. Niet vanwege zijn vermeende sexuele uitspattingen in Zweden, maar door zijn beschuldiging een controlfreak en narcist te zijn. Dat ontaardde in een ruzie met de Britse Guardian. De samenwerking werd opgezegd. Het conflict ettert voort, zo werd Assange door de krant geassocieerd met joods complotdenken.

The Guardian wordt nu op haar beurt door WL Central/ WikiLeaks beschuldigd censuur toe te hebben gepast in een gepubliceerd telegram over Bulgarije (en WikiLeaks hier) van de Amerikaanse ambassade in Sofia. Er is veel mis in dat land dat geleid lijkt te worden door criminele bendes. De meningsuiting staat er onder druk. De Amerikaanse ambassadeur Pardew stelt dat alleen als de EU naast juridische hervormingen, ook doelmatige implementatie eist er hoop is dat de georganiseerde criminaliteit komende jaren langzaam wordt teruggedrongen.

The Guardian publiceert betreffend telegram op 1 december 2010. Via een publicatie op 7 december in Le Monde blijkt echter dat the Guardian informatie achterhield. WL Central zegt: We can only guess the reason of the Guardian journalists to conceal individuals and businesses the Embassy believes are part of organized crime. The names of these individuals and businesses, along with information about alleged ties with organized crime, are nothing new for the Bulgarian and international audience.

Het verschil tussen de originele en gecensureerde versie spitst zich toe op de passage over de Russische invloed in Bulgarije. De versie van the Guardian:

Russia continues to exercise significant influence over the Bulgarian economy through energy imports, including crude oil, natural gas and nuclear fuel. XXXXXXXXXXXX Despite the fact that he is no longer the owner of XXXXXXXXXXXX Russian mobster MICHAEL CHORNY is thought to retain influence over the company through his ties to members of XXXXXXXXXXXX. The court decision suggests that Chorny is still in control of XXXXXXXXXXXX, as the judge presiding over the Supreme Administrative Court panel for the BTC case also revoked the Government,s decision banning Chorny from entering the country. In addition, Chorny has connections to XXXXXXXXXXX CHORNY has also maintained influence over a number of companies by transferring ownership to XXXXXXXXXXXX LUKOIL,s representative in Bulgaria is XXXXXXXXXXX The Russian petroleum company is estimated to be the largest corporate taxpayer in Bulgaria. It also controls Russian oil exports to Bulgaria. Lukoil’s Bulgarian operations, through XXXXXXXXXXXX, are suspected of strong ties to Russian intelligence and organized crime.

Het origineel luidt:

L. (C) RUSSIAN INFLUENCE  Russia continues to exercise significant influence over the Bulgarian economy through energy imports, including crude oil, natural gas and nuclear fuel. When Bulgaria’s only retail gas distributor, PETROL AD, was privatized, it came under the control of Russian businessman DENIS ERSHOV. ERSHOV was banned from entering Bulgaria in August 2000, having been cited as a threat to the country’s national security; however the ban was lifted in 2004 on Ershov’s appeal. Ershov, once vice president of one of the biggest exporters of Russian crude oil, established the NAFTEX group in 1991, of which PETROL AD became a part. Ershov was a member of the NAFTEX BULGARIA HOLDING (now PETROL HOLDING), and is a member of the PETROL AD Supervisory Board.  Despite the fact that he is no longer the owner of Bulgarian telephone operator MOBILTEL (MTEL), Russian mobster MICHAEL CHORNY is thought to retain influence over the company through his ties to members of Austrian Mobiltel Holding. Acquired from Chorny by Austrian Mobiltel Holding and Austrian Bank BAWAG in 2002, MTEL was sold in July 2004 in the largest-ever leveraged buy-out in Central and Eastern Europe. The takeover was engineered through the Bulgarian joint stock company BIDCO. BIDCO shares the same office building with Chorny’s lawyer, TODOR BATKOV, who is still a member of MTEL’s board. Batkov and other representatives of Chorny allegedly put pressure on the Bulgarian Government to delay the issuing of the third GSM license to BTC in July 2004. Indeed, the Supreme Administrative Court decided 15 July 15 2004 to postpone the launch of the BTC GSM license. The court decision suggests that Chorny is still in control of MTEL, as the judge presiding over the Supreme Administrative Court panel for the BTC case also revoked the Government’s decision banning Chorny from entering the country. In addition, Chorny has connections to EMIL KYULEV (see DZI) through his interests in DZI BANK (formerly Rosexim Bank), which is owned by Kyulev. Todor Batkov served on Rosexim’s board of directors until 2003. CHORNY has also maintained influence over a number of companies by transferring ownership to Batkov. These entities include the LEVSKI football team, STANDARDT newspaper, and BANKYA PALACE hotel.  LUKOIL’s representative in Bulgaria is VALENTIN ZLATEV. The Russian petroleum company is estimated to be the largest corporate taxpayer in Bulgaria. It also controls Russian oil exports to Bulgaria. Lukoil’s Bulgarian operations, through Zlatev, are suspected of strong ties to Russian intelligence and organized crime.

Hier wordt op verschillende borden geschaakt. Geen loze woordspeling, want de MTel-Masters is relatief snel een van de meest prestigieuze schaaktoernooien ter wereld geworden. Om de Bulgaarse topschaker Veselin Topolov te promoten die de populairste sportman van het land is.

WikiLeaks en Assange vallen frontaal the Guardian aan en suggereren een gebrek aan integriteit. Amerikanen hopen, waarschijnlijk tevergeefs, dat de EU grip op Bulgarije krijgt en serieuze zaak maakt met het rechtssysteem. Raadsel blijft of de Russen en de Bulgaarse maffia door the Guardian gespaard moesten worden. Plannen voor een Russische kerncentrale in Bulgarije gaan volgens berichten zeker door ondanks de problemen in Japan.

Foto: Christo pakt de Reichstag in met zilveren stof, 1995

Een reconstructie van Lucebert en Dolores Hawkins

Surfen op het internet ontsluit de hele wereld. Zelfs de eigen boekenkast. Dit zoeken bestaat uit het onderscheiden van dwarsverbanden en het vermijden van valkuilen. Eerder een reis in de tijd dan in de ruimte. Teruggaan naar vroeger is het laag voor laag wegschrapen van opgehoopte aarde. In de mal is het verleden bevroren. Deze keer paste Dolores Hawkins erin.

Lucebert publiceert in november 1953 de bundel van de afgrond en de luchtmens met het gedicht ‘aldus belde ik de wereldbekende dolores hawkins op:’ Het gaat over een telefoongesprek met Dolores Hawkins dat niet goed eindigt. Was de titel ironisch bedoeld? Ik had nog nooit van Dolores Hawkins gehoord. Maar wellicht was ze in 1953 wereldberoemd. Wie was zij en waarom vereeuwigde Lucebert haar in een titel?

Dolores Hawkins maakt met Gene Krupa in 1948 de korte film Thrills of Music: Gene Krupa and His Orchestra. Zij speelt zichzelf en zingt Bop Boogie. In januari 1949 zingt ze nogmaals dit nummer dat in 1955 op Gene Krupa’s Sidekicks verschijnt. Op 9 mei 1949 neemt ze met Gene Krupa Watch Out op. Vermoedelijk verschijnt dit album nog datzelfde jaar.

Simon Vinkenoog zegt in 1971: In diezelfde tijd, de eerste helft van de jaren vijftig, maakte Lucebert zijn gedicht ‘Hallo hallo Dolores Hawkins’, naar aanleiding van een plaat die hij bij mij gehoord heeft en die in mijn bezit was. Vinkenoog parafraseert de titel en we mogen hopen dat zijn geheugen hem niet in de steek laat.

Wat weten we? Dolores Hawkins is een matig bekende actrice en incidentele zangeres die in de jaren 1948-1949 aan de Westkust met het orkest van Gene Krupa enkele nummers opneemt. Lucebert hoort enkele jaren later op een 78-toeren plaat Dolores Hawkins bij Simon Vinkenoog en is onder de indruk. Voldoende om er een gedicht op te associëren.

Is het verhaal rond? Er blijven altijd onzekerheden en losse eindjes. De smaak van Lucebert voor Gene Krupa verbaast me. Toch een drummer die de showkant opging. Nadat-ie in 1943 betrapt was op het gebruik van verdovende middelen zat zijn loopbaan op slot. De plaag van veel jazzmusici uit die tijd.
 Maar Watch Out met Roy ‘little jazz’ Eldridge op trompet klinkt goed.

Van de Watering geeft aan bij de verantwoording van Luceberts Verzamelde Gedichten, 1974 dat Lucebert later de titel ‘aldus belde ik de wereldberoemde dolores hawkins op:’ schrapt. Bij publicatie van Poppetgom in 1971. Blijkt Dolores Hawkins toch niet zo wereldberoemd te zijn als Lucebert in 1953 dacht? Het blijft gissen, we zullen het nooit weten.

Wat heeft de zoektocht opgeleverd? In elk geval de bevestiging van het inzicht dat op internet bijna alles over populaire cultuur te vinden is. Of het zinvol is om ernaar op zoek te gaan betwijfel ik overigens. Voor een keer is het aardig om te reconstrueren hoe het ook al weer zat. Bijvangst is een stukje over Lucebert en Dolores Hawkins. Nu weet u het ook.

Foto: Dolores Hawkins en Gardner McKay

Elite zit niet te wachten op Chomsky

Noam Chomsky is een strijdbare en oorspronkelijke geest. Of-ie effectief opereert is weer wat anders, waarschijnlijk beoogt-ie dat niet eens. Zijn intellectuele vrijheid is zijn sterkte. Hij hoeft zich immers niet een positie in te praten. Het is daarom goed dat zijn geluid klinkt. Dat-ie met zijn leeftijd van 82 nog in de frontlinie staat is echter ontmoedigend. Waar is de jongere generatie die de fakkel van hem overneemt?

Chomsky is de luis in de pels van de Amerikaanse politiek en media en vestigde zijn naam als taalkundige. Zo heb ik hem als student leren kennen als voorman van de generatieve taalkunde. Door de basiskursus algemene taalwetenschap van De Haan, Koefoed en Des Tombe uit 1974. Een revolutionaire tijd met de k in de onderkast en teorie zonder h. Chomsky’s studies dateerden al van 1957.

Op 13 maart jongstleden hield Chomsky in de Amsterdamse Westerkerk de lezing Contours of Global Order: Domination, Stability, Security in a Changing World: the rise of Xenophobia in the West. Vrij vertaald gaat het erover dat de elite niet zit te wachten op democratie. Chomsky heeft treffende observaties en schetst een anti-democratische onderstroom in de westerse democratie. Jammergenoeg blijft-ie hangen in een sleets revolutionair beeld dat recente ontwikkelingen onvoldoende verklaart.

Chomsky citeert de Carnegie Endowment over de ontwikkeling in Egypte waarbij namen veranderen, maar het regime blijft: A change in ruling elites and system of governance is still a distant goal. Maar omdat-ie alles in een Oost-West schema dwingt onderschat-ie de rol van de islam. Daarbij ziet Chomsky zijn niet malse kritiek op de Amerikaanse democratie door Amerikaanse bril. Walter Laqueur die voor Egypte dezelfde lange weg naar de democratie ziet schetst een scherper en historischer beeld.

Laten we deze dwarsligger toch eren. Deels uit nostalgie, deels uit noodzaak bij gebrek aan beter. Iedereen met ogen in zijn kop en gevoel in zijn ziel ziet de observaties van Chomsky over de beroerde staat van de democratie bevestigd. Elke dag weer. Politiek, media en bedrijfsleven beschamen het vertrouwen van de burger. Zelfs de schijn dat dit vertrouwen bestaat is geërodeerd. Samen met een optimistisch wereldbeeld dat op de vuilnishoop ligt.

Waar de uitslijping van de democratie eindigt is ongewis. In Nederland kiest de politiek de aanval door welwillende, goed geïnformeerde en opgeleide burgers wantrouwend te behandelen als klanten of calculerende consumenten. En dus bewust op afstand te houden. Politieke hervormingen worden stelselmatig geblokkeerd.

 Zonder dat uit te spreken ziet de elite democratie als noodzakelijk kwaad.

Wanneer dondert het kaartenhuis van schijn en illusie dat democratie heet in elkaar? En wat huist er onder dat kaartenhuis? Noam Chomsky schetst als meest gezaghebbende maatschappijcriticus het tekort van de democratie en de kwalijke rol van de elite. Hij biedt ons in grote lijnen een kader voor onze kritiek. Zijn schema lijkt op dat van de generatieve taalkunde. Ook nu is de invulling aan ons. Met taal.

Foto: The African-Americans who took Cuba for America, 1890-1900

Academische grenzen aan het verstand

Is het aannemen van iemand in een wetenschappelijke functie aan voorwaarden verbonden? Buiten de normale voorwaarden van deskundigheid en vaardigheid. Wat als van zo’n kandidaat verwacht mag worden wetenschap dat-ie zich ondergeschikt maakt aan een bedrijf, overheidsinstelling of religie? Wat zegt dat over de waardevrijheid van deze vermeende wetenschapper?

Een externe partij benoemt en betaalt bijzondere hoogleraren. Dat zet de onafhankelijkheid onder druk. Dat aantal groeit, hoewel universiteiten de intentie uitspreken het te verminderen. Op juridisch gebied alleen al zijn er in Nederland 108, overigens voor weinig uren. Twaalf jaar terug werd het totaal aantal bijzonder hoogleraarschappen op 750 geschat. Het gaat om de geldschieters. Ook in een academische omgeving geldt dat wie betaalt, bepaalt.

Geld is aan alle Nederlandse universiteiten een probleem. Universiteiten verkopen hun ziel. Iets van alle tijden. Universiteiten leveren zich zonder scrupule over aan de multinational, de Arabische sultan, het advocatenkantoor of een lokale of landelijke overheid. Andere bijzondere leerstoelen worden intern gefinancierd en kennen wel duidelijke voorwaarden.

Wat laat een Nederlandse universiteit na door geld van een sultan te accepteren? Wanneer komen normale academische vrijheden in het geding? Het probleem is breder dan sultans van Qatar of Oman die met zakken geld schuiven. Als ze een voetbalclub willen kopen ontmoeten ze maatschappelijke tegenstand. Daar zorgen supporters voor. Academisch tegengeluid ontbreekt. Universiteiten komen niet uit de klem van het geld.

Universiteiten zwijgen en leggen het hoofd in de schoot. Ze hebben zich afhankelijk laten maken en hun lot niet meer in eigen hand. Kritische massa ontbreekt om verstrengeling van belangen actief te bestrijden. Universiteiten kennen onvoldoende ambitie om een eind te maken aan een ongewenste situatie die wel als zodanig wordt erkend. Kwantiteit en schaalvergroting tellen zwaarder dan kwaliteit en concentratie.

Wat is een bijzonder hoogleraar die als godsdienstige de eigen religie promoot? Of een klimaatdeskundige die in de richting van een bedrijf redeneert? Of een jurist die een belastingmaatregel promoot die een financier goed uitkomt? Voorbeelden vertellen dat wetenschap ondergeschikt wordt gemaakt aan externe belangen. Er worden grenzen overschreden zonder dat daartoe enige academische noodzaak bestaat.

Argument dat bijzondere hoogleraren maatschappelijke nut hebben omdat ze zorgen voor verbreding en verdieping is zottekap. Hetzelfde speelt bij de Eerste Kamer waar allerlei belangen door elkaar lopen. Het gaat voorbij aan transparantie en autonomie. Het is gewenst dat bijzondere leerstoelen stuk voor stuk tegen het licht worden gehouden en bij de twijfel over belangenverstrengeling worden beëindigd.

Foto: The Round Up, Miklós Jancsó, 1965

Islam en de blik van de ander

Vijf jaar geleden vond op 13 maart 2006 een door de Liga voor de Rechten van de Mens georganiseerd debat plaats over de keuzevrijheid van de vrouw onder de titel: niqaab of naveltruitje. Wat volgens een verslag in Het Parool in de praktijk ging over de hoofddoek of de minirok. Zijn we in vijf jaar iets opgeschoten?

Is de hoofddoek een symbool van onderdrukking of niet? Opinies over de hoofddoek zijn voorspelbaar. Sommigen zeggen dat dwang de vrijheid van de draagster inperkt, anderen menen dat het juist haar vrijheid onderstreept. Geen van de posities leidt tot een doorslaggevende conclusie, waarmee niet gezegd is dat er een waarheid in het midden ligt.

Er zijn getuigen die zeggen gedwongen te worden een hoofddoek te dragen. Anderen getuigen uit vrije wil voor de hoofddoek te kiezen. Complicatie is dat dit debat de voorgrond is dat tegen een brede achtergrond speelt. Daar wordt de vrouw gezien als lustobject, economisch afhankelijk, beïnvloedbaar en mannelijk bezit. De relatie tussen voor- en achtergrond geeft diepte.

Zou het kunnen dat onderhuids de ontwikkeling in het denken van moslimvrouwen synchroon loopt aan dat van de Turkse-Nederlander Harun Yildirim? Vijf jaar geleden was-ie fundamentalist, nu pleit-ie voor een westerse islam. Het integratie-debat is aangescherpt en benadrukt plichten die verzet oproepen. Daarin meegaan is de valkuil voor de allochtoon omdat-ie zichzelf ermee buiten de hoofdstroom plaatst.

Zo opgevat is in Nederland de hoofddoek geen splijtzwam die voortkomt uit het uitdragen van een islamitische identiteit, maar een schot in eigen voet. Ofwel, de verbinding van de draagster met de islam is gerechtvaardigd, maar een reductie van de eigen identiteit die veelvormiger is. Een dwaalspoor naar een doodlopende weg. Door vast te houden aan rechten ontkent de draagster haar rechten.

Yildirim calculeert dat voor hem het de afgelopen vijf jaar vasthouden aan de islamitische identiteit een te hoge prijs is geweest. Een manifeste religiositeit gaat niet samen met aandacht voor Nederland. Hij roept op om breder te kijken en het denken te hervormen. Los te komen van de religieuze ban.

De verzoening tussen de populistische utopie van een islamitisch heartland en de praktijk van Nederland is de vorming van een westerse islam. Waarbij de islam naar de moderniteit gebracht wordt en niet andersom. Want in dat laatste geval blijft de islam geïsoleerd. Van belang bij de prioriteit van de Nederlandse rechtsstaat.

Denkers als Harun Yildirim verdienen volop steun. Moedig om twijfel te verwoorden, de eigen identiteit tegen het licht te houden en terug te komen op ingenomen standpunten. Evolutie biedt op termijn meer perspectief dan fixatie. Ontwikkeling is geen teken van zwakte, maar van sterkte. Het klinkt als een mantra die tijdgebonden is en daarom verloren gaat in de lucht. Toch spiegelt het wijsheid van eeuwen.

Tragiek van de migrant is dat-ie als nieuwkomer eerder moet bewegen. Dubbele tragiek van de migrantenvrouw is dat ze als eerste wordt geacht te bewegen. Da’s de wetmatigheid van oud en nieuw, van macht en onmacht, van sterk en zwak, van man en vrouw, van aantallen en Leitkultur. Van tegenstellingen die een samenvoeging zoeken. In gang gezet door een blik.

Rigueur biedt vrouwen geen weg, maar gemiste kansen. De Turkse-Nederlander Ceylan Pektas-Weber verwoordde haar flexibiliteit al in het debat in 2006: Ik draag de hoofddoek uit eerbied voor God, maar ik ben niet dogmatisch, ik zet hem zo af. Die beweging geeft ons allen ruimte om weg te bewegen van de ingegraven stellingen. Uit de geslotenheid.

Foto: Tokimatsu met hoofddoek, Japan, omstreeks 1890

Propaganda kabbelt onzichtbaar onder water

Kenmerk van propaganda is dat niemand het als zodanig herkent en het indirect een doel nastreeft. Doelmatige propaganda mag niet herkenbaar zijn, maar gaat terloops. Indien wel herkend, wordt het tot agitatie die rechtstreeks oproept. Als de zichtbaarheid van de montage ontbreekt, dan is propaganda geslaagd. Bijzonder bruikbaar in een omgeving met veel concurrenten. Propaganda is zeker niet gelijk te stellen aan plat of gespeend van kwaliteit, eerder het tegendeel.

Als een politiedictatuur zoals die in Rusland, Qatar of Iran bestaat, in haar buitenlandse propaganda een venster biedt aan stemmen die afwijken van de eigen harde lijn, dan is de invloed ervan afhankelijk van de omstandigheden.

Zo kennen dictaturen programma’s in het Engels, die gericht zijn op een Westers publiek, geproduceerd worden in West-Europa en in het eigen land minder bereik hebben. Zo’n programma heeft voor de politieke en maatschappelijke situatie in Rusland, Qatar of Iran weinig belang. Al Jazeera English is hierbij een interessante media-uiting omdat het uitstekende journalistiek biedt. Maar toch streeft het een politiek doel na en probeert te overtuigen.

Een omroepzender kent afwisseling van zachte en harde programma’s. Propaganda komt tot uiting in het totaal, doordat het kijkers vasthoudt. Zo kan een programma dat een tegengeluid laat horen juist helpen om het bereik te vergroten. Paradox is dan dat het anti-geluid in zijn tegendeel verkeert. Goede propagandisten maken dankbaar gebruik van dat effect.

Gastredacteuren kunnen gebruikt worden excuus-Truus of een fatsoenlijk gezicht om de wat hardere programma’s te helpen verzachten. Niet allen beseffen hoe indirect propaganda precies werkt. Ze denken dat hun eigen goede bedoeling een garantie van onafhankelijkheid is. Maar da’s een misvatting en zelfoverschatting die voorbijgaat aan de werking van propaganda.

Maar waar eindigt het? Als immers fundamentele kritiek binnen de context van een zender kan worden omgebogen in het tegendeel, dan wordt altijd elke kritiek geneutraliseerd. Da’s een te grove indeling.

Interne pluriformiteit bestaat en valt af te meten aan de relatie tussen geheel en delen. Een kritisch moment ontstaat als een tegengeluid niet meer geneutraliseerd wordt door het geheel. Als het geluid in zichzelf kan bestaan. Dat moet van uiting tot uiting, van zender tot zender bekeken worden. Een arbeidsintensieve analyse. Daarom vliegt doorgaans propaganda onder de radar door. Waarbij we zo gewend zijn aan de Anglo-Saxische standaard dat we die niets eens in onze kritiek betrekken.

Ons oordeel over klassieke collaborateurs als Ezra PoundLouis-Ferdinand Céline of Robert Brasillach mag ons niet op het verkeerde been zetten. Ze zijn de ijsberg boven water. Lastiger is het om minder opzichtige propaganda te herkennen. Extra complicatie is dus dat een moderator die overduidelijk het goede beoogt, door de context toch voor het tegendeel kan worden gebruikt. Pas de samenhang biedt betekenis. Maken van televisie is teamwork en verwatert individuele verantwoordelijkheid nog verder.

Onderzoek naar de propaganda van Joseph Goebbels en de nazi’s maakt duidelijk dat goede propaganda indirect werkt. Harde anti-semitische films of in mindere mate de documentaires van Leni Riefenstahl waren onder het Duitse publiek niet populair, maar dansfilms met Ilse Werner of Marika Rökk wel. In moeilijke tijden vol ontberingen hebben mensen behoefte aan ontspanning. Met spektakelfilms als Kolberg probeerden de nazi’s amusement en historisch besef te combineren.

Hoewel jazz-muziek (swing) in Duitsland voor een Duits publiek zelf verboden was en als entartete negermuziek werd beschouwd, had de genazificeerde radio uitstekende dansorkesten die voor Engelstalige uitzendingen gericht op Engeland werden ingezet. Waarbij ook Nederlandse, Belgische, Franse en Zwitserse musici door de Duitse radio werden geworven. Het propaganda-apparaat van die jaren. Niet altijd op vrijwillige basis. Propaganda is dus functioneel flexibel en kan ideologie ondergeschikt maken aan doel en middelen.

Met deze overwegingen in het achterhoofd kunnen we media-uitingen beoordelen. Feit dat iemand een harde lijn niet expliciet onderstreept, maar evenmin bekritiseert duidt op propaganda. Tussen die twee posities vindt geslaagde propaganda plaats. Uiteraard is het daarmee nog lang niet altijd propaganda. Daar is meer voor nodig. Omzichtigheid is geboden omdat we alle gegevens in samenhang moeten bekijken. Maar laten we in elk geval alert zijn op het bestaan van propaganda.

Foto: A view of the first movies house to open showing German propaganda film based on the life of Horst Wessel and was called Hitlerjunge Quex, Wenen, 1937

Nogmaals Tariq Ramadan: retoriek van de duivel?

Er worden conclusies getrokken uit de opstand in Noord-Afrika. Zo zou Geert Wilders bij democratisering geen spookbeeld meer hebben om tegen te trappen. Mensen als Bertus Hendriks zeggen dat in Egypte eerder een Turks dan een Iraans model te verwachten valt. Weer anderen zeggen dat Turkije onder de conservatieve AK-partij afglijdt naar een politiestaat en geen lichtend voorbeeld is. De Moslimbroederschap gaat zich organiseren als politieke partij. Tariq Ramadan komt weer in beeld. Of eerder schuift het beeld naar hem en zijn factie toe.

Ramadan werd in 2007 door een meerderheid in de Rotterdamse raad aangesteld als bijzonder hoogleraar en bruggenbouwer. Later is mede door onhandig manouevreren van burgemeester Cohen die erover in aanvaring kwam met zijn Amsterdamse PvdA-fractie, het begrip compenserende neutraliteit in diskrediet geraakt. Een strategie die trachtte overheidssteun te geven aan een gematigde islam. Dat beschadigde Ramadan omdat hij daar als representant van gezien werd.

Het tij verliep en de sfeer sloeg om. Het vertrouwen in het optuigen van een gematigde islam nam af. Onder druk van rechts, maar ook door vernieuwd inzicht bij delen van links. Wat evenmin hielp was dat het Rotterdamse bruggenbouwer-project geen eigen dynamiek kreeg. Het leverde buiten een kring van betrokkenen weinig op. De 173 nationaliteiten in Rotterdam voelden zich onvoldoende betrokken bij deze moslim die moslim bleef en zijn identiteit als moslim voorop bleef stellen. Dat laatste hielp niet om een brug te bouwen naar niet-moslims.

Ramadan had nooit brede steun. Een magere basis die ooit moest breken. Zijn onderbouwing ontbrak. Hij ontmoette ongenuanceerde tegenstand, maar het was niet uitsluitend aan de ander te wijten dat dat gebeurde. Ramadan heeft door eigen gebrek aan souplesse, empathie en begrip voor de Nederlandse heterogeniteit het de Rotterdamse politiek moeilijk gemaakt. Karakterologisch had-ie achteraf gezien het verkeerde profiel voor een rol als bruggenbouwer. Niet de dolken in zijn rug, maar de watjes in zijn oren waren het probleem.

Kan Ramadan een representant van een gematigde islam zijn? Omkeringen verhullen de waarheid. Is zijn houding tegenover homosexuelen nou haatspraak, of een gevolg van haatspraak? Interessant is dat Mohamed ElBaradei in de race voor president is gestapt. Zijn voorwaarde is dat de grondwet niet wordt aangepast zoals het plan is, maar volledig wordt herschreven. Zodat de islam naar de moderniteit wordt gebracht. Het antwoord op deze voorwaarde toont het ware gezicht van de Moslimbroeders. En van Tariq Ramadan.

Foto: Devils on the Doorstep van Jiang Wen, 2000