George Knight

Debat tussen links en rechts

Kunst zonder oren 3

with 11 comments

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Laatste uit een serie van drie.

Wie de nieuwe machthebbers zijn ligt in de toekomst verscholen. Tendens is dat de democratisering wereldwijd afneemt. Chinese, Russische of Indiase burgers krijgen eerder minder dan meer rechten dan burgers in een liberale democratie. Zelfs in het Westen wordt onder het mom van veiligheid de macht van de staat vergroot ten koste van de burgers. Op wat enclaves na ziet het er voor de komende jaren niet best uit wat burgerrechten betreft. Vele islamstaten stevenen af op een culturele kaalslag die de eigen bevolking apathisch achterlaat. Met steeds minder vermogen tot herstel.

De uitdaging voor kunstenaars is om nationale of mondiale tendenzen te verwoorden, te doorbreken en voor het publiek in een geëigende vorm te gieten. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. Kracht van kunst is haar vermogen tot abstractie en haar bijzondere positie. Kunst komt waar politiek moet stoppen.

De Chinese kunstenaar Ai Weiwei is een icoon van onverzettelijkheid die z’n eigen leven op het spel zet en om gematigde democratisering vraagt. Zo groeien kunstenaars, soms samen met wetenschappers en journalisten, in een globaliserende wereld naar elkaar toe. Maar in het vinden van motieven en vormen zullen ze altijd teruggrijpen op hun eigen omgeving die nationaal gericht en cultureel specifiek is. Het kosmopolitisme zweeft daar boven op zoek naar een wereldcultuur. Theoretisch waardevol en in pure uitvoering de meest open houding. Maar onhaalbaar voor de massa en per definitie losgezongen van de lokale situatie.

Een organisatie die zich wenst te versterken moet nimmer bang zijn voor tegengeluid. Juist dat laatste maakt sterk. Zo is het ook met een land. Indirect is de functie van kunst het verzorgen van een tegengeluid. Kunst zet vraagtekens bij het vanzelfsprekende. Kunst maakt burgers sterker. Kunst die niet kritisch kan zijn is geen kunst maar behang. Da’s de overgesausde structuur in de kamer van de macht.

In een brief aan informateur Opstelten stelt in augustus 2010 de Raad voor Cultuur: cultuur als verbindend en mobiliserend element [is] een onmisbare factor. De brief tekent de kloof die bestaat tussen de gepolitiseerde belangenbehartigers en de kunstenaars. Het is de verkeerde cultuurpolitiek van gevestigde instellingen zoals de Raad voor Cultuur die de kunst meer schade doet dan de aanvallen van de PVV. Want ruwheid past meer bij kunst, dan sociopraat die de aard van kunst verhult.

Werking van kunst kan uitgelegd worden, maar hoeft niet verdedigd te worden. Kunst zet op scherp, kunst maakt de omgeving als nieuw en kunst biedt in vrijheid hetzelfde als religie: zingeving, troost en schoonheid. Kunst staat dwars op de consensus, kunst zet vragen bij het vanzelfsprekende. Kunst is de mythe, kunst geeft diepte en kunst biedt mogelijkheden tot identificatie, onderscheid en aanscherping van de geest. Kunst raakt het individu.

De stand van zaken van een democratische samenleving kan afgemeten worden aan steun voor kwetsbaren. Hoogbejaarden, geestelijk gehandicapten en zieken kunnen niet voor zichzelf zorgen. Zo is het ook met kunst. Hoewel de noodzaak voor steun afneemt als kunst meer verbonden raakt aan commercie. Dat kan van geval tot geval bekeken worden.

Net als in het onderwijs en de zorg zijn in de cultuursector de managers, de culturele ondernemers en kunstmakelaars opgedrongen. Hoewel het door de kleinschaligheid en de onderbetaling in de sector gelukkig nog meevalt. Maar de tendens bestaat. Zij eten een groot deel van het budget op. Kunstenaars zijn te verdeeld en te veel met zichzelf bezig om daarop eensgezind te reageren.

Zelfregulering van de sector is de sleutel. Sommige kunst kan niet opereren op een open markt en moet gesteund blijven worden. Daar blijft een compact voorwaardenscheppend administratie- en kenniscentrum voor nodig. Maar alle inspanningen vanuit de overheden dienen vervolgens gericht te zijn op de kwaliteiten van kunst alleen.

Niet het doelgroepenbeleid, de emancipatie, de economie of de politieke bedoelingen dienen leidend te zijn in het cultuurbeleid. Kunst gaat om kunst alleen, anders is kunst geen kunst meer. Dan wordt het een afgeleide van zichzelf. Als macramé van de politiek, de gedomesticeerde variant van kunst die voor de politiek kunstjes mag vertonen.

Algemene maatregelen zijn zinnig voor acceptatie van kunst, maar juist daar is de politiek halfslachtig. Onderwijsprogramma’s over media, kunst en cultuur kunnen behulpzaam zijn voor begripsvorming en draagvlak, maar komen onvoldoende van de grond. Want hoe absurd is het niet dat jongeren -in wat men zegt een beeldcultuur te zijn- niet veel meer dan nu geleerd wordt beelden en kunstuitingen te lezen, te plaatsen en te doorgronden? Ze zijn ongewapend in het mediabombardement. Leren het uiteindelijk wel, maar op een verre van doelmatige manier. Zo missen vele jongeren delen van wat kunst is en kan zijn. Ze blijven hangen in een leerproces, uitgezonderd de hoogopgeleiden die er altijd wel komen.

Cultuurbeleid en kunst is een onderwerp waarover veel te zeggen valt en wat blijft boeien door de vormende en overstijgende rol. Ons zwijgen ontstaat niet vanwege een tekort, maar een teveel aan aspecten. Die veelkoppigheid speelt velen parten. Het terugkerende motief is echter dat kunst geen reputatie heeft en niet wordt gehoord.

Ik ben voorstander van een daadkrachtig cultuurbeleid met een behoorlijk budget. Geen vanzelfsprekendheid zoals een Synovate onderzoek van april 2010 uitwijst. Het recente verleden leert dat cultuurpolitieke daadkracht vaak zijn doel voorbijschiet. Zeker als kunst aangehaakt wordt bij sociaal beleid. Da’s oneigenlijk gebruik van kunst en tekent het wantrouwen van beleidsmakers in de kracht van kunst. De pest voor de kunst is dat politici zich er niet sterk voor wensen te maken en dat besluitmakers menen dat kunst ingezet dient te worden voor andersoortige doelen. Opmerkelijk is dat vele goedwillende specialisten uit de kunstwereld hierin getrokken worden en zich laten corrumpereren. Zonder zelfvertrouwen en ambitie. Het slechte image van kunst en cultuur bij de achterban van alle partijen tekent het ontbrekende draagvlak.

Foto: F.S. Shurpin, De Ochtend van ons Vaderland  (1948) met afbeelding van Joseph Stalin

Advertenties

11 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. @George, in ieder geval weer van je stijl genoten!
    =De stand van zaken van een democratische samenleving kan afgemeten worden aan steun voor kwetsbaren. Hoogbejaarden, geestelijk gehandicapten en zieken kunnen niet voor zichzelf zorgen. Zo is het ook met kunst=
    In ieder geval staat kunst daar in het verkeerde rijtje. De kunst als la Traviata
    Bij steun kan je ook denken aan innovatie, landschappen, geschiedenis.
    Gisteren heb ik je gesteund met kunstopleidingen, vandaag doe ik daar aandacht voor kunst in het onderwijs en de media bij. Daar moet het toch echt bij blijven.
    De popkunst redt zich ook uitstekend (al zijn er nog wat gesubsidieerde poppodia uit de jaren zeventig overgebleven)

    Peter Louter

    14 november 2010 at 15:50

  2. Wij hebben juist een hele goeie cultuurmakelaar, die de sector tot een geheel smeedt. Sinds haar komst zetten de grote instellingen zich in voor het algemeen belang. (Zo bekostigen ze nu een huis aan huis-blad met culturele agenda. Ook schijnen ze te hebben toegezegd het project Cultuur en School te gaan financieren.) Momenteel is zij bezig de kleinere instellingen en producenten zichtbaar(der) te maken.
    @Peter: Ik ken geen enkel poppodium dat niet gesubsidieerd wordt.

    Joke Mizee

    14 november 2010 at 16:17

  3. @Peter
    Dank je voor je waardering onder voorwaarden. Ik denk dat je goed de brede minimumeisen verwoordt die de samenleving aan kunst stelt. Na kunstopleidingen, kunstonderwijs en mediaprogramma’s stopt het. Eventueel aangevuld met een exportsubsidie om naast klompen en tulpen Nederland een hedendaagser imago buitengaats te geven.
    Maar je onderschat hoe arbeidsintensief de productie van kunst is. Hoe duur het is en hoe verwend het publiek is en moeilijk te vermurven om de kostprijs te betalen. Het is onredelijk om dat af te meten aan bijvoorbeeld megaproducties van Andre Rieu of Joop van den Ende die een nationaal of internationaal zakenmodel hebben. En zelfs deze reuzen moeten een beroep op overheidsgelden doen, zoals de samenwerking met omroepen. Kun je nagaan wat voor break-even punt regionale of lokale kunstondernemers hebben.
    Een saillant voorbeeld is de voorbeeldige muziekproductie van Richard III door Orkater met Gijs Scholten van Aschat. Het combineert Shakespeare met Tom Waits. Een waanzinnig succes, goede kritieken en een dankbaar publiek. Maar wat blijkt? Ook als elke voorstelling uitverkocht is, resteert een verlies. Break-even is een illusie. Een reprise wordt lastig omdat dit nieuw verlies oplevert die niet begroot is. Da’s de kunstpraktijk van Nederland. Zelfs hoogstaande kwaliteit kan zichzelf nauwelijks bedruipen. Het past niet in het idee van de kiloknaller.http://www.operamagazine.nl/recensies/operarecensie/8614/orkaters-richard-iii-muziektheater-pur-sang/
    @Joke
    Dank je voor de info over Leiden. Het blijft me een raadsel waarom afzonderlijke kunstinstellingen vinden dat ze een overkoepelende/ aanvullende makelaar of ondernemer nodig hebben. De hele kleine zonder staf daargelaten. Maar waarom kunnen een redelijk grote muziekzaal, museum, poppodium of schouwburg niet zelf hun fondenwerving, sponsoring, subsidie-aanvragen en geldstromen regelen? Moet je je als grotere culturele instelling niet vreselijk schamen dat niet zelf te kunnen, of te willen?
    Mijn vraag is dan ook wat de logica is. Ontstaat de culturele makelaar uit noodzaak of als controleur/ draaischijf? Bij dat laatste is de makelaar per definitie onmisbaar omdat het verdeelt en herverdeelt. Ofwel, rationaliseert. Gruwelijk toch? Het zorgt voor een onnodige tussenlaag van bureaucratie. Ik pleit ervoor dat de kunstsector juist afstand neemt van dit managementsdenken, de afstand tot het publiek verkleint, de organisatie plat houdt en flexibeler wordt. In mooie praatjes van gladjanussen kan de kunst niet wonen.

    George Knight

    14 november 2010 at 16:56

  4. Toen in 2005 eindelijk de gemeentelijke Cultuurnota verscheen waren velen teleurgesteld over het ambitie-niveau. De wethouder wees op het feit dat de raad had bepaald dat er geen geld bij mocht. Er was zelfs voor projectaanvragen slechts een potje van 30.000 per jaar! Een fonds ter grootte van 10 x dat bedrag zou meer in de richting komen. Daar bestond veel draagvlak voor en in 2006 voerde het college een cultuurfonds in van 4 ton. Echter, toen Fonds 1818 aanbood om het bedrag te verdubbelen, halveerde de gemeente haar bijdrage. Het gesteggel over de criteria nam nog een paar jaar(!) in beslag, maar tenslotte kon dan die cultuurmakelaar aan de slag. Vanaf dat moment bewéégt er eindelijk iets.
    Nou is het lastige dat alleen het neusje van de zalm (de allergrootste musea en theaters) hier een structurele status geniet. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat al de rest bij het fonds moet gaan aankloppen om, geheel of gedeeltelijk, de eindjes aan elkaar te knopen. De mogelijkheden van sponsoring zijn m.n. voor muziek & theater zeer gering. Zolang de gemeente niet kiest welke podia en producties ze voor de stad wenst te behouden, komt zo’n fonds niet toe aan zijn kerntaak om nieuwe initiatieven te ondersteunen.
    Een van de eerste dingen die Erica deed, samen met de grote en middelgrote organisaties, was het uitbrengen van het zgn. Manifest 2 (http://www.cultuurfondsleiden.nl/userfiles/files/manifest2_cultuurfonds.pdf) dat de gemeente oproept haar verantwoordelijkheid te nemen voor m.n. de infrastructuur. Daarnaast zijn er onder haar hoede dwarsverbanden aan het ontstaan die in het verleden te moeizaam bleken, omdat m.n. de grote jongens erg op hun eigen eiland bleven zitten. Zo’n gezamenlijke culturele ladder bv. is in het verleden niet mogelijk gebleken om te realiseren.

    Joke Mizee

    14 november 2010 at 18:23

  5. @Joke
    Bedankt voor je uiteenzetting over de Leidse situatie. Ik begrijp dat de cultuurmakelaar bewéégt en de poot stijf houdt jegens de gemeente. Da’s winst. Maar bewijst dat nou de onmisbaarheid van een cultuurmakelaar op dat niveau of het failliet van het Leidse cultuurbeleid?
    Eerlijk gezegd begrijp ik om drie redenen niet dat Fonds 1818 in het Leidse cultuurfonds is gestapt. Uit ervaring weet ik dat vermogensfondsen terughoudend zijn om in een al lopend project te stappen. Dan lijkt het alsof ze gaten mogen dichten. Dat doen ze ongaarne. Verder willen fondsen niet optreden als vervangende financier van een overheid. Ook dat lijkt op gaten dichten. Een gemeente moet immers zelf voorzien in basisvoorzieningen. Tenslotte wilen fondsen het nieuwe, het experimentele, het verkennende, het grensverleggende steunen en niet het normale, zoals de exploitatie. Feit dat de gemeente Leiden haar bijdrage halveerde schoffeert naar mijn idee alle drie de beperkingen van een zichzelf respecterend vermogensfonds.

    George Knight

    14 november 2010 at 19:10

  6. Het cultuurbudget is om te beginnen te klein. Er is geen ruimte om de calamiteiten die zich steeds voordoen, op te vangen. Hapsnapbeleid, verdeel en heerspolitiek.
    (Zie bv. deze mailwisseling over het behoud van het LAK-theater: http://www.leiden.pvda.nl/bibliotheek/bibliotheek_item/t/mailwisseling_lak_theater_1/download/file.)
    In mijn ervaring zijn fondsen juist toeschietelijker als de overheid reeds over de brug is gekomen. (De gemeente had zich inderdaad niet voor de helft terug mogen trekken – maar ja. Ze doen het lekker toch.) En Cultuurfonds Leiden kàn ook geen bestaande initiatieven honoreren, maar krijgt ze wel op hun dak gestuurd. Toen in 2008 zoveel rijksgelden werden afgeschaft, was het min of meer de bedoeling dat dat decentraal zou worden opgepikt, maar zonder enige opdracht of budget. Daarmee is heel wat tussen wal en schip gevallen.
    Evenals het rijksfonds vóór hen, doet dit fonds uit de goedheid van hun hart een goed woordje bij de dove gemeente. Het zou niet nodig moeten zijn, nee.
    Intussen zorgt de fysieke infrastructuur voor de (on)nodige problemen en paniekvoetbal. Uit de hand lopende verbouwingen te over. Maar ook het vastgoedbeleid zorgt voor vervelende effecten. Het is staand beleid om alles af te stoten. Zo is 3 jaar geleden Sociëteit de Burcht verkocht, ondanks afraden vanuit de ambtenarij. Zoals voorspeld, schiet de huur nu omhoog – en wat moet je dan met al die podia die daar gehuisvest zijn? (http://www.sleutelstad.nl/nieuws/archief/2010/11/einde-dreigt-voor-sociteit-de-burcht)

    Joke Mizee

    14 november 2010 at 21:42

  7. @Joke, voor zover ik weet is/was dat het geval in onder andere Haarlem en Arnhem

    Peter Louter

    14 november 2010 at 22:46

  8. Peter, alle poppodia zijn gesubsidieerd. Dat is geen overblijfsel uit de seventies, maar heeft vooral te maken met de professionalisering vanaf de jaren ’90 (zie http://www.scribd.com/doc/36076265/Tempelvrees).

    Joke Mizee

    14 november 2010 at 23:07

  9. @Joke
    Ik ben het met je eens dat fondsen toeschietelijker zijn als er al contact is gelegd. Er een werksituatie is geschapen. Vermogensfondsen als VSB, Prins Bernhard Cultuur, 1818 zijn over de brug te halen als collega-fondsen, bedrijven of een gemeentefonds meedoen. Maar bij fondsenwerving geldt dat transparantie, vertrouwen, rechtlijnigheid en eerlijkheid van de aanvrager een minimumvoorwaarde zijn. Hoewel de subsidiegever niet los van de wereld is en een zekere marge van oprekken van voorwaarden accepteert. Maar juist dat moet niet te ver opgerekt worden. Volgens je verslag lijkt de gemeente Leiden dat vergeten te zijn. Misleidend is dat dat nog niet bij een bestaand project op haar terugslaat, maar pas bij een volgend project. Dus vermoedelijk zal die terugslag nog komen vanwege afgenomen vertrouwen.

    George Knight

    14 november 2010 at 23:26

  10. Ai Weiwei vandaag op mijn blog.

    Klaas A. Mulder

    10 december 2010 at 23:33

  11. @Klaas
    Zeer bedankt voor de verwijzing. Ik heb groot respect voor Ai Weiwei. Zowel voor de kunstenaar als de mens. Hij weet dat-ie onder vuur ligt en zijn leven in de waagschaal stelt. Toch gaat-ie door. Kan-ie waarschijnlijk niet anders. Immers als beginnende kunstenaar heeft-ie in New York het licht gezien. Dat ook zou moeten kunnen schijnen in China. Ooit. Laten we hopen dat het Ai Weiwei goed gaat. Zijn relatie met keramiek lijkt me minder vreemd dan het is. China kent immers een grote keramiek-traditie met het meest fijnzinnige porselein.

    George Knight

    11 december 2010 at 10:57


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: