George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for november 2010

Mythe Oranje

met 23 commentaar

Update 19 maart 2012: Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het parlement het initiatief neemt bij een kabinetsformatie door zelf een informateur aan te wijzen. De koningin zou geen rol meer moeten spelen bij de vorming van een regering. Een voorstel van Groen Links krijgt ruime steun. Maar dit kan al sinds 1971. Is de wil veranderd? Of gaat het opnieuw om een symbolisch gebaar van een machteloos parlement? 

De continuïteit en kwaliteit van de Nederlandse monarchie is een mythe. Het grijpt terug naar stichting en ontstaan van Nederland. Zoals elke mythe komt het niet overeen met de realiteit. Eeuwenlang is het verhaal bijgeslepen en verdraaid om de natie te bouwen. Zo’n broodjeaapverhaal over Oranje kan desondanks werken. Soms hebben volkeren een leugentje om bestwil nodig om zich te verenigen.

De positie van Oranje wordt steeds meer een splijtzwam in de samenleving. Een minderheid van D66, GroenLinks, SP en PVV wil het belang afbouwen. Denk aan ongelukkige uitspraken van Maxima die geen Nederlandse identiteit kon vinden, terwijl ze er als representant van het Koninklijk Huis zelf een sprekend voorbeeld van is. In geen ander land had ze de welwillendheid ontmoet om domme uitspraken te mogen doen die in de eigen staart beten. Moet in de toekomst continuïteit door verdeeldheid ontstaan?

Principieel tegenargument is dat erfopvolging in tegenspraak met de volkssoevereiniteit is. Het is discriminatie dat een burger nooit staatshoofd kan worden. Traditioneel wordt het beeld uitgedragen dat Oranje al eeuwenlang op twee pijlers rust: het grauw en de pluimstrijkers. Da’s recent veranderd. Het volk is na Fortuyn en alle incidenten van Oranje minder enthousiast en de kosmopolisten calculeren zelfstandiger dan ooit. Oranje wordt minder gedoogd. Steun die jarenlang boven de 80% was is afgenomen naar 70%.

Oranje is geen waakhond, maar een jachthond die zelf in de bossen op wild jaagt. Die de broekriem niet wil aanhalen, terwijl iedereen gekort wordt. De koningin weerspiegelt onze tegenstrijdigheid en verdeeldheid. Zij is uiterst welvarend en denkt geloofwaardig namens de armen te spreken. Zij praat over soevereiniteit, maar laat achter de schermen een ambassadeur naar huis sturen. Beatrix is de vleesgeworden paradox.

De politieke discussie spitst zich nu toe op twee aspecten, namelijk de rol van het staatshoofd bij de formatie en het feit of het staatshoofd deel moet uitmaken van de regering of een ceremoniële rol dient te krijgen. Complicatie is dat voor een grondwetswijziging een 2/3 meerderheid in de Tweede Kamer en een ontbinding van de Staten-Generaal nodig is. Vanwege de lange weg wijst dat naar een compromis waarbij het staatshoofd een ceremoniële rol krijgt. Alleen de mythe blijft.

Bij de laatste formatie hadden Beatrix’ vertrouwelingen Lubbers en Tjeenk Willink een sturende rol. Ze gingen verder dan het leiden van het proces en bemoeiden zich door onnodige uitspraken met de inhoud. Vraag is of de rol van het staatshoofd zonder dit soort bedrijfsongevallen kan of dat het inherent is aan het proces. Roep om andere spelregels klinkt alom. Lubbers en Tjeenk Willink deden aan partijpolitiek onder de hoede van Beatrix. Dat ze zich vergaloppeerden is nog tot daar aan toe, maar dat procedures hun deze ruimte laten is het echte probleem. Er ligt echter al sinds 1971 een motie-Kolfschoten die de kamer ruimte biedt om zelf een formateur te benoemen. Door onderlinge onenigheid is dat er nooit van gekomen. Dit gebrek aan volwassenheid valt niet de koningin, maar de Tweede Kamer te verwijten

Constitutionele toetsing doet recht aan het vertrouwen in de integriteit van de Nederlandse rechtspraak, betoogde Femke Halsema in 2002 in haar Initiatiefwet over de toetsing aan de Grondwet. Integriteit is de essentie, de staalconstructie die het gebouw stevigheid biedt. Of een koning, president, komiek of filmster op de troon mag zitten is ondergeschikt. Instituties doen ertoe. Het kan als een natie uit nostalgie of traditie haar cohesie en identiteit -die door dezelfde monarchie in twijfel wordt getrokken- denkt te kunnen versterken door Oranje. Dat valt te bezien. Sowieso pleit alles ervoor om de rol van het staatshoofd terug te brengen tot een ceremoniële.

Foto: Gouden Koets op Prinsjesdag

Recht regeert

met 11 commentaar

1. De rechtsstaat regelt omgang tussen staat en burger. Anders gezegd, het beschermt de burger tegen de willekeur van de staat. Tevens kunnen burgers zonder uitzondering hun sociale grondrechten eraan ontlenen. Overheidsvoorlichting en educatie hierover schieten tekort. Dat zou actiever kunnen. Het is zowel een juridisch-technische als maatschappelijke plaats waar burgers elkaar op dezelfde gronden kunnen ontmoeten.

De rechtsstaat is niet absoluut. Een moderne maatschappij verenigt vogels van diverse pluimage. Ze ontberen een gemeenschappelijk waardensysteem. De rechtsstaat verwoordt wat de 21ste eeuw vraagt en is daarin noodgedwongen technisch van vorm.  De interpretatie van de rechtsstaat staat nooit stil en geeft de actualiteit een plaats. De rechtsstaat is weliswaar een middel om kansen van individuen te optimaliseren door het scheppen van een gelijk speelveld, maar dat idee blijft een benadering.

Koningin, ministers en autoriteiten oefenen macht uit. Instituties bestaan om dat te regelen naast een correctiemechanisme dat bij misbruik optreedt. Een egalitaire samenleving bestaat niet. Ongelijkheid valt binnen de marges van wat we als een rechtsstaat ervaren. De macht zelf bepaalt wat de voorwaarden van de rechtsstaat zijn. Zo voorkomt het verbod op discriminatie niet dat burgers nooit koning kunnen worden.

2. Een pleidooi voor een strikte toepassing van de rechtsstaat is een pleidooi om alle religies en levensovertuigingen ondergeschikt te laten zijn aan de rechtsstaat. Een hot item. Geven van overheidssteun aan de islam of een andere religie kan alleen als betreffende religie zich niet boven de rechtsstaat wenst te stellen met een eigen waardensysteem.

Met voorbijgaan aan uitgangspunten van de rechtsstaat zou zo’n religie het recht op een plaats binnen de Nederlandse samenleving behoren te verliezen. Dat dient beter dan nu getoetst te worden. Volledig verbod werkt waarschijnlijk niet, maar sancties om een religie geldelijke, juridische of facilitaire steun te onthouden zouden beter dan nu verkend kunnen worden. Maar omdat de rechtsstaat niet absoluut is en religies aan de kant van de macht staan hebben ze een streepje voor. Sowieso een lastige toetsing omdat het om intenties gaat. Die vaak verdeeld en verhuld worden geuit door religieuze organisaties.

Feit dat over de grenzen van de rechtsstaat een discussie ontstaat en Cohen of Wilders kritisch worden gevolgd in hun interpretatie van rechtsstaat en vrijheid van godsdienst is winst. Winst die de rechtsstaat levend en bij de tijd houdt. De lijn van zowel Wilders, Verhagen of Cohen biedt trouwens geen perspectief. Zij buigen de rechtsstaat politiek bij. Respectievelijk verbod, extra bescherming of ongeclausuleerd gedogen van religie gaan voorbij aan de essentie. Daarom brengen zowel Wilders, Verhagen als Cohen de rechtsstaat schade toe.

Een actieve houding die de vrijheid van godsdienst voor personen binnen religies toetst wordt nu gemist. Actief overheidsbeleid is welkom dat streeft naar een rechtsstatelijke houding zoals die in de eerste integratienota van de PvdA geformuleerd was. In aanleg biedt op dit moment alleen de VVD, de linksliberalen van GL en D66 en de vrijzinnige kant van de sociaaldemocratie, Eberhard van der Laan,  perspectief om tot een strikte toepassing van de rechtsstaat te komen. Probleem is dat deze richting zich concentreert op een politiek-bestuurlijke toetsing en de religie zelf buiten schot laat.

3. Vrijheid is dubbelzinnig. Het recht erop omschrijft onze ruimte, maar geeft tevens de grenzen ervan aan. Als het scherp verwoord is kan dat laatste als repressie ervaren worden, maar ook als gereglementeerde controle. Feitelijk is de rechtsstaat bedoeld om alle soorten onderdrukking te neutraliseren.

Er is in goede bedoelingen geen sanctie. Daarom moet een machtsapparaat altijd op de achtergrond aanwezig zijn om de burger bij te springen. Hoe dubbelzinnig dat ook is omdat de rechtsstaat de relatie tussen staat en burger regelt en tegelijk uitvoerder en controleur op de uitvoering is.

Een staat zonder tegenmacht is gevaarlijk. Doorgaans vertrouwen Nederlanders dat het goed gaat. Sterke burgerrechtenbewegingen zouden echter preventief kunnen werken. Want politieke partijen rekken hun interpretatie van de rechtsstaat vaak onaanvaardbaar op. Dat kunnen burgers kritisch volgen. Vertrouwen in het recht is de voorwaarde voor de inrichting van een gefragmenteerde samenleving als de Nederlandse. Als burgers daaraan gaan twijfelen, dan glipt het vertrouwen weg.

Ons vertrouwen in de rechtsstaat is niet onwankelbaar. Er is de dreiging van de machtige staat die overweldigt. Toch rechtvaardigt dat geen wantrouwen in het recht. Die luxe hebben we niet. Een en ander gaat gelijk op met het ontdekken van redelijkheid en feilen van het recht. Het recht kan een leerschool op weg naar zelfkennis en maatschappelijk besef zijn. Zodat de burger via een omweg de democratie versterkt.

Foto: Johannes Vermeer, Vrouw met weegschaal, omstreeks 1664

PVV normaliseert abnormaal

met 40 commentaar

Over Eric Lucassen zegt de PVV: Voormalig onderofficier bij de Koninklijke Landmacht, nu docent digitale muziekproductie. “De afgelopen jaren is mij steeds duidelijker geworden dat democratie en vrijheid veel dichter bij huis bevochten moet worden. Hier, in ons eigen land.” De martiale inborst van Lucassen liegt er niet om. Hij bevecht de vrijheid dicht bij huis, zoals uit alle publiciteit blijkt. De screening was onvoldoende, iemand met zijn achtergrond en een veroordeling aan zijn broek hoort niet thuis in de Tweede Kamer.

Eric Lucassen voegt zich in de rij fantasten, fraudeurs, lichtzinnigen en opportunisten die de politiek bevolken. Hendrik Colijn, Ruud Lubbers, Luuk Blom, André Bhola, Els Verdonk, Eveline Herfkens, Elvira Sweet, Ama Carr, John Leerdam, Ernest Owusu-Sekyere, de Turken van Rotterdam-Feijenoord, Tara Singh Varma, Wijnand Duyvendak, Jan Pronk, Henk Vredeling, Ben Korsten, Sydney van den Bergh, Jan Smallenbroek, Harry van den Bergh, Albert Jan Evenhuis, Limburgse CDA-ers, Willem Aantjes, Neelie Kroes, Bram Peper, Jack de Vries. De lijst kan nog verder uitgebreid worden.

Complicatie is dat affaires soms gefabriceerd worden om een tegenstander te beschuldigingen of politieke winst te behalen. Zoals de affaire Marijke van Hees uit 2000 duidelijk maakte geen affaire te zijn. Of het moest de chaos, bestuurlijke incompetentie en onaanvaardbare samenwerking tussen PvdA en Vrij Nederland zijn.

Gezien de overeenkomst met rechtse sympathieën en de afloop kan de affaire Adams uit 1966 een waarschuwing zijn voor Wilders. Adams was senator voor de Boerenpartij en werd beschuldigd van verkeerd optreden in de oorlog. Het aarzelende optreden van Hendrik Koekoek splitste zijn partij. Ook toen werd om democratisering van de Boerenpartij geroepen, zoals nu Hero Brinkman in de PVV doet. Brinkman ziet het gevaar en kent zijn klassiekers.

Het beroep politicus staat in een kwade reuk en geniet weinig vertrouwen. De bevolking vindt sowieso al dat een politicus draait en liegt. De affaire Lucassen maakt het er alleen nog maar erger op. Het telt wellicht niet zwaar voor degenen die de betrekkelijkheid van de politiek inzien. Maar anderen keren zich nog verder af van het politieke bedrijf. Deze affaire vergroot de kloof tussen burger en politiek opnieuw. Dat valt de PVV te verwijten. Juist om deze reden moeten types als Eric Lucassen buiten de politiek blijven.

Geert Wilders heeft fouten gemaakt in de werving en selectie van kamerleden. Hij zit met Lucassen in zijn maag. Sommigen konden tijdig ontdekt worden, maar Lucassen bleef onder de radar van de PVV. Door tijdsdruk en de kleine organisatie heeft de PVV nu een flinke kras opgelopen. Overigens blijft het jammer dat Wilders de opening naar mensen als Joost Eerdmans en Marco Pastors niet heeft gemaakt. Dat valt Wilders te verwijten. Het had de PVV schokbrekers gegeven.

Toch past de PVV enig begrip. Het heeft moeite om kundige mensen aan te trekken. Vele media en instanties discrimineren PVV’ers op hun politieke voorkeur. Dat weerhoudt juist de relatief gematigde kandidaten om tot de partij toe te treden. De les van Lucassen is dat Wilders moet kiezen voor democratisering van de PVV. Zeker nu de doorsneekiezer meer op de PVV-stemmer lijkt dan wordt aangenomen. Vreemd genoeg is dat idee bij zowel opposanten als PVV zelf nog onvoldoende doorgedrongen.

Foto: Viermans oppositie van de Boerenpartij die voor afsplitsing zorgde met een motie van wantrouwen tegen partijleider Koekoek. Den Haag, 25 juni 1968.

Kunst zonder oren 3

met 11 commentaar

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Laatste uit een serie van drie.

Wie de nieuwe machthebbers zijn ligt in de toekomst verscholen. Tendens is dat de democratisering wereldwijd afneemt. Chinese, Russische of Indiase burgers krijgen eerder minder dan meer rechten dan burgers in een liberale democratie. Zelfs in het Westen wordt onder het mom van veiligheid de macht van de staat vergroot ten koste van de burgers. Op wat enclaves na ziet het er voor de komende jaren niet best uit wat burgerrechten betreft. Vele islamstaten stevenen af op een culturele kaalslag die de eigen bevolking apathisch achterlaat. Met steeds minder vermogen tot herstel.

De uitdaging voor kunstenaars is om nationale of mondiale tendenzen te verwoorden, te doorbreken en voor het publiek in een geëigende vorm te gieten. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. Kracht van kunst is haar vermogen tot abstractie en haar bijzondere positie. Kunst komt waar politiek moet stoppen.

De Chinese kunstenaar Ai Weiwei is een icoon van onverzettelijkheid die z’n eigen leven op het spel zet en om gematigde democratisering vraagt. Zo groeien kunstenaars, soms samen met wetenschappers en journalisten, in een globaliserende wereld naar elkaar toe. Maar in het vinden van motieven en vormen zullen ze altijd teruggrijpen op hun eigen omgeving die nationaal gericht en cultureel specifiek is. Het kosmopolitisme zweeft daar boven op zoek naar een wereldcultuur. Theoretisch waardevol en in pure uitvoering de meest open houding. Maar onhaalbaar voor de massa en per definitie losgezongen van de lokale situatie.

Een organisatie die zich wenst te versterken moet nimmer bang zijn voor tegengeluid. Juist dat laatste maakt sterk. Zo is het ook met een land. Indirect is de functie van kunst het verzorgen van een tegengeluid. Kunst zet vraagtekens bij het vanzelfsprekende. Kunst maakt burgers sterker. Kunst die niet kritisch kan zijn is geen kunst maar behang. Da’s de overgesausde structuur in de kamer van de macht.

In een brief aan informateur Opstelten stelt in augustus 2010 de Raad voor Cultuur: cultuur als verbindend en mobiliserend element [is] een onmisbare factor. De brief tekent de kloof die bestaat tussen de gepolitiseerde belangenbehartigers en de kunstenaars. Het is de verkeerde cultuurpolitiek van gevestigde instellingen zoals de Raad voor Cultuur die de kunst meer schade doet dan de aanvallen van de PVV. Want ruwheid past meer bij kunst, dan sociopraat die de aard van kunst verhult.

Werking van kunst kan uitgelegd worden, maar hoeft niet verdedigd te worden. Kunst zet op scherp, kunst maakt de omgeving als nieuw en kunst biedt in vrijheid hetzelfde als religie: zingeving, troost en schoonheid. Kunst staat dwars op de consensus, kunst zet vragen bij het vanzelfsprekende. Kunst is de mythe, kunst geeft diepte en kunst biedt mogelijkheden tot identificatie, onderscheid en aanscherping van de geest. Kunst raakt het individu.

De stand van zaken van een democratische samenleving kan afgemeten worden aan steun voor kwetsbaren. Hoogbejaarden, geestelijk gehandicapten en zieken kunnen niet voor zichzelf zorgen. Zo is het ook met kunst. Hoewel de noodzaak voor steun afneemt als kunst meer verbonden raakt aan commercie. Dat kan van geval tot geval bekeken worden.

Net als in het onderwijs en de zorg zijn in de cultuursector de managers, de culturele ondernemers en kunstmakelaars opgedrongen. Hoewel het door de kleinschaligheid en de onderbetaling in de sector gelukkig nog meevalt. Maar de tendens bestaat. Zij eten een groot deel van het budget op. Kunstenaars zijn te verdeeld en te veel met zichzelf bezig om daarop eensgezind te reageren.

Zelfregulering van de sector is de sleutel. Sommige kunst kan niet opereren op een open markt en moet gesteund blijven worden. Daar blijft een compact voorwaardenscheppend administratie- en kenniscentrum voor nodig. Maar alle inspanningen vanuit de overheden dienen vervolgens gericht te zijn op de kwaliteiten van kunst alleen.

Niet het doelgroepenbeleid, de emancipatie, de economie of de politieke bedoelingen dienen leidend te zijn in het cultuurbeleid. Kunst gaat om kunst alleen, anders is kunst geen kunst meer. Dan wordt het een afgeleide van zichzelf. Als macramé van de politiek, de gedomesticeerde variant van kunst die voor de politiek kunstjes mag vertonen.

Algemene maatregelen zijn zinnig voor acceptatie van kunst, maar juist daar is de politiek halfslachtig. Onderwijsprogramma’s over media, kunst en cultuur kunnen behulpzaam zijn voor begripsvorming en draagvlak, maar komen onvoldoende van de grond. Want hoe absurd is het niet dat jongeren -in wat men zegt een beeldcultuur te zijn- niet veel meer dan nu geleerd wordt beelden en kunstuitingen te lezen, te plaatsen en te doorgronden? Ze zijn ongewapend in het mediabombardement. Leren het uiteindelijk wel, maar op een verre van doelmatige manier. Zo missen vele jongeren delen van wat kunst is en kan zijn. Ze blijven hangen in een leerproces, uitgezonderd de hoogopgeleiden die er altijd wel komen.

Cultuurbeleid en kunst is een onderwerp waarover veel te zeggen valt en wat blijft boeien door de vormende en overstijgende rol. Ons zwijgen ontstaat niet vanwege een tekort, maar een teveel aan aspecten. Die veelkoppigheid speelt velen parten. Het terugkerende motief is echter dat kunst geen reputatie heeft en niet wordt gehoord.

Ik ben voorstander van een daadkrachtig cultuurbeleid met een behoorlijk budget. Geen vanzelfsprekendheid zoals een Synovate onderzoek van april 2010 uitwijst. Het recente verleden leert dat cultuurpolitieke daadkracht vaak zijn doel voorbijschiet. Zeker als kunst aangehaakt wordt bij sociaal beleid. Da’s oneigenlijk gebruik van kunst en tekent het wantrouwen van beleidsmakers in de kracht van kunst. De pest voor de kunst is dat politici zich er niet sterk voor wensen te maken en dat besluitmakers menen dat kunst ingezet dient te worden voor andersoortige doelen. Opmerkelijk is dat vele goedwillende specialisten uit de kunstwereld hierin getrokken worden en zich laten corrumpereren. Zonder zelfvertrouwen en ambitie. Het slechte image van kunst en cultuur bij de achterban van alle partijen tekent het ontbrekende draagvlak.

Foto: F.S. Shurpin, De Ochtend van ons Vaderland  (1948) met afbeelding van Joseph Stalin

Kunst zonder oren 2

met 4 commentaar

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Deel 2 uit een serie van drie.

Het is opvallend hoeveel minder de interesse voor kunst dan voor sport is. Dat door de politiek wordt gezien als middel om volksgunst te winnen. Topsport heeft zich ontwikkeld tot een bezigheid die geen fundamentele vraag stelt over het menselijk bestaan. Maar veel ruimte krijgt. De omarming van sport door de politiek toont het gebrek aan inhoud van hedendaagse politici.

Kunst is de lakmoesproef. Niet voor goede smaak, maar voor ambitie. Zurig kleurt rood. De minachting van kunst en de hype-achtige omarming van sport tekent politiek denken dat tegen de volksgunst in geen leidende rol op zich durft te nemen.

Historisch beschouwd nemen beter opgeleiden op alle gebieden het voortouw. Zelfs revolutionairen als Lenin, Che Guevara, Castro zijn ooit opgeleid onder de voorwaarden van het oude regime dat deze revolutionairen later ging bestrijden. Zonder dat voortraject waren ze nooit in staat geweest om op de schouder van het bestaande verder te kijken en te domineren. Ook kunstenaars worden doorgaans gerecruteerd uit de betere klassen. Kunst zou geen luxe moeten zijn, maar een kunstopleiding is dat voor lagere sociale klassen wel.

Onvermijdelijk brengt op al deze terreinen de eigen achtergrond een vastgebakken manier van denken met zich mee. Zelfs als men zich als kunstenaar afzet tegen de klasse van oude conservatieven of nieuwe vrijgestelden, is men nog niet volledig verlost van oude gewoonten. Kunstenaars gebruiken instrumenten die ze in hun eigen bestaan gescherpt hebben en tot in de perfectie zijn gaan beheersen. Dat gaat verder dan  vormgeving alleen en zit ook in de manier van denken en culturele eigenaardigheden. Het eigen bestaan draait erin rond. Dat kan nooit losgekoppeld worden.

Daarmee kan kunst nog niet als luxe van bepaalde klassen beschouwd worden. Maar toch ontbreekt het evenwicht. Zonder in politiek of sociologisch vaarwater te verzeilen zou kunst in de werving en selectie breder en representatiever moeten putten uit de bevolking.

Kunst die als een beschermende jas om een maatschappelijke elite hangt is onvermijdelijk. En van alle tijden. Hoe oneigenlijk en potsierlijk het in sommige gevallen ook oogt. Het gaat samen met hedendaagse observaties die zeggen dat er nu een leidende culturele klasse ontbreekt die een standpunt inneemt, en dat de referentie ontbreekt. Wellicht is een pseudo-klasse die nog niet helemaal goed in haar jas weet te zitten in dat gat gesprongen. Elites wisselen elkaar af.

Bovenstaande heeft ook met de democratisering van het onderwijs te maken dat het minst in de kunstvakken doorgedrongen is. Als dat anders was, zouden bezwaren weggenomen worden. Zo’n doorbraak zou kunst bevrijden. Een deel van de scheefgroei valt de kunstwereld te verwijten. Maar het past van de andere kant de politiek niet om kunst als sociologisch of politiek speeltje te beschouwen. Dat versmalt kunst tot iets wat het niet is. Het ontkent de waarde van kunst.

Niemand kan de kunstwereld claimen. Behalve kunstenaars in hun eigen werkgebied, hebben beoordelaars en bestuurders van kunstinstituties een bovengemiddelde vinger in de pap. Da’s verklaarbaar, maar ongelukkig. Het lijkt vanuit de PVV beredeneerd verstandig om te proberen deze scheefgroei door nieuw cultuurbeleid en cultuurpolitiek recht te zetten. Beter dan kunst en cultuur zelf, of de financiering ervan, af te wijzen.

Kunst ontspoort waar het pamflettisme, of nog erger partijpolitiek wordt. Of een economische investering. Kunst heeft een andere opdracht. Een politiek correcte mening heeft niet per definitie iets met kunst te maken en wordt er vaak mee verward. Zelfs met een officieel stempel van een festival of instituut. Van de hedendaagse beeldende kunst is 85% waardeloos, maar niemand weet welk deel. De meest platte installaties of films vinden publiek. Kunst die niet naar alle kanten en naar alle machtshebbers of geldschieters kritisch is, houdt op kunst te zijn. Kunst kruipt niet in het hol van de zittende macht.

De noodzaak dat kunst ergens over gaat behoeft weinig onderbouwing. De esthetische functie van uitingen die taalwetenschapper Roman Jakobson ooit omschreef schiet tekort als het blijft steken in een vorm. Het moet urgentie kennen. Maar zonder vorm gaat het evenmin.

Waarom ligt kunst in de politiek zo onder vuur? Grotere steden besteden miljoenen per jaar aan betaald voetbal waarvan men weet dat het bedrijfseconomisch niet te verantwoorden is. Maar er wordt nauwelijks een fundamentele discussie over gevoerd. Lokale bestuurders zijn bang voor de macht van de straat. Voor de stenen door de eigen ruit. Dan is weerloze kunst die actieve publieke steun mist makkelijker te plukken.

Het gebrek aan weerbaarheid valt kunst te verwijten. Kunst moet niet inbinden, maar zich juist versterken en frontaal opstellen tegenover alle maatschappelijke lafheid en gemakzucht. Kunst is de slijpsteen die de geesten scherpt en motiveert. Da’s tevens haar doodvonnis omdat kunst door de macht ingekapseld wordt om onschadelijk te worden gemaakt.

Troost is dat door eigen veerkracht kunst zich er nooit onder laat krijgen. Het heeft meer waarde dan de gemakkelijke mening van de politiek veronderstelt. Wachten is op betere tijden. Weg van de aandacht voor religie en politiek cliëntelisme. Als het dan toch niet ander kan, dan maar terug naar het burgerinitiatief. Op weg naar een nieuwe 19de eeuw.

Foto: Jan-Peter Balkenende tussen de medaillewinnaars van de Olympische Winterspelen 2010

Kunst zonder oren 1

met 11 commentaar

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. In een serie van drie ga ik er op in.

Steden als Utrecht kenden nog in de jaren ’70 en ’80 (vdve) PvdA-wethouders van cultuur die op de bres stonden voor kunst. Die de gemeentelijke kunstinstellingen altijd het voordeel van de twijfel gunden. Befaamde ouderwetse sociaal-democraten in de lijn van Monne de Miranda en Henri Polak die vanuit hun eigen opvoeding en het voorbeeld van William Morris wisten dat kunst meer was dan kunst alleen.

Dat idee vindt nu nog nauwelijks bijval. Geen enkele socialist of links-liberaal komt in het openbaar nog vol vuur op voor cultuur. Passie voor kunst maakt verdacht. In de visie van de oude SDAP’ers was kunst een middel van permanente educatie en verheffing van de burgers. Volgens het principe van Johan Rudolf Thorbecke namen ze afstand van de kunst en lieten dat in goed vertrouwen aan de professionals over. Dat bleef niet zo.

Charles Esche en Steven ten Thije borduren verder op dit aspect. Dit principe schept volgens de staf van het Van Abbemuseum een bufferlaag van experts tussen parlement en veld (..) die vanuit een pseudoautonomie de regering adviseren. Ofwel, de BV Kunsteend van de Kunst keurt BV Kunsteend en zegt dat het goed is. Het zet de geloofwaardigheid van de kunst op het spel. Een zwakte die in tijden dat instituties moeten inleveren de kunsten van Nederland verzwakt.
 
Hoe gaat het immers als een PvdA-er of GroenLinkser in een grote stad wethouder van cultuur wordt? In lijn van oud-staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg zijn door links het doelgroepenbeleid en de marktwerking vooropgezet. Zoals ook in zorg en onderwijs zijn de professionals uit de sector op afstand gezet door de introductie van een pseudoautonomie van deskundologen en managers. Kunstenaars zijn vervreemd in hun eigen specialisme.

Tandeloze kunst is geen kunst, maar maatschappelijk behang in de anti-chambre van de macht. Kunst moet een positie innemen, zonder pamflettistisch te worden. Dat laatste leidt tot een reductie van de werkelijkheid. Kunst moet zoeken naar abstracties, naar het achterliggende mechanisme, naar een hogere waarheid om het duur te zeggen, zonder eenzijdig partij te kiezen. Die positie is haar vrijheid.

Sommige kunstenaars hebben zich te eenzijdig vereenzelvigd met politiek. Kunst en politiek kunnen elkaar naderen, maar nooit samenvallen. Kunstenaars moeten zich in een vrije samenleving nooit binden aan politiek. Zo verliezen ze bewegingsvrijheid en eigenzinnigheid. Ze besmetten hun métier.

Een deel van de kunstwereld heeft zich uitgesproken tegen Wilders. Als deel van een brede beweging tegen de PVV. Dat kan, maar werkt alleen als het verstandig gebeurt. En juist dat ontbreekt. Vraag is of dat nog kan veranderen als de PVV een omslag maakt om kunst en cultuur te annexeren in een boodschap van volkse eigenheid. Links claimt onterecht culturele hegemonie. Da’s geen bezit van een klasse of groepering.

Is het een wonder dat Wilders met steun van CDA en VVD de kunst hard aanpakt? Het gaat niet om kaalslag van de culturele infrastructuur, die staat in het welvarende Nederland nog redelijk overeind, maar om het gebrek aan empathie door politici met kunst en kunstenaars. Door de politiek worden kunstenaars als leprozen gezien. In het verlengde van staatsbezoeken mogen ze soms opdraven. Maar terwijl bijna alle kunstsectoren hoge kwaliteit bieden ligt hun reputatie bij de politiek aan flarden.

In Nederland hecht geen enkele stroming of politieke partij waarde aan kunst. De PVV in haar afkeuring nog het minst. De waardering voor hedendaagse kunst die de maatschappij op scherp zet en bijt in de hand die het voedt is nog lager. Kunst wordt als een sluitpost gezien of onder modieus Berenschot-proza ingezet als economisch wondermiddel.

Diepere zin van kunst die het mensen mogelijk maakt naar zichzelf te kijken en ze uit hun eigen situatie opheft wordt niet meer begrepen. Of in elk geval onvoldoende erkend. Zoals de dichter zei is alles van waarde weerloos. Veelzeggend is dat het CDA dat omvormde tot Alles van waarde is weerbaar. Politiek misbruikt de kunst die onbegrepen achterblijft. Zonder oren.

Foto: William Morris. Cray, 1883-4. Illustratie.

Beeldreligie

met 17 commentaar

Op 4 januari 1964 zond het satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer een sketch over Beeldreligie uit. Gebaseerd op een Engels voorbeeld maakte het de opmars van de televisie in bijbelse termen belachelijk. Kerkleiders en voornamelijk christelijke politici protesteerden, maar de VARA-leiding hield voet bij stuk. In 1966 kwam er een einde aan Zo is het .. vanwege een sketch over rellen in Amsterdam.

Sinds die tijd smacht Nederland naar een politiek satirisch programma dat dicht op de actualiteit zit. Toen het eigenlijk niet kon was het er, en nu het wel kan is het er niet. Misschien de ware voedingsbodem voor satire. De luxe van het kiezen en de vrijheid maakt programmmakers en omroepbazen lui.

Het tegenwoordige cabaret toont als aflaat en mist urgentie. Kluchtig en boertig, pruik en aangeplakte snor, liedje en grapje, maar alles zo ingebed in een format dat het al bij voorbaat onschadelijk is. Na het literair-absurde Zo is het .. kwam het politiek-cabarateske radioprogramma In de Rooie Haan dat overging in het cabareteske Spijkers met Koppen. Alleen het VPRO-programma Van Kooten en de Bie deed een goede poging, maar miste uiteindelijk scherpte door het scala aan typetjes dat de macht overnam.

Het tekent de ontwikkeling. De avant-garde van weldenkend Nederland werd vervangen door inwisselbare televisieprofessionals. Zoals nu voor de totale Nederlandse omroep geldt. Het wachten is op narrowcasting dat oude scherpte terugbrengt.

Schoppen tegen huidige wantoestanden is iets wat de VARA nu niet meer zou kunnen. De verwording in omroepland uit zich in het oprekken van programmacategorieën als informatie en kunst, die toenmalig minister Brinkman in 1984 in zijn medianota formuleerde. Het mocht niet baten. Een quiz, een kerkkoor, life style alles valt er tegenwoordig onder. Kijkcijfers staan centraal en netcoördinatoren hebben de macht gegrepen. Alles loopt in elkaar over.

De verzuiling maakte Zo is het .. mogelijk. De VARA bood een relatieve vrijplaats waar kritische schrijvers, journalisten en acteurs konden stoeien. Zuilen wilden zich van elkaar onderscheiden. Nu worden restanten van dezelfde verzuiling krampachtig bij elkaar gehouden. Elke gedachte om zich van de ander te onderscheiden wordt door het systeem gefrustreerd. Nog meer dan voorheen staat de overlevingsstrategie van het bestel centraal. Programma’s zijn ondergeschikt geworden. We zien het elke dag.

Foto: Gezin kijkt televisie, omstreeks 1958

Terstall over links

met 38 commentaar

Update 16 oktober: Bijna een jaar geleden besteedde ik aandacht aan een kritische beschouwing van Eddy Terstall. Over de onzichtbaarheid van links. Het onderwerp staat nog steeds hoog op de agenda. Nog onlangs kregen de PvdA en Job Cohen kritiek de weg kwijt te zijn. Is er in een jaar iets veranderd?  

Eddy Terstall schetst in zijn verhaal Pinocchio is links uit het boek Ik loop of ik vlieg de onzichtbaarheid van links. Sociaaleconomisch voelt-ie zich nog steeds thuis bij links, maar cultureel, op het gebied van de persoonlijke vrijheid, niet meer. Hoe is dat onbehagen ontstaan? Overtuigt Terstall in zijn schets?

Een en ander spitst zich toe op de PvdA. Immers traditioneel de partij met de pretentie van brede volkspartij en waardevolle kernwaarden. Deze uitgangspunten leggen de lat hoog. Volgens sommigen onaanvaardbaar hoog. Is de PvdA de monumentenwoning waarin nauwelijk nog normaal gewoond kan worden? Hoe dan ook, in dat huis wonen vele zielen die elkaar het eigendom betwisten.

Terstall trekt lijnen vanuit de jaren ’60 (vdve) en betrekt het op het huidige islamdebat: Dezelfde verbazing hebben tegenwoordig van oorsprong linkse atheïstische activisten die gebroken hebben met de islam. Die zien vol verbazing aan hoe hun medeprogressieven en vooral ex-feministen zich het vuur uit de sloffen lopen om de islam te verdedigen en hoe die blind smoorverliefd zijn op de hoofddoek, terwijl ze ooit hun bh’s verbrandden.

Verschil is dat de mensen die vroeger niet konden weten omdat ze onvoldoende informatie hadden, nu wel kunnen weten. Maar niet willen weten. Het ontkennen van de waarheid is een actieve daad: Diezelfde mensen verkondigen nu vanuit riante huizen hun verheven mening over het integratievraagstuk. Ook hier zullen ze het wel weer bij het rechte eind hebben. Ze schrijven namelijk met grote regelmaat in kwaliteitskranten of doceren aan universiteiten die de ouderen onder hen meer dan veertig jaar geleden bezet hielden. Vaak zijn ze ook nog ridders in de orde van huppelepup, dus wie ben ik eigenlijk om hun mening deze keer in twijfel te trekken? Dat ze er in het verleden meestal naast zaten, is nog geen garantie dat dat ook deze keer weer het geval is.
 
Overigens onderschat Terstall hiermee naar mijn idee de positie van de zogenaamde hoogopgeleide fellow-travellers, de nuttige idioten, die wel degelijk konden weten maar niet wilden weten. De geschiedenis is grijzer. In Terstalls vakgebied is Joris Ivens daar een voorbeeld van. Ook Harry Mulisch kwam nooit terug op zijn verering van Cuba en Castro en het goedpraten van onrecht. Maar toegegeven, die intellectuelen vormden een relatief kleine groep.

Terstall spreekt over fatsoenlijk links dat wel kritisch is over het totalitaire. Dat wel van de persoonlijke vrijheid uitgaat, of misschien wel júist van de persoonlijke vrijheid uitgaat. Bezoekers van dit blog zullen er het verschil tussen verstandig links en dom links in herkennen. Over dat laatste zegt Terstall: Jokkebrok-links daarentegen weet altijd wel iets te verzinnen om terreur en geweld goed te praten als de daders maar exotisch genoeg zijn. Als klootzakken van de ene Afrikaanse stam met hakmessen hele dorpen van een andere stam afslachten, komt dat door lukrake koloniale grenzen of economische knechting door witte multinationals.
 
Over oudere feministes en hun persoonlijke vrijheid zegt Terstall: Het probleem is ook dat veel van de vroege feministen de persoonlijke vrijheden die ze ooit hebben bevochten en voor geen goud zouden willen inleveren, niet gunnen aan vrouwen met een kleurtje. Die moeten het met heel wat minder doen. En dat is niet erg. Want ze zijn ook niet veel gewend. Deze neerbuigende houding komt neer op een zeer kwalijke vorm van betuttelracisme. Persoonlijke vrijheden van burgers met moslimouders doen er bij dat soort links niet toe.
 
Over de reactie op de islam merkt Terstall op: Gewetensvrijheid of vrijheid van partnerkeuze is iets voor witte mensen. En die moeten zich vooral ook niet bemoeien met de zaken van ‘non-whites’. Het is hún religie, hun ‘aangeboren mening’ over het ontstaan van hemel en aarde. Daar mogen witte mensen zich niet mee bemoeien, schijnt het. Gekleurde mensen die geen genoegen nemen met die aangeboren mening trouwens ook niet. Die zijn minstens even erg. Dat zijn ‘nestbevuilers’ of ‘aandachttrekkers’. Die hebben een persoonlijkheidsstoornis of zijn ‘getraumatiseerd’. Niet getraumatiseerd door de islam natuurlijk, want dat kan niet. Getraumatiseerd kun je alleen worden van iets westers. Iets blanks. Kritiek op de islam en op de mohammedaanse mannenmaatschappij mag eigenlijk niet van binnen en niet van buiten.

De verklaring voor de tegenstrijdigheden van degenen die namens links handelen ligt volgens Terstall in het calvinisme: Politieke correctheid is heel christelijk. Het collectief belijden van de eigen schuld of van mensen zoals jezelf. Dat is niet alleen heel beleefd en netjes, het geeft een fijn gevoel. Het is de aflaat. Het postchristelijk mea culpa. Het garandeert een plek in de progressieve hemel op aarde in de vorm van een leuke baan en een mooi koophuis in een witte wijk. Het is daarnaast ook een stiekeme beschuldiging aan de medemens. De gehele westerse wereld is slecht behalve ik, want ik begrijp het. Ik ben de witte roos tussen het onkruid.
 
Links is nog steeds de moeite waard, als het zich zou weten te hervinden volgens Terstall: Links stond dus onder meer voor het vrije woord, voor de ontworsteling van de burger aan kerk en kapitaal, en linkse vrouwen zochten meer vrijheid door ontworsteling aan de mannenmaatschappij. (..)Links had dus ook wel eens gelijk. Best vaak zelfs. Links was de vaandeldrager van het klassieke antiracisme. Links verzachtte het naoorlogse kapitalisme.
 
De oplossing voor jongere moslims ziet Terstall in hun ontwikkeling, het onderzoeken van hun eigen weg: (..)je wijsheid uit meer boeken halen dan één, de wetenschap serieuzer nemen dan religieuze boeken, religieuze doctrines eerst objectief op waarheid, moraliteit en kwaliteit onderzoeken alvorens ze te accepteren, leren even buiten de beperking van je religie te stappen en objectief naar de wereld te kijken, hoofddoeken afgooien want verkrachting is hier gewoon strafbaar, wat vaker Reve en Kafka lezen, seksueel experimenteren, ook als je vrouw bent, het patriarchaat in twijfel trekken (maar dan ook echt), af en toe een wijntje drinken voor de gezelligheid, een keer met de rugzak naar Australië gaan en slapen op het strand.

Wat de oplossing voor links is noemt Terstall tussen de regels. Het gaat erom wie de baas in huis mag zijn: verstandig links of dom links? Of zoals Terstall het noemt fatsoenlijk links of jokkebrok-links. Het is cynisch dat het advies aan de jonge moslims om zelf na te denken in de linkse PvdA zo weinig weerklank heeft gevonden. Vanwaar dan Terstalls aanname dat het bij de moslims deze keer wel zal lukken? Ik hoop met Terstall dat zij beter dan dom links niet-weten niet als keuze zien.

Met dit verhaal schetst Terstall programmatische contouren van een liberaalprogressieve partij die opteert voor eerlijke wereldhandel, voor antiracisme, voor milieubewustzijn, tegen overbevissing, voor burgerrechten en mensenrechten. Die uitgaat van de traditioneel sociaal-democratisch kernwaarden zonder het belang van de staat zwaar op te tuigen. Zijn geluid is in mijn ogen waardevol voor het publieke debat omdat Terstall van binnenuit links probeert te wijzen op haar schijnbewegingen en tegenstellingen. Links in vorm is te waardevol en te onmisbaar om er geen poging aan te wagen het weer bij de tijd te brengen. We zullen zien of links uit haar huidige vormcrisis komt. Aan Eddy Terstall zal het niet liggen.

The Plot Against Wilders

met 53 commentaar

Cultuurfilosoof Rob Riemen van Instituut Nexus steekt zijn nek uit. Da’s moedig. Hij gooit stenen in de vijver van de Nederlandse consensus. Hij volgt het voorbeeld van Franse intellectuelen die niet schromen om het straatgeweld in hun werk toe te laten. Riemen volgt zijn innerlijke noodzaak om te praten. Da’s goed.

Hij wijst de hele politiek naar de prullenmand. VVD, PvdA, CDA, PVV, ze vallen bij hem stuk voor stuk door de mand. Riemen waarschuwt Nederland nog eenmaal. Maar weet Riemen het debat ook op een hoger peil te brengen waar het thuishoort? Of komt-ie niet verder dan de marketing van een congres van zijn instituut?

Riemen schreef het boekje De eeuwige terugkeer van het fascisme. Hierin stelt-ie dat Geert Wilders een fascist is. Desgevraagd weet Riemen in Nieuwsuur of NRC echter niet uit te leggen wat het fascisme inhoudt. Kritiek op Riemen is dat zijn kwalificatie van Wilders uit de lucht is gegrepen, terwijl hij toegeeft dat de vergelijking op sommige punten mank gaat.

Riemen legt uit dat het fascisme veelkleurig is en focust op de begindagen van het historisch fascisme. Toen het ergste nog moest komen. Door Wilders in die beginfase te plaatsen suggereert Riemen dat Wilders dezelfde weg zal gaan als Mussolini of Hitler. Zo’n claim voor de toekomst kan niemand tegenspreken. Alles wat Riemen zegt is hypothetisch en associatief. Wilders is de Charles Lindbergh uit Philip Roth’ roman The Plot Against America.

Bedenkelijk is dat Riemen vragen zet bij Wilders’ motivatie. Hij plaatst Wilders buiten het discours door hem een leugenaar, heerser, anti-democraat, propagandist van geweld, demagoog, opportunist en machtspoliticus om de macht te noemen. Deze diskwalificaties verklaart-ie opnieuw door terug te redeneren vanuit vergezichten die hypothetisch zijn. Hiermee miskent Riemen de Realpolitiker die Wilders ook is.

Riemen maakt fictie en geen non-fictie. Jammer dat-ie zich zo laat afleiden door Wilders. Daarmee trapt-ie in dezelfde valkuil als de politieke klasse. Riemen heeft zinnige punten van kritiek over de dominante rol van de economie en het afgenomen cultuurbesef. Het is jammer dat Riemen geen andere focus en methode heeft gekozen om zijn cultuurkritiek te uiten. Nu blijft-ie hangen in propaganda tegen Wilders.

Foto: Palazzo della Civiltà Italiana, EUR, Roma

Forum: Tijd voor bundeling van partijen

met 7 commentaar

PvdA en GL praten over samenwerking. D66 en VVD zouden over samenwerking kunnen praten. Evenals CDA en CU. Of SP en PvdD. Of PVV en SGP.

Dan resteren 5 partijen: Een sociaal-democratische (PvdA-GL), een socialistische (SP-PvdD), een liberale (VVD-D66), een christen-democratische (CDA-CU) en een conservatieve (PVV-SGP) partij. De versplintering neemt ermee af en de overzichtelijkheid toe. Het formeren van een kabinet wordt makkelijker.

Wat vindt u? Is het tijd dat partijen gaan samenwerken? Ziet u bovengenoemde bundeling als logisch en gewenst of geeft u de voorkeur aan andere combinaties? Welke dan?

Foto: Grafiek van het effectieve aantal partijen

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 165 other followers