George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuur

Wat heeft promotie van cultuur met kunst te maken?

leave a comment »

Promotie van Brusselse cultuur die substantie belooft, maar buitenkant biedt. Voor Visit.Brussels, de uitdagen op 29 en 30 augustus 2014. Bij publieksacties wordt kunst teruggebracht tot cultuur. Valt dat op te vatten als temmen omdat ‘kunst’ onhandelbaar en ‘cultuur’ gezelliger klinkt? Maar het is meer dan een woordenspel.

Cultuur wordt in Europese steden gepresenteerd om toerisme, stadspromotie en economie ‘op de kaart te zetten’. Maar als kunst op de kaart staat, dan is het dood. Per definitie geen kunst meer. Zo ontstaat cultuur dat gaat over menselijk handelen en kunst als halfproduct insluit. Bestaat promotie van kunst? Onmogelijk. Cultuur is het middel om kunst door de samenleving te loodsen. Cultuur is aspirine. Kunst is hoofdpijn. Au! 

Written by George Knight

19 augustus 2014 at 17:05

Publieksactie tegen directeur Bremer van Wereldmuseum

with 2 comments

ven

Kunstenaar Olphaert den Otter die op dit moment in het Centraal Museum de prachtige presentatie World Stress Painting in een projectkamer heeft is op Facebook een actie tegen het Wereldmuseum begonnen. Dit naar aanleiding van een artikel van Sjors van Beek over dat museum en haar directeur Stanley Bremer in de Groene Amsterdammer. Op dit blog verschenen sinds 2011 diverse stukken over het ontzamelen door musea, met extra aandacht voor het MuseumgoudA en het Wereldmuseum die een bodem onder een artikel of actie leggen. In 2013 voerde een andere Rotterdamse kunstenaar Boris van Berkum actie tegen Bremers plannen.

Den Otter toonde eerst z’n verontwaardiging over het handelen van Bremer en toen zijn actiebereidheid  door hem een brief te sturen: ‘Met ontzetting heb ik het artikel in de Groene Amsterdammer gelezen over uw plannen met het Wereldmuseum. Ik volg de kwestie al jaren. Steeds lijkt het erop dat de verkoop van de collectie toch niet door zal gaan. Nu blijkt u uw plannen gewoon door te kunnen zetten. Ik teken daar uit de grond van mijn hart protest tegen aan. U heeft een financieel probleem – dat begrijp ik. Door de collectie te verkopen en de museumstaf te decimeren handelt u als een restauranthouder die zijn koks ontslaat en het keukengerei verkoopt om de zaak te redden. U houdt niets over. En erger nog: onze stad wordt een erfgoed ontnomen, waaraan anderhalve eeuw is gebouwd. In een ommezwaai is het weg.

De volgende logische stap is het benaderen van de Rotterdamse politiek, en dat deed Den Otter vandaag in een e-mail aan voorzitter Judith Bokhove van de commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport (ZOCS). Hij schrijft onder meer: ‘In onze stad dreigt een historische vergissing te worden gemaakt. Lange tijd leek het erop dat de voorgenomen verkoop van grote delen van de collectie van het museum steeds kon worden voorkomen. Nu blijkt anders. Zolang er geen stuk verkocht is, is het mogelijk een drama af te wenden. Ik reken erop dat u [een] bijdraagt aan het voorkomen van een stap die onze stad wereldwijd te schande zou maken en haar bewoners zou beroven van de mogelijkheid om middels deze schitterende collectie etnografica zich te informeren over de vele culturen binnen de gemeente Rotterdam.

Den Otter vraagt niet om het ontslag van Bremer, maar suggereert dat wel. Probleem is dat Bremer door de gemeente en de museumwereld in 2013 is teruggefloten, maar geen consequenties uit de afwijzing van z’n beleid heeft getrokken. Hij blijft om onverklaarbare redenen zitten. De problemen met Bremer zijn tweeledig. Hij heeft het museum naar de marge gevoerd door de nevenactiviteiten (restaurant, evenementen) voorop te zetten en de museale taken (wetenschap, bestandsbeschrijving) uit te kleden. En hij heeft tegen alle regels en afspraken in geprobeerd delen van de collectie op de markt te brengen. Nu is door de gemeente Rotterdam de procedure aangescherpt die Bremer geen ruimte laat voor zijn eerdere plannen. Maar Bremer blokkeert tevens een nieuwe start voor het Wereldmuseum. Da’s triest voor Rotterdam, de bezoekers en ook voor Bremer die in het verleden blijft hangen en niet meer voor- of achteruit kan. De gemeente Rotterdam kan dat oplossen.

Foto: Venue.nl: Wereldmuseum.

Fluxus uit 1962 is voorbeeld voor kunst van nu. Opvolgers? Waar?

with one comment

Fluxus is alles wat kunst vandaag niet meer mag zijn. Daarom is dit verslag uit 1962 van een Fluxus-festival verhelderend over 2014. Twee reacties bij een vorige posting over het hedendaags cultuurbeleid vatten twee aspecten daarvan samen. Karin Wolfs: ‘De kunsten hebben zich instrumenteel laten maken aan hoger gewaardeerde belangen als economie (geld!) en goede doelen waar geen weldenkend mens bezwaar tegen kan hebben (denk aan natuurbehoud of mensenrechten). Waar de overheid terugtreedt op cultureel gebied, sprongen belangenclubs en bedrijven in het gat. Die partijen zijn er niet op uit de vrijheid van kunstenaars te faciliteren, maar naar hun hand te zetten. Met elke zak geld komen er nieuwe eisen bij waar makers rekening mee hebben te houden’ . Jamie Rann: ‘En dit is waar Manifesta 10 hetzelfde probleem tackelt als hedendaagse kunst overal: hoe kan het een breder publiek bereiken dan een smalle coterie van kenners en meelopers?’

Fluxus was tamelijk elitair. Wat maakt het uit? Het lot van de avant-garde is om in de eigen tijd niet begrepen te worden. Begrip en waardering komen per definitie later. Waarom wringt een kunstenaar zich in bochten om publiek en beleidsmakers te behagen? Wat levert dat meer op dan verwaterde kunst die niemand smaakt en schaamte achteraf bij de kunstenaar over eigen behaagzucht? In dat proces van domesticatie en aaibaarheid. Verzeild in dat foute circuit van verkeerde mensen die om de verkeerde redenen met kunst in de weer zijn.

Ok, er moet brood op de plank komen om de huur te betalen. Maar zelfs dan moet een kunstenaar de ruimte nemen om de eigen vrijheid te bevechten. Niet bij voorbaat zonder het gevecht aan te gaan de witte vlag hijsen. Speelsheid, dwarsigheid, spelen met verwachtingen, maatschappijkritiek, het is allemaal mogelijk. Fluxus (of Dada) is geweest, keert niet meer terug, is tijdgebonden en moet niet geïdealiseerd worden. Maar de onverschrokkenheid en de serieuze onzin doen nog steeds navolgen. Dat mist de kunst anno nu. Immens.

Korten op kunst presenteert VVD als beschaving. Is dat verdorven?

with 4 comments

NL1012_0

Een inleiding over Cultureel ondernemerschap en beschaving kondigt een symposium aan op Erasmus Academie op 8, 9 en 10 september. Met medewerking van Arjo Klamer en Slawek Magala. Niet als eerste merkt de inleider op dat de VVD victorie kraait over de cultuurbezuinigingen en meent dat op de markt het cultureel ondernemerschap kan bloeien. Waar dat optimisme op is gebaseerd maakt de VVD niet concreet. Op een haperende economie? Op teruglopende sponsoring door bedrijven of op liberaal wensdenken? Naar verwachting zullen naast de landelijke bezuinigingen en een ingekrompen basisinfrastructuur de lagere overheden in vergelijking met 2011 zo’n half miljard euro op kunst bezuinigen. Volop ontwikkelingen waarop overheden en zogenaamde cultuurondernemers moeten inspelen wil de cultuur in Nederland overleven.

De Erasmus Academie concludeert: ‘Uiteindelijk zal de beschaving best blijven bestaan, zoals de VVD beweert, ook zonder cultuursubsidies. Het is alleen even de vraag welke beschaving.’ Ofwel, welke cultuurpolitiek wordt ontwikkeld om welke kunst te laten bestaan? Kunst die behaagt, kunst die status geeft of kunst die tegendraads is? Da’s een keuze die de politiek maakt. De nog steeds niet geluwde woede van de kunstsector over het bestaande cultuurbeleid balt zich samen in de poster van Loesje. Subsidies aan ABN AMRO hebben de belastingbetaler zo’n 30 miljard euro gekost, zodat ook de kunstsector gedwongen moest inleveren. Welke kunst VVD en PvdA voorop zetten is duidelijk: bankje kijken. Om te kunnen zien hoe de bonussen toenemen op kosten van de staatssteun. In haar vlegelachtigheid heeft de VVD de branie om dat beschaving te noemen.

Foto: Loesje, Cultuurbezuinigingen, 2013.

Petitie: Flexwet alleen voor hulpbehoevenden. Is dat de oplossing?

leave a comment »

flex

De Wet Werk en Zekerheid zegt tot doel te hebben de tweedeling op de arbeidsmarkt aan te pakken. In vele sectoren zoals de zorg of cultuur -en binnen hetzelfde bedrijf- is vaak sprake van een driedeling: mensen met een vaste baan, flexwerkers en vrijwilligers. Vele culturele instellingen zouden zonder vrijwilligers niet kunnen bestaan. Dan gaat het allang niet meer om additionele standaardbanen die betaald werk niet verdringen, maar om onmisbaar en hoogwaardig werk. Dus eigenlijk zou de Wet Werk en Zekerheid als ambitie moeten hebben om de driedeling aan te pakken. Daarover ontbreekt nu echter elke maatschappelijke of politieke discussie.

De petitie stuurt aan op een vierdeling: mensen met een vaste baan, onbeschermde flexwerkers, beschermde flexwerkers (hulpbehoevenden) en vrijwilligers. Maar de petitie heeft wel gelijk dat in veel gevallen de nieuwe Flexwet nadelig is. Bijvoorbeeld als gevolg van de voorwaarde dat er zes maanden tussen contracten moet zitten, wat drie maanden was. De Nederlandse arbeidsmarkt heet bij de tijd en flexibel te zijn, maar is feitelijk ongelijk, oneerlijk en ondoorzichtig. Het is een opalen constructie vol gestapelde wensen en randvoorwaarden waarvan het zelfs niet meer op het eerste gezicht duidelijk is wat de voor- en de nadelen zijn. De oplossing is herverdeling van werk en inkomen. Daar dient de Flexwet niet voor. Die plakt simpelweg pleisters op de wond.

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Flexwet alleen voor hulpbehoevenden’ van Reinder Rustema.

De parallelle wereld van Daan Samson

leave a comment »

daan

‘Ik ben nog nooit een politicus tegengekomen met belangstelling voor cultuur. Ze zijn er bang voor, dat is het enige.’ Aldus de Spaanse schrijver Juan Marsé in een interview met Arjen Fortuin dat op 18 januari 2013 in NRC verscheen. Hoe anders lijkt beeldend kunstenaar Daan Samson zich te verhouden tegenover politici. Vooral die van rechts-liberale snit, zoals Halbe Zijlstra of Frits Bolkestein. Hij omarmt ze en drukt ze aan z’n borst. Ze lijken niet bang of onwennig voor zijn kunst en Samson toont geen wantrouwen tegenover hen. Maar schijn bedriegt. Uit angst kunnen politici ook het podium opvluchten. Als een stotteraar die gaat zingen of toneelspelen om het praten te ontlopen. En wat beoogt Samsom met zijn artistieke mimicry?

Samsons project ‘Holiday Trouvé’ laat zien hoe de kunstenaar met Corendon naar een resort vliegt, het ‘Corendon Premier Solto Hotel‘ in Alaçatı, Turkije. Samen met een 52-jarige kunsttoeschouwer. Dat werd op 17 juni weer gepresenteerd in het Rotterdamse TENT: ‘TENT presenteert de videoregistratie van kunstenaar Daan Samson’s experiment voor een nieuwe manier van kunstbeleving: op vakantie gaan met een bezoeker van TENT naar de ‘Caraïben van Turkije’, Alaçati en dat volledig gesponsord door Correndon Vliegvakanties.’ Is een beschouwer van het consumentisme of het ‘moderne levensgevoel’ nou eerder een pleitbezorger of een criticus ervan? Die vraag blijft hangen bij alles wat Samson doet. Het antwoord hangt af van de toeschouwer.

Samson zoekt het ultieme Droste-effect als een spitse Orson Welles die verdwaalt in het spiegelpaleis op de kermis. Samson spiegelt en spiegelt. Om zich niet te laten vangen en zijn blik te verruimen. Zonder zich in z’n kaarten te laten kijken. Hij biedt ons een lege plek in het gras. De Daan Samson van vlees en bloed wil niet in de weg staan en maakt zich tot de constructie ‘Daan Samson’. Het nauwgezet vormgeven van de extreme relativering van waarden met inzet van zichzelf is zijn kunst. Zo wordt op twee manieren het idee van een parallelle wereld opgeroepen die naast de bestaande bestaat. Onhoudbaar, maar voldoende voor kunst die een podium zoekt. De kunstenaar verdwijnt in het kunstwerk en het kunstwerk verdwijnt in de kunstenaar.

orsonmirror123

Foto 1: Still uit Holiday Trouvé’  van Daan Samson, 2014.

Foto 2: Still uit het slot van The Lady from Shanghai (1947) van regisseur Orson Welles.

Belegering van kunst door politiek vraagt om zelfbewuste reactie

leave a comment »

galerie2_gr

Als het over de ondersteuning van de kunstensector door de overheid  gaat, dan zijn er velen die daar niks van moeten hebben. Het is hun goed recht. Zoals ik niks van ondersteuning aan topsport, defensie of indirecte subsidies via de ANBI-regeling aan kerken moet hebben. Maar ik gun de voetballers, generaals en christenen hun geldelijke en morele steun door de overheid. Betrokken burgers weten dat het algemeen belang het zwaarst weegt. Men zou hopen dat critici die de steun aan de kunstensector onder het mom van ‘Ga op eigen benen staan’ afwijzen met dezelfde ruime blik naar de kunsten zouden kijken. Een antwoord lijkt gepast. Trouwens, onderzoeken wijzen voortdurend uit dat werken in de kunstensector geen vetpot is.

De overheid besteedt taken uit en houdt met geldstromen een voorzieningenniveau in stand. Dat moet allen dienen en is zo divers als de samenleving complex is. Dat totaalpakket aan voorzieningen wordt via politieke koehandel bepaald. Lobbyisten, zoals de machtige werkgevers van VNO wenden hun invloed aan om te zorgen dat geld hun kant opkomt. Of de lasten voor hun sector zoals de ondernemingswinst beperkt blijven. Het gaat dus om zorg voor ouderen, onderwijs voor jongeren, miljardensteun aan banken en financiële instellingen, subsidies aan boerenbedrijven, R&D-ondersteuning voor bedrijven, en voor allen defensie, openbaar vervoer en snelwegen, openbaar bestuur en honderden begrotingsposten. Ook de publieke omroep, sport en kunsten.

Het is van tweeën een. Of de overheid beperkt zich tot kerntaken, treedt op ‘overbodige’ terreinen terug, zet in op marktwerking, verlaagt lasten en belastingen en stopt onnodige subsidies en geldstromen. Of de overheid houdt een voorzieningenniveau in stand dat bij de pluriforme samenleving en verzorgingsstaat past.

Voor beide opties valt iets te zeggen. Als ze consequent worden uitgevoerd. Kritiek op de bovenproportionele bezuinigingen op de kunstsector van de laatste jaren door de nationale overheid is dat beide opties werden vermengd in een ongrijpbaar hybride systeem vol willekeur. Den Haag beperkt de totale uitgaven niet en geeft nog steeds meer geld uit dan het ontvangt. Het kiest in de uitvoering niet voor een terugtredende overheid. Maar waar het de kunstensector betreft doet het alsof het voor een terugtredende overheid en marktwerking kiest. Da’s volksmennerij en een verkeerde voorstelling van zaken. In 2011 sprak toenmalig staatssecretaris Zijlstra van een benodigde cultuuromslag voor de sector. Nogmaals, principieel is dat geen foute keuze, als dat ingebed wordt in het actuele politieke beleid. Dat ontbrak. Anders gezegd, Zijlstra en de VVD hadden eerst een cultuuromslag van de politiek moeten maken voordat ze dat de kunsten op hadden kunnen leggen.

Talentontwikkeling is de riolering van de kunstensector. Het zit in de pijplijn en het onderhoud ervan kan uitgesteld worden zonder dat het nu zichtbaar opvalt en gevolgen heeft. Die blijken pas op de lange termijn. Als de aanwas van onderop stokt. Maar dan is het te laat. Dus als er minder schrijvers, schilders, ontwerpers, dansers, componisten, toneelmakers of filmregisseurs zijn dan een dynamische Europese samenleving past. Dan verschraalt het aanbod en moeten Japanners, Belgen, Duitsers, Britten en andere buitenlanders in het gat springen. Dus het toptalent bieden dat Nederland zelf onvoldoende heeft opgeleid. Vooral de taalafhankelijke disciplines (literatuur, toneel, film) moeten dan een flinke stap terug doen. Waarom VVD en PVV niet trots zijn op hun taal en nationale cultuur is weer een andere raadselachtige tegenstrijdigheid van de Haagse politiek.

fire_gr

Foto 1: Tentoonstelling Project & Object, Galerie Mickery, Loenersloot, 1969. Links de pindakaasvloer van Wim T. Schippers. Rechts daarvan (de kratten) en aan de wand (tekeningen, horen bij de kratten) ‘Site – Non Site’ van Robert Smithson. Fotograaf onbekend. Collectie Theater Instituut Nederland, Archief Mickery.

Foto 2: Fire, 1968. Mickery, Bread & Puppet Theatre. Regie: Peter Schumann. Met: Margot Sherman, Bob Ernsthal, Bruno Eckhardt, Maurice Blanc en Peter Schumann.

Raad voor Cultuur forceert optimisme in verkenning. Waarom?

leave a comment »

DSC_4195

De toon van het politieke debat is een tijd lang negatief geweest (..)’ en ‘De (nasleep van de) economische crisis, de toon van het politieke debat in de afgelopen jaren en de terugtredende overheid trekken potentiële sponsoren en particulieren bepaald niet naar de cultuursector’, aldus twee passages uit de vandaag gepresenteerde Cultuurverkenning van de Raad voor Cultuur. De verkenning signaleert veel veerkracht in de cultuursector. Waarmee het de kunstsector bedoelt. Hoe dan ook staan de kunsten nog steeds onder druk door bezuinigende overheden en de markt die dat niet kan compenseren. Inhoudelijk dreigt de fragmentering van de korte baan zodat continuïteit en talentontwikkeling in gevaar komen. Een oude klacht.

M’n oog blijft haken aan dat eerste citaat: ‘De toon van het politieke debat is een tijd lang negatief geweest’. ‘Een tijd lang’, suggereert dat nu in het politieke debat de kunstsector minder negatief wordt benaderd. Waar die positieve verandering dan in de praktijk uit zou volgen onderbouwt de Raad voor Cultuur niet. Wellicht is op landelijk niveau de grofste neerbuigendheid van VVD en PVV achter de rug evenals de stilzwijgende instemming daarmee van PvdA of CDA. Die samenging met bovengemiddelde bezuinigingen op de kunsten.

Maar het is voorbarig van de Raad voor Cultuur om te suggereren dat de negatieve toon van het politieke debat omgeslagen is in iets positief. Da’s tegen beter weten in een nieuwe werkelijkheid creëren die nu nog niet bestaat. Hoogstens heeft de Haagse politiek de botte bijl van staatssecretaris Zijlstra ingeruild voor de welwillendheid van minister Bussemaker. Vooral een kwestie van cosmetica. De kunstbezuinigingen zijn nooit teruggedraaid en op gemeentelijk niveau moeten de hardste klappen nog komen. Deze verkenning verhult.

Foto: Isabel Ferrand, fragment van Trooping the Colors, 2004. Collectie Legermuseum, Delft dat in 2014 opgaat in het Nationaal Militair Museum te Soesterberg.

Gebrek aan humor bij islam en islamkritiek. Wat zegt dat?

with one comment

peti

Een paar jaar geleden constateerde ik dat islam en humor nauwelijks zijn te combineren, zoals ik ook betwijfelde of religie en humor kunnen samengaan. Mijn antwoord was ontkennend. Humor en religie kunnen gewoon niet samen door een deur. Begrijpelijk, want religie heeft niks te winnen bij ongerijmdheden of spot. Het beweegt zich op een ander niveau. In religie heeft alles een vaste plek waaraan beter niet getornd kan worden. Want voor je het weet dondert het hele bouwwerk in elkaar dat werk aan miljoenen biedt en gelovigen onder de duim houdt. Men kan het ontbrekend gevoel van humor van religies als een onoverkomelijk nadeel van religie zien. Men kan er ook een voordeel in zien, weg van alle grollen en zotheid die toch tot niks leidt.

Dat religie niet samengaat met humor wil niet zeggen dat anti-religie dat wel doet. Integendeel, zoals de kaart bij bovenstaande petitie verduidelijkt. Dat burgers vragen om de bouw van moskeeën te stoppen is hun goed recht. Zoals andere burgers kunnen verzoeken om juist meer moskeeën te bouwen. Het is maar net welk gedachtengoed men aanhangt. Maar de overduidelijk grappig bedoelde ‘islamitische’ namen steekt het gebrek aan humor van de islam naar de kroon. Ossama (Oss), Allahkmaar (Alkmaar) of Couscousvorden (Coevorden), het is van het niveau ‘lach of ik schiet’. Je stelt je petitionaris Djeannette voor die met een atlas of een lijst van Nederlandse plaatsen gierend aan de slag gaat. Clownerie is de ultieme droefenis. Te triest voor woorden.

Pierrot_photographe

Foto 1: Schermafbeelding van petitie ‘Stop de bouw van nieuwe moskeeën’.

Foto 2: Félix Nadar (1820-1910), Adrien Tournachon, Pierrot the Photographer, also called The Mime Artist Deburau, 1854

Kruse en Finkielkraut zien kunst als fundament van Europa. Waarom breken PVV en VVD geen lans voor Europese cultuur?

with 6 comments

Rijksmuseum Amsterdam

In Nederland is er nog steeds niemand in de politiek die het hartstochtelijk opneemt voor kunst. Nederlanders is door vooral vertegenwoordigers van de conservatieve VVD een beeld geschetst dat kunst het verdient bij het oud vuil gezet te worden. Dat kwam in 2011 hard aan. Ook omdat het onverwachts gebeurde en onnodig was. Kritiek kwam vooral van mensen die werkzaam waren in de kunstsector en door sluitingen hun baan verloren, maar ook van maatschappelijk betrokkenen die een breed belang van kunst zagen. En dan waren het nog niet eens de bovenmatige bezuinigingen die het meest stoorden. Van vaak 30% bij culturele instellingen waarvan gezegd werd dat ze nodig waren om door de teruglopende inkomsten het budget in evenwicht te brengen. De neerbuigendheid van een volledige politieke klasse tegenover de kunsten deed meer pijn. Omdat het duidde op onbenul van de beunhazen in de politiek die het belang van cultuur niet meer waardeerden.

Hoe het anders kan tonen twee voorbeelden vanaf de rechterflank aan. De conservatieve Franse filosoof Alain Finkielkraut van wie gezegd wordt dat-ie aanleunt tegen het gedachtengoed van het Front National neemt het in een NRC-interview met Peter Vermaas op voor de Europese cultuur: ‘Tegenwoordig geeft Europa de cultuur echter op aan iets anders, aan de moderne techniek, aan de consumptie. Ik hou te veel van Europa, de Europese beschaving, de diversiteit, het landschap, om haar in de steek gelaten te zien worden door de EU’.

De Duitse CDU-parlementariër Rüdiger Kruse breekt in een interview dezelfde lans voor de Europese cultuur. Hij meent dat Europa met ‘cijfers en tekens’ niet te verklaren valt: ‘Het Europese verhaal is cultuur. Met de cultuur als kernelement van Europese zelfdefinitie ontstaat een keten van legitimatie die veel verder teruggaat dan de monetaire unie of hun wortels, of het generatie na generatie uitgewoonde Duits-Franse conflict.’ Kruse meent dat als men de cultuur weer centraal stelt dat de kunstmatigheid die de EU aankleeft de pas afsnijdt: ’Dat we cultuur-Europeanen zijn is makkelijk te begrijpen. Het vereist gewoon een andere perceptie en waardering van cultuur: kunst niet als bouw van de samenleving, maar als fundament.

Er valt heel wat af te dingen op de standpunten van Finkielkraut en Kruse. De Europese cultuur zetten ze niet in om de cultuur, maar instrumenteel als ‘identiteitsvormend’ element dat van alles buiten de deur dient te houden: consumentisme, kosmopolitisme, multiculturalisme of nog erger: Europese eenheidssoep die naar niks smaakt en niemand dient. Waartoe dat uiteindelijk moet dienen is de vraag. Leidt dat tot een opvatting van kunst en cultuur die over grenzen gaat of juist grenzen moet vormen? Maar ze doen in elk geval serieus een poging om verder te denken over het belang van cultuur in relatie tot de EU. Waarom dit geluid in de conservatieve PVV en VVD niet klinkt is het raadsel van de Nederlandse politiek. Juist partijen als de PVV en VVD die nationalisme, identiteit en grenzen belangrijk vinden en zich eurosceptisch uiten zouden deze standpunten kunnen onderbouwen door een lans te breken voor een herwaardering van de Europese cultuur. Maar ze zijn intellectueel niet in beweging te brengen. Lui denken en makkelijk snijden op kunst is het gevolg.

Foto: Rijksmuseum. Amsterdam, 2013.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 213 andere volgers