Wilders in de mist

Jegens Wilders heb ik een dubbele houding die trouwens het afgelopen jaar veranderd is. Als verdienste van Wilders zie ik de signalering van problemen waar met name de linkse politiek voor wegkeek en het openbreken van die politiek.

Vanuit mijn religiekritiek kon ik goed leven met Wilders’ vrijzinnigheid die echter steeds een behoudender inspiratie vond en verliep van liberaal naar conservatief. Naarmate Wilders dichter bij het centrum van de macht kwam kerstende hij zichzelf. Verwijzingen naar een joods-christelijke traditie met een vleugje humanisme zetten zijn vrijzinnigheid definitief in de uitverkoop.

Voorstellen van Wilders over de hoofddoek verwijderden zich zo ver van het idee van de rechtsstaat dat-ie in een klap het voordeel van de twijfel kwijt was. Het omgekeerde groepsdenken van Wilders spiegelt wat Dick Pels in de Groene over de groepscultuur van de Marokkanen zegt: Het gevoel een islamitische eenheid te vormen, is bijna dictatoriaal. Individualisme is in beide gevallen het kind van de rekening.

Liever extreem gematigd, dan gematigd extreem. Weg van dictatuur en groepsdenken. De nuance woont in het midden. De hufterigheid en de rancune van de Wilderianen heeft Nederland even weinig te bieden als het groepsdenken van moslims of het gebrek aan ideeën en durf van de huidige linkse politiek.

Rechtsstatelijkheid die zonder uitzondering iedereen in de relatie tot de Staat en de wet plaatst is de meetlat die mooie praatjes ontmaskert. Dat zou de houding jegens Wilders, Cohen, Rutte of Pechtold moeten bepalen. Gevangen in hun doelgroep stellen allen teleur. Onafhankelijk denken van burgers wordt gevraagd om het tekort van de Nederlandse politiek aan de orde te stellen. Elke dag opnieuw.

Het kan dwarser en minder voorspelbaar. Weg uit de loopgraven van de geest. Ultieme daad van verzet kan nooit het schoppen tegen Wilders zijn. Overigens is de macht achter Wilders interessanter. Maar uiteindelijk gaat het om het bouwen van een alternatief. Wilders lost immers op. Wilders is de enige die Wilders kan verslaan. Zijn eenmansbedrijf is zijn zwakte. Vage kritiek zorgt voor de mist waarin Wilders kan verdwijnen.

Foto: Geert Wilders op straat, 2009

Zelfislamisering met kunst: Ellen Vroegh

UPDATE 12 september: GroenLinks wil de gesloten Vrijdenkersruimte opnieuw leven inblazen. En fractievoorzitter Arjan Versteeg van SGP Gouda stelt dat museumgoudA de gedragsregels van de eigen sector niet hoeft te volgen. Ik heb hierover overigens een woordenwisseling met hem gehad. 

Nog vers in mijn geheugen staan de twee schilderijen van Ellen Vroegh die in mei 2008 binnen het gemeentehuis van Huizen werden verplaatst. Oorzaken kwamen gefragmenteerd in de publiciteit. Achteraf bleek het ongenoegen terug te brengen tot zelfislamisering vanuit reformatorische hoek.

Tegelijkertijd voelde Huizen zich overvallen door alle aandacht. Media en lokale politiek waren niet enthousiast over het gemeentebestuur. Gemoederen liepen in mei 2008 hoog op door de affaire Nekschot. De cartoonist was vanwege een cartoon vlak daarvoor door een arrestatieteam van zijn bed gelicht.

Ik verbaas me al jaren over het gedrag van autochtonen die actief maatschappij en kunst teruggedringen ter ondersteuning van een conservatieve opvatting van religie. Carel Brendel concludeert dat burgers onderhand meer ergernis vertonen over de zelfislamisering door onze autoriteiten dan over moslims die voor hun religie opkomen: Niet de moslim die klaagt over een schilderij van een varken maakt de mensen boos, maar de directie die het schilderij weghaalt nog voor er een moslim op het idee komt om te klagen.

Onduidelijk blijkt wie er precies klaagden over de twee schilderijen van Vroegh. Duidelijk is dat de klacht vanuit religieuze hoek kwam. Maar of het nou een moslimman betrof zoals de loco-burgemeester en de voorlichter van de gemeente Huizen stelden of meerdere moslims zoals Ellen Vroegh en ook Jonas Staal in zijn boekje over de Vrijdenkersruimte zeiden blijft onduidelijk. Ellen Vroegh wist het met haar schilderijen Piano Woman en Danseuses Exotiques uiteindelijk tot de Vrijdenkersruimte te schoppen. Een initiatief van de VVD waar de PVV inmiddels uitgestapt en GroenLinks ingestapt is.

Tijdens de hele affaire bleef Huizen vaag over het aantal moslims dat had geklaagd. Evenmin werd de reden openbaar gemaakt. Later vertelde de voorlichter dat er zes mensen hadden geklaagd, waaronder een moslim. Een wonder hoe men dat aan de buitenkant ziet.

Op de eerste ochtend van de expositie maakten meerdere baliemedewerkers bezwaar tegen twee schilderijen met naakt. Vroegh die zelf had gehangen, heeft toen onder protest de betreffende schilderijen verplaatst. Naar zeggen van de voorlichter heeft zij onterecht de moslim-invalshoek erin gebracht. Dat was volgens hem niet aan de orde. Het aantal klagende molims is echter niet relevant. Wel de opstelling van een gemeentebestuur dat zwicht voor zes klagers. Los van hun achtergrond.

De werken van Vroegh zijn voor de gemiddelde kunstkenner onschuldig. Alsof de bestuurders nooit een prikkelende tentoonstelling van hedendaagse kunst hebben gezien. Daar gaat het doorgaans minder onschuldig aan toe. Het getoonde werk van Vroegh behoort daarom zonder enig probleem vertoond te worden in de openbare ruimte. Er is niets controversieels aan.

Toegeven aan een minderheid is onverstandig. Welke minderheid dan ook. Nederland bestaat onderhand alleen nog maar uit minderheden. Het openbaar bestuur dient de pluriformiteit te bewaken. Straks komen homosexuelen, zigeuners, negers, kleine mensen, dikke mensen, katholieken, kleurenblinden, ménière-patiënten, gehandicapten, pacifisten en noem maar op klagen omdat ze aanstoot nemen aan een kunstuiting. Als een gemeente dat serieus neemt, en er zelfs op vooruitloopt zoals Brendel suggereert, dan kan het beter stoppen met het exposeren van kunst in de openbare ruimte.

De crux volgens de gemeente was de confrontatie van de eigen medewerkers met de kunst van Ellen Vroegh. Ze keken erop. Of erop neer? De makkelijkste weg was het weg te halen. Vraag blijft hoe een kunstcommissie die de openbare ruimte inricht nog autonoom kan werken. Tekenend is dat deze vraag niet is gesteld.

Kunst wordt ondergeschikt gemaakt aan elk ander doel. Kunst mag niet in zichzelf bestaan. Kunst spoelt telkens weg in de politieke discussie. De affaire-Vroegh kent meerdere slachtoffers: de moslims, de vrijheid van meningsuiting, maar bovenal de kunst zelf. Dat laatste aspect kreeg op geen enkel moment betekenis. De daders zetelen in de gemeentehuizen. Hun neus bloedt.

Foto: Danseuses Exotiques van Ellen Vroegh en Mark Rutte in de Vrijdenkersruimte van de Tweede Kamer (2008) 

Forum: Dubbele maat voor WikiLeaks?

Lady From Shanghai

De reactie van de Amerikaanse regering richt zich op Julian Assange. Niet op gedrukte media als New York Times, The Guardian, Le Monde, Der Spiegel, El Pais of gevestigde kranten die de gelekte telegrammen plaatsen. Amerikaanse militaire organisaties als het Pentagon en de US Air Force blokkeren websites die de gelekte documenten tonen. Een Pentagon-woordvoerder zegt dat medewerkers shouldn’t access the WikiLeaks site because the information there is still considered classified.

Het is opmerkelijk dat het Amerikaanse State Departement WikiLeaks aanpakt, maar de media niet terwijl ze allebei precies hetzelfde doen. Alex Massie bekritiseert onderminister Crowley van Buitenlandse Zaken die het volstrekt willekeurige verschil maakt tussen een slechte Assange en de verantwoordlijke New York Times: The division in Crowley’s mind between Bad Wikileaks and Responsible New York Times is entirely arbitrary. Each is a publisher; each routinely takes advantage of stolen goods and information.

In het spiegelgevecht tussen Assange en de VS blijken buiten het Zweedse parlement om banden te bestaan tussen de Amerikaanse regering en de Zweedse ministeries van Justitie en Buitenlandse zaken. Dat feit wordt door de verdediging van Assange opgeworpen als belastend feit voor diens uitlevering aan Zweden.

Juridische wetenschappers en journalisten zien in het aanpakken van Assange een gevaarlijk precedent. Terwijl media buiten schot blijven. Een middel dat erger is dan de kwaal. Het beschadigt de Amerikaanse democratie en de vrijheid van meningsuiting. Men kan zich verwonderen waarom Minister van Justitie Eric Holder en de Harvard-jurist, voormalig rechtsdocent en advocaat, de ethisch bevlogen president Barack Obama het zover hebben laten komen.

Wat denkt u? Is de reactie op Julian Assange en WikiLeaks van de Amerikaanse regering selectief, ongelukkig en ongewenst? Denkt u dat de aanpak door Holder en Obama de democratie en de vrijheid van meningsuiting meer beschadigen dan de gelekte documenten zelf of niet? Graag uw mening.

Foto uit The Lady From Shanghai van Orson Welles (1948)

De waarheid achter Hans Westenberg

UPDATE 10 mei 2012: Volgens NRC worden de rechters Hans Westenberg en Peter Kalbfleisch naast meineed mogelijk ook vervolgd wegens omkoping.

Nederland kent klassejustitie. Die aanname vraagt om specificatie. Het zal per arrondissement verschillen. In elk geval sluit het net zich rond de voormalige rechter van de Haagse rechtbank Hans Westenberg die aantoonbaar gelogen heeft in de zaak Chipshol, erbijkluste voor de NMa en zelfs na zijn ontslag cursussen voor de SSR –Opleidingsinstituut van de rechterlijke organisatie blijft geven. Ofwel, hij is nog niet echt weg. Zijn scheve schaatsen lijken op de vloer van zijn voormalig ijspaleis flinke krassen aangebracht te hebben. Ze worden bewust genegeerd.

Mede door een rechter als Hans Westenberg wordt ons vertrouwen in de rechtspraak beschadigd. Een oplossing zoals een Revisieraad die Willem Wagenaar en SP’er Jan de Wit voorstaan lijkt het overwegen waard. In gevallen waar het om grote vergrijpen en de corruptie van de Rechtspraak gaat lijken zwaardere middelen geboden.

Merkwaardig is dat corrigerend ingrepen van hogerhand zo lang is uitgebleven. Hoewel de scheiding der machten ingrijpen noodzaakte. Achteraf is het zwijgen van de politieke leiding verbazingwekkend. Dat voedt het complotdenken. Is hier sprake van chantage op het hoogste niveau? En zelfs nu wordt Hans Westenberg met fluwelen handschoenen aangepakt. Is-ie slechts de zondebok die opgeofferd wordt?

De sector besteedt grote woorden aan Media en Communicatie die abstract langs de eigen werkelijkheid scheren. Het schept slechts een idee van introspectie. Het door de eigenaren van Chipshol met belastend materiaal aangelegde dossier over Hans Westenberg neemt inmiddels immense proporties aan. Het gaat verder dan het functioneren van een bepaalde rechter, maar legt een systeem bloot.

Media hebben jarenlang gezwegen terwijl ze wisten. En nu spreken ze slechts mondjesmaat. Journalist Micha Kat heeft als een Don Quichot tegen windmolens gestreden. Waarbij zijn grens tussen schijn en werkelijkheid overigens niet altijd te onderscheiden was. Toch geen rook zonder vuur. Zo wordt door Kat de hoogste ambtenaar van Justitie Joris Demmink in een kwaad daglicht gezet en gerelateerd aan een pedofielennetwerk. Om alle geruchten te ontzenuwen en alle aantijgingen op waarde te schatten zou een onafhankelijk parlementair onderzoek gewenst zijn.

Of het zwijgen van de gevestigde media over de affaire Demmink van boven opgelegd is of voortkomt uit een gebrek aan journalistieke inhoud blijft ongewis. Maar dat het in de top van zowel het ministerie van Jusititie als de Haagse rechtbank in het verleden niet conform de regels is toegegaan lijkt onweerlegbaar. De bereidheid om de augiasstal van de Nederlandse rechtspraak uit te mesten ontbreekt vooralsnog. Hoogste tijd dat de waarheid achter Hans Westenberg wordt onthuld.

Foto: Schiphol, 1928

Rapport Armando Museum

PUBLIEKSVERSIE

Update 1 november 2011: Pas 11 maanden na publicatie en op uitdrukkelijk verzoek van de Amersfoortse raad is de volledige versie openbaar gemaakt. Deze valt hier te lezen. Echter zonder alle bijlagen, zoals Bijlage 3. Bestuursopdracht Edwin Jacobs

Inhoudsopgave

Samenvatting en conclusies

Inleiding

1. Inhoudelijke verkenning

2. Ruimtelijke verkenning

 

Samenvatting en conclusies

Voor u ligt het haalbaarheidsonderzoek naar een herhuisvesting van het Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Tussen 5 en 26 november heeft zich een bijzonder inspirerende weg afgetekend naar een nieuw Armando Museum in Oud Amelisweerd.

In deze samenvatting delen wij graag onze belangrijkste conclusies met u.

De Gemeente Utrecht heeft de wens uitgesproken om te kiezen voor een publiekstoegankelijk landhuis. Hierbij is, in de visie van de Gemeente, behoud van belang maar dit staat in dienst van publiekstoegankelijkheid. Waardes van Oud Amelisweerd (landhuis en koetshuis), collectie Chinese behangsels en tuin dienen in balans te worden gebracht met de bestemming. De Gemeente heeft in een eerder stadium aangegeven te streven naar museale openstelling in combinatie met gedeeltelijke ontvangst/vergaderruimte, (besloten) horecagelegenheden en een publieks/ bezoekerscentrum.

Het eeuwenoude landhuis kan met het Armando Museum een duurzame en passende bestemming krijgen. Hiermee eindigt een jarenlang proces van slechts tijdelijke openstelling van Oud Amelisweerd.

De waardes en de behoeften die zowel het ensemble (landhuis, interieur, en landgoed) als het Armando Museum en haar collecties bepalen, sluiten op elkaar aan. Het landhuis vraagt om een kalme bestemming, passend bij aard en karakter. Het Armando Museum is vanuit haar aard en thematiek een dergelijke bestemming. Het plan voor het Armando Museum in Oud Amelisweerd gaat uit van een samenspel van de Armando Collectie met de bestaande context van het monumentale landhuis inclusief de aanwezige behangcollectie, het koetshuis en de directe omgeving. Randvoorwaarden van landhuis en museum zijn met onder meer behulp van Collectie Risico Management en Agenda 22 goed op elkaar af te stemmen.

Het samenspel tussen natuur en cultuur dat besloten ligt in landgoed Oud Amelisweerd is eveneens de intrinsieke waarde van het werk van Armando. Hier ligt een inspirerende mogelijkheid voor de ontwikkeling van het bezoekerscentrum van Oud Amelisweerd als centrum voor natuur- en cultuureducatie.

Niet alleen het Armando Museum dat op zoek is naar een nieuwe locatie en Oud Amelisweerd dat op zoek is naar een passende wijze van openstelling zijn hierbij gebaat. Deze combinatie is ook een stap op de weg naar meer provinciale samenwerking en een provinciale museale en erfgoed infrastructuur.

De vestiging van het Armando Museum in Oud Amelisweerd is een belangrijke bijdrage aan de ambities van Utrecht in het licht van de Vrede van Utrecht in 2013 en Utrecht Culturele Hoofdstad van Europa in 2018.

Wanneer betrokken overheden en instellingen zich aan dit initiatief committeren, kan overgegaan worden tot de definitiefase waarin een ondernemings- en huisvestingsplan kan worden opgesteld. Op basis hiervan kan een definitief go/no go besluit worden genomen.

Inleiding

Het Armando Museum was tot de brand van 3 jaar geleden gehuisvest in de Elleboogkerk in Amersfoort. In afwachting van renovatie van de Elleboogkerk is het Armando Museum tijdelijk ondergebracht in het Rietveldpaviljoen De Zonnehof. De Elleboogkerk is eigendom van de gemeente Amersfoort. De financiering van de renovatie is rond; het wachten is op een besluit van de gemeente om de renovatie daadwerkelijk in gang te zetten. Het Armando Museum maakt deel uit van de Amersfoortse museumstichting Amersfoort in C. De privé-collectie van Armando is in bruikleen gegeven bij een speciaal daartoe opgerichte Armando Stichting. De Armando Stichting heeft dit bruikleen doorgeven aan het Armando Museum. De Armando Stichting heeft contractuele afspraken met de Gemeente Amersfoort om de Armando Collectie als één geheel te presenteren in Amersfoort.

Onder druk van de bezuinigingen overweegt de gemeente Amersfoort het Armando Museum niet meer te huisvesten in de Elleboogkerk. Omdat naar het oordeel van de besturen van Amersfoort in C en de Armando Stichting de gemeente Amersfoort dan geen adequate alternatieven te bieden heeft voor museale presentatie van de Armando Collectie in Amersfoort, oriënteren deze organisaties zich op provinciaal niveau of alternatieve huisvesting van het Armando Museum mogelijk is en museale synergie te bereiken valt door samenwerking met het Centraal Museum en provincie en stad Utrecht.

Gemeente Utrecht en het Centraal Museum, dienstonderdeel van de gemeente Utrecht, hebben een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor een publieksbestemming voor landhuis Oud Amelisweerd. Daartoe is ook een bestuursopdracht verstrekt aan het Centraal Museum. Uitgangspunt daarbij is liever honderd jaar behoud bij een publiekstoegankelijk huis dan vierhonderd jaar behoud van een gesloten huis. Een eerste oriëntatie vanuit Amersfoort in C en het Centraal Museum heeft uitgewezen dat het Armando Museum mogelijk de passende bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd kan zijn. Deze mogelijkheid zou de gemeente Amersfoort kunnen ontslaan van de verplichting de Elleboogkerk als museum te herbouwen en toch aan de contractuele verplichtingen met de Armando Stichting tegemoet te komen. Ook kan op deze wijze mogelijk substantieel worden bijdragen aan de bezuinigingsdoelstelling die Amersfoort in C voor de komende jaren wordt opgelegd.

De gemeente Amersfoort heeft aangegeven de besluitvorming over renovatie van de Elleboogkerk en daarmee samenhangend de toekomst van het Armando Museum te willen aanhouden tot uitvoering is gegeven aan een onderzoek waarmee de wenselijkheid en haalbaarheid van herhuisvesting van het Armando Museum in Oud Amelisweerd kan worden beoordeeld. De gemeente Amersfoort heeft de besluitvorming over de Elleboogkerk opgeschort tot 1 december aanstaande.

In de periode 5 november tot 1 december 2010 is uitvoering gegeven aan een  haalbaarheids- onderzoek naar mogelijke herhuisvesting van het Armando Museum in landhuis Oud Amelisweerd. In deze rapportage worden de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek gepresenteerd. De rapportage bevat een eerste uitwerking van de conceptuele, ruimtelijke en organisatorische aspecten van herhuisvesting van het Armando Museum in landhuis Oud Amelisweerd. Deze mogelijke herhuisvesting wordt daarbij geplaatst in de context van verdergaande museale samenwerking, niet alleen tussen de musea in Utrecht en Amersfoort, maar ook in provinciaal perspectief.

Het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Amersfoort in C. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van alle direct betrokken partijen heeft in zeer korte tijd de nodige inzichten boven tafel gebracht. Daarbij is ingezoomd op belangrijke vragen als:

–  is het Armando Museum een passende bestemming voor het landhuis?

–  Leent het landhuis zich voor een museale presentatie van de Armando Collectie?

–  Welke investeringen moeten worden gedaan en hoe kunnen die worden gefinancierd?

–  Is er zicht op gezonde exploitatie op termijn?

–  Welke middelen zijn nodig om een overgangsperiode te financieren en in welke mate zijn partijen bereid daaraan bij te dragen?

Aan de werkgroep hebben de volgende personen deelgenomen:

–  Gemeente Utrecht.

–  Gemeente Amersfoort.

–  Provincie Utrecht.

–  Armando Stichting.

–  Amersfoort in C

Het haalbaarheidsonderzoek betreft een verkenning van een mogelijke herhuisvesting. In termen van planontwikkeling gaat het hierbij om de initiatieffase, waarbij de mogelijkheden worden verkend en een plan op hoofdlijnen wordt gemaakt. Op basis van deze inzichten kan nog geen definitief go/no go besluit worden genomen. Wel kan worden vastgesteld of het plan op draagvlak kan rekenen bij direct betrokken partijen en of zij bereid zijn medewerking te verlenen aan de volgende fase van planontwikkeling: de definitiefase. In de definitiefase zal een concreet ondernemingsplan en daarmee samenhangend huisvestingsplan worden opgesteld, aan de hand waarvan een definitief go/no go besluit kan worden genomen.

1. Inhoudelijke verkenning

Armando Museum in Oud Amelisweerd en Museale samenwerking in provinciaal perspectief

Tussen Amersfoort en Utrecht bevindt zich de Amersfoortse weg, beter bekend als de N237.  De weg van Amersfoort naar Utrecht werd tussen 1647 – 1656 aangelegd door Jacob van Campen. Het was destijds de breedste weg van ons land en werd dan ook de ‘wegh der weegen’ genoemd. De elf kilometer lange weg over de uitgestrekte heide tussen Amersfoort en Utrecht was opgezet volgens het klassieke ideaal dat in de Gouden Eeuw opgang maakte in de Republiek. De lijnrechte weg had een monumentaal karakter, bedoeld voor de aanleg van buitenplaatsen voor de stedelijke elite. De ‘weg der weeghen’ die Amersfoort en Utrecht met elkaar verbindt, een weg die buitenplaatsen en steden met elkaar verbindt staat symbool voor de weg, die in onderstaand stuk wordt beschreven.

Utrecht is de vijfde monumentenstad van Nederland. Via de monumenten ontdekken vele toeristen de musea van Utrecht.  Gezamenlijk zijn zij de zichtbare dragers van de stadshistorie: zij verbinden kennis en cultuur daadwerkelijk met elkaar. Maar de ontdekking van de veelzijdige diamant Utrecht houdt niet op bij de grenzen van de stad. Zij gaat verder in de landschappen die de stad omringen én de monumenten die zich in dit landschap bevinden. Eeuwenoude zichtassen verbinden de stad en het landschap via de monumenten die begin en eind van de zichtas uitmaken.

Oud Amelisweerd is hiervan een aansprekend voorbeeld. Vanuit landhuis Amelisweerd loopt een zichtas naar de Domtoren. Ooit stonden de klokken van de Domtoren en Oud Amelisweerd gelijk. Herbestemming van Oud Amelisweerd voor het Armando Museum biedt zicht op een nieuwe aansprekende verbinding tussen stad en landschap. Daarnaast betekent het een bijzondere versterking van het museale aanbod in stad en provincie.

Het Armando Museum in Oud Amelisweerd

Het Armando Museum is een specialistisch museum, evenals de andere veertien musea van Utrecht. Het is een uniek museum van een excellente kwaliteit, dat bezoekers uit binnen- en buitenland trekt. Het beheert, behoudt en exposeert het werk van beeldend kunstenaar Armando (Amsterdam, 1929), die behoort tot Nederlandse meest vermaarde kunstenaars van na WO II.  Evenals Gerrit Rietveld werkt Armando vanuit een puur individuele noodzaak. Net als Rietveld echter voelt Armando de tijdgeest bijzonder goed aan. Beiden werden daarmee tot vormgever van het na-oorlogse kunstlandschap. Rietveld en Armando overstegen en overstijgen hun tijd in een oeuvre met een internationale reikwijdte en betekenis.

Het werk van Armando bevindt zich in talrijke musea en belangrijke particuliere en bedrijfscollecties in binnen- en buitenland. Het Armando Museum is het enige museum in Nederland voor een nog levende kunstenaar. Een kunstenaar bovendien, wiens werk nauw verbonden is met de geschiedenis en het  landschap van de provincie Utrecht. Deze geschiedenis en dit landschap transformeert hij in kunstuitingen met een grote eigenheid en esthetische kwaliteit. Door Armando’s bewerking krijgen lokale gebeurtenissen een universele en existentiële lading. De anekdote wordt  verheven tot een voor een divers publiek universeel herkenbaar verhaal.

Huis, tuin en collectie vormen inspirerend Gesamtkunstwerk

Zoals Oud Amelisweerd huis, interieur en tuin verbindt tot een Gesamtkunstwerk verbindt het Armando Museum alle disciplines van Armando met elkaar. Armando is een van de weinige homines universales van onze tijd. Hij is een Gesamtkunstenaar in de klassieke (romantische) zin van het woord. In zijn oeuvre streeft Armando naar een ideaal samenspel van alle kunstvormen waarin hij werkt. Zijn literaire en journalistieke teksten, zijn schilderijen, beeldhouwwerken, keramiek, tekeningen, theaterwerk, films en muziek hebben één grondtoon.  Zoals het landhuis Oud Amelisweerd inspiratie uit het Oosten en het Westen met elkaar verbindt in één harmonisch samenspel verbindt het Armando Museum het werk van Armando met zijn inspiratiebronnen in één museaal programma. De collectie Afrikaanse beelden van de Ivoorkust, de collectie Werken op papier (waaronder een grote verzameling outsider art), en de documentaire collectie (waaronder een grote verzameling literatuurgeschiedschrijving en kunstboeken) maken op termijn deel uit van de collectie van het museum. Tenslotte verbindt het werk van Armando evenals huis en tuin van Oud Amelisweerd, zowel inhoudelijk als fysiek landschap en kunst, ‘binnen- en buitenwerelden’ met elkaar. Armando was de eerste kunstenaar in Nederland die betekenis toekende aan het landschap. Deze betekenis past naadloos op de collecties die Oud Amelisweerd verbindt en de plek die het huis inneemt in het landschap.

Armando Museum en het Centraal Museum

De komst van het Armando Museum naar Utrecht biedt op de diverse collectie-onderdelen van het Centraal Museum een verrijking en versterking. Met het Armando Museum in Oud Amelisweerd wordt de bijzondere Armando-collectie van het Centraal Museum opgenomen in het grote geheel van het werk van Armando. De Armando Collectie van het Centraal Museum bestaat uit 24 werken van 1953 tot 1988 en is bijeengebracht door één conservator, de Tsjechische vluchtelinge Libuse Brozek. Zij vond in Utrecht een nieuw thuis en in het Centraal Museum een inspirerende werkomgeving. Libuse Brozek kocht Armando aan, evenals andere kunstenaars die op dat moment nog relatief onbekend waren waaronder Marlene Dumas. Brozek bleef Armando trouw tot haar plotselinge dood in 1996. Elk jaar verwierf zij één of meerdere werken voor het Centraal Museum.

De keuze voor het werk van Armando legde mede de basis voor het feit dat de collectie Moderne Kunst van het Centraal Museum tot de beste van Nederland is gaan behoren.  Met haar dood stopte ook de verwerving van het werk van Armando door het Centraal Museum. De komst van de Armando Collectie van Amersfoort naar Utrecht vult de ontbrekende periodes en thema’s in de collectie van het Centraal Museum prachtig aan. Een bruikleen van de Armando Collectie van het Centraal Museum aan het Armando Museum in Oud Amelisweerd is een fascinerende gedacht die inspirerende mogelijkheden biedt voor het veel beter en veelvuldiger zichtbaar maken van deze bijzondere collectie van het Centraal Museum.

Het Centraal Museum beheert ook de collectie van de Stichting Van Baaren Museum. Deze collectie bevat een substantiële hoeveelheid Hollandse en Franse schilderkunst rond het thema landschap, licht en kleur. Deze collectie wordt weerspiegeld in de Armando Collectie waarvan het landschap en haar betekenis de belangrijkste dragers zijn.

Met het Armando Museum komen tevens twee collecties hedendaagse tekeningen naar Utrecht: de collectie tekeningen van Armando zelf van 1953 tot heden en de collectie tekeningen van andere kunstenaars (ruim 300) waaronder een belangrijke verzameling outsider-art. Deze collecties vormen een bijzondere en specifieke aanvulling op c.q. uitbreiding van de collectie hedendaagse tekeningen die het Centraal Museum sinds 2010 beheert.

Armando is een prominente vertegenwoordiger van de Nederlandse avant-garde van de tweede helft van de twintigste eeuw. Samen met collega-kunstenaars Henk Peeters, Jan Schoonhoven, Jan Henderikse, Kees van Bohemen vormde hij de Nederlandse Informele Groep en de Nederlandse NUL-groep (Zero).  Zij legden de basis voor de vernieuwing van de na-oorlogse moderne kunst.  Het Centraal Museum bezit werken van al deze kunstenaars. In de lijn van ZERO werken kunstenaars zoals ondermeer Rob van Koningsbruggen en Joost Baljeu, eveneens vertegenwoordigd in het Centraal Museum. Met de komst van het Armando Museum wordt de bron van deze werken specifieker en zichtbaarder.

Armando Museum en de Vrede van Utrecht 2013

De filosoof Adorno zei: ‘het is barbaars na Auschwitz nog een gedicht te schrijven’. Armando en zijn werk zijn internationaal erkende voorbeelden van het tegendeel. Het is juist de kunst en haar scheppende kracht die het bijzondere vermogen heeft tot verwerking en heling van oorlogservaringen in het persoonlijke leven van de mens. Het werk van Armando verwijst zowel thematisch als in het elementaire karakter van de door hem gebruikte materialen en vormen telkens weer op een nieuw begin. Het werk is symbool voor creativiteit en vernieuwing. Deze vernieuwing is voor de mensheid en de geschiedenis van levensbelang.  De komst van het Armando Museum naar Utrecht geeft daarmee een wezenlijke inhoudelijke en structurele uitdrukking aan het thema en de missie van de Vrede van Utrecht.  Daarnaast is de vestiging van het Armando Museum een duurzame versterking van de culturele infrastructuur voor stad en Provincie.

Armando Museum en Utrecht Europese Culturele Hoofdstad 2018

Een mooie metafoor voor het werk van Armando is een boom. Het is als een boom die geworteld is in de geschiedenis van de provincie Utrecht maar zijn takken uitstrekt ver over de grenzen van stad, provincie en land. Armando’s werk is zeer Europees van karakter. Het vindt zijn voeding in een sterke Europese expressionistische traditie. De vertegenwoordigers hiervan,  waaronder ondermeer Vincent van Gogh, Chaim Soutine, Francis Bacon, Leon Kosoff, Baselitz, Egon Schiele, Ludwig Kirchner, Rembrandt en meer hedendaags Marc Mulders, streven naar een wezenlijke, existentiële en archetypische verbeelding van de mens en zijn geschiedenis. De centrale vraag is ook voor Armando: hoe krijgt kunst betekenis. Het is de Europese geschiedenis  en haar grote thema’s, door Armando op bijzondere wijze beschouwd, die aan dit werk betekenis geeft.

Naast een beschouwer, een ‘beobachter’ van de Europese geschiedenis is Armando een reiziger door Europa. Vele jaren woonde hij in Berlijn en beschreef de stad, haar geschiedenis en haar inwoners. Met ‘Armando uit Berlijn’, de column die Armando jarenlang schreef in NRC Handelsblad schreef hij opnieuw Europese geschiedenis. Het betekende een belangrijke herstel van de culturele relaties tussen Duitsland en Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Onder de titel ‘Voorvallen in de wildernis’ beschreef hij Venetië en Toscane.  Wars van grenzen, oordelen en veroordelen verbindt Armando Europese culturen, geschiedenissen, tradities en mensen met elkaar. De vestiging van het Armando Museum in Utrecht, het museum van het werk van deze Europese kunstenaar bij uitstek, een museum dat gericht is op internationale, uitwisseling en promotie betekent daarmee een versterking van het culturele Europese profiel van de stad en de provincie.

Stad en land in verband

Het Armando Museum als nieuwe bestemming voor Oud Amelisweerd geeft mede betekenis aan kunst en erfgoed in een maaschappelijk-historisch verband. Evenals de  Utrechtse museumfamilie in de stad maakt het Armando Museum in Oud Amelisweerd in het landschap de ontstaansgeschiedenis en het verloop van de Utrechtse samenleving in een Europese en universele context op unieke wijze zichtbaar.

De komst van het Armando Museum naar Utrecht is een concrete stap op weg naar meer synergie in de provinciale erfgoedinfrastructuur. Het is in de eerste plaats een uniek voorbeeld van een samenwerking tussen gemeentelijke en provinciale overheden met het oog op het bereiken van een bijzondere en duurzame omgeving voor de Armando Collectie in samenhang met de langgewenste publieke openstelling van Oud Amelisweerd.  Deze symbiose heeft de potentie om op meerdere terreinen tot meer synergie te komen. Aan de ene kant zijn er kansen gelegen op het gebied van een nauwere samenwerking (Utrechtse Trust) tussen de historische buitenplaatsen: de landhuizen en kastelen met (kunst)collecties in de provincie Utrecht (o.a. Huis Doorn, Kasteel Amerongen, Slot Zuylen). Aan de andere kant is er de kans om vorm te geven aan een op den duur provinciaal museaal beleid en programma. Op de weg naar dit toekomstperspectief zijn diverse punten gelegen.

Museale samenwerking

De musea en kunsthal in Amersfoort bewaren en presenteren samen collecties en een programma rond oude kunst en stadsgeschiedenis, moderne kunst waaronder voor- en naoorlogse abstractie (Mondriaanhuis) en Armando (Armando Museum), hedendaagse kunst en architectuur (KadE). Daarnaast is er nog het Rietveldpaviljoen De Zonnehof.

Het Centraal Museum verenigt al deze collecties in Utrecht in één museum. Een uitwisseling van deze collecties, kennis en cultuur met de collecties, kennis en cultuur van de Amersfoortse musea ligt dan ook voor de hand. Inspirerende voorbeelden zouden kunnen zijn: de collectie kunst uit de tijd van Mondriaan (De Stijl) in relatie tot het Mondriaanhuis, het Rietveldpaviljoen De Zonnehof in relatie tot het Rietveld Schröderhuis, een programma Dubbelstad-manifestaties, zoals een Armando-biënnale in Utrecht en Amersfoort (o.b.v. Armando Collectie Centraal Museum, Armando Museum en de Armando-sculpturen van de Gemeente Amersfoort) of een presentatie Provinciale Geschiedenis (o.b.v. de collecties oude kunst en stadsgeschiedenis van Centraal Museum en Museum Flehite). Een provinciaal curatorenoverleg legt hiervoor de basis.

Naast de samenwerking tussen Amersfoort en Utrecht is het van belang ook de kleinere musea in de provincie hierbij te betrekken. Resultaten van deze samenwerking zijn inspirerende programma’s, meer zichtbaarheid van collecties, een verbreding van het publiek, het bevorderen van herhaalbezoek, een versterking van de individuele musea en niet in de laatste plaats een unieke provinciale profilering gedragen door en ingebed in een provinciaal museumbeleid. Op de langere termijn is de gedachte aan een Provinciaal Museum Utrecht (zoals bijvoorbeeld de Tate-organisatie in Londen of de Smithsonian in Amerika) een inspirerende nader te onderzoeken gedachte.

2. Ruimtelijke verkenning

2.1. Landgoed Amelisweerd

Amelisweerd is een van de drukst bezochte Utrechtse recreatieve voorzieningen en trekt ca 1.5 miljoen bezoekers per jaar. Amelisweerd heeft een hoge cultuurhistorische, recreatieve en ecologische waarde. Het landhuis Oud Amelisweerd gelegen aan de Koningslaan 9 in Bunnik, vormt met het koetshuis en de tuinen een fraai ensemble. Het landhuis is centraal gesitueerd in het Utrechtse landgoederencomplex en ligt prominent aan de Kromme Rijn.

Het landhuis is een opmerkelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een aristocratische buitenplaats uit 1770. Het landhuis bevindt zich voor wat betreft het in- en exterieur nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Op de verdieping zijn nog voldoende aanwijzingen van het oorspronkelijke interieur.  Het landhuis heeft door zijn sinds 1770 gaaf gebleven indeling een hoge monumentale waarde. Deze waarde is nog groter door de aanwezigheid van oorspronkelijke interieurafwerkingen in de kamers op de begane grond, met name het 18e-eeuwse Chinese behang is daarbij van wereldklasse. Twee kamers hebben achttiende-eeuwse linnen behangsels met in olieverf geschilderde pastorale voorstellingen. De twee grootste kamers zijn gedecoreerd met eveneens achttiende-eeuwse zeer kleurrijk beschilderde Chinese papieren behangsels. In de periode 1993 -1998 zijn de linnenbehangsels en het behang van de ‘vogelkamer’ gerestaureerd. Het Chinese behang met het drakenbootfestival en de jachtpartij moet nog gerestaureerd worden. De conservering en restauratie dienen een vervolg te krijgen. In de kamers 1.5 t/m 1.8 bevindt zich het monumentale behang. Kamers 1.3 en 1.4 hebben ook antiek behang.

Het landhuis wordt momenteel gerestaureerd. In het voorjaar wordt een klimaatinstallatie geïnstalleerd. Naar verwachting zal de restauratie tegen de zomer van 2011 zijn afgerond. De tuin rondom het landhuis heeft cultuurhistorische waarde. Momenteel wordt onderzocht hoe de tuin kan worden gerestaureerd.

Het zuidelijk gedeelte van het Koetshuis wordt momenteel verhuurd aan De Veldkeuken, die in het pand een eenvoudig bezoekerscentrum met horecavoorziening exploiteert. Het noordwestelijke huis is recent leeggekomen. Het noordoostelijke huis wordt nog bewoond.

Hoewel landhuis, koetshuis en de tuin gelegen zijn op de gemeentegrond van Bunnik, is de Gemeente Utrecht (dienst Stadsontwikkeling, afdeling Vastgoed) privaatrechtelijk eigenaar van het geheel. De gemeente Utrecht werkt, met inbreng van een groot aantal betrokken partijen, aan een “Toekomstvisie Landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen”. Deze toekomstvisie is niet alleen gericht op behoud en herstel van de bestaande kwaliteiten van de landgoederen maar ook op het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe ideeën die de landgoederen meerwaarde en extra of nieuwe kwaliteiten geven. De Toekomstvisie zal begin 2011 worden vastgesteld. Hierbij moet een verantwoorde balans worden gevonden tussen enerzijds behoud van het erfgoed, het ensemble en de cultuurhistorische waarden, en anderzijds een exploitatie van het vastgoed met een juiste vorm van beheer. De gemeente Utrecht denkt voor het ensemble aan een vorm van museale openstelling in combinatie met gedeeltelijke ontvangst/vergaderruimte, (besloten) horecagelegenheden en een publieks/ bezoekerscentrum. Definitieve keuzen moeten nog worden gemaakt.

2.2. Gebruiksmogelijkheden Oud Amelisweerd

Vanuit de ambtelijke organisatie van de gemeente Utrecht (Culturele Zaken, Monumentenzorg, Vastgoed, Centraal Museum, Projectmanagementbureau) is in het kader van dit haalbaarheidsonderzoek een randvoorwaardennotitie opgesteld. Onder verwijzing naar deze notitie en op basis van de inbreng van het Centraal Museum op het gebied van collectiebeheer kan voor landhuis en koetshuis een aantal voorwaarden aangegeven worden waarbinnen (museaal) gebruik zou kunnen plaatsvinden.

–  Voor het behoud van de waarden van het Landhuis is het van belang dat het huis in de huidige staat behouden blijft, waarbij de relatie met het omringende landschap in stand blijft. Het open karakter en de historische opzet van de tuin kunnen niet worden veranderd.

–  Het verkrijgen van grotere expositieruimtes door bijvoorbeeld ruimtes te koppelen, betekent aantasting van de monumentale gaafheid en is niet gewenst. Hetzelfde geldt voor opdelen van bestaande ruimten met nieuwe tussenwanden. Een nieuwe bestemming voegt zich naar de structuur van het gebouw.

–  De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis. Het Centraal Museum gaat uit van een constructieve restauratie en bescherming van het behang gericht op toegankelijk maken voor het publiek.

–  Voor het museale binnenklimaat van het landhuis baseert het Centraal Museum haar besluiten op de richtlijnen van Collectie Risico Management (zoals neergelegd in: Klimaatwerk. Richtlijnen voor museaal binnenklimaat, Bart Ankersmit, 2009).  Met CRM  wordt recht gedaan aan zowel de collecties (Chinese behangsels en Armando Collectie), het gebouw en de waarden die in beide besloten liggen. Voortvloeiend uit de keuze van de Gemeente Utrecht voor openstelling van het landhuis staat verantwoorde ontsluiting voor publiek voorop.

–  Ten aanzien van publieksaantallen is ambtelijk als norm meegegeven: maximaal 20 personen begane grond en 20 bovenverdieping tegelijkertijd. In totaal dus 40 personen tegelijkertijd in het landhuis. Uitgaande van een gemiddelde verblijfsduur van 2 uur betekent dit maximaal 160 personen per dag. Bij 300 dagen openstelling ligt er dus een bovengrens van (afgerond) 50.000 bezoekers.

–  De gemeente Utrecht stelt in ‘Agenda 22’ eisen t.a.v. de toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Het is de vraag of aan al deze eisen kan worden voldaan in het landhuis. Om ook de bovenverdiepingen bereikbaar te maken voor gehandicapten zou een liftvoorziening moeten worden aangebracht, hetgeen op gespannen voet staat met de eisen vanuit Monumentzorg. Op dit punt zal nog een creatieve oplossing moeten worden bedacht. Dit geldt voor elke mogelijke publieksbestemming.

–  De zolder is toegankelijk via twee kleine trappen, waardoor een brandweereis voor de groepsgrootte en gebruik geldt. Een nadere uitwerking van de eisen ten aanzien van brandveiligheid wordt nog opgesteld. Hierover wordt nauw contact onderhouden met de brandweer Bunnik. Vooralsnog is door de brandweer aangegeven dat een bezoekersnorm van 40 personen tegelijkertijd adequaat lijkt.

–  Voor een groep van 40 personen is de toiletcapaciteit op dit moment niet voldoende. In het naastgelegen koetshuis kan in aanvullende toiletcapaciteit worden voorzien.

–  In het Koetshuis moet een bezoekerscentrum worden geopend met informatie en educatieve activiteiten die betrekking hebben op het totaal van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen. Horeca-activiteiten en catering kunnen in het Koetshuis worden gesitueerd. Door herstel van de koetsstalling komt een zaal van 11 x 7 meter ter beschikking voor ontvangsten e.d. en is een verbetering als bezoekerscentrum mogelijk. Dit vergt een wijziging in de bestemming, procedures hiervoor moeten nog in gang worden gezet. Het beoogd gebruik, uit te voeren activiteiten, bezoekersprognoses die hieruit voortkomen mogen niet strijdig zijn met de nog vast te stellen “Toekomstvisie Amelisweerd”.

–   Parkeergelegenheid voor de gasten is beschikbaar op ankerplaats P3 aan de provinciale weg, daarna kan de bezoeker te voet naar het Oud Amelisweerd. Het gaat hier om 144 plaatsen. Dat is toereikend voor normaal museumbezoek. Eventuele bussen kunnen laden en lossen op ankerplaats P3 en vervolgens parkeren op de Uithof. Vandaar wandelt men in 20 minuten naar Oud Amelisweerd.

2.4. Conclusie ruimtelijke inpassing

Het plan voor het Armando Museum in Oud Amelisweerd gaat uit van een samenspel van de Armando Collectie met de bestaande context van het monumentale landhuis inclusief de aanwezige behangcollectie, het koetshuis en de directe omgeving. Het plan gaat daarom uit van intact houden van de aanwezige structuur van het landhuis. Er zijn derhalve geen noemenswaardige bouwkundige aanpassingen nodig. Het landhuis zal wel moeten worden voorzien van een museale inrichting. Het Armando Museum heeft hiervoor zelf de benodigde financiële middelen. Het aantal m2 dat in het landhuis voorhanden is verhoudt zich goed tot het programma van wensen van het Armando Museum, waarbij de functies van museumwinkel, museumcafé en ontvangstruimte geprojecteerd worden in de ruimten van het koetshuis, in samenhang met het beoogde bezoekerscentrum.

De maximale publiekscapaciteit van 40 bezoekers gelijktijdig (20/20) past bij de kalme bestemming die het Armando Museum is.

Een mogelijk knelpunt doet zich voor ten aanzien van de toegankelijkheid van de bovenverdiepingen. Toegang van de bovenverdieping voor minder validen is een randvoorwaarde voor publieke openstelling. Een eenvoudige liftvoorziening is daarbij de meest wenselijke vorm.

De gegevens van de klimaatinstallatie zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. Waarschijnlijk is er gekozen voor Conservation Heating, het meest gebruikte klimaatsysteem om temperatuur en luchtvochtigheid te reguleren in monumentale gebouwen. Er zal verder onderzoek nodig zijn door het Armando Museum en het Centraal Museum om na te gaan of er met name op de eerste verdieping aanvullende, mogelijk objectgebonden, maatregelen nodig zijn voor de inpassing van de Armando Collectie. Het Armando Museum werkt hierbij eveneens op basis van Collectie Risico Management. Niet alle objecten zijn immers in gelijke mate gevoelig voor een mogelijk niet optimaal museaal binnenklimaat.

Op basis van bovenstaand concluderen wij dat de belangrijkste randvoorwaarden die landhuis- en landgoed Amelisweerd vragen niet strijdig zijn met de behoeften van het Armando Museum en haar collectie.

Commentaar: Hoofdstuk 2.3 ontbreekt in deze publieksversie van de rapportage haalbaarheidsonderzoek. Bij de versie in de raadsinformatiebrief 2010-136 van de Gemeente Amersfoort ontbreekt het hele hoofdstuk 2.

Blogosfeer en plagiaat: de affaire Helene Hegemann

WikiLeaks heeft een vanzelfsprekendheid doorbroken. Namelijk dat gedrukte media onmisbaar zijn. Internet is in opkomst. Om dat proces te bespoedigen heeft Julian Assange samenwerking gezocht met prestigieuze gedrukte media als The Guardian, El País, Le Monde, Der Spiegel en The New York Times.

Bloggers worden gerekend tot de burgerjournalistiek. Ze verschillen onderling enorm. Soms opereren ze alleen, soms zijn ze onderdeel of verlengstuk van een organisatie die iets wil bereiken. Soms zijn ze idealistisch, soms commercieel. Soms zijn ze goed ingevoerd in een onderwerp, soms niet. Soms houden ze zich aan journalistieke codes, soms niet.

In Duitsland zorgde de jonge schrijfster Helene Hegemann in januari 2010 voor veel ophef. Haar roman Axolotl Roadkill werd goed ontvangen. De Franse L’Express zag in Hegemann de Berlijnse Sagan en het Duitse Bild Charlotte Roche. Hegemann die ook een succesvol actrice en regisseuse is werd de hemel in geprezen voor haar rauwe roman met sex, drugs en rock and roll over de generatie nul.

In februari 2010 kwam de omslag. Het wonderkind werd een total loss om met de grote schrijver te spreken. Blogger Deef Pirmasens wees op zijn blog gefuehlskonserve.de op de gelijkenissen tussen Axolotl Roadkill en de roman Strobo van de Berlijnse blogger Airen. Had Helene Hegemann alles gejat, Alles nur geklaut?

Plagiaat is het overnemen van andermans werk zonder correcte bronvermelding. Auteurs als Sonja Bakker, René Diekstra of Adriaan van Dis werden ervan beschuldigd. Ernst van Alphen maakt onderscheid in soorten plagiaat: Plagiaat is altijd verwerpelijk, maar Van Dis maakt het hier wel erg bont. Hij zet zich in Een Barbaar in China continu af tegen de opinie van zogenaamde Chinakenners. Zijn visie op China zou authentiek zijn, want hij is een leek, een toerist. Zo probeert hij zijn lezers te winnen voor zijn overwegend negatieve visie op China. Van Dis’ visie is echter weinig authentiek wanneer deze voor grote gedeeltes overgeschreven is van Vikram Seth.

Plagiaat kent dus een overtreffende trap. Betrapte auteurs verdedigen zich doorgaans dat ze vergaten waren iets gelezen te hebben dat ze zich blijkbaar onbewust eigen hadden gemaakt. Dat betreft dan zinswendingen, zeldzame feitjes of meningen. Daar moeten we maar niet te moeilijk over doen in onze sample-cultuur, hoewel een bronvermelding voorwaarde blijft. Maar waar het paginalange citaten of de kunstmatige pose van Van Dis betreft past kritiek. Bij Hegemann gaat het slechts om gelijkenissen in passages.

Bloggers lusten er ook pap van. Gedrukte media en Wikipedia worden leeggeplukt om eigen teksten met gejatte citaten op te pimpen. Lenen van anderen wordt maatschappelijk aanvaard, maar dan mag een correcte bronvermelding niet ontbreken. Bloggers die dat nalaten bezorgen de blogosfeer een beroerde naam.

Door ontwikkeling en opkomst van de serieuze journalistiek op internet wordt het echter tijd voor nader onderscheid. The Huffington Post, WikiLeaks, Politico, Salon of Slate zijn onvergelijkbaar met minder journalistieke uitingen. Journalisten van gedrukte media hebben gelijk in hun kritiek op de jatters van de blogosfeer. Maar ze vergeten dat zij voor hun berichtgeving vaak even een rondje Slate, Huffington of Politico doen. Soms roepen de zichtbare restanten van die strooptocht in hun kolommen een voldane glimlach op.

In de afloop van de affaire Helene Hegemann heeft consensus overwonnen. Na de onthulling door Deef Pirmasens gaf Hegemann toe voor haar roman passages van Airen gebruikt te hebben. Maar vervolgt Wikipedia: Hegemann gab dabei zunächst an, den Roman selbst nicht zu kennen, sondern die Passagen aus Airens weitgehend textidentischem Blog übernommen zu haben. Kurz darauf wurde jedoch bekannt, dass im August 2009 Airens Buch über den Amazon-Account ihres Vaters bestellt worden war.

Helene Hegemann heeft dus met andermans veren gepronkt, zoals SuKuLTuR Verlag antwoordt op de verdediging van Hegemann en uitgeverij Ullstein. Helmut Krausser heeft gelijk als-ie zegt: Diefstal blijft diefstal. Ondanks alle mooie praatjes van Hegemann en haar uitgever. En de roman Strobo van Airen die door Hagemann geplukt werd is in de herfst van 2010 als pocketboek bij Ullstein verschenen. Eind goed, al goed. Het ongenoegen is afgekocht. Sex, drugs en rock and roll moeten immers verkocht worden.

Foto: Omslag Axolotl Roadkill van Helene Hegemann

Wilders volgens de VS

De Engelse krant The Guardian beantwoordt lezersvragen over nog te verschijnen documenten van Cablegate. Een lezer wilde iets weten over Geert Wilders. Simon Jeffery maakte er onderstaand commentaar van.

Het gaat deels over de opwinding rond Fitna. Balkenende, Verhagen en Hirsch Ballin waarschuwen in het najaar van 2007 en het voorjaar van 2008. Maar dat doen ze zo fervent dat ze eerder olie op het vuur gooien.

Wilders kan volgens Amerikaanse documenten geen vriend van de VS genoemd worden. Da’s opmerkelijk omdat Nederlandse opposanten van Wilders vaak van wel beweren. Opnieuw blijkt door de Amerikaanse documenten en het commentaar van Simon Jeffery dat Wilders voor anderen moeilijk te plaatsen valt. Zelfs voor Amerikanen:

Geert Wilders is a far-right Dutch MP most notorious for his 2008 anti-Qur’an film, Fitna – which juxtaposed verses from the Qur’an besides images of the 9/11 attacks. One cable reveals that the Dutch government had been discussing strategies for what to do if one of its citizens carried out such a provocative act “since the Danish cartoon crisis” of 2005, a foreign ministry official told US diplomats. A security committee had been meeting “intensively” since October 2007, when the Dutch government first learned of Wilders’s plans.

Violence was feared against Dutch interests abroad, and contingency plans were made for disorder in the Netherlands‘ four largest cities, though the same official said it was thought “Wilders fatigue” might blunt reactions at home. He said the justice, foreign and interior ministers had met with Wilders to caution him against the film, but the Dutch government believed it “critical to avoid the appearance [it] would try to censor the film”.

There was no date for the release of Fitna but in the run-up to it being put on a video-sharing website in March 2008, the US embassy in The Hague sent the state department updates on when the film might emerge. In January 2008, the state department sent an advisory marked as “secret” to all consular and diplomatic posts warning of anti-Dutch demonstrations and the possibility the film could “generate anti-European/anti-western protests”. It gave the diplomatic and consular posts a pre-cleared message to issue to US citizens in the event of demonstrations.

Wilders was evidently of some interest to US diplomats. His first mention in the cables comes after he was expelled from the centre-right VVD in 2004 and speculated that he might use the EU constitution referendum to build a political base. A later briefing on Dutch politics for Barack Obama notes Wilders’s new Freedom party was the Netherlands’s fastest growing and describes him as “no friend of the US”, especially in his opposition to Dutch military involvement in Afghanistan. It says the “golden-pompadoured, maverick parliamentarian Geert Wilders, anti-Islam, nationalist Freedom party remains a thorn in the coalition’s side, capitalising on the social stresses resulting from the failure to fully integrate almost a million Dutch Muslims.”

Foto: Geert Wilders in Nashville, Tenessee, VS; mei 2011

Onderzoek Armando Museum roept vragen op

In november 2010 verscheen De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek van de Stichting Amersfoort in C. Het rapport zoals dat aan Raadsinformatiebrief 2010-136 van de Gemeente Amersfoort werd toegevoegd is hier te downloaden. Hoofdstuk 2. Ruimtelijke verkenning ontbreekt. Zie hier voor een vollediger publieksversie.

Het rapport roept bestuurlijke, politieke, organisatorische, museale, cultuurhistorische en zelfs relationele vragen op. De belangrijkste vraag wordt niet beantwoord, namelijk wie er aan het woord is. Het blijft onduidelijk welke persoon eindverantwoordelijk is voor het rapport en wie er aan hebben meegewerkt. Nergens wordt naam noch functie genoemd. Weliswaar wordt gezegd dat een werkgroep is betrokken bij het haalbaarheidsrapport, maar belanghebbenden worden genoemd door de organisatie die ze vertegenwoordigen. Zoals Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort, Provincie Utrecht, Armando Stichting en Amersfoort in C.

Onduidelijk is dus welke geledingen betrokken zijn bij deze eerste fase van een haalbaarheidsonderzoek. Want het maakt verschil of het initiatief louter een verkenning is door enkele openbare bestuurders uit de provincie Utrecht of dat in deze fase al museale en cultuurhistorische vakmensen meepraten. Deze onduidelijkheid is de zwakte van het rapport dat zelfs een voorschot neemt op een uitkomst die vakinhoudelijk lijkt te zijn beredeneerd maar het niet is.

1. Amersfoort
Het Armando Museum was gehuisvest in de Amersfoortse Elleboogkerk en werd op 22 oktober 2007 door een brand verwoest.  De oorzaak is door de politie nooit vastgesteld. Theo Vermeulen plaatst vragen bij brandveiligheid van musea. Dat betreft niet de oorzaak van een brand, maar de aanwezigheid van brandsignalering en brandvertragende middelen, dus brandpreventie. Vraag blijft of daar in de Elleboogkerk voldoende in was voorzien. Ton Cremers twijfelt daaraan.

Het Amersfoortse gemeentebestuur verbreekt in 2010 eenzijdig de belofte tot herbouw. Het brengt in juli 2010 toenmalig directeur van Amersfoort in C Gerard de Kleijn tot kritiek: Het gemeentebestuur wijzigt nu eenzijdig de afgesloten prestatieovereenkomst. Amersfoort in C beschouwt dit als onbehoorlijk bestuur. De Kleijn voorziet wat er gaat gebeuren: Als dit uitstel leidt tot afstel, pleegt het gemeentebestuur woordbreuk. De Kleijn die eind september 2010 vertrekt vindt dus dat Amersfoort woordbreuk pleegt.

Volgens de raadsinformatiebrief heeft Armando een sterke binding met Amersfoort. Het is dan ook geen toeval dat het Armando Museum daar werd gerealiseerd. Volgens een overeenkomst van 15 januari 1998 tussen gemeente, Armando Stichting en Amersfoort in C moet Amersfoort binnen haar mogelijkheden museaal verantwoorde expositieruimte bieden in Amersfoort. Zelfde brief, pagina 8. Anders handelt zij juridisch niet langer in overeenstemming met de overeenkomst. Vraag is of de bezuinigingen die Amersfoort zegt te moeten doorvoeren die leiden tot de sluiting van het Armando Museum in Amersfoort vallen binnen de grenzen van behoorlijk bestuur.

2. Utrecht en Oud-Amelisweerd
Gemeente Utrecht is de eigenaar van landhuis Oud-Amelisweerd. Rentmeester namens Utrecht is Rianne Monster. Zij zit in de werkgroep die de restauratie begeleidt en in het jaarverslag 2007/2008 van het Centraal Museum wordt genoemd:
De wens tot een verruimde openstelling van het kwetsbare interieur noodzaakt verdere planontwikkeling. Daartoe is een brede werkgroep in het leven geroepen bestaande uit Cees Rampart (monumentenzorg gemeente Utrecht) Bart Kluck (bouwhistoricus gemeente Utrecht), Rianne Monster (rentmeester gemeente Utrecht), Errol van de Werdt (Centraal Museum).
In 2008 zijn ook plannen opgesteld voor klimaatonderzoek, verdere conservering en restauratie van de behangsels en breed achterstallig onderhoud. Deze plannen zullen eind 2010 uitgevoerd gaan worden.

Het kwetsbare interieur bestaat uit Chinees behang dat uniek is in de wereld. De restauratie van behang en interieur verklaart de afgenomen toegankelijkheid van Oud-Amelisweerd. Deze tijdelijke situatie eindigt als de restauratie afgerond is. De site van het Centraal Museum zegt:
Oud-Amelisweerd is in 1770 als een zomerverblijf gebouwd voor Baron Gerard Godard Taets van Amerongen. Het huis werd in 1808 verkocht aan Lodewijk Napoleon, koning van Nederland, die in totaal slechts acht dagen doorbracht in het landhuis. Omdat ook de volgende eigenaren, Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein en zijn erfgenamen, het huis nooit intensief bewoonden is Oud-Amelisweerd grotendeels in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
 
Sinds 1990 wordt het landhuis beheerd door het Centraal Museum. Gezien de grote kwetsbaarheid van de unieke behangsels in het huis is het uitsluitend op afspraak voor publiek toegankelijk.  
 
3. Behoud Oud-Amelisweerd
In de museumwereld bestaat altijd spanning tussen een afdeling Tentoonstellingen en Collectie. De laatsten willen behouden en de eersten willen tonen. Da’s geen tegenstelling, maar een inhoudelijk afweging onder museummensen.

Het rapport chargeert de bestemming van het landhuis en introduceert door het toewerken naar de conclusie om het Armando Museum in Oud-Amelisweerd onder te brengen een oneigenlijke tegenstelling: Uitgangspunt daarbij is liever honderd jaar behoud bij een publiekstoegankelijk huis dan vierhonderd jaar behoud van een gesloten huis. Deze constatering gaat voorbij aan de mogelijkheid om het landhuis vierhonderd jaar toegankelijk te maken. Uitdaging is niet de bereidheid om aspecten van tentoonstellen en behoud op een optimale manier te combineren. Daar wordt nu aan voorbijgegaan.

Daarbij komt dat het tonen van een kwetsbare tekening, film of kunstobject van een volstrekt andere orde is. Dat kan anders niemand zien. Maar het Armando Museum hoeft helemaal niet in Oud-Amelisweerd ondergebracht te worden. Ook daarom gaat in dit geval de tegenstelling tussen tentoonstellen en behoud niet op. De aard van het werk van Armando past evengoed in een betoog dat erop aanstuurt om zijn werk in een industriële, modernistische omgeving te exposeren. Bij Armando is een 18de eeuwse omgeving niet noodzakelijk.

4. Conservation Heating en luchtvochtigheid
Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf in een natuurgebied dat in de winter praktisch onleefbaar is door de kou. Het kan niet verbouwd worden. Voor het behoud van behang en interieur is het principe van conservation heating leidend. Er kan slechts spaarzaam bijverwarmd worden om de luchtvochtigheid niet te hoog op te laten lopen. Want vocht bespoedigt het verval. In de praktijk betekent dit dat de binnentemperatuur niet meer dan 5 graden Celsius boven de buitentemperatuur gebracht kan worden.

Dit maakt Oud-Amelisweerd in de winter praktisch onbruikbaar als publieksbestemming. In het verleden vonden vanwege de kou publieksactiviteiten dan ook doorgaans niet in de winter plaats. Daarbij komt dat relatief grote aantallen bezoekers de luchtvochtigheid doen toenemen.

Bart Ankersmit van het Instituut Collectie Nederland (ICN) is specialist op het gebied van museaal binnenklimaat. Hij in 2003 begonnen met een meer geïntegreerde aanpak van de verschillende bedreigingen middels een risicoanalyse van een museale collectie. Vanaf dat moment wordt actief geparticipeerd in de ontwikkeling van risicomanagement. De nieuwe klimaatrichtlijnen die hij heeft ontwikkeld kunnen dienen als instrument om te bepalen of een museale presentatie in Oud-Amelisweerd mogelijk is.

5. Inrichting Armando Museum
Los van het erfgoed-aspect is Oud-Amelisweerd geen praktisch huis om exposities van schilderijen te huisvesten. Het Chinese behang op de beletage beperkt het hangen van schilderijen. De muren zijn immers onbruikbaar. De werken van Armando zijn doorgaans van een groot formaat. Op de eerste verdieping zouden in de acht vertrekken maximaal 24 schilderijen of iets meer kleinere werken gehangen kunnen worden. De zolders zijn onhandig door de vele schuine wanden en ongelijke vloerdelen. Sculpturen en keramiek kunnen los van de wand geplaatst worden.

De vraag dringt zich op wat de ondergrens aan het aantal kunstobjecten is om tot een Armando Museum te komen. In elk geval stelt de aard van Oud-Amelisweerd diverse beperkingen aan de inrichting. Het lijkt dan ook verstandig om niet in een tunnelvisie te belanden en uitsluitend op Oud-Amelisweerd te focussen. Dan redeneert men los van de feiten altijd naar een gewenste conclusie toe. Voorkeur verdient het tegelijkertijd vergelijken van diverse locaties.

6. Centraal Museum en Armando Museum
Het zou er niet toe moeten doen, maar het kan in dit relaas jammergenoeg niet ongenoemd blijven. Er bestaat een hechte persoonlijke band tussen Edwin Jacobs, de directeur van het Centraal Museum, en Yvonne Ploum, de directeur van het Armando Museum. Zij leven namelijk als man en vrouw.

De intentie om het Armando Museum te huisvesten in een huis dat door het Centraal Museum wordt beheerd heeft de schijn van belangenverstrengeling tegen. Da’s ongelukkig. Het lijkt erop dat de man zijn echtgenote uit de brand helpt. Dat zet het hele haalbaarheidsonderzoek in een merkwaardig daglicht. Zijn alle overwegingen en feiten wel zo objectief als voorgesteld, of wordt er naar een conclusie toegeredeneerd? Het haalbaarheidsonderzoek heeft de schijn tegen.

Om een en ander recht te trekken zouden Amersfoortse gemeenteraad en -bestuur een onafhankelijk onderzoek moeten bepleiten en de direct betrokken bestuurders op afstand moeten zetten. Zij hebben de schijn tegen nog langer objectief te zijn.

7. Conclusie
Er zitten veel haken en ogen aan de huisvesting van het Armando Museum in Oud-Amelisweerd. De opgewekte toon van de verkennende rapportage die neerkomt op het is moeilijk, maar het moet kunnen is begrijpelijk, maar staat verre van een evenwichtige analyse die alle aspecten laat meewegen. Een zomerverblijf als Oud-Amelisweerd dat niet voor de hand ligt als huisvestiging voor een middelgroot museum vraagt om een inhoudelijk debat.

In een volgende fase kan hopelijk de stap gezet worden om verder te kijken dan de bestuurlijke wil om iets op te zetten. Bij een open en inhoudelijk onderzoek kan de conclusie maar een kant opgaan wat Oud-Amelisweerd betreft: niet doen.

Het Armando Museum hoort thuis in Amersfoort. De gemeente Amersfoort handelt bestuurlijk onbehoorlijk door herhuisvestiging in de Elleboogkerk te blokkeren. Het provinciaal niveau dat in Utrecht voor de cultuur nauwelijks betekenis heeft wordt als noodverband opgetuigd. Twee museumdirecteuren die als man en vrouw leven helpen elkaar. Maar vraag is of Armando, het Centraal Museum, Utrecht, Amersfoort en de cultuursector gediend zijn met een noodverband van zeker 10 jaar.

Het is voor het vervolgonderzoek verstandig om van onderop te werken en de feiten te laten spreken. Specialisten op het gebied van klimaat, behoud, museologie, veiligheid en restauratie dienen aan het woord te komen. Ons erfgoed en cultuurbudget zijn te kostbaar om onbezonnen op te offeren aan een gelegenheidsconstructie die politieke en persoonlijke belangen dient.

Foto: Uniek zijn de originele 18de-eeuwse Chinese behangsels in enkele van de vertrekken van landhuis Oud-Amelisweerd; fotograaf Marco van Duyvendijk

Anti-discriminatie industrie

Overdreven om te stellen dat discriminatie van moslims in Nederland breed wordt gesteund. Het komt voor, zoals vrouwen, joden en homo’s weer door moslims worden gediscrimineerd. Vraag is hoe we discriminatie kunnen verminderen. In elk geval moeten we beide ogen open houden en goed kijken wat er gebeurt.

Men dient altijd te beseffen wat het belang is van diegenen die menen te moeten waarschuwen voor discriminatie. Niet zelden profileren ze zich in hun verontwaardiging en zetten zo een stapje omhoog. Cynisch om te zeggen, maar anti-discriminatie is een serieuze industrie waarin mensen carrière kunnen maken. Vaak is het een herstart van reeds uitgespeelden zoals Mohammed Rabbae of Ed van Thijn, en in zekere zin ook Pim Fortuyn en Geert Wilders.

Het belang van de anti-discriminatie industrie als sector die het publieke debat aanjakkert moet verminderen. Als uitvergrotingen en emoties niet langer het publieke debat domineren, dan kunnen de rust, de bezinning en de consensus weer centraal komen te staan. Zo kunnen mensen tot elkaar komen. Op de schouders van alle aanjagers die etniciteit of religie omvormen tot vehikel voor hun ambitie, carrière of economisch gewin ligt een verantwoordelijkheid om hun eigen belang ondergeschikt te maken aan het algemene belang. De oplossing is tweeledig.

In de buitenlandse politiek dient het conflict tussen Israël en Palestina te eindigen. Het heeft niets te maken met wat er in Europa gebeurt tussen etniciteiten of religies, maar het zorgt voor ruis. Het voedt de anti-discriminatie industrie. Het conflict kent vele problemen door koppigheid aan beide kanten. Externe gematigde krachten dienen Israël en Palestina een vrede op te dringen. De regio zelf is door het eigen morele failliet niet meer bij machte dit zelf te realiseren.

Veranderingen gaan langzaam. Misschien helpt het voor ons voorstellingsvermogen als we verschil maken tussen richtinggeving en realisering. Oftewel, laten we eerst kleine stapjes zetten om te leren lopen. Het ontmoedigt om te beginnen met de bestudering van het wereldrecord marathon. Dat smoort elke lust, zin en initiatief. We moeten onze angst voor het leven verliezen door de levenslust te hervinden. Het is absurd om zoveel chagrijn te tonen in een van de beste en welvarendste landen ter wereld.

Onzekerheid voedt sentimenten die door partijen aan linker- en rechterzijde geëxploiteerd worden. De opbouw van Nederland wordt erdoor verstoord. Nederland komt door deze afleiding niet toe aan fundamentele keuzes over kenniseconomie, duurzaamheid en infrastructuur. Overigens een manier voor de politiek om het eigen gebrek aan lef en ideeën te maskeren.

Een open samenleving met een levendig publiek debat zonder onnodige beperkingen is weliswaar een voorwaarde voor een krachtige democratie, maar waar mensen anderen hun eigenbelang voorspiegelen als algemeen belang vermindert de transparantie van het debat. Het wordt zelfs problematisch als instituties die gelieerd zijn aan de overheden zich erin mengen. Da’s een brug te ver. De correctie door een tegenmacht is nodig. De vorming van een vrijzinnige burgerrechtenweging die het vizier op de rechtsstaat houdt zou uitkomst kunnen bieden.

Foto: Cartoon ‘Discriminatie’ van Opland

Het verkouden woord van CNN

Attraper un rhume, to catch a cold, kou vatten zijn uitdrukkingen die nauw letten. Het juiste werkwoord past alleen bij het juiste naamwoord. Zoniet, dan vat het woord kou. Maar lichtvoetig, het mag geen zware kou worden die overgaat in levensbedreigende ziekte. Hoe dat eruitziet toont onderstaande bewerking. Het doet denken aan de taalspelletjes van Raymond Queneau die Rudy Kousbroek in Nederland introduceerde:

Ook ik zie nooit de vijver CNN. Desalniettemin zie ik stedelijk minder televisie. Slechts Arte, BBC, Canvas en Nederland 2. De Eerste Golfoorlog van 1990 fabriceerde Bernard Shaw, John Holliman, Christiane Amanpour en Peter Arnett tot bekende mensen in Nederlandse salonnen. Teruggezien is hun onafhankelijke stelling wonderbaarlijk. Genoemd de Nieuw-Zeelander Arnett ging zijn eigen overloop.

De opvliegers van CNN pasten in een era van grensoverschrijding. Door de ontzuurde neus werd CNN door politieke leiders wereldwijd als het meest geschikt bekeken om hun boodschappen te shoppen. Geloofwaardige eigen zenders ontremden nog. Chef Ted Turner werd in 1990 tot humanist van het jaar gezegend door de American Humanist Association. Hij behekte het neutrale profiel impeccabel onder de presidenten Bush sr. en Clinton. Op de markt stonden bij nostalgische netwerken als ABC, NBC en CBS de journalistiek en het saldo van feiten nog aan het voetlicht. Ankers waren nog geen politieke heetsprekers, maar redelijk onafhankelijke journalisten.

Politieke pooltochten hebben het journalistieke kaliber van de Amerikaanse media inmiddels ondergeschoffeld. Media hebben zich tot deel van de politieke match laten maken. Het wegblijven van kritiek tijdens de eerste trekking van Bush jr. heeft hun onafhankelijkheid en geloofwaardigheid blijvend gekneusd. Hun oude dikke buiken waren stuk. Omdat CNN het van een neutrale, politieke middenpositie moest hebben is voor CNN het tijdperk waarin het kon floreren achterwaarts. CNN is nostalgie. Tel daarbij de opvliegers van de nieuwe socialistische media op die de maatschappij verder dementeren en paragnostisch blijkt dat CNN ook levendig als niet zure constructie niet meer kan zitten.

Bewerking van: Ook ik kijk nooit meer naar CNN. Sowieso kijk ik steeds minder televisie. Alleen wat Arte, BBC, Canvas en Nederland 2. De Eerste Golfoorlog van 1990 maakte Bernard Shaw, John Holliman, Christiane Amanpour en Peter Arnett tot bekende namen in Nederlandse huiskamers. Achteraf gezien is hun onafhankelijk opstelling wonderbaarlijk. Met name de Nieuw-Zeelander Arnett ging zijn eigen gang.

De opkomst van CNN paste in een fase van internationalisering. Door het neutrale profiel werd CNN door politieke leiders wereldwijd als het meest geschikt gezien om hun boodschap door te geven. Geloofwaardige eigen zenders ontbraken nog. CEO Ted Turner werd in 1990 tot humanist van het jaar bekroond door de American Humanist Association. Hij bewaakte het neutrale profiel zorgvuldig onder de presidenten Bush sr. en Clinton. Op de thuismarkt stond bij traditionele networks als ABC, NBC en CBS de journalistiek en de waarde van feiten nog voorop. Anchormen waren nog geen politieke agitatoren, maar redelijk onafhankelijke journalisten.

Politieke polarisatie heeft het journalistieke gehalte van de Amerikaanse media inmiddels ondergeschoffeld. Media hebben zich tot onderdeel van de politieke strijd laten maken. Het uitblijven van kritiek tijdens de eerste termijn van Bush jr. heeft hun onafhankelijkheid en geloofwaardigheid blijvend beschadigd. Hun oude posities waren stuk. Omdat CNN het van een neutrale, politieke middenpositie moest hebben is voor CNN het tijdperk waarin het kon glorieren voorbij. CNN is nostalgie. Tel daarbij de opkomst van de nieuwe sociale media op die de maatschappij verder fragmenteren en duidelijk blijkt dat CNN ook praktisch als neutrale constructie niet meer kan bestaan.

Foto: Christiane Amanpour op CNN, vermoedelijk in Iran